Nieuws uit Aalst

--------- Profiesjat Prinsj Joshy !!! ------- 't Principoilsjte vandaug es da ge ni te veil complementen mokt en genietj van 't leiven ! - - - - - - - Covid-19/Griep : Blijf aub voorzichtig en denk aan uw medemens !! - - - - - - - Deel enkel berichten van officiële bronnen om fake news te vermijden !!! - - - - - - - -

dinsdag 22 september 2026

De 'Ginkgo Biloba' of 'stinkpruim'

In het artikel over Het Landhuis - Hotel / Huis Van Langenhove (HIER) had ik het al over de tuin met een heel speciale boom.

Daar staat immers de Ginkgo Biloba, een Chinese fossielboom. 

De Japanse notenboom, ginkgo, tempelboom of eendenpootboom is een boom uit de familie Ginkgoaceae. De soort is oorspronkelijk afkomstig uit China. Hij wordt gekweekt en is niet meer in het wild bekend.

Geen gewone boom dus want er bestaat zelfs een koninklijk besluit over dat uitdrukkelijk meldt : 

“De volgende beperkingen worden voor de behartiging van het nationaal belang aan de rechten van de eigenaar gesteld: 

1 - De Ginkgo Biloba te snoeien; 
2 - In de omgeving ervan werken uit te voeren die zijn normale groei zouden belemmeren”.

Een heel speciale boom dus, want waarom zou een K.B. willen dat er zoveel bijzondere zorgen aan worden besteed? 

Wel, het zit zo … 

De Ginkgo Biloba, of Japanse notenboom' is een iets minder gekende plant, afkomstig uit China (en dus niet Japan!) waar zij is blijven voortbestaan als enige van een speciale boomsoort uit de voorhistorie. 

Het Aalsterse exemplaar is ondertussen, samen met de omgeving, ook geklasseerd en beschermd als landschap.
Dat gebeurde in 1962.


De boom dateert uit de periode dat het huis nog eigendom was van de familie (tussen 1771 en 1896). 

Volgens de Inventaris van de Dendrologische Vereniging had de boom in 2005 een omtrek van 349 cm. 
Tijdens het inventariseren van de boom in 2009 werd een stamomtrek gemeten van 362 cm. 
In februari 2011 had de boom een omtrek van 367 cm (gemeten op een hoogte van 150 cm).

Ter vergelijking, de dikste Ginkgo van het stadspark in Aalst, aangeplant in 1916, had in 2005 een omtrek van 211 cm. 

De totale hoogte bedraagt 25 meter en de grootste kruindiameter bedraagt 18 meter.
De eerste takken beginnen op een hoogte van 4,5 meter.

Het exemplaar in Aalst is vrouwelijk. 

De soort is tweehuizig, de bloemen éénslachtig. 

Omwille van de geur van de vruchten (een zure botergeur) wordt hij ook al eens 'de stinkpruim van het stadhuis' genoemd.

Het is trouwens enkel de vrouwtjesplant die ruikt.
 
Wel speciaal is, dat de plant nogal wispelturig is. 
Ze kan na jaren immers plots van geslacht veranderen. 
Dus het is perfekt mogelijk dat je al lang aan het genieten bent van een geurloze, mannelijke boom, en plots gefopt wordt door een vrouwtjesboom.

Tijdens de herfst vallen de bladeren en de vruchten van de bomen. 


"Als de vrouwelijke zaden in het najaar op de vochtige grond vallen, begint de vlezige zaadhuid te rotten en valt hij er af. 
Daardoor komt er boterzuur vrij dat ruikt als ranzige boter, urine of rotte eieren". 

"Ook zweet bevat een dergelijk boterzuur, net als lijken en bepaalde kazen. 
Dus je kan je voorstellen dat het hier niet echt altijd smakelijk ruikt!" vertelde Bart Backaert (ex-verantwoordelijke van de Aalsterse groendienst).

Een tip? 

Probeer zeker niet op de vruchten te stappen, want dat is vergelijkbaar met iemand die in een hondendrol stapt, daarna in zijn auto gaat zitten en de verluchting aanzet. Je maakt het dus alleen maar erger!

De boom wordt gezien als een levend fossiel, omdat het de enige soort is die overbleef van een aparte orde van bomen die tijdens de Jura-periode (200 tot 145 miljoen jaar geleden) op aarde bestond.

Hij is dus een tijdgenoot van de reuzenhagedissen: de brontosaurus (of schrikhagedis), de dinosaurus (of vreselijke hagedis) en de iguanodon (of tandhagedis). 

De Ginkgo begon eigenlijk als naaldboom en kende zijn hoogtepunt tijdens het dieptepunt van de dinosauriërs. 
Die stierven immers zo’n 65 miljoen jaar geleden uit omwille van een natuurramp, mogelijks een meteorietinslag of plotselinge klimaatverandering. 

De Ginkgoboom leek er echter weinig last van te hebben en overleefde.

Rond het begin van onze jaartelling was de boom echter wél bijna uitgestorven.

In Noord-Amerika en Europa kwam hij al miljoenen jaren niet meer voor, en enkel in het westen van China leefde de boom nog in het wild. 

In het jaar 800 na Christus kwam de Ginkgo dan, samen met het boeddhisme, over van China naar Japan. 

De ‘heilige’ boom werd bij tempels gekweekt en kreeg daardoor de bijnaam ‘Japanse tempelboom’. 

Voor de boeddhisten is het de ‘boom van kennis’, ook vanwege de geneeskracht die al sinds 2800 voor Christus word beschreven in de Chinese literatuur. 
De bladeren zouden goed zijn voor de bloedcirculatie, het geheugen en de longen.

In Europa veronderstelde men dat de boom allang was uitgestorven, maar de Duitse arts en botanicus Engelbert Kaempfer (1651-1716) kwam hem in 1690 toch tegen in Japan.

Hij beschreef de boom in 1712 in zijn 'Amoenitatum Exoticarum' en nam ook enkele zaden mee. 

In 1730 werd dan de eerste boom in de Lage Landen geplant in de Oude Botanische tuin in Utrecht (Nederland). 

De beroemde botanicus Carolus Linnaeus zou dergeljjke boom dan in 1735 in de botanische tuin in Harderwijk hebben gepland, waar hij nog steeds staat.

Later, we zitten dan al in de 19e eeuw, maakt de Oosterse oerboom opnieuw deel uit van de geschiedenis. 

De Duitse schrijver, filosoof en dichter Johann Wolfgang von Goethe was immers fan van de boom, en hij kweekte en plantte honderden exemplaren in de Weimarstreek, waar hij destijds woonde. 

Ook Charles Darwin maakte later nog gebruik van Goethe’s natuurkundige kennis. 

Dat de meteorietinslag bewijst dat het een sterke boomsoort is, werd in 1945 nog maar eens bevestigd.

Ruim 65 miljoen jaar nadat de boom deze vermoedelijke ramp overleefde, bleek dat de Ginkgo op 6 augustus 1945 ook het hoofd kon bieden aan nucleair geweld.

Nadat de Amerikanen aan het einde van de Tweede Wereldoorlog een atoombom gooiden op Hiroshima, raakte ook een tempel op een kilometer afstand van de inslag zwaar beschadigd. 

