De zogenaamde 'Verloren Maandag' kennen de meesten wel van de traditie die gevierd wordt op de eerste maandag na de eerste zondag na Driekoningen (wat een berekening ...).
Die traditie wordt vooral in en rond Antwerpen levendig gehouden door het massaal eten van worstenbroodjes en appelbollen, zowel thuis als op kantoor.
Ook in Brussel kent men het fenomeen, maar daar geven de cafébazen een traktatie en gaan ze rond met hapjes.
In Aalst, 'dwarsliggers' als we zijn, geen Verloren Maandag in januari.
Neen, bij ons vieren we dat historisch in oktober, meer bepaald de eerste maandag van oktober.
De traditie is echter zo goed als volledig verloren gegaan.
De oorsprong van 'onze verloren maandag' gaat terug tot de 19de eeuw, wanneer Aalst een echte fabrieksstad was.
In de fabrieken en ateliers kende men toen het gebruik om begin oktober de petroleumlampen in de fabrieken schoon te maken en te vullen, iets wat diende te gebeuren omdat er wegens het korten van de dagen stilaan bij kunstlicht moest gewerkt worden, en de verlichting dus 'up-and-running' moest zijn.
Daardoor kon er op die dag ('begin van 't lichtwerk') niet normaal gewerkt worden en kregen de arbeiders ook geen loon: een echte verloren maandag dus.
Om de bittere pil van de misgelopen centen te verzachten, en om één van de weinige dagen 'vrijaf' voor de arbeiders te vieren, trokken deze massaal de stad in om te feesten ... wat dan weer uit kon monden in een extra 'baaldag' op dinsdag.
In De Volksstem van 9 november 1940 wordt dit als volgt omschreven :
'... en men maakte er gebruik van om in de verschillende wijken volksfeesten in te richten, die jammer genoeg in braspartijen eindigden.
Die braspartijen waren somtijds zoo buitensporig, dat velen den daaropvolgenden dag niet konden beginnen te werken, maar ziek te bed lagen. Die dag werd dan ook genoemd 'spaafdag' of 'spuwersdinsdag' (in den zin van overgeven).
Ook lieten veel werkgevers toe, den tweeden dag als rustdag voor gansch de fabriek te nemen'
In 'De Werkman' van 4 juli 1873 vinden we de waarschuwingen van een vader (Nardus) aan zijn zoon (Pieter Wannes) :
'... en als ge naar de stad gaat, Pieter-Wannes, dan moet gij partikulier uit uw oogen zien; de verleiding is tegenwoordig groot. Als 't nu moet, gaat in de treffelijkste herbergen en wacht u wel van de kavietjes waar men :
- den verloren maandag viert,
- daar een vaantjen hangt en zwiert,
- daar men heele potten drinkt,
- daar men in 't prieeltjen klinkt,
- daar men met den bierbas vrijdt,
- daar men schrijft met dobbel krijt
- ...'
In de katholieke kranten werd vooral het grote nadeel van die vrije dag aangekaart, en met name het overmatige alcoholgebruik bleek daarbij een groot struikelblok te zijn.
In De Werkman van 7 oktober 1887 lezen we :
'Laat ons bidden, in elk huisgezin, voor de kiezingen, voor de werkende mens. Als men ziet, gelijk t' Aalst, dat er 's avonds en 's nachts op verloren maandag, jongens van 17 à 18 jaren loopen, met rampzalige dochters aan hunnen arm, d'een herberg in, d'ander uit, o wat geslacht zal dat worden! Welke ramp voor de familiën, voor ons Vaderland ...'
In Het land van Aelst van 9 oktober datzelfde jaar :
't' Aalst, op verloren maandag, aan den Osbroek, Orgelbals geweest, veel lawijt, veel zat volk en 's avonds gevochten leven-sta-bij.
't Zijn schoon spektakels'
Men zag de arbeiders veel liever naar de mis gaan, en godsvruchtige activiteiten ondernemen, in plaats van de losbandige feesten, kermissen en andere activiteiten zoals 'gerrebollen ' of 'belotten'…
Ook werd vroeger een 'groote eierenkoers voor wielrijders' georganiseerd op die dag (5 oktober 1901 om 2 uren 's namiddags in de Molenstraat).
De prijzen?
De eerste prijs was 'een schoone lantaarn Aeytelène van 12 franken', de tweede mocht naar huis met 'een schoone tricot', de derde met 'een lantaarn Acytelène van 8 franken'.
Verdere prijzen : 'een paar beste kousen voor wielrijders', 'eene goede bel', 'een grelot' (= een rinkelbelletje) ...
Verdere prijzen : 'een paar beste kousen voor wielrijders', 'eene goede bel', 'een grelot' (= een rinkelbelletje) ...
In 1905 werd al, zij het dan in het Brusselse, eens gewag gemaakt van het einde van deze viering. Zo lezen we in De Denderbode van 12 januari 1905 :
"De leiders der socialistische partij te Brussel leggen een schoonen iever aan den dag, om de werkliê af te houden van de werkeloosheid en de drinkpartijen, waartoe verloren Maandag gewoonlijk aanleiding geeft. ... Zij willen geen werkeloosheid meer op verloren Maandag.
