Nieuws uit Aalst

--------- Profiesjat Prinsj Joshy !!! ------- 't Principoilsjte vandaug es da ge ni te veil complementen mokt en genietj van 't leiven ! - - - - - - - Covid-19/Griep : Blijf aub voorzichtig en denk aan uw medemens !! - - - - - - - Deel enkel berichten van officiële bronnen om fake news te vermijden !!! - - - - - - - -

woensdag 30 september 2026

Tolwegen in en rond Aalst

Er is tegenwoordig heel wat te doen omtrent het invoeren van tolwegen / autovignetten in België. 

Vanaf 1 mei 2027 heeft u immers een digitaal wegenvignet nodig om met bepaalde motorvoertuigen te rijden op de Belgische gewest- en snelwegen (open definitie). Als u enkel op lokale wegen rijdt heeft u geen vignet nodig.

De verplichting geldt trouwens niet enkel voor Belgische maar ook voor buitenlandse (occasionele) gebruikers van gewest- en snelwegen.

Het vignet is digitaal, is gekoppeld aan de nummerplaat, en er hoeft dus niets op het voertuig geplakt of erin gelegd te worden.
De belastingplichtige is dan ook de persoon op wiens naam de nummerplaat van het voertuig is ingeschreven.
Het vignet kan enkel online gekocht worden via de officiële website of bij een erkende partnerorganisatie.
De aankoop van dit vignet is mogelijk vanaf 1 maart 2027.

De praktische details worden momenteel nog verder uitgewerkt en zullen later bekend gemaakt worden. Alle info is nog onder voorbehoud van definitieve goedkeuring door het Vlaams Parlement.


Maar is dit nu echt zo nieuw in ons land? 

Tussen Aalst en 'derp d' in elk geval niet want hier verwijzen de termen "tolweg" en "tolheffing" naar de eeuwenoude historische tolheffing op de Dender.

In de middeleeuwen was de rivier de Dender een heel belangrijke, zoniet dé belangrijkste, transportroute voor goederen zoals graan, steen en bier. 
Er bestond destijds immers geen fysieke snelweg en veel werd vervoerd via het water.

Historisch gezien lag Aalst op een strategisch kruispunt van land- en waterwegen, maar in de 12e eeuw kreeg Dendermonde van de hogere overheden het exclusieve recht om tol te heffen op de Schelde en de Dender. De rivier fungeerde dus als een 'tolweg'.

Dendermonde begon tol te vragen voor schepen die vanop de Schelde via de Dender richting Aalst wouden varen, en ook het in de omgekeerde richting hadden de scheepvaarders 'prijs'.  
Schepen die vanuit Aalst dus goederen wilden transporteren naar de Schelde (richting Antwerpen of Gent), moesten namelijk ook verplicht in Dendermonde stoppen om zware tol te betalen. 


Schippers moesten, soms zelfs verschillende keren, betalen voor de opening van de sluizen, wat logischerwijs zorgde voor heel wat ontevredenheid en wrevel. 
Een doortocht kostte immers een smak geld, en de bedrijven zagen hun winsten natuurlijk niet graag daaraan verloren gaan. 

Aalst kon de economische schade in eerste instantie nog beperken door de tolheffing te omzeilen.
Dat deden ze door in Baasrode aan de Schelde een loskade te gebruiken.
Het verdere transport van goederen naar Aalst gebeurde dan verder over land.


Dat 'achterpoortje' leidde niet enkel tot lichte wrevel, maar was de aanzet tot openlijke conflicten, sabotage van sluizen en wederzijdse pesterijen.

Later werden er zelfs plannen gesmeed voor de bouw van een kanaal naar Baasrode, maar dat kwam er nooit.

Deze traditionele tolheffing op de drukke transportader bleef actief tot halverwege de 19e eeuw, waarna het transportstelsel in België door de komst van de spoorwegen en de centralisatie van wegenonderhoud volledig werd gemoderniseerd.

Omdat het transport over het water vaak vertraging opliep en onderhevig was aan de strenge Dendermondse controle, werd er volop gezocht naar een volwaardig alternatief over land.

Tussen 1719 en 1721 werd de weg tussen Aalst en Dendermonde (vandaag de N416 / Dendermondse Steenweg) voor het eerst volledig geplaveid en rechtgetrokken.

In de 18e en vroege 19e eeuw was het in de Oostenrijkse Nederlanden (en later onder Nederlands en vroeg-Belgisch bewind) de norm dat wie gebruikmaakte van deze gloednieuwe, verharde 'steenwegen' barrière- of tolgeld moest betalen. 
Deze 'barrièretol' werd bij tolhuizen (of tollocaties met een slagboom) ingezameld om de zware onderhoudskosten van de kasseien te financieren.

De centrale overheid vaardigde octrooien (vergunningen) uit aan steden, kasselrijen of private investeerders om wegen aan te leggen en in ruil voor deze enorme investeringen kregen deze besturen het recht om tol te heffen (het zogenaamde barrière- of tolgeld). 
Bijna elke belangrijke toegangsweg naar steden zoals Brussel of Gent kreeg dergelijke tolbarires.

Dit historische tolsysteem op de steenwegen bleef eeuwenlang bestaan en werd in België pas definitief afgeschaft in 1868.
Ook tussen Aalst en Dendermonde werd de weg dus weer tolvrij voor paard en kar.

De tolheffing verdween, maar de ontstane vete bleef wel voortbestaan.  

