Nieuws uit Aalst

--------- Profiesjat Prinsj Joshy !!! ------- 't Principoilsjte vandaug es da ge ni te veil complementen mokt en genietj van 't leiven ! - - - - - - - Covid-19/Griep : Blijf aub voorzichtig en denk aan uw medemens !! - - - - - - - Deel enkel berichten van officiële bronnen om fake news te vermijden !!! - - - - - - - -

vrijdag 4 september 2026

Willy 'Chipper' Michiels (+)

Willy Michiels, volledige naam August Willy Michiels (Haaltert 19 juni 1937 - aldaar, 5 juni 2020), ook gekend onder de bijnamen 'Bingo Willy', 'Bingokoning' en 'Den Chipper', was een selfmade ondernemer en daarnaast burgemeester van Haaltert. 

Hij begon zijn carrière als kersenplukker in de zaak van zijn vader en begon toen met de in- en uitvoer van Amerikaanse jukeboxen. 
Zijn contacten met cafés gebruikte hij ook om jackpot- en bingotoestellen te leveren. Hij groeide uit tot een van de grootste spelers in die ongereguleerde markt.

Uit zijn onderneming ontstond het gokbedrijf Napoleon Games, dat hij in 2015 verkocht aan de investeringsgroep Waterland. 

Dimitri Bontinck Open VLD was jaren trouwe medewerker in een vennootschap van Willy Michiels.

In 1976 werd hij een eerste keer burgemeester van zijn thuisdorp Kerksken en van 1982 tot 1988 ook van fusiegemeente Haaltert. Toen kwamen ook een aantal onfrisse praktijken naar buiten, hij zou een aantal keer veroordeeld worden voor omkoping en fiscale fraude.

Om die reden werd zijn aanstelling na de gemeenteraadsverkiezingen van 1994 en 2000 als burgemeester geweigerd. 

Dat leidde tot zijn schorsing als schepen van april 2011 tot december 2012, wat een zeer uitzonderlijke tuchtstraf is voor een schepen.
Lokaal bleef hij desondanks de sterke man.

Na de verkoop van zijn gokbedrijf was hij vooral bezig met zijn passies oldtimers en historische koetsen.

Hij overleed op 5 juni 2020 in het woonzorgcentrum Sint-Jozef in Haaltert.

Reeds op jonge leeftijd was Michiels op dreef en sprak toen vol overtuiging over zijn nieuwe digitale goktoestellen. 
Dat klonk op dat moment wat futuristisch en hol, maar dat veranderde in 2015. 

Op dat moment verkocht Michiels zijn gokbedrijf voor 158 miljoen euro aan de durfkapitalist Waterland. 
Het woord durfkapitalist was hier echt wel aan de orde. Het imperium dat Michiels opbouwde in de financiële en horecasector was immers niet echt normaal.

De weg die Michiels aflegde, was niet zonder obstakels. 
De sector waarin hij dat deed ook niet. Michiels verwierf voor zichzelf de naam van bingokoning. 
Bingomachines waren financiële flipperkasten. 

Michiels installeerde ze overal te lande. In de eerste plaats in cafés. 
Een sector die werd gekenmerkt door een aantal samenvloeiende elementen. 

Cafébazen waren doorgaans niet professioneel opgeleid. Maar ze waren in veel gevallen wel eigenaar van hun vastgoed. 
Willy plaatste er caféspelen, en kreeg op die manier zicht op de financiële slagkracht van de cafébazen en hun vastgoed. 

Michiels werd naast exploitant van caféspelen al snel hypothecair kredietverstrekker van dezelfde cafébazen. En ook curator. 
Wanneer de zaken slecht afliepen, haalde hij het vastgoed binnen. Doorgaans in het centrum van de gemeente. 

Ondertussen ruimde hij ook concurrenten uit de weg. Zoals Miel Van Cauter. Oud wielrenner en vader van huidig liberaal politicus en jurist Carina Van Cauter, die ooit als klein kind werd ontvoerd.

Zo werd Willy Michiels miljardair ... in Belgische frank uiteraard. 
Zijn eerste miljard vierde hij met een feestje in zijn dorp Kerksken, een deelgemeente van Haaltert. Het dorp waar hij ook burgemeester werd voor de christen-democraten, daarna als schepen en gemeenteraadslid voor de liberalen. 

In 1984 belandt hij voor een eerste keer in de gevangenis. Voor vier maand. In voorarrest omdat hij een politieman een VW Golf cadeau zou hebben gedaan. Later wordt hij vrijgesproken. Ook nog eens voor fiscale fraude. Wegens verjaring. 

Willy Michiels was echter niet bang van justitie, noch van de gevangenis. 
Een veroordeling was voor hem een onderdeel van het vak. De staat is een vijand die je moet durven in de 
ogen kijken. Zoals in 1999, toen de Wetstraat na jarenlang lobbyen en debatteren een nieuwe wet op gokspelen goedkeurde. In datzelfde jaar werd Willy Michiels gearresteerd, samen met Jean-Pierre Weyns. 
Die laatste was topambtenaar bij Financiën, en bij een huiszoeking in zijn privé woning vonden speurders 500.000 Belgische frank verpakt in sigarettenpakjes ... met een briefje van Willy Michiels. Over de nieuwe gokwet. 

Michiels belandde in de cel maar pleitte onschuldig. Weyns werkte voor mij, zegt hij, dat had niets te maken met corruptie.

Wie er niet zo over dacht was toenmalig liberaal kopstuk en later premier Guy Verhofstadt. 
Hij zal Michiels politiek uitspuwen en achterlaten als een paria. 

