Nieuws uit Aalst

--------- Profiesjat Prinsj Joshy !!! ------- 't Principoilsjte vandaug es da ge ni te veil complementen mokt en genietj van 't leiven ! - - - - - - - Covid-19/Griep : Blijf aub voorzichtig en denk aan uw medemens !! - - - - - - - Deel enkel berichten van officiële bronnen om fake news te vermijden !!! - - - - - - - -

vrijdag 23 oktober 2026

Gustaaf Pape (+)

Gustaaf Pape zag het levenslicht in Aalst op 15 mei 1857, hoewel zijn eigenlijke  roots in Altastenberg (Duitsland) lagen.


De grootouders langs vaderskant, Johannes Pape (1760–1837) en zijn vrouw Anna Maria (1768–1833), leefden en stierven immers in Altastenberg, een dorp in de Duitse regio Sauerland. 
Zij hadden geen link met België.

Hun zoon, de vader van onze componist, Jakobus Pape (geboren in Altastenberg in 1785), trok gedurende zijn leven wél weg uit Duitsland naar België. 
Hij vestigde zich in de regio van Aalst, waar hij trouwde met Anna Eva Leber (1788–1880).
 
Jakobus overleed in 1856, enkele maanden vóór de geboorte van zijn bekende zoon, hoewel dit geen zekerheid is. 
De data van MyHeritage (die Jakobus' levensjaren als 1785–1856 vermeldt) zijn immers vaak door hobby-genealogen ingevoerd. 
Het is dus heel goed mogelijk dat Jakobus in werkelijkheid in 1865 of later stierf, en dat de cijfers simpelweg zijn omgedraaid bij het intypen.

Soit, de zekerheid is, dat door deze migratie Gustaaf (Gustavus) Pape op 15 mei 1857 in Aalst geboren werd als zoon van een Duitse migrant. 

Hoewel hij dus een volbloed Aalstenaar was en een spilfiguur werd in het lokale Vlaamse muziekleven, droeg hij de directe familienaam en roots van de migrantengeneratie vlak voor hem.

Eigenlijk is het dus niet 'Gustaaf' maar wel 'Gustavus' 

Ofschoon Gustaaf al op 14-jarige leeftijd afstudeerde als landmeter kon de job hem niet echt bekoren. 

Hij schreef zich pas op twintigjarige leeftijd in aan het Koninklijke Conservatorium van Gent. 
Daar volgde hij lessen bij Adolf D'Hulst en Adolphe Samuel. 

Wegens zijn leeftijd mocht hij echter geen examens afleggen en kon hij ook niet deelnemen aan de Prijs van Rome.

Hij huurde hij een klein kamertje met als meubilair een piano en ... een hond. 
En in dat kamertje ontstonden magische dingen...

In 1886 werd hem door Dr.Bauwens gevraagd om muziek te componeren voor 'Iwein Van Aalst'.

Dit is een melodrama in drie bedrijven geschreven door de Belgische arts, auteur en politicus Dr. Isidoor Jozef Bauwens (1855–1918) uit Aalst.

Hij schreef oorspronkelijk dit geschiedkundige verhaal 'Iwein van Aalst (1128)' in 1886. 
Dit werk bewerkte hij vervolgens tot een theatraal melodrama.

Dr. Isidoor Bauwens was dus niet enkel medicus, maar ook een actieve cultuurfiguur en erevoorzitter van het zang-, toneel- en letterkundig gezelschap 't Land van Riem in Aalst.

Om werk te kunnen maken van deze aanvraag, had Gustaaf natuurlijk meer plaats nodig.

Hij trok zijn stoute schoenen aan en trok naar stationsoverste De Coninck aan wie hij de vraag stelde of deze hem tijdelijk zijn burelen zou willen afstaan.

Dat mocht en dus werd Dokter Bauwens' Melodrama 's nachts 'in ons reizigersstation getoonzet', wat wil zeggen dat de muzikale begeleiding en composities bij het melodrama werden verzorgd door onze toondichter.

Het stuk werd door het gezelschap voor de allereerste keer opgevoerd in de schouwburg van Aalst op 28 maart 1886. 

De tekst en bladmuziek werden later in 1888 in Leuven gedrukt door Karel Peeters.

Het stuk werd destijds in literaire kringen (zoals het tijdschrift Dietsche Warande) geprezen als een belangrijk bewijs van zijn christelijke en vaderlandse gevoelens en zijn literaire vlijt.

Dit werk en de figuur van Iwein droegen trouwens ook sterk bij tot de lokale mythevorming in onze stad. 

Iwein van Aalst leeft vandaag de dag nog steeds  voort als stadsreus (samen met Lauretta), kreeg in 2023 postuum het ereburgerschap van de stad, en inspireerde onder meer lokaal erfgoed, straatnamen, een stadsbier (Iwein van Aelst) en plannen voor het Iwein van Aalst-jaar in 2028 (900 jaar na de Slag bij de Hertshage).
Meer weten over 'Iwein van Aalst'? Klik dan even HIER.

Beroepshalve werd Gustaaf muziekleraar bij de jezuïeten in de Pontstraat en leraar en (later) directeur van de stedelijke muziekschool. 

Verder dirigeerde hij ook nog de orkesten van toneelgezelschappen zoals Het Land van Riem en de Rederijkerskamer van De Catharinisten. 

Alsof dat nog niet volstond nam hij ook nog de harmonieën van Aalst, Moorsel en Asse onder zijn vleugels. 

Voor zijn aanstelling als dirigent van de Koninklijke Harmonie Sinte-Cecilia te Moorsel wordt zelfs gewag gemaakt van een serieuze financiële toelage. 

Gustaaf kreeg toen een vergoeding van 5 frank per les en de persoon die hem na de repetities terug naar huis zou vergezellen kreeg nog eens 0,50 frank per beurt.

Als dirigent bracht hij in Aalst verschillende cantates van Benoit, Tinel, Andelhof, Roels en Gilson. 

In Aalst was hij niet alleen directeur van de muziekschool, maar stichtte hij ook de Liederavonden voor het volk waarvoor hij zelf liederen componeerde.

Onze Aalstenaar met Duitse voorouders had dus een grote voorliefde voor het componeren en dirigeren van cantates (een compositie van vooral zangstukken). 

Zo was hij dé grote bezieler (en uiteraard ook de dirigent) bij de uitvoeringen van de Rubenscantate van Peter Benoit op de Grote Markt. Deze vonden plaats op 4 en 11 juli 1909.