Ook de feiten dat de eerste spoorlijn Brussel-Gent via Dendermonde liep, dat Willem van Oranje er een legerkazerne bouwde en dat Napoleon er een rechtbank installeerde zorgden immers voor de nodige afgunst bij de Aalstenaars.

Dit alles lag aan de basis van de ondertussen bekende rivaliteit tussen de 'Ajoinen' (Aalst) en de 'Kopvleesfretters' (Dendermonde). 

Deze historische (ondertussen ludieke) vete tussen Aalst en Dendermonde,  die zich tegenwoordig uit in ludieke plagerijen tijdens het carnaval en de beiaardommegangen, werd in juni 2026 trouwens ook officieel erkend als Vlaams immaterieel erfgoed. 

De N41 is een Belgische gewestweg die de A11 (E34) via Sint-Niklaas en Dendermonde met Aalst zou moeten verbinden. De weg is echter nooit volledig afgewerkt.

Het vak tussen Dendermonde en Aalst is, op de eerste 3 kilometer van Aalst naar Hofstade na, nooit volledig aangelegd. 
Voorbij dit stuk zijn er wel al grondwerken verricht tot in Oudegem, maar deze ruimte wordt enkel gebruikt als bushalte en lokale zijrijweg. 

De bedoeling was om de N41 te realiseren als een weg met twee dubbele rijstroken, maar anno 2026 is het grootste stuk slechts uitgevoerd met één rijstrook per richting. 

Toch is de N41 een expresweg, aangezien de weg niet door een dorpskom passeert, en is het de enige expresweg die de regio van Dendermonde langs het noorden ontsluit. 
De N41 vervangt tussen Dendermonde en Sint-Niklaas de oude verbindingsweg N470, die dwars door het centrum van Hamme loopt.

Het traject van de N41 komt overeen met fietssnelweg F43. In 2018 werd een dubbelrichtingsfietspad aangelegd over een lengte van ongeveer 6 km, tussen de rotonde Duivenhoek in Elversele en zijstraat Zandvoortstraat (iets voorbij de Dendermondsesteenweg).

Allemaal goed en wel, maar wat heeft bovenstaande nu te maken met deze tolwegen? 

Wel, sinds de invoering van de Vlaamse Kilometerheffing (Viapass) moeten alle vrachtwagens boven de 3,5 ton - ongeacht of de voertuigen leeg of geladen zijn, en ongeacht of ze commerciële of particuliere goederen vervoeren - uitgerust zijn met een satelliet gestuurd tolkastje (OBU = On Board Unit). 


Dit moet altijd ingeschakeld zijn en correct werken wanneer je op de openbare weg rijdt, ook op wegen waar geen kilometerheffing geldt.

Gezien de N41 (Sint-Niklaas - Dendermonde - Aalst) behoort in het Vlaamse Gewest tot de wegen waarvoor de kilometerheffing geldt, is de link naar de vroegere tolwegen natuurlijk gelegd.

Een aantal categorieën van voertuigen kunnen trouwens vrijgesteld worden van kilometerheffing. 
Dat zijn voertuigen van het leger, de burgerbescherming, de brandweer en politie alsook voertuigen die speciaal en exclusief uitgerust zijn voor medische doeleinden.

Ook voertuigen voor land-, tuin- of bosbouw die uitsluitend worden gebruikt voor land- en tuinbouw, aquacultuur en bosbouw en die slechts beperkt de openbare weg gebruiken zijn vrijgesteld.

De N41 is opgenomen in dit netwerk, waardoor zwaar transport per kilometer betaalt om tussen beide steden te rijden ... 



Bronnen : 

Immaterieelerfgoed.be
Viapass.be
Vlaanderen.be
800 jaar tol.tolkamer.net (inspiratie voor afbeelding met AI)
Foto Baasrode : Fabriekofiel.com
De Standaard 23/10/2020
TV Oost 15/07/2025 - 02/06/2026

Arbeidsstraat 2 : Eclectisch hoekhuis

De geschiedenis van het karakteristieke pand aan de Arbeidstraat 2 in Aalst (op de hoek met het Keizersplein en de Vlaanderenstraat) kent een rijke architecturale en maatschappelijke achtergrond. 
Het gebouw staat in de volksmond ook wel bekend als "het Paviljoen"

Het eclectische burgerhuis werd gebouwd circa 1903.
Het is een opvallend hoekhuis met bakstenen gevels en een karakteristieke overdekte portiek met stenen zuilen.


Hoewel de oorspronkelijke ontwerper uit 1903 niet met volledige naam in de algemene erfgoedfiches staat, is er voor een latere, belangrijke structurele ingreep aan het pand wel een duidelijke naam bekend. 

In het jaar 1923 werd immers de gekende lokale architect De Stobbeleir aangesteld.

Hij diende in dat jaar een officieel bouwdossier in bij de stad Aalst voor het aanpassen en optrekken van een specifieke muurstructuur behorende bij het pand aan de Arbeidstraat. 
De familie De Stobbeleir was destijds een gerespecteerde naam in de Aalsterse bouw- en architectuurwereld.

Conceptueel werd het huis ontworpen om naadloos aan te sluiten bij de standing en uitstraling van het omliggende Keizersplein.

Het is opgetrokken in een uitgesproken eclectische stijl. 