"Bingokoning" Willy Michiels werd op 18 oktober 2010 door het Brusselse hof van beroep veroordeeld tot een voorwaardelijke celstraf van drie jaar wegens omkoping. 
Het hof sprak bovendien een zwaardere straf uit dan de achttien maanden met uitstel, die de correctionele rechtbank oplegde. 
Michiels tekende ondertussen al cassatieberoep aan tegen het arrest van het hof.

Het hof achtte het bewezen dat Michiels, die naast zijn politieke mandaten actief was in de sector van de gokautomaten, midden jaren negentig een ambtenaar van de administratie van Financiën omkocht. Inderdaad, dat feit bleef hem nog steeds achtervolgen.

Volgens het hof betaalde Michiels de toenmalige gokexpert bij Financiën om zijn spelautomaten in casino's en speelhallen als behendigheidsspelen te registreren. Die zijn niet verboden, kansspelen wel. 
Uit het onderzoek bleek dat de hoge ambtenaar onder meer logeerde in Michiels villa in de Azurenkust, wijn en contant geld kreeg.

Net als bij zijn veroordeling in eerste aanleg, stapte Michiels niet zelf op. Eind december nog werd een motie van wantrouwen verworpen, ingediend door de CD&V/N-VA-fractie in de gemeenteraad.

Op basis van een tuchtverslag van Oost-Vlaams gouverneur André Denys, startte minister Bourgeois eind januari een tuchtprocedure op. Michiels liet zich op een hoorzitting door een advocaat vertegenwoordigen. De minister kon de schepen schorsen of afzetten, maar koos dus niet voor de zwaarste tuchtmaatregel.

De schorsing ging in nadat de beslissing betekend werd, zowel door het gemeentebestuur als de schepen. Michiels kon nog naar de raad van state te stappen, maar het aanhangig maken bij het hoogste rechtscollege zou geen invloed hebben op de schorsing.

Het was trouwens de eerste keer in tien jaar, sinds Vlaanderen daarvoor bevoegd was, dat een Vlaams minister voor Bestuurszaken een mandataris een tuchtstraf oplegde. Ofwel leidden de procedures niet tot een sanctie, ofwel stapten de mandatarissen zelf op.

Uiteindelijk was Willy burgemeester van Haaltert in de periodes 1982-1988 en 2004-2005.

Michiels veerde echter opnieuw recht. 
Opnieuw, na een zoveelste botsing met het gerecht. 
Maar ondertussen ook als miljonair. In euro’s. Miljardair in Belgische frank. 

Zijn dochter Veerle was niet geïnteresseerd in zijn gokbusiness. Ze huwde en scheidde met en van Marnix Galle, de latere echtgenoot van Michèle Sioen en sterke man van de vastgoedgroep Immobel. 

Haar zus Mieke bouwde de familiale vastgoedgroep Fico verder uit. Ze duwt haar vader mee naar de exit. 
In 2015 verkocht die uiteindelijk zijn gokbedrijf aan de groep Waterland met Frank Vlayen als sterke man in Vlaanderen. Die had wel zijn handen vol om het Michiels imperium te ontrafelen.

Willy Michiels concentreerde zich in zijn oude dag volledig op zijn hobby: old timer wagens. Hij kocht het waterkasteel van Moorsel en trok zich terug. 
Later stelde hij zijn kasteel ter beschikking van Fernand Huts die er de indrukwekkende tentoonstelling Pikant! opbouwde. 
Een tentoonstelling over de geschiedenis van kant in België. 

Willy stemde toe om zijn kasteel te laten gebruiken als decor maar wel onder de voorwaarde dat er in de kelder enkele van zijn old timers zouden worden tentoongesteld. 
De nummerplaten van de wagen zijn gepersonaliseerd. Met als basis de initialen ‘WM’. En er lagen enkele kanten onderbroekjes in de wagens. Kwestie van in de stijl te blijven. Zo was Willy Michiels.


Willy overleed op 

Een erfenisoorlog bij één van rijkste families van Vlaanderen waarbij twee dochters vochten om 243 miljoen euro van hun vader, gooide nogmaals wat negativiteit over het fenomeen 'bingokoning Willy Michiels'

Bronnen :

Derijkstebelgen.be
HLN 11/04/2011



Patrick Lerno

Patrick Lerno (Aalst, 21 september 1956) was meer dan een verdienstelijk renner. 

Nadat hij Belgisch kampioen ploegachtervolging was geworden in 1978 werd hij beroepsrenner.

Bij zjn ploeg, Safir, de brouwerij in zijn geboortestad, behaalde hij tijdens zijn eerste volledige profseizoen al mooie overwinningen in Zele, Lesse en Schoonaarde.

De Belgische kermiskoersen leken hem heel goed te liggen. 

In 1980 behaalde hij overwinningen in Overmere, Belsele en Zwijnaarde. 
Maar hij kon meer en bewees dat door ook tijdens de Sluitingsprijs in Kapelle als eerste de eindmeet te halen dat seizoen . 

Mooie afsluiter en de verwachtingen voor 1981 waren dan ook gespannen positief.
Niet terecht,  zo bleek later, want dat jaar bleef hij zonder overwinningen. 

Safir verlengde zijn contract niet en Patrick moest dus op zoek naar een nieuwe ploeg. 