De Ginkgo, die volgens traditie naast de tempel is gebouwd, bleek korte tijd nadien weer gewoon uit te lopen. 
Het was de eerste boom die op de plek des onheils weer begon te bloeien en werd daarom wereldwijd het symbool van hoop. 

Die bewuste boom heeft trouwens een gedenkplaat met als opschrift: ‘No more Hiroshima’.

Van verre gezien lijkt de ginkgo misschien niet zo merkwaardig. Het is een mooie, breedkruinige, schaduwrijke boom. Bij nader toezien echter vallen de bladeren op door hun ongewone vorm.

Zij bestaan uit twee brede vleugeltjes, samenhangend aan een steeltje; ze zijn dus tweelobbig, wat in het Latijn wordt uitgedrukt als «biloba». 


Het was de Zweed Linnaeus die deze plant de wetenschappelijke naam Ginkgo Biloba bezorgde.

Ook in het Park Terlinden stond zo’n exemplaar.

De nerven van het blad vertrekken in waaiervorm uit de kloof in het midden en bij het afvallen verdroogt het groene blad tot een taai, geelkleurig waaiertje.
Het is dan ook daarom dat de ginkgo ook bekend staat als ‘waaierboom’, en gezien 
de overeenkomst met de zwemvliezen van de eend, ook wel eens 'eendenpootboom' .

De boom draagt noten, die de indruk geven vruchten te zijn; het zijn echter zaden, die wat gelijken op witte pruimen.
Deze zijn zeer olierijk en worden in Japan als lekkernij geëten, na eerst geroosterd te zijn.
 
Vandaar ook een andere benaming : de Japanse notenboom

Ginkgo-achtigen hebben over de ganse wereld bestaan in talrijke soorten. Afdrukken van hun bladeren werden ook in de mergelstreek van België aangetroffen. 

De boom heeft ook een band met het Aalsterse culturele leven.

Zo figureerde hij al in kunstwerken en de Carnavalsstoet, en vormt een geliefd decor voor openluchthuwelijken in de Tuin van de Eeuwige Liefde. 

Over cultuur en liefde gesproken. 
De reeds genoemde Goethe schreef ooit ook een bekend gedicht over de boom aan zijn geliefde Marianne van Willemer:
Dieses Raums Blatt, der von Osten
Meinem Garten anvertraut,
Gibt geheimen Sinn zu kosten,
Wie ’s den Wissenden erbaut.

Ist es ein lebendig Wesen
Das sich in sich selbst getrennt?
Sinds es zwei, die sich erlesen,
Dass man sie als eines kennt?

Solche Fragen zu erwidern
Fand ich wohl den rechten Sinn;

fühlst du nicht an meinen Liedern,
Dass ich eins und doppelt bin?

September 2026 : samen met vier andere Vlaamse bomen maakt de Ginkgo nu kans op de titel 'Belgische Boom van het Jaar 2026'.

Waarom deze boom bij de laureaten hoott?

Wel, hij kan zeker tegen een stootje, wortelt al miljoenen jaren op aarde en zo'n exemplaar wordt bovendien zelf ook erg oud, tot maar liefst 2500 jaar. 

Gezien hij een meteoriet - én een atoomaanval de baas kon, is het ook begrijpbaar dat hij weinig problemen heeft met luchtvervuiling, en omdat de boom weinig ziektes kent, kan hij ook vrijwel overal groeien, ook in een stedelijke omgeving zoals Aalst.


Bronnen :

Bladen en vruchten : Beeldbank Onroerend Erfgoed, Van der Linden Geert (2009), ID 190762
Arborix.be
Historiek.net
Bart Backaert (Groendienst Aalst)
HLN 16/09/2026

vrijdag 4 september 2026

Trein zonder sporen in Aalst

100 Jaar geleden, op 4 september 1926 (inderdaad, slechts korte tijd na het ontstaan van de NMBS), passeerde de “trein zonder sporen” in Aalst.

Huh? Een trein zonder sporen?
Er bestond zelfs nog geen telefoon zonder draad?

En toch is het (gedeeltelijk) waar!

De Metro-Goldwyn-Mayer “Trackless Train” werd gebouwd in 1924, en was in feite een tot locomotief omgebouwde vrachtwagen.

De combinatie bestond uit een nagebouwde locomotief met daarachter een Pullman-achtige salonwagen. 

En het was bepaald geen klein kermistreintje.

De locomotief stond op grote vrachtwagenbanden en werd aangedreven door twee motoren van elk ongeveer 90 pk. 
Er waren hydraulische remmen, een echte bel en zelfs een stoomfluitachtige claxon.

Het opmerkelijke was dat hij vanop afstand bijna niet van een echte locomotief te onderscheiden was.

Er was zelfs voorzien in 'stoom' door olie op een hete plaat te laten lopen waarna 'de rook' door de schouw werd gejaagd.


Het gevaarte kon ongeveer 30 mijl per uur (48 km/u) rijden op verharde of goed berijdbare wegen. 

Dat is voor 1926 behoorlijk indrukwekkend.

Stel je even voor:

Een gigantische treinachtige machine komt in 1926 over de gewone weg gereden, zonder rails, met eensnelheid van een kleine 50 km/u. 
Voor de meeste mensen moet dat een ongelooflijk spektakel geweest zijn.


Een Amerikaanse krant beschreef hem als een voertuig dat een perfecte gelijkenis vertoonde met een echte spoorwegtrein.

Deze trein werd beroemd en vertrok in 1925 op een wereldtoer om de films van Metro-Goldwyn-Mayer te promoten, waaronder ook 'Ben Hur'. 

De allereerste verfilming van Ben-Hur was trouwens een korte 'stomme' film uit 1907, maar de bekendste vroege klassieker was deze 'stomme' filmversie uit 1925. De wereldberoemde en meest bekeken versie met Charlton Heston stamt uit 1959.


De 'promotrein' doorkruiste de Verenigde Staten, Canada en vervolgens Europa (met onder meer Engeland, Schotland, België, Noorwegen, Zweden en Rusland). 

Tegen 1928 had het voertuig volgens MGM al meer dan 125.000 mijl (meer dan 201000 km) afgelegd.

Na Schotland, Engeland en Nederland kwam hij op zondag 29 augustus 1926 aan in Luik, waarna hij nog heel wat andere Belgische steden zou bezoeken, waaronder ook Aalst.

Het aankomstuur was 10u30 (hoewel hieronder aangekondigd als 12 uur), vertrek werd voorzien rond 12 uur.


De “trein zonder sporen” gebruikte benzine en olie van de Sinclair Petroleum Company, die ook in België een zetel had in Brussel (Sint-Joost-ten-Node). 
Terwijl de olie op de markt was als “Sinclair” werd de benzine verkocht onder de merknaam “Sinco”.

Tussen de artikels over deze speciale 'trein' in de kranten van 1926 vind men ook gelegenheidspubliciteit in De Volksstem door Jozef De Graeve uit Haaltert, die beide merken tientallen jaren later nog steeds verdeelde.


Voetbalploeg Sinco was trouwens een voorloper van het huidige KRC Haaltert. 
Later werd in Hofstade “café Sinco” genoemd naar de werkgever van de cafébaas.

Na België vervolgde de trein zijn wereldreis door de rest van Europa, Zuid-Amerika, Afrika en in 1928 zelfs Australië.