De eclectische bouwstijl is een architectuurstroming uit de 19e eeuw waarbij architecten elementen uit verschillende historische bouwstijlen (zoals de gotiek, renaissance en barok) vrij combineren tot een nieuw, vaak groots geheel.

Dit is duidelijk te zien aan de rijke combinatie van baksteen, natuurstenen elementen en de monumentale, overdekte portiek aan de voorzijde die rust op statige stenen zuilen.


Het Keizersplein en de directe zijstraten (zoals de Arbeidstraat) waren in die tijd dé plekken waar de rijke industriëlen en de elite van Aalst woonden. Zij lieten er imposante huizen bouwen om hun status te tonen, ver weg van de fabrieksarbeiders.

Vanwege de unieke architectonische waarde is het pand opgenomen in de Inventaris Onroerend Erfgoed als vastgesteld bouwkundig erfgoed. Daarnaast maakt het deel uit van het beschermde stadsgezicht rondom het Keizersplein.

Door de decennia heen heeft het gebouw verschillende functies gehad, waarbij het transformeerde van een chique burgerwoning of ontmoetingsplaats naar een centrale horecalocatie.

Voordat het pand midden jaren '90 transformeerde in het iconische danscafé Cocoon, en daarmee de stap naar de HoReCa werd gezet, was het van oorsprong een statige heren- of burgerwoning voor de Elite (Eind 19e eeuw – 20e eeuw).

Eind 19e eeuw was Aalst een industriële grootmacht dankzij de vlas-, linnen- en textielfabrieken en de internationale hophandel. 
De eerste bewoners van dit pand behoorden dan ook tot deze elite. 
Zij lieten dit huis bouwen om hun fortuin te tonen en om dicht bij het culturele leven (rond het Keizersplein) te wonen.

De bouw gebeurde specifiek voor rekening van een vermogende heer die in de archieven geregistreerd staat onder de initialen F. De Wolf.

De familie De Wolf was destijds een zeer prominente en invloedrijke naam binnen de Aalsterse burgerij, met name bekend van de bloeiende lokale hop- en mouterij-industrieën (zoals mouterij De Wolf-Cosijns). 

Dit verklaart de kapitaalkracht die nodig was om zo'n monumentale hoekpartij met stenen zuilen te laten optrekken.

Het gebouw was ontworpen voor een groot gezin, inclusief inwonend dienstpersoneel. 

De dienstbodes en knechten sliepen in de kleinere kamers onder het mansardedak, terwijl de adellijke of industriële familie leefde in de grote salons met hoge plafonds op het gelijkvloers en de eerste verdieping.

Het gebouw werd destijds genoemd als "het Paviljoen".

In de 19e-eeuwse architectuur is de term "paviljoen" niet zomaar een naam, maar een functionele en visuele beschrijving.

In de klassieke bouwkunde is een paviljoen een (vaak ietwat vrijstaand) gebouw of een markant hoekdeel dat extra geaccentueerd is om op te vallen. 
Het hoekpand aan de Arbeidstraat 2 voldoet hier perfect aan.

Het beschikt over een monumentale, overdekte hoekportiek die gedragen wordt door opvallende stenen zuilen.
Dit type open, overdekte galerij of 'loggia' op een hoek deed sterk denken aan de losstaande, open tuinpaviljoens of feestpaviljoens van de adel, wat de bijnaam in de hand werkte.

Het gebouw hoort als concept historisch en visueel bij het Keizersplein. 
De stadsarchitecten ontwierpen het plein als een prestigieuze, homogene boulevard, waarbij het pand aan de Arbeidstraat moest fungeren als het paviljoenachtige sluitstuk. 
De "kop" van de zuidelijke gevelwand van het plein, als het ware. 

Het sloot de chique rij burgerhuizen op een monumentale manier af, net zoals paviljoens in de barokke en classicistische Franse architectuur vaak de hoeken of eindpunten van grote paleisvleugels en pleinen markeerden.

In de loop van de 20e eeuw verloren veel van dit soort grote herenhuizen hun functie als pure gezinswoning. 

Voordat het een puur horecapand werd, deed het gebouw een tijdlang dienst voor zakelijke of administratieve doeleinden (zoals kantoorruimte of een agentschap), wat destijds een heel gebruikelijke herbestemming was voor dergelijke grote eclectische panden.

Pas met de komst van - Cocoon halverwege de jaren '90 kreeg het gebouw voor het eerst een echte, publieke horecabestemming. 

De grote ruimtes en de monumentale uitstraling bleken perfect om te verbouwen tot een trendy danscafé, waarmee de toon werd gezet voor de latere restaurants.

Het Danscafé Cocoon opende zijn deuren midden jaren '90 (circa 1995) en bleef jarenlang een absolute hotspot in het Aalsterse nachtleven onder leiding van Walter Sonck.

Het was destijds één van de meest trendy en drukbezochte plekken rond het Keizersplein en Vredeplein om te gaan feesten en dansen.

De uitbater, voor zijn Cocoonperiode ook bekend als uitbater van Dancing The Fats, overleed op 23 juli 2012 op 68-jarige leeftijd.

Voor vele 40-plussers blijft het gebouw onlosmakelijk bekend als het voormalige danscafé Cocoon, maar in de recentere geschiedenis bood het pand ook nog onderdak aan verschillende andere bekende horecazaken. 

- Restaurant So & Cocktailbar So Lounge (2005 tot begin 2014): 

Dit was een gekende gastronomische zaak met een bijbehorende hippe loungetent.
In 2014 viel echter de genadeslag : de uitbaters van het restaurant gingen failliet. 