Hij tekende bij Maufroy - Moser. Een kleinere ploeg weliswaar, maar hij beloonde het vertrouwen met zeges in Laarne, Ekeren en Waver. 
De sponsor stopte er eind dat jaar echter mee, en weer moest Patrick op zoek naar een nieuwe ploeg. 
Dat werd De Freddy - Rianta maar dat bleek geen goede keuze te zijn. Er was geen stabiele basis en de ambities bleken zo goed als onbestaande te zijn. 
Niks dus voor Patrick en nog tijdens dat seizoen stapte hij over naar een privé sponsor waar hij seizoen 1983 afmaakte. 

Voor 1984 vond hij geen nieuwe ploeg en zo kwam er te vroeg een einde aan zijn carrière als beroepsrenner. 

Patrick is overleden op 26 augustus 2008 in Zele. 

Eigenlijk kunnen we hem het beste omschrijven als een 'eeuwige belofte ' ... Genoeg potentieel,  maar het kwam allemaal maar niet in gang ... 


donderdag 26 maart 2026

Oude ambachten : Kantklossen

In Aalst (Oost-Vlaanderen) was kantwerk in de 17e tot 19e eeuw een belangrijke nijverheid, vooral onder vrouwen. 
Kantwerksters werkten vaak thuis of in zogenaamde kantwerkscholen of arme meisjesscholen, waar jonge meisjes leerden kantklossen als voorbereiding op een toekomst als werkneemster of om bij te dragen aan het gezinsinkomen.

Waar waren ze vooral actief?

In en rond het stadscentrum van Aalst, met name in de arbeiderswijken.

Bij kloosters en liefdadigheidsinstellingen, zoals die van de Zusters van Liefde of de Zusters van Maria, waar meisjes onderwijs en ambachtstraining kregen.

In sommige dorpen en gehuchten rond Aalst werd ook thuis kant gemaakt. Het ging vaak om zogenaamde thuisnijverheid, waarbij vrouwen en meisjes lange uren werkten voor lage lonen.

Aalst was deel van een groter Vlaams netwerk van kantcentra, samen met steden als Brugge, Gent en Brussel. Aalsterse kant werd vaak uitgevoerd in fijne kloskant (bijv. Mechelse kant of Brusselse kant).

Het leven van een kantwerkster in Aalst (vooral 18e–19e eeuw) was zwaar en streng gereglementeerd. 

Wie waren de kantwerksters?
Meestal jonge meisjes, soms al vanaf 5-6 jaar oud.

Komende uit arme gezinnen; kantwerk was een manier om bij te dragen aan het gezinsinkomen.

Ze werkten vaak tot in hun volwassen leven, tenzij ze trouwden of ander werk vonden.

Waar werkten ze?

Thuis: aan kleine kantkussens, vaak in donkere, vochtige kamers.

In kantwerkscholen: geleid door kloosterzusters of particuliere vrouwen, waar discipline erg streng was.

De meisjes zaten soms urenlang stil, onder toezicht, in stilte te werken.

Werkdagen begonnen vroeg, vaak om 6 uur ’s ochtends.
Er werd tot 10 à 12 uur per dag gewerkt.
Pauzes waren kort, soms enkel rond de middag.

Kantklossen is precisiewerk. De meisjes gebruikten honderden klosjes, spelden, en patronen op een kantkussen.

De patronen werden opgelegd door de school of opdrachtgever.

Ze verdienden weinig – de meeste winst ging naar handelaars of tussenpersonen.

Sociale en fysieke gevolgen lieten natuurlijk niet op zich wachten.

De meeste kantklosters hadden een slechte gezondheid. Het ging vooral om rugklachten en oogproblemen, door het lange zitten en het werken bij slecht licht.

Beperkte toekomst: weinig opleiding buiten het kantwerk. Veel meisjes bleven analfabeet.

Toch werd het vaak gezien als "net en vrouwelijk werk", beter dan fabrieksarbeid.

De kant die in Aalst werd gemaakt, was niet alleen een vorm van ambacht, maar ook een handelsproduct dat internationaal gewaardeerd werd.

Hoe zag die kant eruit?

Fijn en delicaat: het ging meestal om kloskant, waarbij met tientallen tot honderden klosjes fijne linnen- of katoendraad werd geklost tot sierlijke patronen.

Populaire stijlen:

Mechelse kant (ook in Aalst nagemaakt): fijne bloemenmotieven, luchtig en sierlijk.

Brusselse kant: zeer verfijnd, vaak met naaldkant gecombineerd.

De patronen werden vaak vooraf uitgetekend op kantbrieven, en de werksters volgden die nauwgezet.

Waar werd Aalsterse kant naartoe geëxporteerd?

Frankrijk: vooral in de 18e eeuw was er grote vraag naar Vlaamse kant voor de aristocratie.

Spanje en Italië: voor liturgische kledij en decoraties.

Groot-Brittannië en Nederland: via handelaars die Vlaamse kant invoerden voor modieuze dameskleding.

Lokale markten: niet alles werd geëxporteerd—kant werd ook verkocht op markten in Gent, Dendermonde of Brussel.

Kant werd gebruikt voor:

Kraagjes en manchetten

Sluiers en doeken

Bruidskledij

Altaarkleden en kerkgewaden

Leuk weetje: ondanks hun armoede raakten kantwerksters zelden hun eigen kant aan; ze konden het simpelweg niet betalen. Alles wat ze maakten was voor verkoop.

Hier zijn enkele afbeeldingen die een goed beeld geven van het kantwerk en de werkomgeving van kantwerksters uit de regio Aalst:​

Kantkussen met klosjes en patroon
Een traditioneel kantkussen waarop het patroon is gespeld, met klosjes en spelden. Dit type kussen werd gebruikt door kantwerksters om fijne kloskant te maken.