Hieronder een foto van de Rubenscantate op 17 augustus 1930.
Ook dit concert vond uiteraard plaats in en rond de kiosk op de Grote Markt.
In de linker bovenhoek zien jullie een afbeelding van Gustaaf.


Gustaaf Pape was dé centrale figuur in het Aalsterse muziekleven. 

In de pers werd hij dan ook omschreven als "een durver, een muzikaal talent, de beste dirigent te lande".

Ook het statement  "Mozart deed het niet veel beter dan Pape!" werd daarbij verspreid.

Pape was trouwens ook een begenadigd toneelspeler, zanger, piano- en orgelspeler.

Hij huwde op 8 april 1890 met Maria Josephina Eugenia De Wilde (1864–1952).

Zij kregen twee kinderen, Fritz en Lauretta.

Over hen HIER meer ...

Gustaaf overleed op 20 december 1920.


Het huis van wijlen Gustaaf Pape staat in de Sint Jobstraat 103. 

De tuin loopt door tot aan de huizen in wat later de Gustaaf Papestaat zou worden.


Bronnen :

FB Gustaaf Pape
Gazette van Aelst 09/01/1960
HetLandVanAalst.be
FB Buurtnet
Foto huis André Schollaert via 
Doodsprentje via MadeInAalst
Svm.be

Fritz Pape (+)

Fritz Christoffel Eugenia Jozef Pape (28/02/1891) uit Aalst groeide samen met zijn zus Lauretta op in een muzikaal gezin. 

Vader Gust (Gustavus) was toondichter / muziekmeester en een man met aanzien in Aalst, denk bijvoorbeeld aan de Gustaaf Papestraat, die naar hem werd vernoemd.

Moeder Maria Josephina Eugenia De Wilde was onderwijzeres, wat in die tijd ook een hoog aanzien had.

Fritz was 1,65m groot, had kastanjebruin haar en een blonde snor. 
Hij woonde te Aalst, Sint Jobstraat en studeerde aan de Universiteit Gent, Faculteit Rechten.
Daarna werkte hij als bediende bij de "Société Générale de Belgique" te Brussel.   
Hij bleef ongehuwd.

Op 2 oktober 1911 werd hij ingelijfd als milicien bij het 5de linieregiment.
Hij had er de rang Adjudant - Hulpluitenant (H) mil 1911 met stamnummer 105/1229.


Zijn zus Lauretta beschreef in een zeer gedetailleerd dagboek haar avontuurlijke reis met haar moeder naar het neutrale Nederland.

Deze reis gebeurde met de boot via Folkstone naar Boulogne tot in Calais, waar ze Fritz in het hospitaal terugvonden. 

Hij was er in de eerste oorlogsmaanden immers opgenomen na een verwonding. 

‘Nous allons voir Fritz, quel bonheur! Depuis la retraite d’Anvers nous vivions dans une inquietude continuelle’. 

• "Depuis la retraite d’Anvers..." (Sinds de aftocht uit Antwerpen...): Dit verwijst naar de Belegering van Antwerpen in oktober 1914, waarna het Belgische leger zich moest terugtrekken en veel burgers op de vlucht sloegen of in grote onzekerheid leefden.

• "...nous vivions dans une inquietude continuelle" (...leefden we in een voortdurende ongerustheid): Lauretta beschrijft hiermee de angst en onzekerheid waarin de familie verkeerde over het lot van hun broer en zoon.

Fritz werd na zijn herstel, terug naar het front gestuurd, waar hij bij Ramskapelle opnieuw meerdere zware verwondingen opliep aan het aangezicht en aan de ledematen door obusscherven en een dag later stierf.

Dat gebeurde op 22 december 1917 om 13u10 in het hospitaal l’Océan in De Panne.
Hij werd één van de zeven officieren van het 15e Linieregiment die tijdens WO I sneuvelden.



Tijdens de Eerste Wereldoorlog was Ramskapelle (een deelgemeente van Nieuwpoort) in december 1917 een strategisch frontdorp aan het Belgische IJzerfront. 

Nadat het dorp eind oktober 1914 tijdens de Slag bij Ramskapelle nagenoeg volledig werd verwoest, deed het in 1917 voornamelijk dienst als zwaargewapende linie en observatiepost.

Vanaf deze bewuste 17 december werd de sector Ramskapelle (ondersector zuid / Pervijze) officieel bezet door het 16e Linieregiment van het Belgische leger. 
Op 22 december 1917 bevonden deze troepen zich dus midden in hun operationele wacht en stellingenoorlog in de loopgraven van dit onderwater gezette gebied.

Fritz werd oorspronkelijk begraven in De Panne onder een heldenhuldezerk op de militaire begraafplaats. 

Op 30 juli 1922 werden zijn stoffelijke resten bijgezet in het familiegraf op de stedelijke begraafplaats van Aalst. 
Op dit graf ligt een klein kruis met AVV-VVK-motief en een arduinen gedenkplaat.

Fritz bezat volgende eretekens :

- Kruis van Ridder in de Leopold II orde,
- Oorlogskruis, 
- Overwinningsmedaille en 
- Herinneringsmedaille. 


Zijn memorabilia werden zorgvuldig bewaard door de familie. 

Paul Renders, de kleinzoon van Lauretta besloot om de volledige nalatenschap aan het museumvan 'Flanders Fields' te schenken omdat het verhaal zou kunnen overgeleverd worden aan volgende generaties. 


Zijn naam prijkt ook op de gedenkplaten voor de oorlogsslachtoffers van de bank BNP Paribas Fortis in Brussel

Bij de bronnen staat ook Atletiekclub Eendracht Aalst vermeld ... Hoe zit dat?

Wel, Reeds in 1921 werd de “Challenge Lieutenant Fritz Pape” ingericht als nagedachtenis en eerbetoon aan de vele oorlogsslachtoffers, van wie Fritz één van de gezichten was.

Deze wedstrijd was toen één van de weinige atletiekmeetings die in Oost-Vlaanderen ingericht werden. 

Tot en met 1926 zijn er sporen van de inrichting van deze wedstrijd gevonden. 

Op het programma : 100 yards, 800m, 1500m, hoog-en verspringen, kogelstoten, speerwerpen en discuswerpen.
Ook een 4 x 200m en voor de scholieren van “Eendracht”, een 60 en een 600m stonden op het lijstje. 