De “Trackless Train” bleef niet bewaard maar werd enkele jaren later gesloopt.

Hier nog wat meer info over MGM ...

Metro-Goldwyn-Mayer Studios (MGM) is een Amerikaanse filmproductie, -distributie en televisiestudio. 
De studio wordt gezien als de meest roemruchte filmstudio ooit en wordt historisch gezien als een van de drijvende krachten achter de filmindustrie.
In mei 2021 werd MGM voor US$ 8,45 miljard verkocht aan het e-commercebedrijf Amazon.

De studio is het resultaat van een fusie tussen drie filmproductiehuizen in 1924, 

- Metro Pictures Corporation (opgericht in 1915), 
- Goldwyn Pictures Corporation (1916) en 
- Louis B. Mayer Pictures (1918). 

Alhoewel het door bioscoopmagnaat Marcus Loew beheerde Metro Pictures de financiële overhand had binnen de fusie, nam Metro-Goldwyn-Mayer zowel de levensspreuk (Ars Gratia Artis, 'kunst om de kunst'), het logo (Leo, de leeuw) en de filmstudiofaciliteiten van Goldwyn Pictures over. 

Deze drie kenmerken van de nieuwe filmstudio zijn nog steeds beroemd, vooral het beeldmerk Leo. 
Louis B. Mayer, bekend van zijn sterk maar streng leiderschap, werd studiovoorzitter en Irving Thalberg (Boy Wonder) werd hoofd van productie.

Na een paar machtswissels, overnames en fusies is het 20th Century Fox die sedert 2001 de films van Metro-Goldwyn-Mayer buiten de Verenigde Staten verdeelt. 

In 2006 werd er een tweede contract getekend met 20th Century Fox, waardoor MGM Home Entertainment voortaan buiten de Verenigde Staten vervangen werd door 20th Century Fox Home Entertainment.

In oktober 2010 vroeg de maatschappij het faillissement aan wegens een schuld van US$ 4 miljard.
Dit gebeurde nadat maandenlange onderhandelingen met de schuldeisers op niets waren uitgelopen.
Deze gingen akkoord met een deal, waarbij zij het overgrote deel van MGM in handen kregen.

Na de overeenkomst met de schuldeisers werden Gary Barber en Roger Birnbaum van Spyglass Entertainment Group de bestuurders van MGM.

Het logo werd gemaakt door artdirector Lionel S. Reiss in opdracht van hoofdpublicist Howard Dietz. 


De leeuw in het logo wordt Leo the Lion genoemd, maar in werkelijkheid wordt deze rol door meerdere leeuwen vertolkt.

Door de jaren heen waren dat o.a. Slats, Jackie, Coffee, Tanner en Leo.

De zevende leeuw, wel Leo genaamd, was voor het eerst te zien in 1957 en is nog steeds te zien aan het begin van de meeste MGM films.

In mei 2021 werd MGM voor US$ 8,45 miljard verkocht aan het e-commercebedrijf Amazon.


Bronnen

Ons Land 11/08/1926 
De Volksstem 01/09/1926 - 05/09/1926
Denderbode 05/09/1926
MGM.com
FB MGM
Brightonmuseums.org.uk

Willy 'Chipper' Michiels (+)

Willy Michiels, volledige naam August Willy Michiels (Haaltert 19 juni 1937 - aldaar, 5 juni 2020), ook gekend onder de bijnamen 'Bingo Willy', 'Bingokoning' en 'Den Chipper', was een selfmade ondernemer en daarnaast burgemeester van Haaltert. 

Hij begon zijn carrière als kersenplukker in de zaak van zijn vader en begon toen met de in- en uitvoer van Amerikaanse jukeboxen. 
Zijn contacten met cafés gebruikte hij ook om jackpot- en bingotoestellen te leveren. Hij groeide uit tot een van de grootste spelers in die ongereguleerde markt.

Uit zijn onderneming ontstond het gokbedrijf Napoleon Games, dat hij in 2015 verkocht aan de investeringsgroep Waterland. 

Dimitri Bontinck Open VLD was jaren trouwe medewerker in een vennootschap van Willy Michiels.

In 1976 werd hij een eerste keer burgemeester van zijn thuisdorp Kerksken en van 1982 tot 1988 ook van fusiegemeente Haaltert. Toen kwamen ook een aantal onfrisse praktijken naar buiten, hij zou een aantal keer veroordeeld worden voor omkoping en fiscale fraude.

Om die reden werd zijn aanstelling na de gemeenteraadsverkiezingen van 1994 en 2000 als burgemeester geweigerd. 

Dat leidde tot zijn schorsing als schepen van april 2011 tot december 2012, wat een zeer uitzonderlijke tuchtstraf is voor een schepen.
Lokaal bleef hij desondanks de sterke man.

Na de verkoop van zijn gokbedrijf was hij vooral bezig met zijn passies oldtimers en historische koetsen.

Hij overleed op 5 juni 2020 in het woonzorgcentrum Sint-Jozef in Haaltert.

Reeds op jonge leeftijd was Michiels op dreef en sprak toen vol overtuiging over zijn nieuwe digitale goktoestellen. 
Dat klonk op dat moment wat futuristisch en hol, maar dat veranderde in 2015. 

Op dat moment verkocht Michiels zijn gokbedrijf voor 158 miljoen euro aan de durfkapitalist Waterland. 
Het woord durfkapitalist was hier echt wel aan de orde. Het imperium dat Michiels opbouwde in de financiële en horecasector was immers niet echt normaal.

De weg die Michiels aflegde, was niet zonder obstakels. 
De sector waarin hij dat deed ook niet. Michiels verwierf voor zichzelf de naam van bingokoning. 
Bingomachines waren financiële flipperkasten. 

Michiels installeerde ze overal te lande. In de eerste plaats in cafés. 
Een sector die werd gekenmerkt door een aantal samenvloeiende elementen. 

Cafébazen waren doorgaans niet professioneel opgeleid. Maar ze waren in veel gevallen wel eigenaar van hun vastgoed. 
Willy plaatste er caféspelen, en kreeg op die manier zicht op de financiële slagkracht van de cafébazen en hun vastgoed. 

Michiels werd naast exploitant van caféspelen al snel hypothecair kredietverstrekker van dezelfde cafébazen. En ook curator. 
Wanneer de zaken slecht afliepen, haalde hij het vastgoed binnen. Doorgaans in het centrum van de gemeente. 

Ondertussen ruimde hij ook concurrenten uit de weg. Zoals Miel Van Cauter. Oud wielrenner en vader van huidig liberaal politicus en jurist Carina Van Cauter, die ooit als klein kind werd ontvoerd.

Zo werd Willy Michiels miljardair ... in Belgische frank uiteraard. 
Zijn eerste miljard vierde hij met een feestje in zijn dorp Kerksken, een deelgemeente van Haaltert. Het dorp waar hij ook burgemeester werd voor de christen-democraten, daarna als schepen en gemeenteraadslid voor de liberalen. 

In 1984 belandt hij voor een eerste keer in de gevangenis. Voor vier maand. In voorarrest omdat hij een politieman een VW Golf cadeau zou hebben gedaan. Later wordt hij vrijgesproken. Ook nog eens voor fiscale fraude. Wegens verjaring. 