Goed 't is een gebruik uit het verleden dat zal verdwijnen zonder dat wij het zullen betreuren, daar het tot misbruik is ontaard".
... maar deze 'stopzetting van de traditie' was nog wat voorbarig (zeker voor Aalst);
De traditie hield het langste stand - tot eind jaren 70 - in de wijk De Kat, de buurt rond het Vredeplein en de Ridderstraat.
In De Voorpost pakte men in 1978 al uit met de titel 'Uit de oude doos', maar het fenomeen bestond dus wel nog, zij het écht heel lokaal ...
In deze buurt hield men toen, tijdens het eerste weekend van oktober, de 'Kattekeiremis' met volksspelen en optochten.
Daar waar we ons tijdens een kermis tegenwoordig bijna volledig concentreren op 'smaabollen', speelden de bakkers hier toen op in door vederlichte, goedkope gistdeegkoeken (meestal met rozijnen) te bakken die gloeiend heet, rechtstreeks uit de oven, werden verkocht: de hete broodjes ofte 'heetebrood'.
Wetende dat bakkers nachtwerkers zijn, is het ook niet verwonderlijk dat deze broodjes al heel vroeg klaar waren en de meeste mensen nog aan het slapen waren.
Om de schone slapers wakker te maken, maakte de bakker al vroeg op de morgen een oorverdovend lawaai op straat, gebruik makend van een ossenhoorn of een ander instrument.
Uiteraard leverde dat heel wat klachten op van 'verstoorde burgers', en dus werd dit 'wekken' na een tijdje verboden.
Later werd het de bakkers opnieuw toegelaten om lawaai te maken, maar slechts met korte tekens.
Een teken wanneer het brood in de oven ging, een teken als 't half gebakken was, en een teken als alles klaar was.
Wie deze wet overtrad, kreeg een boete en speelde zijn instrument kwijt.
Uiteindelijk viel het aankondigen door de bakker volledig weg en diende 'de vader des huizes', na het afhalen van de broodjes, zijn gezin te wekken door middel van geblaas in een trechter.
De kinderen met het heetbrood op hun schoot zongen dan 'Heetebrood in mijnen schoot, ik zowel als een ander'.
Het 'Heetebrood' werd later trouwens ook huis aan huis besteld, vooral voor diegenen die zich moeilijk konden verplaatsen naar de bakker.
Enkele leden van de feestmaatschappij “De Kat” (ook de naam van de wijk) droegen dan grote manden warm brood door de straten. Hier in 1977, met de Belleman voorop.
In de jaren 70 was het ook traditie dat men om 10 uur naar het Landhuis / Stadhuis trok om ook de burgervader en zijn helpende schepenen een doosje hetebroodjes te overhandigen.
Een aanzet tot de huidige traditie om op carnavalswoensdag bij de burgemeester 'kaffekoeken' te gaan eten?
Vanwaar komt nu de traditie van het heetbrood?
Wel, naast de fabrieksarbeiders hadden ook de boeren een groot aandeel in dit feest, met name 'de broodjes'.
De boeren vierden immers gelijktijdig de overgang van de zomer naar de winter met een dag vol plezier. De oogst was binnengereden en men kon met een gerust hart de winter tegemoet gaan.
Om dit te vieren namen zij één dag vrijaf, inderdaad, de bewuste eerste maandag van oktober.
Om dit te vieren namen zij één dag vrijaf, inderdaad, de bewuste eerste maandag van oktober.
Op die dag dronken zij eens flink en deelden onder mekaar broodjes uit ...
Ook waren er in de jaren 60-70 een 'koning', een 'koningin', en een 'prins verloren maandag'.
Deze moesten zich bewijzen via het 'gerrebollen', en de eersten in het klassement kregen de titel.
De eerste man en vrouw werden respectievelijk koning en koningin.
De tweede werd prins.
De tweede werd prins.
Later werd dit 'gerrebollen' vervangen door 'belotten'.
Deze competitie speelde zich af tijdens het jaar, en de finale, en de titel, werden dus beslecht op 'verloren maandag'.
De titel werd uitgereikt door de regerend prins karnaval en bloemenfee, onder toeziend oog van het organiserend comité.
Bij het 'gerrebollen' wordt er gespeeld met een zware, platte, schijfvormige houten bol.Deze moeten in specifieke gleuven of openingen ('gerren') worden gerold, wat punten oplevert.'Belotten' is een kaartspel dat vooral gespeeld wordt in de Denderstreek. De spelregels lijken erg veel op die van het klaverjassen, waarvan het spel wellicht ook afstamt.
Later zou deze kermis ook samenvallen met de braderie in de Kattestraat.
'Op den zondag voor en den maandag van Verloren Maandag grijpt in deze dekenij de jaarlijksche winterfoor ofte braderij plaats ...'
Hoewel de specifieke traditie van de hete broodjes in oktober grotendeels naar de achtergrond was verdwenen, besloot het comité in 1978 dat het allemaal 'toch niet meer zoals vroeger was' en hield er na dat jaar mee op.