Voorbeeld van een kantpatroon
Een kantpatroon dat diende als leidraad voor het klossen. Zulke patronen werden nauwgezet gevolgd om complexe ontwerpen te creëren.

Een antiek kantkussen met klosjes, zoals gebruikt door kantwerksters in de 19e eeuw. Het toont de traditionele gereedschappen en technieken van het kantklossen.

Een voorbeeld van Brusselse kloskant, bekend om zijn fijne bloemenmotieven en luchtige structuur. Hoewel Aalst zijn eigen stijl had, werd er ook inspiratie gehaald uit andere kantcentra zoals Brussel.

Deze afbeeldingen illustreren de precisie en het vakmanschap dat vereist was voor het maken van kant. Kantwerksters in Aalst gebruikten dergelijke gereedschappen en patronen om hun delicate creaties te vervaardigen, vaak onder moeilijke omstandigheden.​

Als je geïnteresseerd bent in het bekijken van authentiek kantwerk, kun je overwegen een bezoek te brengen aan het Kantcentrum in Brugge, waar je een uitgebreide collectie en demonstraties kunt vinden. In Aalst zelf is hierover jammer genoeg weinig tot niks meer terug te vinden. 

Bronnen :

zondag 11 januari 2026

Sammeke

Sammeke is de bijnaam voor de ondertussen beroemde (of beruchte) mobiele, autonome superflitspaal die overal in het land, en dus ook in de politiezone Aalst, wordt ingezet door de lokale politie.


Sammeke houdt zich bezig met het betrappen van snelheidsduivels en daardoor ook met het verhogen van de verkeersveiligheid, vooral rond scholen en gekende gevaarlijke plaatsen. 

De naam van deze twee ton wegende paal werd geïnspireerd door het serienummer 'SAM' van de fabrikant.

Sammeke flitst automatisch en wordt wekelijks verplaatst naar nieuwe locaties, waarbij zowel kleine als grote overtredingen worden beboet. 

Wat is Sammeke eigenlijk?

Het gaat hier over een mobiele en autonome flitspaal: Een zwaar, verplaatsbaar toestel dat onbemand werkt en zichzelf kalibreert met een speciale mat.

Deze 'superflitser' gebruikt doorgaans Lidar-technologie voor nauwkeurige snelheidsmetingen in alle weersomstandigheden. 

LiDAR staat voor Light Detection And Ranging, een techniek waarmee een bepaald apparaat de omgeving scant om de afstand tot objecten of personen te berekenen. 

Een LiDAR-scanner maakt hiervoor gebruik van kleine, onzichtbare laserstralen. 
Die botsen tegen voorwerpen in de ruimte en kaatsen dan terug naar de scanner. 
Aan de hand van de snelheid waarmee dit gebeurt, bepaalt LiDAR de afstand tot het object en kan van bewegende objecten de snelheid exact worden geregistreerd.

Volgens commentaren op sociale media wordt Sammeke enkel ingezet om de hardwerkende burgers te 'kloten' en om de stadskas te spijzen, maar dat is natuurlijk de gebruikelijke klavierpraat.

De echte redenen zijn dus  :

Verkeersveiligheid: 

- Te hard rijden bestraffen.
- Vooral in schoolomgevingen en op gevaarlijke plekken proberen om gevaarlijke situaties te vermijden.

Sensibilisering: 

- Bewustzijn creëren bij bestuurders, wat moet leiden tot een daling van de gemiddelde snelheid.

Effectiviteit: 

Sammeke bewees in het verleden al dat hij heel effectief is, en dit door duizenden overtredingen vast te stellen, een teken dat het wel degelijk nuttig en nodig is. 

LiDAR, zoals Sammeke dus eigenlijk officieel heet, waakt dus dagelijks over onze wegen en dit sinds augustus 2023.

Toen werden ook GAS 4 en 5 (een onderdeel van de nieuwe Gemeentelijke Administratieve Sancties) ingevoerd. 

Dat flitscontroles werken, beseffen ook de buurtbewoners van straten waar al eens te snel wordt gereden. 
De politie krijgt dan ook veel aanvragen. 
Ze krijgen mails en worden op straat aangesproken met de vraag “Wanneer komen jullie in onze straat eens flitsen?”. 
Ze proberen daar zo veel mogelijk op in te gaan, omdat het belangrijk is om te luisteren naar wat de buurt aangeeft.

Flitsen gebeurt niet enkel op aangeven van de burgers. 
De politie flitst op het volledige Aalsterse grondgebied, maar ze kiezen de plaatsen met precisie uit. 
Ze gaan dus zeker ook naar plekken waar er effectief een probleem is en daarvoor beschikken ze over verschillende bronnen, zoals de ongevallenstatistieken, gps- en gsm-data. 

Daarnaast slaan ook de mobiele borden, die aangeven hoe snel je rijdt, gegevens op die geanalyseerd worden. 

En dan is er ook nog de externe databank met V85-cijfers: hoeveel rijdt 85% van de bestuurders? 

En natuurlijk leveren ook de wijkagenten en de Verkeerspolitie waardevolle informatie aan.

De plekken worden dus zeker niet uitgekozen om mensen te pesten, maar om een probleem in kaart te brengen én te verhelpen. 

Op plaatsen waar meer dan 20% van de bestuurders te snel rijdt, keren ze vaak nog eens terug voor een tweede meting. 
Maar ze laten er wel altijd een periode van minstens twee weken tussen, zodat de boete al in de bus is gevallen en je dus in het vervolg twee keer nadenkt voor je de gaspedaal induwt op diezelfde plek. 