Opvallend is dat er blijkbaar tot 1940 geen 100m maar 100 yards gelopen werd. In de loopnummers had meestal alleen de eerste zijn tijd. 
Loopwedstrijden werden trouwens aangekondigd als “Voetloopen”, terwijl verspringen  vermeld werd als ”wijdspringen”. 

Een stukje Aalsterse oorlogsgeschiedenis dus, dat vermengd werd met een stukje Aalsterse sportgeschiedenis.


Bronnen :

Flanders Fields 14-18 
FB In Flanders Fields museum 
Bel-Memorial.org
Wardeadregister.be
War Heritage Institute
Heldenhulde.be
De Groote Oorlog in de Westhoek 
Toerisme Ieper
AtletiekEendrachtAalst.be

donderdag 22 oktober 2026

Aalst Griezelt

Op 31 oktober 2026 organiseren negen winkelstraten voor het eerst samen ‘Aalst Griezelt’.

halloween-bewegende-animatie-0678

In de Aalsterse centrumstraten vind je dan, tussen 11 en 17 uur, griezelige personages, spoken, heksen en andere 'gezellige' figuren terug, en in de Kerkstraat wordt er 's avonds ook een Halloweenfeestje georganiseerd met spookachtige muziek en rookkanonnen.

Domi van de Music Club aldaar, zal ook 'spooky cocktails' serveren.

Of 'Haloween vieren' iets nieuws is in Aalst?

Neen hoor! Er is namelijk ook - voor de 11e keer (!) -  de Halloweentocht in het stadspark.

Deze wordt georganiseerd door AKV De Toerenbiejoekes en bestaat uit :

• Kinderwandeling (voor -12 jaar): Vanaf 17:30 uur (minder eng).

• Tocht voor durvers: Van 18:30 tot 22:00 uur.

Tickets kosten 5€ en zijn te verkrijgen bij De Toerenbizjoekes.


Voor de ene is het 'platte commerce', voor de andere een leuk feestje, maar van waar komt dat nu eigenlijk, Halloween?

Halloween vindt zijn oorsprong in het oude Keltische oogstfeest Samhain en de christelijke avond voor Allerheiligen, en werd in België en de rest van Europa populair vanaf de jaren 1990.

1. Samhain (Keltische wortels): 

Ruim 2.000 jaar geleden vierden de Kelten in Ierland en Groot-Brittannië op 31 oktober Samhain, het einde van de oogst, het begin van de winter en het moment waarop de grens met de geestenwereld heel dun zou zijn.

2. Allerheiligen en Allerzielen: 

De katholieke kerk verbond de datum later aan All Hallows' Eve (de avond voor Allerheiligen op 1 november), waaruit de naam Halloween ontstond.

De data voor de vieringen omtrent Allerheiligen en Allerzielen werden in de 19e eeuw door pauw Gregorius IV vastgelegd op 1 en 2 november. 

Op die dagen gingen de mensen massaal naar het kerkhof en brandden ze kaarsen om hun gestorven geliefden te herdenken. 

In de 16de eeuw werd Engeland protestants. Allerheiligen en Allerzielen werden afgeschaft omdat ze in strijd waren met de reformatorische leer, maar Allerheiligenavond bleef wel verder leven als het wereldlijke feest ‘All Hallow’s Eve’.
Van daaruit heeft het zich dan verder verspreid. 

Ierse, Engelse en Schotse immigranten namen de tradities in de 19e eeuw mee naar de Verenigde Staten, en van daar groeide het uit tot een populair feest met kostuums, pompoenen en trick-or-treat, ... 
Het moet daar immers altijd 'bigger' en 'greater' zijn...
Deze gebruiken werden dan opnieuw geïmporteerd in Europa.


In de 19e eeuw zijn er trouwens veel berichten te vinden van overlast en kattenkwaad door jongeren. 

Zo doken er verhalen op over vergiftigd snoep of scheermesjes in appelen, waardoor verschillende kinderen zouden zijn ziek geworden of zelfs stierven.

In de jaren 1980 werden deze verhalen nog aangedikt met waarschuwingen voor satanische clubs en kidnappers op Halloween. 

Achteraf bleek deze vrees totaal ongegrond, maar de toon was wel gezet. 
Vele ouders hielden hun kinderen thuis of hielden ze nauwlettend in de gaten tijdens hun tocht. 

Ook de filmindustrie speelde handig in op die maatschappelijke angst. 

Horrorfilms als 'Halloween' (1978) en 'Nightmare on Elm Street' (1984) werden regelrechte kaskrakers in zowel binnen- als buitenland, en het grote succes van deze Amerikaanse films en televisieseries zorgde ervoor dat Halloween als feest ook hier gekend werd.

Ook in België werd het feest populair, onder meer door de opkomst van griezeltochten, verklede kinderfeesten en pompoenverkoop in de herfstperiode.

Vanaf de 20ste eeuw daalde de leeftijd van de feestvierders, en het werd steeds duidelijker een kinderfeest, hoewel de wandelingen en verkleedfeesten nog steeds enorm succesvol zijn, ook bij volwassenen.

De pompoen - en specifiek de uitgeholde lantaarnversie met het griezelgezicht - is het ultieme symbool van Halloween en vindt zijn oorsprong in een Ierse legende over de smid Jack en een historisch tekort aan pompoenen in Europa.


Volgens een oud Keltisch-Iers volksverhaal was Jack een gierige, listige smid die de duivel herhaaldelijk te slim af was.

Jack wist de duivel uiteindelijk zo te manipuleren dat die beloofde Jacks ziel nooit naar de hel te sturen.

Toen Jack stierf, mocht hij vanwege zijn slechte levenswandel niet naar de hemel... maar de duivel hield zich aan zijn woord en weigerde hem de toegang tot de hel.

Jack was dus gedoemd om voor eeuwig in het duister over de aarde te dwalen. 
De duivel wierp hem een gloeiend kooltje toe om zijn weg te verlichten en Jack stopte dit in een uitgeholde knol om het brandend te houden. 

Dit werd de eerste Jack-o'-lantern.

Maar het zou niet bij dat ene exemplaar blijven  ...

Oorspronkelijk holden mensen in Ierland en Schotland rapen, bieten en knollen uit om boze geesten en de dolende ziel van Jack weg te houden van hun huizen.

Toen de Ierse immigranten in de 19e eeuw naar Noord-Amerika trokken, ontdekten ze dat de inheemse pompoenen daar veel groter, zachter en gemakkelijker uit te snijden was dan de Europese knollen. 