4 Jaar eerder, in 2010, bracht tennisster Justine Henin nog een bezoek aan de zaak voor interieuradvies, maar het grote publiek bleef steeds vaker weg. 
"Sommigen zeggen dat onze Swarovski-lusters de mensen hebben afgeschrikt. Een chique restaurant openhouden, is in Aalst niet zo simpel", zei gerante Greet Sienaert.

De Lounge (andere eigenaars) bleef wel nog een tijdje open, maar diende uiteindelijk in 2017 toch ook de deuren te sluiten na een conflict met de eigenaar van het pand, niet wegens een faillissement

Er werden door de uitbaters, Annick Louwyck en Ramses Buekens, aan de eigenaar huurvoorstellen gedaan, maar de eigenaar geloofde niet in hen en wou het gebouw in zijn geheel verhuren. 
Omdat ze onderhuurden van het restaurant konden ze hier niet blijven.

- Brasserie Kamiel (2017 – 2019): 

Geopend in april 2017 als opvolger van Restaurant So. 

Men wou het 'chique' imago achter zich laten en koos voor een volks concept. 
De uitbaters wouden dat de mensen hier gewoon goed kunnen eten, "zonder al te veel tralala", klonk het enthousiast.

De zaak sloot binnen het jaar echter alweer de deuren. De exploitatie bleek voor de toenmalige uitbaters niet rendabel of operationeel haalbaar om op die specifieke locatie voort te zetten, en dus werd de stekker eruit getrokken.

Na het sluiten van deze zaak stond het pand een tijdje leeg.

- Gastrobar Edguard (2020 – 2024): 

Geopend in juli/augustus 2020. Dit was een unieke 'eatail' (samentrekking van eatery en retail) opgestart door onder andere de Aalsterse burgemeester Christoph D'Haese als eerbetoon aan zijn overgrootvader (met uitbaters Evelyne Migom en Ayrton Verhaegen).

Het concept : Wat je eet in het restaurant, kan je ook meenemen vanuit de traiteurzaak. En omgekeerd.

In tegenstelling tot veel andere horecazaken die noodgedwongen moesten sluiten door schulden, duikt Gastrobar Edguard (of de vennootschap erachter) niet op in de officiële faillissementsregisters.

De stopzetting van de zaak was een bewuste, operationele beslissing van de uitbaters en er werd plaats gemaakt voor een nieuw project in het Aalsterse straatbeeld

Sinds het voorjaar van 2025 is het gebouw de thuisbasis van het hippe schnitzelatelier - Ralf & Wolf, gespecialiseerd in ambachtelijke en moderne varianten van schnitzels.


Het zijn Bernhard Schurz (58) en Gad Al-Aswade (29) die hier geen traditionele Oostenrijkse kost, maar eigentijdse varianten van de schnitzel, van Japanse versies tot vegetarische met bloemkool, op de tafels brengen.

Mensen associëren de schnitzel met Duitsland en Oostenrijk, maar toch willen we met Ralf & Wolf niet die kant uit. Onze schnitzels zijn moderne, eigentijdse versies van de klassieke Wienerschnitzel. Op de kaart staat een Japanse schnitzel en eentje met kalfsvlees, voor de vegetariërs is er de bloemkoolschnitzel. Er zijn tien verschillende opties in totaal. De klanten werken hun gerecht trouwens zelf af door een keuze te maken uit een van de vijf sla-gerechtjes en een van de vijf aardappelgerechtjes.”

Ook aan lokale bieren met Iwein van Aelst, Ondineke en Keizer Kamiel is hier alvast geen gebrek. En ook qua aankoop van de ingrediënten werken ze zo veel mogelijk met producten uit de buurt.

Van Bernhard en Gad naar Ralf & Wolf blijkt een ideetje van Chat GPT te zijn.

De eigenaars hebben hun businessplan in Chat GPT gestopt en gevraagd welke naam zou passen bij het schnitzelatelier. 
Daar kwam de naam 'Ralf & Wolf' uit. 
Die naam vonden ze zo goed, dat ze hem gehouden hebben. 
De meest gestelde vraag is nu uiteraard wie Ralf en wie Wolf is”, grappen zaakvoerders bij de 'zoveelste' vraag die ze erover krijgen.

Vandaag de dag is het pand officieel vastgesteld als bouwkundig erfgoed binnen het beschermde stadsgezicht van het Keizersplein.

Ondanks de vele interne verbouwingen om te blijven voldoen aan moderne horeca-eisen, is de iconische, eclectische buitengevel met de zuilen door de eeuwen heen wonderwel bewaard gebleven.


Bronnen : 

Het Nieuwsblad 18/04/2025
HLN 28/01/2019 - 22/07/2020 - 17/04/2025
Aalst-TV FB 22/07/2020
Persregiodender 23/07/2020
Foto Kleur : Kris Vandevorst : https://id.erfgoed.net/auteurs/501
Foto Zwart-wit : Beeldbank Onroerend Erfgoed (1993), ID 228546
Foto Ralf & Wolf : FB Ralf & Wolf
Realo.be
Inventaris.onroerenderfgoed.be
Tablefever.com
Ralf-Wolf.be

Levensloop Aalst Jubileum 2016-2026

Levensloop is een 24 uur durend liefdadigheidsevenement georganiseerd door de 'Stichting tegen Kanker' om geld in te zamelen en steun te betuigen in de strijd tegen de ziekte.