Men focust dus enkel en alleen op gedragsverandering. 
Het doel is om de snelheid te laten dalen en de leefbaarheid te verhogen, niet om x aantal vaststellingen per dag te doen. 

Daarom staat Sammeke ook open en bloot opgesteld. Je kán 'm echt niet missen, tenzij je te snel rijdt of niet aan het opletten bent achter het stuur.

Het plaatsen van Sammeke is een hele onderneming, waar uiteraard ook zwaar materieel aan te pas komt.

Zijn koosnaampje doet immers misschien wel anders vermoeden, maar het gaat hier wel over een gevaarte van maar liefst 2 ton. 
De helft van dat gewicht is de batterij. 

Het flitstoestel wordt telkens vervoerd door een takelwagen. 


Ter plekke wordt de batterij verwisseld en wordt het toestel gekalibreerd. 
Dat gebeurt met een gele mat van dertig meter lang die wordt uitgerold. 

Sammeke maakt in totaal vier foto’s van een voertuig. 
Die foto’s worden bekeken en de gegevens worden gecontroleerd.

Is het voertuig correct ingeschreven en verzekerd? 
Is de auto gekeurd? 
Geseind?

Kleine snelheidsovertredingen worden beboet via de GAS-ambtenaar van de stad. 
Grote overtredingen vallen in je brievenbus via de politie of het parket.
 
Waar vind je hem (actuele locatie)?

De locatie van Sammeke verandert wekelijks. 

Je kunt de actuele plaatsing vinden op de websites van de Politiezone Aalst of lokale media zoals Nieuwsblad en HLN. 
Ook Oilsjt een weireldstad publiceert de nieuwe lokatie steeds op Facebook.
Sammeken is zowel in het centrum als in de deelgemeenten een vaste gast.

Het vraagt natuurlijk wel allemaal een aanpassing voor de mensen, maar het is allemaal echt wel belangrijk voor onze veiligheid. 

De politie is heus niet op zoek naar iemand die eens 5 km/u te snel rijdt. 
Daarom is een boete van 53 EUR ook eerder sensibiliserend. 

Echter, de mensen die een gevaar vormen op de baan, die moeten er echt wel uit. 

Ooit werd iemand drie keer geflitst aan 100 km/u in een zone 50. Op twee uur tijd! 
Dat is een potentiële moordenaar. 

Zulke mensen moeten gecorrigeerd worden via de politierechter. Niet met een figuurlijke corrigerende tik, maar wel met een serieuze ‘lap’. 

Als dergelijke snelheidsduivels van de weg kunnen gehaald worden voor zij brokken maken, is dat een hele stap voorwaarts.


In 2025 kwam in onze stad niemand om het leven bij een verkeersongeval. 
Het was al heel lang geleden dat de stad Aalst een jaar kon afsluiten zonder verkeersdoden.

De cijfers tonen aan dat de inzet op verkeersveiligheid loont. Het stadsbestuur zette het voorbije jaar dan ook sterk in op handhaving en sensibilisering. 

Volgens burgemeester Christoph D’Haese zorgen gerichte controles voor meer verantwoord rijgedrag. 

“Bestuurders houden vaker rekening met de snelheidslimieten en alcohol blijft steeds vaker uit het verkeer,” aldus de burgemeester.


Bronnen:

Politie.be
Facebookpagina Oilsjt een weireldstad
Het Nieuwsblad 01/09/2016
Aalst.be
HLN 11/01/2026

dinsdag 6 januari 2026

Huis Liénart

Op de Grote Markt, aan huisnummer 2 bevond zich vroeger een 18e eeuws herenhuis, dat bij de Aalstenaars bekend zou worden onder de naam 'Huis Liénart'.  Het huis bevindt zich tussen 'De Graaf van Egmont' en het Landhuis van Aalst (vroeger gemeentehuis).


Het eerste, originele, gebouw dateerde trouwens reeds uit de 14e eeuw, meer bepaald uit 1380, althans volgens bronnen uit dat jaar, toen 
"Aelst verdhestrueert ende vague lagh tengevolge van de bestorming der Gentenaars, die, ten getale van zesduizend, onder de bevelen van Raas van Herzele, Jan de Lannoy en Arnold de Clerke, hier alles geplunderd en vergrand hadden". 

In het jaar 1401 vinden we er een woonst, geheten "Den Beer". 
We lezen : "Neven de erve die men heet 'den Nieuwen Steen' ... de stede Den Beer van Steven van Vaerenwijck aen deen syde het gravelijck Leen ten Steen, haudende den huc van de Cattestraete, commende van achter aen de erve van Frans de Vremde".

De naam waaronder we het gebouw nog steeds kennen, verwijst naar de familie Liénart die er tussen 1870 en 1937 woonde. 

Als telg van een patriciërsfamilie uit Doornik vestigde Albert Liénart (1774-1833) zich in onze stad, meer bepaald in de Kapellestraat. Hij stichtte de Banque Liénart na zijn huwelijk met Jonkvrouw Isabella Pauwelaert van Aalst, dochter van Ridder Georges-Jean Pauwelaert, burgemeester van Aalst op het einde achttiende eeuw.

Albert Liénart wordt trouwens aangeduid als fiere eerste eigenaar van een auto in Aalst. 
"Het was een wagen zonder paarden die onder groot beziens de Grote Markt opdenderde en waarmede de eigenaar toenmaals sensatie verwekte in de omliggende dorpen"

Volledigheidshalve moet worden bijvermeld dat die eerste auto in Aalst tevens de tweede was in ons land. Slechts koning Albert kon reeds pratgaan op een soortgelijk 'duivelstuig'!