Ook in Vlaanderen werden de uitgeholde bieten en rapen ingeruild voor de pompoen.

De traditie paste zich snel aan en het was dus de oranje pompoen die het wereldwijde symbool voor Halloween en 'de herfst' werd.


Symboliek is de pompoenen ook niet onbekend.

Ten eerste is er het symbool van de 'bescherming': 

Het angstaanjagende gezicht in de pompoen dient historisch gezien als een afschrikmiddel om dwalende geesten en het kwaad buiten de deur te houden.

Een tweede is de 'overgang van seizoenen': 

De pompoen staat immers ook symbool voor de herfoogst en het vieren van de overvloed, vlak voor de intrede van de donkere, koude wintermaanden.

Een pompoensoepje 'dabei' is natuurlijk zeker niet te versmaden.

En dan is er ook nog het gebruik van 'Trick or treat'

halloween-bewegende-animatie-0749

Deze traditie is eigenlijk opgebouwd uit drie historische lagen:

1. De Keltische wortels (Samhain)

Ruim 2000 jaar geleden vierden de Kelten op 31 oktober het feest Samhain. 
Zij geloofden dat op die avond de grens tussen de wereld van de levenden en de doden flinterdun was, waardoor geesten en demonen naar de aarde konden komen. 

Om deze ongewenste geesten gunstig te stemmen, zetten mensen tafels vol met eten en drinken buiten (de voorloper van de treat). Daarnaast vermomden mensen zich met maskers en dierenhuiden om niet herkend te worden door boze geesten.

2. Christelijke invloeden (Souling en Guising)

Toen het christendom zich in de middeleeuwen over Europa verspreidde, werden heidense feesten vermengd met christelijke feestdagen. De kerk introduceerde Allerheiligen en Allerzielen (1 en 2 november).

Souling : In het middeleeuwse Engeland gingen arme mensen en kinderen tijdens deze dagen langs de deuren. 
Ze zongen liederen en baden voor de overleden familieleden van de bewoners ...  
In ruil daarvoor kregen ze 'zielencakes' (soul cakes), een soort gekruide koekjes.

Guising: In Schotland en Ierland verkleedden (guising) kinderen zich en deden ze een kleine opvoering, zoals het opzeggen van een gedicht of het doen van een kunstje, in ruil voor fruit, noten of muntgeld.

3. Vandalisme en de oversteek naar Amerika

In de 19e eeuw emigreerden miljoenen Ieren en Schotten naar Noord-Amerika en namen hun tradities mee. 
In de Verenigde Staten ontspoorde het feest in de vroege 20e eeuw echter behoorlijk.

Jongeren misbruikten de avond om vandalisme te plegen, ruiten in te gooien en streken uit te halen (de tricks).

Om deze chaos in te dammen, begonnen buurten en steden vanaf de jaren 1920 en 1930 georganiseerde feesten te houden. 
Kinderen werden aangemoedigd om verkleed langs de deuren te gaan om snoep te vragen. Het concept was simpel: geef ons iets lekkers (treat), anders halen we een streek met je uit (trick).

De specifieke term 'trick or treat' doken voor het eerst op in kranten in de late jaren 1920 en werd na de Tweede Wereldoorlog wereldwijd beroemd toen het werd opgenomen in populaire cultuur, zoals in de Peanuts-strips en Disney-cartoons.

Hoe staan Christenen nu eigenlijk tegenover het fenomeen 'Halloween' ?

In de Bijbel wordt immers vaak aangehaald dat de angst, de dood en de duisternis helemaal niet bij God horen.
Zo schreef Paulus in 'Romeinen 13:12': 

“De nacht loopt ten einde, de dag nadert al. 
Laten we ons daarom ontdoen van de praktijken van de duisternis en ons omgorden met de wapens van het licht.” 

Heel serieus dus, maar er zijn uiteraard ook christenen die er wat luchtiger mee omgaan.

Zij zien in Halloween geen enkele spirituele waarde, maar gewoon een moment van gezelligheid en contact met mensen die ze anders niet spreken. En ja, dat mag natuurlijk ook verkleed zijn.

Ze zijn dan ook bewust niet bang, omdat ze geloven dat God sterker is dan elke duisternis.

Sommigen zien het als een unieke kans om verbinding te zoeken, en om juist die avond te laten zien dat je als christen niet oordeelt, maar openstaat voor gesprek, contact en samen lachen. 


Wat jullie ook doen : een griezelwandeling, een trick or treat tocht, een verkleedfeestje, gezellig samenzijn, een kerkhofbezoekje, ...

H A P P Y   H A L L O W E E N   ! ! !


Bronnen :

UitInVlaanderen.be
AKV De Toerenbizjoekes
Histories.be
History.com
National geographic.com
Jardins-du-monde.be
Beam.eo.nl
TVPlus.be

dinsdag 20 oktober 2026

Prinsjen van Oilsjt : 2027 : Timothy “Timo” Persoons

Dinsdag 20 oktober 2026 : De opbouw van het podium voor de prinsenverkiezing is volop aan de gang. 
Huidig Prins Joshy heeft zijn afscheidsbal al achter de rug en ook de kennisproeven van de beide kandidaten werden reeds afgenomen.

De voorbereidingen draaien dus op volle toeren om opnieuw te zorgen voor een grote carnavalsavond, zoals we die enkel in Aalst kennen.

Op zaterdag 24 oktober diende er immers een antwoord te komen op de vraag : "Wie wordt de 73ste Prins Carnaval van Aalst?"

Wanneer het podium volledig afgewerkt is, zal het maar liefst 9 meter hoog zijn, en het is daar dat de twee kandidaten, Timo en Kenny, alles uit de kast zullen halen om de carnavalisten te overtuigen met een ferme show! 

De toegang is uiteraard opnieuw gratis, en het grote scherm staat ter hoogte van de Lange Zoutstraat. 
Vanaf 19 uur is er muziek op de Grote Markt, de verkiezingsshow zelf start om 20 uur.

Ook dit jaar leidt Tom(meken) Vermeir, als naar goede gewoonte de laatste jaren, de prinsenverkiezing in goede banen.
'Kozzen' Christophe Troch ('De Floeren') zal dit jaar echter toekijken vanop de zijlijn.

“Volgend jaar ben ik er echter weer bij", verklaart hij, "Mijne kozzen gaat me zeker niet missen!”