Willy Michiels was echter niet bang van justitie, noch van de gevangenis. 
Een veroordeling was voor hem een onderdeel van het vak. De staat is een vijand die je moet durven in de 
ogen kijken. Zoals in 1999, toen de Wetstraat na jarenlang lobbyen en debatteren een nieuwe wet op gokspelen goedkeurde. In datzelfde jaar werd Willy Michiels gearresteerd, samen met Jean-Pierre Weyns. 
Die laatste was topambtenaar bij Financiën, en bij een huiszoeking in zijn privé woning vonden speurders 500.000 Belgische frank verpakt in sigarettenpakjes ... met een briefje van Willy Michiels. Over de nieuwe gokwet. 

Michiels belandde in de cel maar pleitte onschuldig. Weyns werkte voor mij, zegt hij, dat had niets te maken met corruptie.

Wie er niet zo over dacht was toenmalig liberaal kopstuk en later premier Guy Verhofstadt. 
Hij zal Michiels politiek uitspuwen en achterlaten als een paria. 

"Bingokoning" Willy Michiels werd op 18 oktober 2010 door het Brusselse hof van beroep veroordeeld tot een voorwaardelijke celstraf van drie jaar wegens omkoping. 
Het hof sprak bovendien een zwaardere straf uit dan de achttien maanden met uitstel, die de correctionele rechtbank oplegde. 
Michiels tekende ondertussen al cassatieberoep aan tegen het arrest van het hof.

Het hof achtte het bewezen dat Michiels, die naast zijn politieke mandaten actief was in de sector van de gokautomaten, midden jaren negentig een ambtenaar van de administratie van Financiën omkocht. Inderdaad, dat feit bleef hem nog steeds achtervolgen.

Volgens het hof betaalde Michiels de toenmalige gokexpert bij Financiën om zijn spelautomaten in casino's en speelhallen als behendigheidsspelen te registreren. Die zijn niet verboden, kansspelen wel. 
Uit het onderzoek bleek dat de hoge ambtenaar onder meer logeerde in Michiels villa in de Azurenkust, wijn en contant geld kreeg.

Net als bij zijn veroordeling in eerste aanleg, stapte Michiels niet zelf op. Eind december nog werd een motie van wantrouwen verworpen, ingediend door de CD&V/N-VA-fractie in de gemeenteraad.

Op basis van een tuchtverslag van Oost-Vlaams gouverneur André Denys, startte minister Bourgeois eind januari een tuchtprocedure op. Michiels liet zich op een hoorzitting door een advocaat vertegenwoordigen. De minister kon de schepen schorsen of afzetten, maar koos dus niet voor de zwaarste tuchtmaatregel.

De schorsing ging in nadat de beslissing betekend werd, zowel door het gemeentebestuur als de schepen. Michiels kon nog naar de raad van state te stappen, maar het aanhangig maken bij het hoogste rechtscollege zou geen invloed hebben op de schorsing.

Het was trouwens de eerste keer in tien jaar, sinds Vlaanderen daarvoor bevoegd was, dat een Vlaams minister voor Bestuurszaken een mandataris een tuchtstraf oplegde. Ofwel leidden de procedures niet tot een sanctie, ofwel stapten de mandatarissen zelf op.

Uiteindelijk was Willy burgemeester van Haaltert in de periodes 1982-1988 en 2004-2005.

Michiels veerde echter opnieuw recht. 
Opnieuw, na een zoveelste botsing met het gerecht. 
Maar ondertussen ook als miljonair. In euro’s. Miljardair in Belgische frank. 

Zijn dochter Veerle was niet geïnteresseerd in zijn gokbusiness. Ze huwde en scheidde met en van Marnix Galle, de latere echtgenoot van Michèle Sioen en sterke man van de vastgoedgroep Immobel. 

Haar zus Mieke bouwde de familiale vastgoedgroep Fico verder uit. Ze duwt haar vader mee naar de exit. 
In 2015 verkocht die uiteindelijk zijn gokbedrijf aan de groep Waterland met Frank Vlayen als sterke man in Vlaanderen. Die had wel zijn handen vol om het Michiels imperium te ontrafelen.

Willy Michiels concentreerde zich in zijn oude dag volledig op zijn hobby: old timer wagens. Hij kocht het waterkasteel van Moorsel en trok zich terug. 
Later stelde hij zijn kasteel ter beschikking van Fernand Huts die er de indrukwekkende tentoonstelling Pikant! opbouwde. 
Een tentoonstelling over de geschiedenis van kant in België. 

Willy stemde toe om zijn kasteel te laten gebruiken als decor maar wel onder de voorwaarde dat er in de kelder enkele van zijn old timers zouden worden tentoongesteld. 
De nummerplaten van de wagen zijn gepersonaliseerd. Met als basis de initialen ‘WM’. En er lagen enkele kanten onderbroekjes in de wagens. Kwestie van in de stijl te blijven. Zo was Willy Michiels.


Willy overleed op 

Een erfenisoorlog bij één van rijkste families van Vlaanderen waarbij twee dochters vochten om 243 miljoen euro van hun vader, gooide nogmaals wat negativiteit over het fenomeen 'bingokoning Willy Michiels'

Bronnen :

Derijkstebelgen.be
HLN 11/04/2011



Patrick Lerno

Patrick Lerno (Aalst, 21 september 1956) was meer dan een verdienstelijk renner. 

Nadat hij Belgisch kampioen ploegachtervolging was geworden in 1978 werd hij beroepsrenner.

Bij zjn ploeg, Safir, de brouwerij in zijn geboortestad, behaalde hij tijdens zijn eerste volledige profseizoen al mooie overwinningen in Zele, Lesse en Schoonaarde.

De Belgische kermiskoersen leken hem heel goed te liggen. 

In 1980 behaalde hij overwinningen in Overmere, Belsele en Zwijnaarde. 
Maar hij kon meer en bewees dat door ook tijdens de Sluitingsprijs in Kapelle als eerste de eindmeet te halen dat seizoen . 

Mooie afsluiter en de verwachtingen voor 1981 waren dan ook gespannen positief.
Niet terecht,  zo bleek later, want dat jaar bleef hij zonder overwinningen. 

Safir verlengde zijn contract niet en Patrick moest dus op zoek naar een nieuwe ploeg. 

Hij tekende bij Maufroy - Moser. Een kleinere ploeg weliswaar, maar hij beloonde het vertrouwen met zeges in Laarne, Ekeren en Waver. 
De sponsor stopte er eind dat jaar echter mee, en weer moest Patrick op zoek naar een nieuwe ploeg. 
Dat werd De Freddy - Rianta maar dat bleek geen goede keuze te zijn. Er was geen stabiele basis en de ambities bleken zo goed als onbestaande te zijn. 
Niks dus voor Patrick en nog tijdens dat seizoen stapte hij over naar een privé sponsor waar hij seizoen 1983 afmaakte. 

Voor 1984 vond hij geen nieuwe ploeg en zo kwam er te vroeg een einde aan zijn carrière als beroepsrenner. 

Patrick is overleden op 26 augustus 2008 in Zele. 