En dat allemaal terwijl men in 'derp d' anno 2026 nog steeds op 'basketslasjkes' rondloopt :-) 

Hun zoon Camille Liénart (1807-1872) volgde zijn vader op als eigenaar van de familiale bank en werd tevens stichter van het Discontokantoor en het agentschap van de Nationale Bank te Aalst.
In 1839 huwde hij met Eline van den Broucke, dochter van François-Martin van den Broucke, lid van de Raad van de Regering. 
Drie zonen volgden.

De oudste zoon van het koppel, Albert Liénart (1840-1871), was gemeenteraadslid en katholieke volksvertegenwoordiger van Aalst van 1866 tot aan zijn dood in 1871.

De jongste zoon, Charles Liénart (1847-1921), werd ook gemeenteraadslid tot 1896 en katholiek senator van 1888 tot 1897.

De tweede zoon Alexander Liénart (1841-1874) werd bankier zoals zijn vader en grootvader maar stierf op amper drieëndertig jarige leeftijd. 
Hij was gehuwd met Isabella van den Broucke (1846-1913), dochter van Joseph van den Broucke, luitenant-kolonel, commandant van het legioen der burgerwacht van Aalst en tevens ook gemeenteraadslid. 

Zij vestigden zich in 1870 in het prachtige huis van de familie De Ruddere aan de Grote Markt, dat vanaf dan ook 'Huis Liénart' genoemd wordt.

Aalst was op het einde van de 19de eeuw een verpauperde stad. 
Lange arbeidsuren en beschamend lage lonen waren de voornaamste oorzaken van de diepe ellende waarin de mensen moesten leven. 
Het grootste deel van de bevolking behoorde dan ook tot het proletariaat en was ongeschoold. Kinderarbeid en uitbuiting waren 'normaal' in die periode, denken we maar bijvoorbeeld aan de film 'Daens' over het leven van de Aalsterse priester, die hier een perfecte weergave van geeft.

Als sociaal voelende katholiek, en aangewakkerd door de encycliek Rerum Novarum, was de weduwe van Alexander Liénart er zich goed van bewust dat kosteloze lagere scholen met een zedelijke en godsdienstige opvoeding vooral voor kinderen van de minderbegoede klasse een belangrijke basis konden leggen voor een beter geslaagd sociaal leven en een grotere individuele welvaart.

In die tijd had Aalst natuurlijk ook niet de uitgestrektheid van vandaag. 
Eens buiten het centrum van de stad kreeg men uitzicht op de landelijke horizon en op de moerassen van het Osbroek waar zich enkele krotwoningen bevonden.

In 1896 werd op haar initiatief en met het door haar ter beschikking stellen van gronden op de wijk van het Osbroek en van de Zoutstraatpoort, twee lagere kosteloze scholen gebouwd.

Aan de Postweg (de huidige Sint-Kamielstraat) kwam de Sint - Camillusschool voor jongens.
Deze stond op naam van haar enige zoon Camille Liénaren, die ook aktief meewerkte en de school aan de stad schonk op 9 november 1896.
Het bas-reliëf (officieel erkend als stadsmonument) in de poort van de school vereeuwigt dit mooie gebaar. 

Het was in die periode nog de gewoonte dat leerkrachten zonder diploma konden werken. Zo was er 'onderwijzer', Mr Van Heuverzwijn, die priester werd en zich later directeur zonder klas mocht noemen van de steeds maar groter wordende school. 
'Suske Fix', zoals hij in de volksmond ook wel genoemd werd, zou later op dezelfde dag als zijn huishoudster op ruim 90-jarige leeftijd overlijden. 

Aan de Geraadsbergsestraat kwam er de meisjesschool Sinte Isabella (nadien Sinte Lutgardis) die onder de hoede kwam van haar enige dochter Aline Liénart.

Aline, die trouwens ook in de hogere kringen bleef en zich later 'mevrouw Baron Romain Moyersoen' mocht noemen. De baron haalde naam en faam op politiek gebied, was burgemeester van Aalst en werd 'Minister van State'.
Aline overleed in februari 1940.

De ontwikkeling van de jongensschool was zeer succesvol. 

Reeds in 1899 voorzag de Sint-Kamielschool in avondlessen voor volwassenen, en ook de klassen voor meer ontwikkelden waar een summiere leerstof van de middelbare school werd gegeven, kenden veel bijval. 

Het is dankzij dit aanbod dat reeds toen honderden jonge mensen de gelegenheid kregen om zich op te werken en zich van een beloftevolle loopbaan te verzekeren in de openbare besturen en in vele particuliere bedrijven in en rond Aalst. 

Een ander 'figuur' uit de Aalsterse onderwijswereld was mijnheer De Waegeneer, een onderwijzer uit Nederbrakel die aan de St Kamielschool fungeerde en van daar naar de Meuleschettestraat trok, waar hij in 1911 startte met het Technisch Onderwijs Avondschool. Dit evolueerde tot de huisige VTI. 

In 1904 zouden weduwe Alexander Liénart en haar zoon Camille Liénart vanwege Paus Pius X respectievelijk de titel van Romeinse Gravin en Romeinse Graaf verkrijgen, en dit naar aanleiding van hun grote inzet voor het katholiek volksonderwijs in Aalst.

Gedurende de eerste wereldoorlog werd het gebouw ook gebruikt door de Duitsers.