Dit jaar een belangrijke aanpassing aan het reglement. 
Vanaf nu is het aantal medewerkers en dansers niet meer beperkt, zoals vroeger wel het geval was.

🟥⬜️🟨

Het was wel eventjes bang afwachten, want op vrijdag 23 oktober was er een zware storm die heel wat evenementen - letterlijk - in het water deed vallen. 
De wind zou wel wat gaan liggen, maar ook de prinsenkiezing zou toch een 'uitgeregend event' worden volgens de nationale én regionale weersvoorspellers.

Uiteraard werd hierdoor de discussie over het ontbreken van een evenementenhal opnieuw aangewakkerd.

🟥⬜️🟨

Zaterdag 24 oktober ... De dag begon met een stralende zon, maar de weergoden waren niet echt meegaand. 
Zij bleven erbij : het zou zeker nog gaan regenen vandaag ... en hard!

De burgemeester, voor de gelegenheid getooid met Napoleonhoed, verzekerde dat alles door zou gaan, ondanks het slechte weer. 

Op en aan het podium werd alles nog eens gecheckt en gedoublechecked op de stevigheid en de veiligheidscel volgde nauwgezet de verschillende weermodellen op.

Dit evenement afgelasten was zeker een 'no go'!

Hij vond het wel jammer dat Aalst niet overdekt kon worden, of dat er vloerverwarming zou komen te liggen onder de Grote Markt maar verzekerde dat er wel degelijk uitgekeken wordt naar de eerste steenlegging van 'een zool'.

Gezien er vanaf 22 uur sterkere wind verwacht werd, werd het programma ingekort. 

Zo zong prins Joshy maar één liedje en werden de huldiging van de groepen en optredens ingekort of geannuleeed.

Op die manier zouden de twee kandidaten hun show volledig kunnen afwerken voordat het weer slechter werd.

🟥⬜️🟨

Na een muzikale inleiding van presentator Tom, en - bijna letterlijk 1 - woordje van Feestcomitévoorzitster Wendy Wauters, was het zover ...

De beide kandidaten werden kort voorgesteld in heuse 'Western-stijl' en mochten elk om beurt hun 'promopraatje' voeren.

Daarna was het de beurt aan aftredend prins Joshy om 'een aireken' te zingen. 

Eéntje, in plaats van de gebruikelijke drie, om het allemaal 'wat vooruit te laten gaan'
Hij koos voor zijn 'Oilsjt zitj op zen peerd'

Zijn gevatte reaktie op de slechte weersomstandigheden was : “Slecht weer, slecht weer, ik heb hier eens in de sneeuw en de regen gestaan. Wij zijn Aalstenaars en of het nu sneeuwt, regent of giet, wij laten zien dat we beter zijn dan een ander!”

🟥⬜️🟨

Kandidaat-prinsj Timo mocht eindelijk het vuur aan de lont steken.
Na een rustige opbouw, bracht hij een heel vlotte en energieke show van zo’n 25 minuten. 
Het ambianceniveau steeg zienderogen.

De carnavalist kreeg de carnavalisten volledig mee en kon moeiteloos de sfeer op drijven. 

'Sto recht as ge ver Timo zetj' (op de muziek van 'Go West') werden de eerste noten die we van hem te horen kregen.

Hij bracht onder meer 'de Stopnoilekes', 'de Gilles' en 'de Blaa Biskoppen' ten tonele, met een vette knipoog naar de fameuze 'gaten' in de stoet, waarbij ook 'de finale op de Grote Markt' een plaatsje kreeg.

Ook TV Oost kreeg een schavotje met 'Dozje, g'hedtj gemoeist. Wa waster mis me Teivei Oeist?', en Timo maakte zich sterk dat ze volgend jaar opnieuw live zullen mogen uitzenden vanaf de Grote Markt. 

Met zijn humoristische teksten en typisch Oilsjterse insteek zorgde hij voor enkele herkenbare en memorabele momenten. 

Zo werd Keizer Kamiel bovengehaald met 'Doemen voesj' en was er een fijne verwijzing naar schepen Theo Nsengimana wegens 'zijn pintje teveel tijdens het rijden' en het bijhorende bezoekje aan de politietrechtbank. 

Opzwepende covers van hits als 'In the Highlands', ‘Walk on Water’ en ‘Like a Prayer’ zetten de Grote Markt in vuur en vlam, ondanks de liters regen die intussen aan het vallen waren.

Timo bleef trouwens tijdens de hele show dansen, ook tijdens de decorwissels, en zou dus wel eens 'de dansende prins' kunnen worden.

En de natgeregende carnavalisten ? 
... Die dansten mee ...

Het spektakulairste gedeelte van zijn show werd ongetwijfeld de finale… 

“Als de mert omploft!” zette de Grote Markt immers helemaal in vuur en vlam. 

We kunnen dus spreken van een rustig opgebouwde show die uiteindelijk uitmondde in 'dikken ambiance', rondvliegende papiersnippers inclusief.

Met 'Merci on de koisploeg' en ''t Es noig, zonder faat' nam hij afscheid van het talrijk opgenomen publiek.

🟥⬜️🟨

Kandidaat-Prins Carnaval Kenny dan.

'Go me ons mei, en danst me ons mei, on de voet van de Zwerte Maan' werd zijn intronummertje, en hij nam het publiek mee in een show vol carnavalstradities en herkenbare Oilsjterse figuren.

Dirk Martens, alias 'De Zwerte Maan', speelde daarbij een belangrijke rol. 

Kenny begon zijn optreden met de omstreden verhuis van het standbeeld op de Grote Markt, maar ook andere Aalsterse standbeelden zoals ''t Neuzeken, Valerius De Saedeleer en Priester Daens kregen de nodige aandacht.

Zelfs Roodkapje, van wie nog weinig mensen lijken te weten dat dit beeld nog steeds in het Groot Park staat, mocht even het podium op.

Een klein 'steekje' naar zijn medekandidaat Timo, die bij zijn vorige deelname op de vraag waar Roodkapje in Aalst zich bevond het antwoord schuldig diende te blijven.

Ook de zogenaamde 'Façadeklasjers', de kunstenaars die voor carnaval de ramen prachtig beschilderen, kregen hun 'moment de gloire'. 

Kenny zelf bleef braaf op zijn sokkel staan om het geheel als een echte dirigent in goede banen te kunnen leiden, maar hij had het duidelijk niet altijd gemakkelijk door de slechte weersomstandigheden. 