Eigenlijk kunnen we hem het beste omschrijven als een 'eeuwige belofte ' ... Genoeg potentieel,  maar het kwam allemaal maar niet in gang ... 


donderdag 26 maart 2026

Oude ambachten : Kantklossen

Kantklossen is een handwerktechniek waarmee je kant (textielversiering) maakt door draden op kleine houten klosjes met elkaar te vervlechten tot één groot geheel.

De techniek van het kantklossen bestaat in Europa al eeuwenlang.
Vele kantsoorten vinden hun oorsprong in de West-Europese renaissance. 

Ook in Aalst was kantwerk in de 17e tot 19e eeuw een belangrijke nijverheid, vooral onder vrouwen. 
Kantwerksters werkten vaak thuis of in zogenaamde kantwerkscholen of arme meisjesscholen, waar jonge meisjes leerden kantklossen als voorbereiding op een toekomst als werkneemster of om bij te dragen aan het gezinsinkomen.

De werkomstandigheden van textielarbeiders waren in de 19e eeuw erg bedroevend, en ook voor vele kantwerksters was dit niet anders. Zij werkten meestal in vochtige kelders omdat de fijne linnen draden erg snel breken als ze te droog worden.

Kant manueel vervaardigen is zeer bewerkelijk en dus ook kostbaar, en was daarom in het verleden vooral bereikbaar voor de zeer rijken.

In België bestond een bloeiende kantnijverheid, en werd het vak onderwezen in kantscholen. De patronen van de kant volgden de mode zeer strikt, in alle stijlsoorten werden patronen getekend, die uitgevoerd werden op bestelling.  

Vooral Brugge is gekend om zijn kant, maar ook bijvoorbeeld in Brussel, Gent, Lier en Aalst waren tamelijk wat kantklosters actief. 

In Aalst was dit vooral rond het stadscentrum, met name in de arbeiderswijken, maar ook in kloosters en liefdadigheidsinstellingen, zoals die van de Zusters van Liefde of de Zusters van Maria, waar meisjes onderwijs en ambachtstraining kregen.

Het bleef echter niet enkel bij het centrum. Ook in sommige dorpen en gehuchten rond Aalst werd - vooral thuis dan - kant gemaakt. 
Het ging hier dan vaak om zogenaamde thuisnijverheid, waarbij vrouwen en meisjes lange uren werkten voor bedroevend lage lonen.

Aalst was deel van een groter Vlaams netwerk van kantcentra, samen met steden als Brugge, Gent en Brussel. Aalsterse kant werd vaak uitgevoerd in fijne kloskant (bijvoorbeeld Mechelse kant of Brusselse kant).

Het leven van een kantwerkster in Aalst (vooral 18e–19e eeuw) was zwaar en streng gereglementeerd. 

Het waren meestal jonge meisjes, soms al vanaf 5-6 jaar oud, komende uit arme gezinnen, die via het kantwerk een manier vonden om bij te kunnen dragen aan het gezinsinkomen.

De heel arbeidsintensieve werkdagen begonnen vroeg, vaak om 6 uur ’s ochtends, en men werkte maar liefst 10 à 12 uur per dag.
De pauzes waren heel kort, soms enkel rond de middag. Net genoeg om iets te eten of om naar het toilet te gaan. 
Ook de lonen waren niet om over naar huis te schrijven.  Ze verdienden bitter weinig want de meeste winst ging naar handelaars of tussenpersonen.

Ze werkten vaak tot in hun volwassen leven, tenzij ze trouwden of ander werk vonden.

Maar er was toen echter ook maar weinig opleiding buiten 'het kantwerk', en veel meisjes waren (en bleven) analfabeet, waardoor ook de keuzes voor de toekomst serieus beperkt werd. 

Ook sociale en fysieke gevolgen lieten zeker niet op zich wachten.

De meeste kantklosters hadden een slechte gezondheid. Het ging dan vooral over rugklachten en oogproblemen, door het lange zitten en het werken bij slecht licht.

Toch werd het vaak gezien als "net en vrouwelijk werk", beter dan fabrieksarbeid.

Het klossen gebeurde vaak in kantwerkscholen, die geleid werden door kloosterzusters of particuliere vrouwen, waar de discipline erg streng was.

De meisjes moesten soms urenlang stilzitten, onder toezicht, en moesten in absolute stilte werken. Elke afleiding was nefast en kon worden bestraft.


Kantklossen is precisiewerk. De meisjes gebruikten honderden klosjes, spelden, en patronen op een kantkussen. De patronen werden opgelegd door de school of opdrachtgever.

 

De kant die in Aalst werd gemaakt, was niet alleen een vorm van ambacht, maar ook een handelsproduct dat internationaal gewaardeerd werd.

Hoe zag die kant eruit?

Fijn en delicaat: het ging meestal om kloskant, waarbij met tientallen tot honderden klosjes fijne linnen- of katoendraad werd geklost tot sierlijke patronen.

Populaire stijlen:

Mechelse kant (ook in Aalst nagemaakt): fijne bloemenmotieven, luchtig en sierlijk.

Brusselse kant: zeer verfijnd, vaak met naaldkant gecombineerd.

De patronen werden vaak vooraf uitgetekend op kantbrieven, en de werksters volgden die nauwgezet.

Waar werd Aalsterse kant naartoe geëxporteerd?

Frankrijk: vooral in de 18e eeuw was er grote vraag naar Vlaamse kant voor de aristocratie.

Spanje en Italië: voor liturgische kledij en decoraties.

Groot-Brittannië en Nederland: via handelaars die Vlaamse kant invoerden voor modieuze dameskleding.

Lokale markten: niet alles werd geëxporteerd—kant werd ook verkocht op markten in Gent, Dendermonde of Brussel.

Kant werd gebruikt voor:

Kraagjes en manchetten

Sluiers en doeken

Bruidskledij

Altaarkleden en kerkgewaden

Leuk weetje: ondanks hun armoede raakten kantwerksters zelden hun eigen kant aan; ze konden het simpelweg niet betalen. Alles wat ze maakten was voor verkoop.

Hier zijn enkele afbeeldingen die een goed beeld geven van het kantwerk en de werkomgeving van kantwerksters uit de regio Aalst:​

Kantkussen met klosjes en patroon
Een traditioneel kantkussen waarop het patroon is gespeld, met klosjes en spelden. Dit type kussen werd gebruikt door kantwerksters om fijne kloskant te maken.

Voorbeeld van een kantpatroon
Een kantpatroon dat diende als leidraad voor het klossen. Zulke patronen werden nauwgezet gevolgd om complexe ontwerpen te creëren.

Een antiek kantkussen met klosjes, zoals gebruikt door kantwerksters in de 19e eeuw. Het toont de traditionele gereedschappen en technieken van het kantklossen.

Een voorbeeld van Brusselse kloskant, bekend om zijn fijne bloemenmotieven en luchtige structuur. Hoewel Aalst zijn eigen stijl had, werd er ook inspiratie gehaald uit andere kantcentra zoals Brussel.

Deze afbeeldingen illustreren de precisie en het vakmanschap dat vereist was voor het maken van kant. Kantwerksters in Aalst gebruikten dergelijke gereedschappen en patronen om hun delicate creaties te vervaardigen, vaak onder moeilijke omstandigheden.​

Als je geïnteresseerd bent in het bekijken van authentiek kantwerk, kun je overwegen een bezoek te brengen aan het Kantcentrum in Brugge, waar je een uitgebreide collectie en demonstraties kunt vinden. In Aalst zelf is hierover jammer genoeg weinig tot niks meer terug te vinden. 