Dit jaar vierde men in Aalst de tiende editie.



Teams wandelen of lopen 24 uur lang aflossingsrondes op een lokaal parcours, en personen die kanker hebben of gehad hebben (de zogenaamde 'Vechters') worden extra in de bloemetjes gezet en openen traditiegetrouw het evenement.

Er is een indrukwekkende kaarsenceremonie in het donker om overledenen te herdenken en 'hoop' te vieren.


De opbrengst gaat quasi integraal naar wetenschappelijk kankeronderzoek, preventie en zorg voor patiënten.

Ook in Aalst wordt dergelijk evenement georganiseerd, en dit sinds 2016.

Toen werd door een groepje enthousiastelingen (waaronder enkele patiënten) het initiatief genomen om dit prachtige evenement ook naar de 'Stad van d'ajoinen' te brengen. 

Een overzichtje : 


2016 – De spectaculaire start

Lokatie : Osbroekpark (Frans Blanckaertdreef)
Datum : 17-18 september

Voorzitter : Bart Beeckman
Peter: Bert Kruismans (Stand-up comedy)
Meter: Sabine Appelmans (Ex-tennisster, heel afwezige meter, was zelfs niet aanwezig tijdens het evenement)

Aantal teams : 61
Aantal deelnemers : 2200
Aantal vechters : 108

Opbrengst: €171.058

Onder voorzitter Bart Beeckman beleefde Aalst zijn allereerste Levensloop. 

Kort voor de start stond de teller al op 53.207 € Het evenement bracht in totaal maar liefst 171.058 € op.
Het was dus al snel heel duidelijk dat Aalst een heel grote basis had voor dit evenement. 

De Aalstenaars gaven zich volledig en de verwachtingen werden ruim overschreden. 
Het terrein aan de Osbroek was één oase van vriendschap, sportiviteit en plezier. 

Verscheidene muziekgroepen, turn- en dansformaties en animators werden bereid gevonden om de aanwezigen te komen entertainen tijdens hun loop, wandeling of rustmomentjes.

Het evenement in Aalst werd later internationaal bekroond met de titel “Global Rookie Event of the Year”. 

In de Verenigde Staten, de bakermat van Relay For Life, werd Aalst daarmee uitgeroepen tot de beste nieuwkomer wereldwijd, een opsteker voor de organisatie.


2017 – Meteen verder naar de top

Lokatie : Osbroekpark (Frans Blanckaertdreef)
Datum : 30 september -1 oktober

Voorzitter : Bart Beeckman
Dit jaar werd geen specifieke meter/peter aangeduid.

Aantal teams : 94
Aantal deelnemers : 5400
Aantal vechters : 110

Opbrengst: 246.478 €

De tweede editie betekende een enorme sprong vooruit. Na het schitterende eerste editie, was het enthousiasme bij de organisatoren en de deelnemers enorm groot.

Het organisatiecomité had alles in het werk gesteld om alles nog grootser en nog beter maken dan de reeds succesvolle eerste editie.

Dit alles maakte 2017 een bijzonder sterke editie, zowel qua teams, deelnemersaantal en vooral ook qua sfeer.

Aalst kreeg bovendien de erkenning “Eerste Belgische Levensloopstad”, als erkenning voor de samenwerking tussen de stad en de organisatie.

Er werd ook een succesvol Levenslooplied gelanceerd, dat werd ingezongen door voormalig prins carnaval Werner Kinoo. 
Tijdens de finale en het bekendmaken van het eindbedrag werd dit lied dan ook luidruchtig meegezongen.
Ook huidig prins Carnaval, Raf Sidorski, had een eigen lied, en de polonaise kon dus niet lang uitblijven.

Het hoge bedrag en de gezellige sfeer verklaren dan ook waarom 2018 meteen met hoge verwachtingen begon.


2018 - Zonder twijfel één van de gezelligste 

Lokatie : Stadsparkpark, centraal plein + Spiegelvijver
Datum : 7-8 oktober

Voorzitter : Thierry Treinen / Stéphane Bossut
Peter: Sven De Smet ('Plop') (radiopresentator Goeiedag Radio, mediapartner van het evenement)

Aantal teams : 101
Aantal deelnemers : 6250
Aantal vechters : 161

Opbrengst: 246.982 

De hoge verwachtingen werden opnieuw feilloos ingelost.

Na lang zagen van de organisatie werd uiteindelijk groen licht gegeven aan een eerste editie in het stadspark, gezien het Osbroek wat te klein werd.
De teams stonden verspreid over het centrale plein en ook langs de spiegelvijver.

Aan de kop van de spiegelvijver stond een 'doorlooptent' en de verlichting zorgde voor een toffe, feeërieke sfeer op het terrein, ook al omdat vele teams verzameld stonden langs de spiegelvijver.

Door samenwerking van verschillendevcomités, werd dit jaar ook de Levensloopvlam met bijhorende fakkel geïntroduceerd.
Deze vlam werd door de Aalsterse voorzitters afgehaald bij de collega's en werd stoetsgewijs de stad rondgedragen en afgezet in de studios van Goeiedag radio.
De dag van het evenement werd ze dan feestelijk het park binnengedragen. 

Gezien de garanties die moesten gegeven worden inzake netheid, werd een heuse kuisploeg ingezet om het park na het evenement weer 'spik en span' na te laten. 
De organisatie kreeg zelfs complimenten van de parkwachter omdat het 'er nog nooit zo proper bijgelegen heeft na een evenement'.