'Oilsjt stoot op scheirp, carnaval angt in de locht', zong hij enthousiast.
De beiaard klingelde vrolijk mee.

Ineens verschenen er ook enkele jubilerende Gilles op het toneel.  Dit jaar vieren zij hun 100 jarig bestaan.
Kenny verscheen daarna ook zelf op het podium in een Gilleskostuum en danste mee. 

De overgang van Gilles naar Voil Janet bleek 'een makkie' te zijn.
Via ''t standbeltj' van Priester Daens werd het podium al snel ingenomen door een hele groep Voil Jeanetten, volledig voorzien van alle toeters en bellen.

'Onze carnaval es't er elk joor bosj op' verklaarde hij, na een korte voorleessessie uit het boek 'Noig'.

Op het nummer 'Bosj op' kwamen alle figuren nog eens samen op het podium, en met de gevleugelde woorden “Op de Groeite Mert ejje oeigen te kert toides carnaval” sloot deze kandidaat zijn show passend af.

Ook dit was een heel mooie show waarin Kenny heel gevat inspeelde op de actualiteit en Oilsjterse tradities. 

Van het nummer  ‘How Deep Is Your Love’ van The Bee Gees maakte hij bijvoorbeeld een heel geslaagde cover, getiteld ‘Ajoin Ajoin’. 

En het publiek?

Dat bleef maar dansen, ondanks het ondertussen heel slechte weer.

🟥⬜️🟨

Het werd dus opnieuw een avond waarop traditie, humor en gekende Aalsterse carnavalsfiguren centraal stonden en de weergoden te kakken werden gezet door de ongeveer 2000 uitbundige carnavalisten.

De wind zorgde voor een onstuimig podium waar de gordijnen vrij spel hadden, en er volgde een ingekorte oorkonde-uitreiking aan de winnende groepen van vorig jaar : 'De Melkmoilen', 'Bedesterd' en 'Possensje'.

Na een kort muzikaal intermezzo volgde het emotionele officiële afscheid van prinsj Joshy met het pakkende afscheidsnummer 'Ne Kinjerdroeim'.

Het kostuum werd uitgedaan en de pluimen werden uit de hoed getrokken ...

Daarna zorgde het slechte weer er ook voor dat een waar mirakel zich voltrok in Aalst deze avond ...

Het was immers pas 22u30 geweest toen de uitslag al bekend was.

Op de reeds eerder afgelegde kennisproef haalde Timo 42 punten op 50 (210/250)
Kenny behaalde hier 36 punten (180/250)

De shows dan ...

De jury gaf aan Timo 135/150 (675/750) punten.
Kenny strandde op 112/150 (560/750) punten. 

In totaal haalde Timo 885 punten op 1.000.

Kenny haalde ook een mooie score van 740 punten, maar moest dus het onderspit delven tegen zijn 'rivaal'.

Timothy 'Timo' Persoons haalde het dus overtuigend van Kenny en werd daarmee de nieuwe prinsj van Oilsjt.

Met de woorden 'Timo, ge trekt'er anne plan mei' kreeg de kersverse prins de scepter overhandigd en mocht zijn liedjes 'E gat es e gat, de Mert die leit plat' en 'As de Mert omploft, confetti in de locht' nog eens brengen.

Voor de 42-jarige Timothy is het dus tweede keer, goede keer. 
Hij deed immers in 2024 al eens mee om Prins Carnaval te worden, maar toen moest hij de duimen leggen voor Vincent. 

De carnavalsvierders stonden nu voor een moeilijke keuze : buiten of in de cafes blijven vieren / het verdriet verwerken of thuis gaan opdrogen ... 
Voor de nieuwe prins werd het 'Een pintj in het Paviljoen'

In elk geval 'dikke profiesjat ver de nieve prinsj' en nu ... aftellen naar carnaval 2027 !

Amper een halve dag na zijn verkiezing, mocht Timo, die ook mede-oprichter is van de Okapi- fanclub "Blue Armada", zijn scepter aan basketbalminnend Aalst komen showen en meteen ook voor de nodige sfeer zorgen.

vrijdag 2 oktober 2026

Verloren Maandag

De zogenaamde 'Verloren Maandag' kennen de meesten wel van de traditie die gevierd wordt  op de eerste maandag na de eerste zondag na Driekoningen (wat een berekening ...).

Die traditie wordt vooral in en rond Antwerpen levendig gehouden door het massaal eten van worstenbroodjes en appelbollen, zowel thuis als op kantoor. 

Ook in Brussel kent men het fenomeen, maar daar geven de cafébazen een traktatie en gaan ze rond met hapjes.

In Aalst, 'dwarsliggers' als we zijn, geen Verloren Maandag in januari. 

Neen, bij ons vieren we dat historisch in oktober, meer bepaald de eerste maandag van oktober.
De traditie is echter zo goed als volledig verloren gegaan. 

De oorsprong van 'onze verloren maandag' gaat terug tot de 19de eeuw, wanneer Aalst een echte fabrieksstad was.

In de fabrieken en ateliers kende men toen het gebruik om begin oktober de petroleumlampen in de fabrieken schoon te maken en te vullen, iets wat diende te gebeuren omdat er wegens het korten van de dagen stilaan bij kunstlicht moest gewerkt worden, en de verlichting dus 'up-and-running' moest zijn.

Daardoor kon er op die dag ('begin van 't lichtwerk') niet normaal gewerkt worden en kregen de arbeiders ook geen loon: een echte  verloren maandag dus.

Om de bittere pil van de misgelopen centen te verzachten, en om één van de weinige dagen 'vrijaf' voor de arbeiders te vieren, trokken deze massaal de stad in om te feesten ... wat dan weer uit kon monden in een extra 'baaldag' op dinsdag. 