Bronnen :

zondag 11 januari 2026

Sammeke

Sammeke is de bijnaam voor de ondertussen beroemde (of beruchte) mobiele, autonome superflitspaal die overal in het land, en dus ook in de politiezone Aalst, wordt ingezet door de lokale politie.


Sammeke houdt zich bezig met het betrappen van snelheidsduivels en daardoor ook met het verhogen van de verkeersveiligheid, vooral rond scholen en gekende gevaarlijke plaatsen. 

De naam van deze twee ton wegende paal werd geïnspireerd door het serienummer 'SAM' van de fabrikant.

Sammeke flitst automatisch en wordt wekelijks verplaatst naar nieuwe locaties, waarbij zowel kleine als grote overtredingen worden beboet. 

Wat is Sammeke eigenlijk?

Het gaat hier over een mobiele en autonome flitspaal: Een zwaar, verplaatsbaar toestel dat onbemand werkt en zichzelf kalibreert met een speciale mat.

Deze 'superflitser' gebruikt doorgaans Lidar-technologie voor nauwkeurige snelheidsmetingen in alle weersomstandigheden. 

LiDAR staat voor Light Detection And Ranging, een techniek waarmee een bepaald apparaat de omgeving scant om de afstand tot objecten of personen te berekenen. 

Een LiDAR-scanner maakt hiervoor gebruik van kleine, onzichtbare laserstralen. 
Die botsen tegen voorwerpen in de ruimte en kaatsen dan terug naar de scanner. 
Aan de hand van de snelheid waarmee dit gebeurt, bepaalt LiDAR de afstand tot het object en kan van bewegende objecten de snelheid exact worden geregistreerd.

Volgens commentaren op sociale media wordt Sammeke enkel ingezet om de hardwerkende burgers te 'kloten' en om de stadskas te spijzen, maar dat is natuurlijk de gebruikelijke klavierpraat.

De echte redenen zijn dus  :

Verkeersveiligheid: 

- Te hard rijden bestraffen.
- Vooral in schoolomgevingen en op gevaarlijke plekken proberen om gevaarlijke situaties te vermijden.

Sensibilisering: 

- Bewustzijn creëren bij bestuurders, wat moet leiden tot een daling van de gemiddelde snelheid.

Effectiviteit: 

Sammeke bewees in het verleden al dat hij heel effectief is, en dit door duizenden overtredingen vast te stellen, een teken dat het wel degelijk nuttig en nodig is. 

LiDAR, zoals Sammeke dus eigenlijk officieel heet, waakt dus dagelijks over onze wegen en dit sinds augustus 2023.

Toen werden ook GAS 4 en 5 (een onderdeel van de nieuwe Gemeentelijke Administratieve Sancties) ingevoerd. 

Dat flitscontroles werken, beseffen ook de buurtbewoners van straten waar al eens te snel wordt gereden. 
De politie krijgt dan ook veel aanvragen. 
Ze krijgen mails en worden op straat aangesproken met de vraag “Wanneer komen jullie in onze straat eens flitsen?”. 
Ze proberen daar zo veel mogelijk op in te gaan, omdat het belangrijk is om te luisteren naar wat de buurt aangeeft.

Flitsen gebeurt niet enkel op aangeven van de burgers. 
De politie flitst op het volledige Aalsterse grondgebied, maar ze kiezen de plaatsen met precisie uit. 
Ze gaan dus zeker ook naar plekken waar er effectief een probleem is en daarvoor beschikken ze over verschillende bronnen, zoals de ongevallenstatistieken, gps- en gsm-data. 

Daarnaast slaan ook de mobiele borden, die aangeven hoe snel je rijdt, gegevens op die geanalyseerd worden. 

En dan is er ook nog de externe databank met V85-cijfers: hoeveel rijdt 85% van de bestuurders? 

En natuurlijk leveren ook de wijkagenten en de Verkeerspolitie waardevolle informatie aan.

De plekken worden dus zeker niet uitgekozen om mensen te pesten, maar om een probleem in kaart te brengen én te verhelpen. 

Op plaatsen waar meer dan 20% van de bestuurders te snel rijdt, keren ze vaak nog eens terug voor een tweede meting. 
Maar ze laten er wel altijd een periode van minstens twee weken tussen, zodat de boete al in de bus is gevallen en je dus in het vervolg twee keer nadenkt voor je de gaspedaal induwt op diezelfde plek. 

Men focust dus enkel en alleen op gedragsverandering. 
Het doel is om de snelheid te laten dalen en de leefbaarheid te verhogen, niet om x aantal vaststellingen per dag te doen. 

Daarom staat Sammeke ook open en bloot opgesteld. Je kán 'm echt niet missen, tenzij je te snel rijdt of niet aan het opletten bent achter het stuur.

Het plaatsen van Sammeke is een hele onderneming, waar uiteraard ook zwaar materieel aan te pas komt.

Zijn koosnaampje doet immers misschien wel anders vermoeden, maar het gaat hier wel over een gevaarte van maar liefst 2 ton. 
De helft van dat gewicht is de batterij. 

Het flitstoestel wordt telkens vervoerd door een takelwagen. 


Ter plekke wordt de batterij verwisseld en wordt het toestel gekalibreerd. 
Dat gebeurt met een gele mat van dertig meter lang die wordt uitgerold. 

Sammeke maakt in totaal vier foto’s van een voertuig. 
Die foto’s worden bekeken en de gegevens worden gecontroleerd.

Is het voertuig correct ingeschreven en verzekerd? 
Is de auto gekeurd? 
Geseind?

Kleine snelheidsovertredingen worden beboet via de GAS-ambtenaar van de stad. 
Grote overtredingen vallen in je brievenbus via de politie of het parket.
 
Waar vind je hem (actuele locatie)?

De locatie van Sammeke verandert wekelijks. 

Je kunt de actuele plaatsing vinden op de websites van de Politiezone Aalst of lokale media zoals Nieuwsblad en HLN. 
Ook Oilsjt een weireldstad publiceert de nieuwe lokatie steeds op Facebook.
Sammeken is zowel in het centrum als in de deelgemeenten een vaste gast.

Het vraagt natuurlijk wel allemaal een aanpassing voor de mensen, maar het is allemaal echt wel belangrijk voor onze veiligheid. 

De politie is heus niet op zoek naar iemand die eens 5 km/u te snel rijdt. 
Daarom is een boete van 53 EUR ook eerder sensibiliserend. 

Echter, de mensen die een gevaar vormen op de baan, die moeten er echt wel uit. 

Ooit werd iemand drie keer geflitst aan 100 km/u in een zone 50. Op twee uur tijd! 
Dat is een potentiële moordenaar. 

Zulke mensen moeten gecorrigeerd worden via de politierechter. Niet met een figuurlijke corrigerende tik, maar wel met een serieuze ‘lap’. 

Als dergelijke snelheidsduivels van de weg kunnen gehaald worden voor zij brokken maken, is dat een hele stap voorwaarts.


In 2025 kwam in onze stad niemand om het leven bij een verkeersongeval. 
Het was al heel lang geleden dat de stad Aalst een jaar kon afsluiten zonder verkeersdoden.