Peter 'Plop' ontpopte zich tot één van de beste peters/meters ooit. Niet alleen nam hij de 'promotaak' op zich, neen, hij presenteerde ook het evenement en bij het opstellen en afbreken de dagen voor en na het evenement stond hij steeds op de eerste rij.

Het evenement kreeg een kleine mineur als staartje omwille van de politieke agenda van één van de medewerkers van 'Stichting tegen kanker', waardoor één van beide voorzitters het voor bekeken hield enkele ogenblikken na het opruimen van het park. 


2019 - Financieel record

Lokatie : Stadsparkpark, centraal plein
Datum : 5-6 oktober

Voorzitter : Stéphane Bossut
Peters: Jean-Marie Pfaff (oud-voetballer) en Inti De Ceukelaire (etisch hacker)

Aantal teams : 82
Aantal deelnemers : 5318
Aantal vechters : 186

Opbrengst : 265.312 €

Hoewel deze editie deels uitgeregend was, werd het op het vlak van solidariteit en opbrengst een absolute recordeditie.

Dit jaar werd er voor het eerst gewerkt met een 'cashless'-betaalsysteem. Bezoekers konden geld opladen op een polsbandje, waarmee vervolgens de aankopen konden worden betaald.
Ook de teams die tijdens Levensloop producten eten of drank verkochten, kregen een tablet ter beschikking. Daarmee kon de verkoop in realtime worden opgevolgd. 

Dit betekende een belangrijke stap naar de digitalisering van de financiële en commerciële organisatie van het evenement. 

Nog nieuw was de mascotte. 'Hoop' (volledige naam 'Hoop Van Levensloop') werd dit jaar voorgesteld aan het grote publiek en is sedertdien steeds aanwezig op de evenementen. 


2020 - Geen normale editie

Dit jaar zou de vijfde editie gevierd worden, maar Corona gooide roet in het eten. De geplande Levensloop ging niet door. 

Naar aanleiding van de ontwikkelingen en aangekondigde verlenging van de maatregelen van de federale regering rond het Coronavirus (Covid-19), heeft Stichting tegen Kanker de moeilijke, maar weloverwogen beslissing genomen om alle Levensloopevenementen van 2020 te annuleren en te verplaatsen naar 2021. 

Toch bleven de organisatiecomités niet bij de pakken zitten. 
Er werd onder meer een 'Tour of Hope Bike Pro' georganiseerd door de Stichting tegen Kanker.

Op vrijdag 2 oktober 2020 sprong Helmut Lotti als peter van Levensloop Durbuy in het zadel voor een fietstocht van 137 kilometer, startend aan sporthal Schotte in Aalst met als eindbestemming Brugge

Ondanks de felle regen en het herfstweer bleef Lotti uiterst gemotiveerd. Hij deed de uitspraak: "Het is slecht weer inderdaad, maar kijk: het ergste wat er met ons kan gebeuren, is dat we soppende voeten en een natte kont krijgen. Mensen die kanker hebben en die strijd moeten leveren, maken veel ergere dingen mee".
 
En alle vechters werden aan huis bediend met een bloemetje en een kleine goodie-bag, als teken dat men hen zeker niet vergeten is. 

Daarmee is 2020 eigenlijk een belangrijk hoofdstuk in de geschiedenis: niet een mislukte editie, maar een editie die nooit kon plaatsvinden.


2021 - Minilevensloop 

In dit jaar was er geen normale '24 uur'- Levensloop omwille van Corona. Wel werd er een mini-Levensloop georganiseerd, waarbij toch ongeveer 2000 sportievelingen kwamen opdagen. 

De opbrengst van dat jaar was 30.000 €, maar dat 'lage' bedrag moet natuurlijk in het perspectief van de omstandigheden gezien worden. 

Lokatie : Stadspark, geen teamtenten
Datum : 25 September (van 9:00 tot 21:00)

Voorzitter : Stéphane Bossut
Peter : /

Aantal teams : 39
Aantal deelnemers : 588
Aantal vechters : 106

Opbrengst : 38.000 €

Het waren dit jaar niet de teams die catering aanboden, maar professionele foodtrucks. Een groot deel van de opbrengst ging uiteraard opnieuw naar het wetenschappelijk kankeronderzoek. Er werd ook een bar die gerund werd door verschillende teams en vrijwilligers.


2022 - Moeilijke herstart

Lokatie : Stadsparkpark, centraal plein
Datum : 26-27 September

Voorzitter :  Stéphane Bossut
Peter: Gert Van Reckem (Personal Trainer)

Aantal teams : 49
Aantal deelnemers :  2016
Aantal vechters :  102

Opbrengst :  62.869 €

Het werd een moeizame 'herstart' na de verplichte Coronapauzes, maar toch werden meer dan 2000 deelnemers gespot in het stadspark.
Dat 'Corona' er nog steeds hard inhakte, was duidelijk.  Er was nog steeds grote angst om in grote massa's iets te gaan organiseren, zeker ook wetende dat er veel mensen uit risicogroepen aanwezig zijn. 
 