In De Volksstem van 9 november 1940 wordt dit als volgt omschreven : 

'... en men maakte er gebruik van om in de verschillende wijken volksfeesten in te richten, die jammer genoeg in braspartijen eindigden. 
Die braspartijen waren somtijds zoo buitensporig, dat velen den daaropvolgenden dag niet konden beginnen te werken, maar ziek te bed lagen. Die dag werd dan ook genoemd 'spaafdag' of 'spuwersdinsdag' (in den zin van overgeven). 
Ook lieten veel werkgevers toe, den tweeden dag als rustdag voor gansch de fabriek te nemen'

In 'De Werkman' van 4 juli 1873 vinden we de waarschuwingen van een vader (Nardus) aan zijn zoon (Pieter Wannes) : 
'... en als ge naar de stad gaat, Pieter-Wannes, dan moet gij partikulier uit uw oogen zien; de verleiding is tegenwoordig groot. Als 't nu moet, gaat in de treffelijkste herbergen en wacht u wel van de kavietjes waar men :
            - den verloren maandag viert, 
            - daar een vaantjen hangt en zwiert,
            - daar men heele potten drinkt,
            - daar men in 't prieeltjen klinkt, 
            - daar men met den bierbas vrijdt, 
            - daar men schrijft met dobbel krijt 
            - ...'

In de katholieke kranten werd vooral het grote nadeel van die vrije dag aangekaart, en met name het overmatige alcoholgebruik bleek daarbij een groot struikelblok te zijn.

In De Werkman van 7 oktober 1887 lezen we : 

'Laat ons bidden, in elk huisgezin, voor de kiezingen, voor de werkende mens. Als men ziet, gelijk t' Aalst, dat er 's avonds en 's nachts op verloren maandag, jongens van 17 à 18 jaren loopen, met rampzalige dochters aan hunnen arm, d'een herberg in, d'ander uit, o wat geslacht zal dat worden! Welke ramp voor de familiën, voor ons Vaderland ...'

In Het land van Aelst van 9 oktober datzelfde jaar : 

't' Aalst, op verloren maandag, aan den Osbroek, Orgelbals geweest, veel lawijt, veel zat volk en 's avonds gevochten leven-sta-bij. 
't Zijn schoon spektakels'

Men zag de arbeiders veel liever naar de mis gaan, en godsvruchtige activiteiten ondernemen, in plaats van de losbandige  feesten, kermissen en andere activiteiten zoals 'gerrebollen ' of 'belotten'…

Ook werd vroeger een 'groote eierenkoers voor wielrijders' georganiseerd op die dag (5 oktober 1901 om 2 uren 's namiddags in de Molenstraat). 

De prijzen?  

De eerste prijs was 'een schoone lantaarn Aeytelène van 12 franken', de tweede mocht naar huis met 'een schoone tricot', de derde met 'een lantaarn Acytelène van 8 franken'.
Verdere prijzen : 'een paar beste kousen voor wielrijders', 'eene goede bel', 'een grelot' (= een rinkelbelletje) ... 

In 1905 werd al, zij het dan in het Brusselse, eens gewag gemaakt van het einde van deze viering. Zo lezen we in De Denderbode van 12 januari 1905 :

"De leiders der socialistische partij te Brussel leggen een schoonen iever aan den dag, om de werkliê af te houden van de werkeloosheid en de drinkpartijen, waartoe verloren Maandag gewoonlijk aanleiding geeft. ... Zij willen geen werkeloosheid meer op verloren Maandag. 
Goed 't is een gebruik uit het verleden dat zal verdwijnen zonder dat wij het zullen betreuren, daar het tot misbruik is ontaard".

... maar deze 'stopzetting van de traditie' was nog wat voorbarig (zeker voor Aalst); 

De traditie hield het langste stand - tot eind jaren 70 -  in de wijk De Kat, de buurt rond het Vredeplein en de Ridderstraat.

In De Voorpost pakte men in 1978 al uit met de titel 'Uit de oude doos', maar het fenomeen bestond dus wel nog, zij het écht heel lokaal ...

In deze buurt hield men toen, tijdens het eerste weekend van oktober, de 'Kattekeiremis' met volksspelen en optochten.

Daar waar we ons tijdens een kermis tegenwoordig bijna volledig concentreren op 'smaabollen', speelden de bakkers hier toen op in door vederlichte, goedkope gistdeegkoeken (meestal met rozijnen) te bakken die gloeiend heet, rechtstreeks uit de oven, werden verkocht: de hete broodjes ofte 'heetebrood'.

Wetende dat bakkers nachtwerkers zijn, is het ook niet verwonderlijk dat deze broodjes al heel vroeg klaar waren en de meeste mensen nog aan het slapen waren. 

Om de schone slapers wakker te maken, maakte de bakker al vroeg op de morgen een oorverdovend lawaai op straat, gebruik makend van een ossenhoorn of een ander instrument.
Uiteraard leverde dat heel wat klachten op van 'verstoorde burgers', en dus werd dit 'wekken' na een tijdje verboden. 

Later werd het de bakkers opnieuw toegelaten om lawaai te maken, maar slechts met korte tekens. 
Een teken wanneer het brood in de oven ging, een teken als 't half gebakken was, en een teken als alles klaar was. 
Wie deze wet overtrad, kreeg een boete en speelde zijn instrument kwijt. 

Uiteindelijk viel het aankondigen door de bakker volledig weg en diende 'de vader des huizes', na het afhalen van de broodjes, zijn gezin te wekken door middel van geblaas in een trechter. 

De kinderen met het heetbrood op hun schoot zongen dan 'Heetebrood in mijnen schoot, ik zowel als een ander'.

Het 'Heetebrood' werd later trouwens ook huis aan huis besteld, vooral voor diegenen die zich moeilijk konden verplaatsen naar de bakker.

Enkele leden van de feestmaatschappij “De Kat” (ook de naam van de wijk) droegen dan grote manden warm brood door de straten. Hier in 1977, met de Belleman voorop.


In de jaren 70 was het ook traditie dat men om 10 uur naar het Landhuis / Stadhuis trok om ook de burgervader en zijn helpende schepenen een doosje hetebroodjes te overhandigen. 

Een aanzet tot de huidige traditie om op carnavalswoensdag bij de burgemeester 'kaffekoeken' te gaan eten? 

Vanwaar komt nu de traditie van het heetbrood?

Wel, naast de fabrieksarbeiders hadden ook de boeren een groot aandeel in dit feest, met name 'de broodjes'. 

De boeren vierden immers gelijktijdig de overgang van de zomer naar de winter met een dag vol plezier. De oogst was binnengereden en men kon met een gerust hart de winter tegemoet gaan. 
Om dit te vieren namen zij één dag vrijaf, inderdaad, de bewuste eerste maandag van oktober. 

Op die dag dronken zij eens flink en deelden onder mekaar broodjes uit ... 

Ook waren er in de jaren 60-70 een 'koning', een 'koningin', en een 'prins verloren maandag'.