Kattekermis was dus bijna echt 'geschiedenis' tot in 1983, terug op de eerste maandag van oktober, plots opnieuw hete broodjes werden rondgedeeld in de De Ridder- en de De Keyserstraat.
De dag ervoor was de straat verkeersvrij gemaakt en de organisatoren van 'Netwerk', 'De Gele Limonade' en 'Het Rond Vierkant' zetten stoeltjes buiten en plaatsten kraampjes.
De straat werd kleurrijk versierd en er was terug 'ambiance'.
De straat werd kleurrijk versierd en er was terug 'ambiance'.
Tegenwoordig zijn er nog enkele bakkers die wel een poging doen om het allemaal 'levendig' te houden, maar we moeten uiteindelijk toch besluiten dat deze mooie traditie jammer genoeg verloren is.
Hoewel het dus allemaal voornamelijk 'herinneringen' zijn, leeft het ambachtelijke broodjeserfgoed in Aalst wel voort in de vorm van de mastel.
Dit ronde broodje met een kenmerkend putje in het midden werd vroeger namelijk ook vaak warm gegeten (bijvoorbeeld met bruine suiker en boter ertussen gestreken en dan met het strijkijzer warm geperst).
Vandaag de dag vormen deze mastellen trouwens nog steeds de onmisbare basis voor de beroemde Aalsterse vlaaien ('Oilsjterse vloin').
Aangezien de authentieke heete broodjes van weleer lichte broodkoeken waren op basis van een rijk gistdeeg (verwant aan de Aalsterse mastel), kun je ze thuis ook maken met dit traditionele recept.
Ingrediënten:
• 500 g tarwebloem (patentbloem)
• 1 zakje gedroogde gist (ca. 7 g) of 25 g verse gist
• 250 ml lauwe melk
• 50 g malse roomboter (op kamertemperatuur)
• 30 g kristalsuiker
• 1 eierdooiers (voor het deeg) + 1 ei (losgeklopt om te bestrijken)
• 1 snufje zout
Bereidingswijze:
1. Het deeg kneden:
Los de gist op in de lauwe melk met een snufje suiker en laat 5 minuten rusten tot het begint te schuimen.
Meng de bloem, de rest van de suiker en het zout in een grote kom.
Voeg het gistmengsel en de eierdooier toe.
Kneed het geheel tot een samenhangend deeg en voeg als laatste de malse boter toe.
Kneed minstens 10 minuten stevig door tot je een soepel, elastisch deeg hebt.
2. Eerste rijs:
Vorm een bal van het deeg, leg het in een licht ingevette kom en dek af met een vochtige doek.
Laat het deeg op een warme plek 1 uur rijzen tot het in volume verdubbeld is.
3. Broodjes vormen:
Als het deeg in volume is verdubbeld, druk je de lucht eruit. Nu strooi je de (geweekte en goed drooggedepte!) rozijnen over het deeg. Je vouwt en kneedt het deeg kort door elkaar tot de rozijnen goed verdeeld zijn.
Als je de rozijnen al tijdens het eerste kneden zou toevoegen, kunnen de scherpe randjes van de rozijnen de glutenstructuur van het deeg kapotscheuren. Hierdoor rijst het deeg minder goed en worden je heetbroodjes minder luchtig.
Bovendien kunnen de rozijnen door het lange kneden kapotgaan, waardoor je deeg grijs of vlekkerig kleurt.
Net voor de tweede rijs toevoegen dus.
Verdeel het deeg in gelijke porties van ongeveer 70 à 80 gram.
Bol ze mooi strak op tot ronde broodjes.
Als je er echte mastellen van wilt maken, druk je met je duim stevig een putje in het midden van elk bolletje.
4. Tweede rijs:
Leg de broodjes op een met bakpapier beklede bakplaat.
Dek ze losjes af en laat ze nogmaals 30 minuten rijzen.
5. Bakken:
Verwarm de oven voor op 210 °C.
Bestrijk de gerezen broodjes met het losgeklopte ei voor een mooie, glanzende goudbruine korst.
Bak dan de broodjes in 12 tot 15 minuten goudbruin en gaar.
Haal ze uit de oven en eet ze zoals de Aalstenaars destijds: gloeiend heet recht uit de oven!
Smaukelek!!!
Bronnen:
De Voorpost 04/10/1974 - 10/10/1975 - 07/10/1977 - 06/10/1978
De Volksstem 05/10/1901 - 06/10/1910 - 27/07/1933 - 09/11/1940
De Werkman 04/07/1873 - 29/09/1876 - 07/10/1887
De Denderbode 12/01/1905
Voor Allen 08/10/1966
De Gazet van Aalst 04/10/1969 - 23/09/1983
Foto bedeling : De Voorpost 07/10/1977
Foto viering op straat : AI, wegens gebrek aan echt fotomateriaal
't Land van Aalst 09/10/1887
Erfgoed Denderland
Wikisage.org
Streekproduct.be
Meme's recept
Syndicale Unie voor het Brood-, Banket-, Chocolade- en IJsbedrijf vzw
Broodenbanket.be




