De cijfers tonen aan dat de inzet op verkeersveiligheid loont. Het stadsbestuur zette het voorbije jaar dan ook sterk in op handhaving en sensibilisering. 

Volgens burgemeester Christoph D’Haese zorgen gerichte controles voor meer verantwoord rijgedrag. 

“Bestuurders houden vaker rekening met de snelheidslimieten en alcohol blijft steeds vaker uit het verkeer,” aldus de burgemeester.


Bronnen:

Politie.be
Facebookpagina Oilsjt een weireldstad
Het Nieuwsblad 01/09/2016
Aalst.be
HLN 11/01/2026

dinsdag 6 januari 2026

Huis Liénart

Op de Grote Markt, aan huisnummer 2 bevond zich vroeger een 18e eeuws herenhuis, dat bij de Aalstenaars bekend zou worden onder de naam 'Huis Liénart'.  Het huis bevindt zich tussen 'De Graaf van Egmont' en het Landhuis van Aalst (vroeger gemeentehuis).


Het eerste, originele, gebouw dateerde trouwens reeds uit de 14e eeuw, meer bepaald uit 1380, althans volgens bronnen uit dat jaar, toen 
"Aelst verdhestrueert ende vague lagh tengevolge van de bestorming der Gentenaars, die, ten getale van zesduizend, onder de bevelen van Raas van Herzele, Jan de Lannoy en Arnold de Clerke, hier alles geplunderd en vergrand hadden". 

In het jaar 1401 vinden we er een woonst, geheten "Den Beer". 
We lezen : "Neven de erve die men heet 'den Nieuwen Steen' ... de stede Den Beer van Steven van Vaerenwijck aen deen syde het gravelijck Leen ten Steen, haudende den huc van de Cattestraete, commende van achter aen de erve van Frans de Vremde".

De naam waaronder we het gebouw nog steeds kennen, verwijst naar de familie Liénart die er tussen 1870 en 1937 woonde. 

Als telg van een patriciërsfamilie uit Doornik vestigde Albert Liénart (1774-1833) zich in onze stad, meer bepaald in de Kapellestraat. Hij stichtte de Banque Liénart na zijn huwelijk met Jonkvrouw Isabella Pauwelaert van Aalst, dochter van Ridder Georges-Jean Pauwelaert, burgemeester van Aalst op het einde achttiende eeuw.

Albert Liénart wordt trouwens aangeduid als fiere eerste eigenaar van een auto in Aalst. 
"Het was een wagen zonder paarden die onder groot beziens de Grote Markt opdenderde en waarmede de eigenaar toenmaals sensatie verwekte in de omliggende dorpen"

Volledigheidshalve moet worden bijvermeld dat die eerste auto in Aalst tevens de tweede was in ons land. Slechts koning Albert kon reeds pratgaan op een soortgelijk 'duivelstuig'!

En dat allemaal terwijl men in 'derp d' anno 2026 nog steeds op 'basketslasjkes' rondloopt :-) 

Hun zoon Camille Liénart (1807-1872) volgde zijn vader op als eigenaar van de familiale bank en werd tevens stichter van het Discontokantoor en het agentschap van de Nationale Bank te Aalst.
In 1839 huwde hij met Eline van den Broucke, dochter van François-Martin van den Broucke, lid van de Raad van de Regering. 
Drie zonen volgden.

De oudste zoon van het koppel, Albert Liénart (1840-1871), was gemeenteraadslid en katholieke volksvertegenwoordiger van Aalst van 1866 tot aan zijn dood in 1871.

De jongste zoon, Charles Liénart (1847-1921), werd ook gemeenteraadslid tot 1896 en katholiek senator van 1888 tot 1897.

De tweede zoon Alexander Liénart (1841-1874) werd bankier zoals zijn vader en grootvader maar stierf op amper drieëndertig jarige leeftijd. 
Hij was gehuwd met Isabella van den Broucke (1846-1913), dochter van Joseph van den Broucke, luitenant-kolonel, commandant van het legioen der burgerwacht van Aalst en tevens ook gemeenteraadslid. 

Zij vestigden zich in 1870 in het prachtige huis van de familie De Ruddere aan de Grote Markt, dat vanaf dan ook 'Huis Liénart' genoemd wordt.

Aalst was op het einde van de 19de eeuw een verpauperde stad. 
Lange arbeidsuren en beschamend lage lonen waren de voornaamste oorzaken van de diepe ellende waarin de mensen moesten leven. 
Het grootste deel van de bevolking behoorde dan ook tot het proletariaat en was ongeschoold. Kinderarbeid en uitbuiting waren 'normaal' in die periode, denken we maar bijvoorbeeld aan de film 'Daens' over het leven van de Aalsterse priester, die hier een perfecte weergave van geeft.

Als sociaal voelende katholiek, en aangewakkerd door de encycliek Rerum Novarum, was de weduwe van Alexander Liénart er zich goed van bewust dat kosteloze lagere scholen met een zedelijke en godsdienstige opvoeding vooral voor kinderen van de minderbegoede klasse een belangrijke basis konden leggen voor een beter geslaagd sociaal leven en een grotere individuele welvaart.

In die tijd had Aalst natuurlijk ook niet de uitgestrektheid van vandaag. 
Eens buiten het centrum van de stad kreeg men uitzicht op de landelijke horizon en op de moerassen van het Osbroek waar zich enkele krotwoningen bevonden.

In 1896 werd op haar initiatief en met het door haar ter beschikking stellen van gronden op de wijk van het Osbroek en van de Zoutstraatpoort, twee lagere kosteloze scholen gebouwd.

Aan de Postweg (de huidige Sint-Kamielstraat) kwam de Sint - Camillusschool voor jongens.
Deze stond op naam van haar enige zoon Camille Liénaren, die ook aktief meewerkte en de school aan de stad schonk op 9 november 1896.
Het bas-reliëf (officieel erkend als stadsmonument) in de poort van de school vereeuwigt dit mooie gebaar. 

Het was in die periode nog de gewoonte dat leerkrachten zonder diploma konden werken. Zo was er 'onderwijzer', Mr Van Heuverzwijn, die priester werd en zich later directeur zonder klas mocht noemen van de steeds maar groter wordende school. 
'Suske Fix', zoals hij in de volksmond ook wel genoemd werd, zou later op dezelfde dag als zijn huishoudster op ruim 90-jarige leeftijd overlijden. 

Aan de Geraadsbergsestraat kwam er de meisjesschool Sinte Isabella (nadien Sinte Lutgardis) die onder de hoede kwam van haar enige dochter Aline Liénart.

Aline, die trouwens ook in de hogere kringen bleef en zich later 'mevrouw Baron Romain Moyersoen' mocht noemen. De baron haalde naam en faam op politiek gebied, was burgemeester van Aalst en werd 'Minister van State'.
Aline overleed in februari 1940.

De ontwikkeling van de jongensschool was zeer succesvol. 

Reeds in 1899 voorzag de Sint-Kamielschool in avondlessen voor volwassenen, en ook de klassen voor meer ontwikkelden waar een summiere leerstof van de middelbare school werd gegeven, kenden veel bijval. 