In de kelders van het Belfort vonden toen de voedsel- en goederenbedelingen voor de noodlijdende bevolking plaats en vanaf 1916 werd hier ook het gehate en gevreesde Duitse ‘Meldeamt’ gevestigd.

Alle mannelijke 16-plussers moesten zich hier komen aanmelden en velen werden opgeëist om te gaan werken in de Duitse oorlogsindustrie.

In de Winter van 1917 werd in 'De Graaf van Egmont' en in het buurhuis ‘Liénart’ ook een ‘Soldatenheim’ opgericht.
Zo’n soldatenheim (of soldatenhuis) was eigenlijk de ontspannings- en ontmoetingsplek voor Duitse militairen.
Ook in de Lange Zoutstraat was trouwens zo’n Soldatenheim gevestigd.

Het hoofdkwartier van de Duitse troepen was gevestigd in het ‘Hotel du Compte de Flandre’ op het Statieplein. 
De opvolger van ‘Von Meyer’, generaal Jurg, richtte tenslotte ook nog een Etappenkommandatur op in het huis.
en Etappenkommandatur was een militaire bestuurs- en controledienst van de Duitse bezetter tijdens de Eerste Wereldoorlog, verantwoordelijk voor het beheer en de uitbuiting van bezette gebieden (de 'Etappe') achter het front, waarbij ze lokale economieën regelden, goederen vorderden en verordeningen oplegden. Het was een typische instantie van het Duitse Militärverwaltung (Militair Bestuur), die controle uitoefende op het dagelijks leven, transport en de economie in bijvoorbeeld België en Noord-Frankrijk. 

De familie Liénart was reeds eerder gevlucht voor het aankomende geweld, en had de sleutel van het huis toevertrouwd aan zijn bediende, Charles.
 
Toen deze vernam dat de Duitsers daar hun intrek zouden nemen, verkocht hij nog heel gauw de heel goed gevulde wijnkelder van de familie aan Camiel Van Hecke. 
Op die manier zouden de ongeveer 1000 flessen, waaronder enkele heel waardevolle, tenminste de oorlog nog overleven … 

So far so good ... ware het niet dat deze Camiel ze op zijn beurt ook al heel snel doorverkocht … aan de Duitsers.

De familie kwam na de oorlog terug naar onze stad en in 1919 werd klacht ingediend over de inbezitneming van de woning door de Duitsers. De klacht luidde ‘Huiselijken diefstal en verheling’.

Na de eerste wereldoorlog werd verder gewerkt aan het scholenproject en de vierde graad van het technisch-, handels- en in mindere mate ven het landelijke type werden bijgevoegd ten einde de leerlingen te bekwamen in een veranderlijke economische omgeving

De familie verliet het gebouw in 1937.
Eén jaar na hun vertrek werd het gebouw door de notarissen Moyersoen en Breckpot verkocht en kwam het in handen van de N.V. Kredietbank.

Het was Jos Taeymans die het gebouw via een openbare verkoop verkreeg.
Hij deed de aankoop in opdracht van de bank, maar het interieur bleek niet geschikt te zijn om er bankzaken te doen.
Men liet het statige gebouw dus afbreken en heropbouwen

Een nieuwe voorgevel, in Art-Decostijl, werd ontworpen door Robert Stekke. 
Toen al had men kritiek op het beleid van de stad in verband met oude gebouwen. 
In De Volksstem van 23 september 1938 lezen we hierover onder andere : 

"Heden, na den aankoop door de NV Kredietbank, heeft men vastgesteld, dat later een tweede verdiep op het huis Liénart werd aangebracht. Jammer dat in de bureelen der Openbare Werken geen de minste inlichting nopens het voormalig gebouw te vinden is! We vernemen nochtans, dat de nieuwe eigenaarster, na onderzoek of het huis met Franschen steen werd gebouwd, het lofwaardig inzicht heeft, hetzelve in zijn primitieven staat min of meer te doen herstsellen. Indien zulks mogelijk is, het standbeeld zou er veel bij winnen'"

De Kredietbank kon er zijn nieuwe filiaal openen op 10 mei 1940, exact de dag waarop de nazi's dus opnieuw onze stad binnenvielen. 

Tijdens de oorlog werd de bank ingenomen door Ortskommendant Lidner, maar na enkele weken onderhandelen kon directeur Robert Morre ervoor zorgen dat de commandant verhuisd naar het 'het witte gebouw' aan het Sint-Maartensinstituut.

Na de Kredietbank werd het gebouw een winkelpand, waar onder andere 'Schoenenreus' en 'Blokker' gevestigd waren.


Een herbestemming werd gezocht, en ook gevonden, na het failissement van laatst genoemde.

Exact 28 jaar nadat McDonald’s zich kwam vestigen op de Grote Markt zou de fastfoodketen een nieuwe locatie krijgen. 
De stad gaf eind december 2025 immers groen licht voor de verhuis naar het "Huis Liénart".

Met deze verhuis zou worden ingezet op een nieuwe invulling van het pand, maar met respect voor het waardevolle historische en architecturale karakter van de omgeving. 

Zo werd afgesproken dat de iconische gele letter “M” niet op de gevel van Huis Liénart zal worden aangebracht, en ook de leveringen (langs de Kattestraat) zullen gebeuren onder strikte voorwaarden.

In april 2026 kwam echter een ontnuchterend bericht voor de fastfoodketen.
De vergunning voor het nieuwe McDonald’s-restaurant op de Grote Markt van Aalst is door de deputatie van Oost-Vlaanderen immers geweigerd. 