2023 - Opnieuw een kleine groei

Lokatie : Stadspark, centraal plein
Datum : 23-24 Septembe4

Voorzitter : Stéphane Bossut
Peter : Andy Peelman

Aantal teams : 37
Aantal deelnemers : 1700
Aantal vechters : 90

Opbrengst : 86.000 €

Een kleine terugval voor wat betreft het aantal
teams, deelnemers en vechters, maar wel een
iets grotere opbrengst dan vorig jaar.

Peter Andy was ook een heel aanwezige peter
en droeg tijdens het weekend zijn steentje meer
dan bij aan de kinderanimatie en het fundorp.
Dat was op zijn lijf geschreven en natuurlijk
wandelde hij ook zijn rondjes voor het goede
doel.

Hij kende levensloop al, gezien hij in het
verleden reeds peter was van Levensloop Sint-
Niklaas.
Maar dit was in 'zijn' en onze stad en hij
zette dan ook graag zijn schouders onder
Levensloop Aalst 2023.


2024 - En we blijven groeien ... 

Lokatie : Stadsparkpark, centraal plein
Datum :  28-29 september

Voorzitter :  Bart Beeckman
Peter: Steven Van Herreweghe (TV-presentator)
Meter : Shauni Van Impe (Content Creator, ex-Q-music)

Aantal teams : 47
Aantal deelnemers :  2467
Aantal vechters :  116

Opbrengst : 131.534 €

Na de editie van 2023 zag het er wat naar uit dat dit mooie evenement ten dode was opgeschreven. 
Er waren wat strubbelingen geweest met de 'Stichting tegen Kanker', en vele comitéleden waren trouwens ook wat 'uitgeblust' en vonden het welletjes. 

Bart Beeckman, de voorzitter van de eerste twee edities, vond het heel jammer dat daardoor dit prachtinitiatief zou verdwijnen, en besloot om zelf terug het voorzitterschap op te nemen en het evenement met behulp van een 'nieuwe equipe', getrokken door enkele 'anciens' toch levend te houden. 

Bart is uit het Ninofse, en dit jaar werd dan ook daar een grotere promocampagne voorzien.
Ook enkele medewerkers van mediapartner Goeiedag Radio, waren ondertussen overgestapt naar Radio Ninove  en dus is het niet verwonderlijk dat ook deze gemeente warm gemaakt werd voor het evenement. 

        
2025 - Stilaan terug op de goede weg

Lokatie : Stadsparkpark, centraal plein
Datum :  26-27 September

Voorzitter :  Johan Coen
Peter: Karel Van De Winkel ('Prinsj Sjalen')

Aantal teams :  55
Aantal deelnemers :  2268
Aantal vechters :  121

Opbrengst : 177.685 €

Hoewel tijdens enkele edities steeds de regerend prins carnaval gevraagd werd om een eigen levenslooplied te maken en te komen zingen, was dit de eerste keer dat ook het peterschap overgedragen werd aan een prins. 


2026 - Succesvolle jubileumeditie

Lokatie : Stadsparkpark, Atletiekpiste
Datum : 26-27 September

Voorzitter : Johan Coen
Peter: Christoff (zanger)
Meter : Lynn Van Royen (actrice)

Aantal teams : 71
Aantal deelnemers :  3376
Aantal vechters :  149

Opbrengst : 192.436 € (* = voorlopig bedrag)

Dit jaar werd uitgeweken naar de atletiekpiste aan het Osbroekpark. 

Het Stadspark (waar de vorige 7 edities dus plaatsvonden) heeft immers een beschermde status en een hoge erfgoedwaarde, en de organisatie mocht de grote tenten niet langer op het kwetsbare grasplein plaatsen.  Ook de Parkconcerten zullen trouwens om dezelfde reden moeten verdwijnen van deze lokatie. 

Deze nieuwe lokatie zorgde in eerste instantie wel voor wat extra puzzelwerk, maar zorgde meteen ook  voor een andere, intensere beleving. 
Het parcours liep immers dwars door het tentendorp, waardoor de teams en deelnemers voortdurend met elkaar in contact kwamen en de sfeer over het volledige terrein voelbaar was.
Van daaruit ging het wel naar het vertrouwde stadspark, zodat de deelnemers konden blijven genieten van dit prachtig stukje natuur in Aalst. 

Ook nieuw dit jaar was de mogelijkheid om een bloemetje te schenken aan een vechter. Daarmee wilde de organisatie nog meer de nadruk leggen op de mensen waarvoor dit evenement eigenlijk wordt georganiseerd. 
En er was een herdenkingstentje voorzien, waar mensen even in stilte konden bidden of herdenken. 

Dat Aalst, met een vernieuwde ploeg, opnieuw op de goede weg is, mag duidelijk zijn. Op nu naar volgend jaar (en de volgende 10 edities!?!)


Een klein overzichtje : 

Hoogste aantal teams :     

1. 2018 met 101 teams
2. 2017 met 94 teams
3. 2019 met 82 teams

Hoogste aantal deelnemers : 

1. 2018 met 6250 deelnemers
2. 2017 met 5400 deelnemers
3. 2019 met 5318 deelnemers

Hoogste aantal vechters : 

1. 2019 met 186 vechters
2. 2018 met 161 vechters
3. 2026 met 149 vechters

Hoogste opbrengst : (*)

1. 2019 met 265.312 €
2. 2018 met 246 982 €
3. 2017 met 246 482 €


* De cijfers van de opbrengst van 2026 zijn nog niet volledig. 
De effectieve eindopbrengst wordt op 31 december 2026 bekend gemaakt. 