Het is dankzij dit aanbod dat reeds toen honderden jonge mensen de gelegenheid kregen om zich op te werken en zich van een beloftevolle loopbaan te verzekeren in de openbare besturen en in vele particuliere bedrijven in en rond Aalst. 

Een ander 'figuur' uit de Aalsterse onderwijswereld was mijnheer De Waegeneer, een onderwijzer uit Nederbrakel die aan de St Kamielschool fungeerde en van daar naar de Meuleschettestraat trok, waar hij in 1911 startte met het Technisch Onderwijs Avondschool. Dit evolueerde tot de huisige VTI. 

In 1904 zouden weduwe Alexander Liénart en haar zoon Camille Liénart vanwege Paus Pius X respectievelijk de titel van Romeinse Gravin en Romeinse Graaf verkrijgen, en dit naar aanleiding van hun grote inzet voor het katholiek volksonderwijs in Aalst.

Gedurende de eerste wereldoorlog werd het gebouw ook gebruikt door de Duitsers.

In de kelders van het Belfort vonden toen de voedsel- en goederenbedelingen voor de noodlijdende bevolking plaats en vanaf 1916 werd hier ook het gehate en gevreesde Duitse ‘Meldeamt’ gevestigd.

Alle mannelijke 16-plussers moesten zich hier komen aanmelden en velen werden opgeëist om te gaan werken in de Duitse oorlogsindustrie.

In de Winter van 1917 werd in 'De Graaf van Egmont' en in het buurhuis ‘Liénart’ ook een ‘Soldatenheim’ opgericht.
Zo’n soldatenheim (of soldatenhuis) was eigenlijk de ontspannings- en ontmoetingsplek voor Duitse militairen.
Ook in de Lange Zoutstraat was trouwens zo’n Soldatenheim gevestigd.

Het hoofdkwartier van de Duitse troepen was gevestigd in het ‘Hotel du Compte de Flandre’ op het Statieplein. 
De opvolger van ‘Von Meyer’, generaal Jurg, richtte tenslotte ook nog een Etappenkommandatur op in het huis.
en Etappenkommandatur was een militaire bestuurs- en controledienst van de Duitse bezetter tijdens de Eerste Wereldoorlog, verantwoordelijk voor het beheer en de uitbuiting van bezette gebieden (de 'Etappe') achter het front, waarbij ze lokale economieën regelden, goederen vorderden en verordeningen oplegden. Het was een typische instantie van het Duitse Militärverwaltung (Militair Bestuur), die controle uitoefende op het dagelijks leven, transport en de economie in bijvoorbeeld België en Noord-Frankrijk. 

De familie Liénart was reeds eerder gevlucht voor het aankomende geweld, en had de sleutel van het huis toevertrouwd aan zijn bediende, Charles.
 
Toen deze vernam dat de Duitsers daar hun intrek zouden nemen, verkocht hij nog heel gauw de heel goed gevulde wijnkelder van de familie aan Camiel Van Hecke. 
Op die manier zouden de ongeveer 1000 flessen, waaronder enkele heel waardevolle, tenminste de oorlog nog overleven … 

So far so good ... ware het niet dat deze Camiel ze op zijn beurt ook al heel snel doorverkocht … aan de Duitsers.

De familie kwam na de oorlog terug naar onze stad en in 1919 werd klacht ingediend over de inbezitneming van de woning door de Duitsers. De klacht luidde ‘Huiselijken diefstal en verheling’.

Na de eerste wereldoorlog werd verder gewerkt aan het scholenproject en de vierde graad van het technisch-, handels- en in mindere mate ven het landelijke type werden bijgevoegd ten einde de leerlingen te bekwamen in een veranderlijke economische omgeving

De familie verliet het gebouw in 1937.
Eén jaar na hun vertrek werd het gebouw door de notarissen Moyersoen en Breckpot verkocht en kwam het in handen van de N.V. Kredietbank.

Het was Jos Taeymans die het gebouw via een openbare verkoop verkreeg.
Hij deed de aankoop in opdracht van de bank, maar het interieur bleek niet geschikt te zijn om er bankzaken te doen.
Men liet het statige gebouw dus afbreken en heropbouwen

Een nieuwe voorgevel, in Art-Decostijl, werd ontworpen door Robert Stekke. 
Toen al had men kritiek op het beleid van de stad in verband met oude gebouwen. 
In De Volksstem van 23 september 1938 lezen we hierover onder andere : 

"Heden, na den aankoop door de NV Kredietbank, heeft men vastgesteld, dat later een tweede verdiep op het huis Liénart werd aangebracht. Jammer dat in de bureelen der Openbare Werken geen de minste inlichting nopens het voormalig gebouw te vinden is! We vernemen nochtans, dat de nieuwe eigenaarster, na onderzoek of het huis met Franschen steen werd gebouwd, het lofwaardig inzicht heeft, hetzelve in zijn primitieven staat min of meer te doen herstsellen. Indien zulks mogelijk is, het standbeeld zou er veel bij winnen'"

De Kredietbank kon er zijn nieuwe filiaal openen op 10 mei 1940, exact de dag waarop de nazi's dus opnieuw onze stad binnenvielen. 

Tijdens de oorlog werd de bank ingenomen door Ortskommendant Lidner, maar na enkele weken onderhandelen kon directeur Robert Morre ervoor zorgen dat de commandant verhuisd naar het 'het witte gebouw' aan het Sint-Maartensinstituut.

Na de Kredietbank werd het gebouw een winkelpand, waar onder andere 'Schoenenreus' en 'Blokker' gevestigd waren.


Een herbestemming werd gezocht, en ook gevonden, na het failissement van laatst genoemde.

Exact 28 jaar nadat McDonald’s zich kwam vestigen op de Grote Markt zou de fastfoodketen een nieuwe locatie krijgen. 
De stad gaf eind december 2025 immers groen licht voor de verhuis naar het "Huis Liénart".

Met deze verhuis zou worden ingezet op een nieuwe invulling van het pand, maar met respect voor het waardevolle historische en architecturale karakter van de omgeving. 

Zo werd afgesproken dat de iconische gele letter “M” niet op de gevel van Huis Liénart zal worden aangebracht, en ook de leveringen (langs de Kattestraat) zullen gebeuren onder strikte voorwaarden.

In april 2026 kwam echter een ontnuchterend bericht voor de fastfoodketen.
De vergunning voor het nieuwe McDonald’s-restaurant op de Grote Markt van Aalst is door de deputatie van Oost-Vlaanderen immers geweigerd. 

Eerder gaf het stadsbestuur van Aalst wel groen licht, maar een buur spande een beroepsprocedure aan. Vooral de leveringen en vijftig tot tachtig ritten van fietskoeriers via de Kattestraat zijn een doorn in het oog van buurtbewoners. “Dat kan aanleiding geven tot hinder, mobiliteitsproblemen of visuele verstoring in een historisch waardevolle omgeving”, oordeelt de deputatie.


Bronnen :

Denderjournaal 23/12/2025
HLN 23/12/2025 - 12/04/2026
De Volksstem 23/09/1938
De Gazet van Aalst 8/12/1962 - 15/12/1962 - 22/04/1967 - 27/04/1967
De Voorpost 27/06/1980 - 16/12/1983 - 25/05 1984
Foto Blokker : Google maps