Eerder gaf het stadsbestuur van Aalst wel groen licht, maar een buur spande een beroepsprocedure aan. Vooral de leveringen en vijftig tot tachtig ritten van fietskoeriers via de Kattestraat zijn een doorn in het oog van buurtbewoners. “Dat kan aanleiding geven tot hinder, mobiliteitsproblemen of visuele verstoring in een historisch waardevolle omgeving”, oordeelt de deputatie.


Bronnen :

Denderjournaal 23/12/2025
HLN 23/12/2025 - 12/04/2026
De Volksstem 23/09/1938
De Gazet van Aalst 8/12/1962 - 15/12/1962 - 22/04/1967 - 27/04/1967
De Voorpost 27/06/1980 - 16/12/1983 - 25/05 1984
Foto Blokker : Google maps

vrijdag 21 november 2025

Wie werret 2027?

De prins van 2026 is nog maar net verkozen (profiesjat Joshy De Troch) of er bieden zich al enkele namen aan voor de editie van 2027.  Deze verkiezing zal doorgaan op 24 oktober 2026 en het zal opnieuw op de Grote Markt te doen zijn.

Natuurlijk is hier nog niets echt officieels aan, maar we houden misschien toch best rekening met volgende namen : 

- Kenny Baele : oprichter van OilsjtatWork VZW en lid van AKV De Snotneizen.
Hij maakte zijn plannen bekend op de Veirkemert (carnavaleske namiddag) op 1 mei  2025.

- Timothy Persoons (Timo) : kennen we reeds van de verkiezingen in 2024, waar hij op een derde plaats eindigde. Hij heeft de smaak toen goed te pakken gekregen en gaat nu voor de volle winst.

- Ook Guy'ken de Pompier wordt opnieuw genoemd, al is de geloofwaardigheid van deze kandidatuur enkel te bespeuren bij enkele groepsgenoten. Ook in het verleden bleek dat de kandidaat zelf ... nooit kandidaat is geweest, en de vrees dat dat ook dit keer het geval zal zijn, is groot ... 

En inderdaad ...

Zaterdagnamiddag 16 mei kregen de uiteindelijk twee kandidaten voor prins carnaval, Timothy Persoons en Kenny Baele, officieel hun kandidatenlint. 

Dat gebeurde aan de carnavalswerkhallen tijdens de carnavalsbeurs. 

Om te bepalen wie als eerste zijn optreden mag brengen tijdens de prinsenverkiezing op 24 oktober, mochten de voorzitter van het feestcomite, Wendy en huidig prins Joshy aan het rad draaien. 

Daar kwam naar boven dat het Timothy zal zijn die als eerste zijn show zal opvoeren, uiteraard gevolgd door Kenny. 

De strijd om de prinsentitel is dus nu officieel ingezet.

Uiteraard wel nog even benadrukken dat het nu nog een paar maanden aan prinsj Jordy is om te genieten van zijn prestatie.  

Samen met hem kon heel Aalst genieten van een leuke maar natte carnavalsperiode! Sneeuwval zorgde ervoor dat er veel minder bezoekers waren dan andere jaren, maar dat kon de échte carnavalist natuurlijk niet deren.


Bronnen

Youtube 'Filip Filmkes'
Facebook 'Timo ver '27'
Facebook Kenny Baele
Facebook Oilsjt een weireldstad

maandag 20 oktober 2025

PRINSEN CARNAVAL AALST - OVERZICHT

'Prinsj zejje ver 't leiven', een uitdrukking die in Aalst nog steeds de waarheid blijkt te zijn.

De oud-prinsen worden er nog altijd even hartelijk verwelkomd, en ze worden dan vaak ook aangesproken met 'prinsj', hoewel het vaak al 'x' jaren geleden is dat zij 'regeerden' over de stad tijdens de carnavalsdriedaagse.

De eerste prins kwam er in 1953, maar er was toen nog geen sprake van een verkiezing. Het is pas een jaar later, in 1954 dat de traditie om de prins te kiezen, werd ingevoerd.

Hierbij een lijstje van de personen die het reeds tot prins schopten in 'ons Oilsjterse stee'.

Mochten jullie over info / krantenartikelen beschikken die de artikels nog kunnen vervolledigen, dan mogen jullie die altijd doormailen naar oilsjtgoistad@outlook.be  … 
Aanvullende info over prinsen en de kiezingen, zijn altijd meer dan welkom!
Waarvoor alvast dank !

Door hieronder op het jaar of op de naam van de prins te klikken, wordt je automatisch getransporteerd naar het jaar / de prins van je keuze …






Bronnen

Alle info is afkomstig uit de lokale pers (zie vermeldingen in of onder de artikels voor de bron), en zelf bij mekaar gesprokkelde info (live tv, persoonlijke aanwezigheid op prinsenkiezingen, …).
Mocht de bron ontbreken, weet dat de meeste informatie in de artikels over de 'oudere' verkiezingen te vinden is in de krantenartikelen die raadpleegbaar zijn via het digitaal krantenarchief van de stad Aalst.
Bij de 'nieuwere' verkiezingen (vanaf 1985) was ik er steeds zelf bij om verslag te maken, 
en de laatste jaren is ook de livestream van TV Oost een bron voor een live verslag op de avond van de verkiezingen zelf.
Bij CarnavalAalstKoentje is dan steeds up to date informatie terug te vinden over de kandidaten, hun achtergrond, hun motiviatie, eetfestijnen en bals, andere evenementen, ...