Deze moesten zich bewijzen via het 'gerrebollen', en de eersten in het klassement kregen de titel. 
De eerste man en vrouw werden respectievelijk koning en koningin.
De tweede werd prins. 

Later werd dit 'gerrebollen' vervangen door 'belotten'. 
Deze competitie speelde zich af tijdens het jaar, en de finale, en de titel, werden dus beslecht op 'verloren maandag'. 

De titel werd uitgereikt door de regerend prins karnaval en bloemenfee, onder toeziend oog van het organiserend comité.
Bij het 'gerrebollen' wordt er gespeeld met een zware, platte, schijfvormige houten bol.
Deze moeten in specifieke gleuven of openingen ('gerren') worden gerold, wat punten oplevert.

'Belotten' is een kaartspel dat vooral gespeeld wordt in de Denderstreek. De spelregels lijken erg veel op die van het klaverjassen, waarvan het spel wellicht ook afstamt.
Later zou deze kermis ook samenvallen met de braderie in de Kattestraat.

'Op den zondag voor en den maandag van Verloren Maandag grijpt in deze dekenij de jaarlijksche winterfoor ofte braderij plaats ...'

Hoewel de specifieke traditie van de hete broodjes in oktober grotendeels naar de achtergrond was verdwenen, besloot het comité  in 1978 dat het allemaal 'toch niet meer zoals vroeger was' en hield er na dat jaar mee op.

Kattekermis was dus bijna echt 'geschiedenis' tot in 1983, terug op de eerste maandag van oktober, plots opnieuw hete broodjes werden rondgedeeld in de De Ridder- en de De Keyserstraat. 

De dag ervoor was de straat verkeersvrij gemaakt en de organisatoren van 'Netwerk', 'De Gele Limonade' en 'Het Rond Vierkant' zetten stoeltjes buiten en plaatsten kraampjes.
De straat werd kleurrijk versierd en er was terug 'ambiance'.

Tegenwoordig zijn er nog enkele bakkers die wel een poging doen om het allemaal 'levendig' te houden, maar we moeten uiteindelijk toch besluiten dat deze mooie traditie jammer genoeg verloren is.

Hoewel het dus allemaal voornamelijk 'herinneringen' zijn, leeft het ambachtelijke broodjeserfgoed in Aalst wel voort in de vorm van de mastel. 

Dit ronde broodje met een kenmerkend putje in het midden werd vroeger namelijk ook vaak warm gegeten (bijvoorbeeld met bruine suiker en boter ertussen gestreken en dan met het strijkijzer warm geperst). 

Vandaag de dag vormen deze mastellen trouwens nog steeds de onmisbare basis voor de beroemde Aalsterse vlaaien ('Oilsjterse vloin').

Aangezien de authentieke heete broodjes van weleer lichte broodkoeken waren op basis van een rijk gistdeeg (verwant aan de Aalsterse mastel), kun je ze thuis ook maken met dit traditionele recept. 

Ingrediënten:

• 500 g tarwebloem (patentbloem)
• 1 zakje gedroogde gist (ca. 7 g) of 25 g verse gist
• 250 ml lauwe melk
• 50 g malse roomboter (op kamertemperatuur)
• 30 g kristalsuiker
• 1 eierdooiers (voor het deeg) + 1 ei (losgeklopt om te bestrijken)
• 1 snufje zout

Bereidingswijze:

1. Het deeg kneden: 

Los de gist op in de lauwe melk met een snufje suiker en laat 5 minuten rusten tot het begint te schuimen. 

Meng de bloem, de rest van de suiker en het zout in een grote kom. 

Voeg het gistmengsel en de eierdooier toe. 

Kneed het geheel tot een samenhangend deeg en voeg als laatste de malse boter toe. 

Kneed minstens 10 minuten stevig door tot je een soepel, elastisch deeg hebt.

2. Eerste rijs: 

Vorm een bal van het deeg, leg het in een licht ingevette kom en dek af met een vochtige doek. 

Laat het deeg op een warme plek 1 uur rijzen tot het in volume verdubbeld is.

3. Broodjes vormen: 

Als het deeg in volume is verdubbeld, druk je de lucht eruit. Nu strooi je de (geweekte en goed drooggedepte!) rozijnen over het deeg. Je vouwt en kneedt het deeg kort door elkaar tot de rozijnen goed verdeeld zijn.
Als je de rozijnen al tijdens het eerste kneden zou toevoegen, kunnen de scherpe randjes van de rozijnen de glutenstructuur van het deeg kapotscheuren. Hierdoor rijst het deeg minder goed en worden je heetbroodjes minder luchtig. 
Bovendien kunnen de rozijnen door het lange kneden kapotgaan, waardoor je deeg grijs of vlekkerig kleurt.
Net voor de tweede rijs toevoegen dus.

Verdeel het deeg in gelijke porties van ongeveer 70 à 80 gram. 

Bol ze mooi strak op tot ronde broodjes. 

Als je er echte mastellen van wilt maken, druk je met je duim stevig een putje in het midden van elk bolletje.


4. Tweede rijs: 

Leg de broodjes op een met bakpapier beklede bakplaat. 

Dek ze losjes af en laat ze nogmaals 30 minuten rijzen.

5. Bakken: 

Verwarm de oven voor op 210 °C. 

Bestrijk de gerezen broodjes met het losgeklopte ei voor een mooie, glanzende goudbruine korst. 

Bak dan de broodjes in 12 tot 15 minuten goudbruin en gaar.

Haal ze uit de oven en eet ze zoals de Aalstenaars destijds: gloeiend heet recht uit de oven!

Smaukelek!!!


Bronnen:

De Voorpost 04/10/1974 - 10/10/1975 - 07/10/1977 - 06/10/1978
De Volksstem 05/10/1901 - 06/10/1910 - 27/07/1933 - 09/11/1940
De Werkman 04/07/1873 - 29/09/1876 - 07/10/1887
De Denderbode 12/01/1905
Voor Allen 08/10/1966
De Gazet van Aalst 04/10/1969 - 23/09/1983
Foto bedeling : De Voorpost 07/10/1977
Foto viering op straat : AI, wegens gebrek aan echt fotomateriaal
't Land van Aalst 09/10/1887
Erfgoed Denderland
Wikisage.org
Streekproduct.be
Meme's recept
Syndicale Unie voor het Brood-, Banket-, Chocolade- en IJsbedrijf vzw
Broodenbanket.be