Bronnen : 

Levensloopcomité
Eigen info 
Lokale pers : Goeiedag radio / HLN / TV Oost / PersRegioDender
Levensloop.be
Jaarverslag OLV

dinsdag 22 september 2026

De 'Ginkgo Biloba' of 'stinkpruim'

In het artikel over Het Landhuis - Hotel / Huis Van Langenhove (HIER) had ik het al over de tuin met een heel speciale boom.

Daar staat immers de Ginkgo Biloba, een Chinese fossielboom. 

De Japanse notenboom, ginkgo, tempelboom of eendenpootboom is een boom uit de familie Ginkgoaceae. De soort is oorspronkelijk afkomstig uit China. Hij wordt gekweekt en is niet meer in het wild bekend.

Geen gewone boom dus want er bestaat zelfs een koninklijk besluit over dat uitdrukkelijk meldt : 

“De volgende beperkingen worden voor de behartiging van het nationaal belang aan de rechten van de eigenaar gesteld: 

1 - De Ginkgo Biloba te snoeien; 
2 - In de omgeving ervan werken uit te voeren die zijn normale groei zouden belemmeren”.

Een heel speciale boom dus, want waarom zou een K.B. willen dat er zoveel bijzondere zorgen aan worden besteed? 

Wel, het zit zo … 

De Ginkgo Biloba, of Japanse notenboom' is een iets minder gekende plant, afkomstig uit China (en dus niet Japan!) waar zij is blijven voortbestaan als enige van een speciale boomsoort uit de voorhistorie. 

Het Aalsterse exemplaar is ondertussen, samen met de omgeving, ook geklasseerd en beschermd als landschap.
Dat gebeurde in 1962.


De boom dateert uit de periode dat het huis nog eigendom was van de familie (tussen 1771 en 1896). 

Volgens de Inventaris van de Dendrologische Vereniging had de boom in 2005 een omtrek van 349 cm. 
Tijdens het inventariseren van de boom in 2009 werd een stamomtrek gemeten van 362 cm. 
In februari 2011 had de boom een omtrek van 367 cm (gemeten op een hoogte van 150 cm).

Ter vergelijking, de dikste Ginkgo van het stadspark in Aalst, aangeplant in 1916, had in 2005 een omtrek van 211 cm. 

De totale hoogte bedraagt 25 meter en de grootste kruindiameter bedraagt 18 meter.
De eerste takken beginnen op een hoogte van 4,5 meter.

Het exemplaar in Aalst is vrouwelijk. 

De soort is tweehuizig, de bloemen éénslachtig. 

Omwille van de geur van de vruchten (een zure botergeur) wordt hij ook al eens 'de stinkpruim van het stadhuis' genoemd.

Het is trouwens enkel de vrouwtjesplant die ruikt.
 
Wel speciaal is, dat de plant nogal wispelturig is. 
Ze kan na jaren immers plots van geslacht veranderen. 
Dus het is perfekt mogelijk dat je al lang aan het genieten bent van een geurloze, mannelijke boom, en plots gefopt wordt door een vrouwtjesboom.

Tijdens de herfst vallen de bladeren en de vruchten van de bomen. 


"Als de vrouwelijke zaden in het najaar op de vochtige grond vallen, begint de vlezige zaadhuid te rotten en valt hij er af. 
Daardoor komt er boterzuur vrij dat ruikt als ranzige boter, urine of rotte eieren". 

"Ook zweet bevat een dergelijk boterzuur, net als lijken en bepaalde kazen. 
Dus je kan je voorstellen dat het hier niet echt altijd smakelijk ruikt!" vertelde Bart Backaert (ex-verantwoordelijke van de Aalsterse groendienst).

Een tip? 

Probeer zeker niet op de vruchten te stappen, want dat is vergelijkbaar met iemand die in een hondendrol stapt, daarna in zijn auto gaat zitten en de verluchting aanzet. Je maakt het dus alleen maar erger!

De boom wordt gezien als een levend fossiel, omdat het de enige soort is die overbleef van een aparte orde van bomen die tijdens de Jura-periode (200 tot 145 miljoen jaar geleden) op aarde bestond.

Hij is dus een tijdgenoot van de reuzenhagedissen: de brontosaurus (of schrikhagedis), de dinosaurus (of vreselijke hagedis) en de iguanodon (of tandhagedis). 

De Ginkgo begon eigenlijk als naaldboom en kende zijn hoogtepunt tijdens het dieptepunt van de dinosauriërs. 
Die stierven immers zo’n 65 miljoen jaar geleden uit omwille van een natuurramp, mogelijks een meteorietinslag of plotselinge klimaatverandering. 

De Ginkgoboom leek er echter weinig last van te hebben en overleefde.

Rond het begin van onze jaartelling was de boom echter wél bijna uitgestorven.

In Noord-Amerika en Europa kwam hij al miljoenen jaren niet meer voor, en enkel in het westen van China leefde de boom nog in het wild. 

In het jaar 800 na Christus kwam de Ginkgo dan, samen met het boeddhisme, over van China naar Japan. 

De ‘heilige’ boom werd bij tempels gekweekt en kreeg daardoor de bijnaam ‘Japanse tempelboom’. 

Voor de boeddhisten is het de ‘boom van kennis’, ook vanwege de geneeskracht die al sinds 2800 voor Christus word beschreven in de Chinese literatuur. 
De bladeren zouden goed zijn voor de bloedcirculatie, het geheugen en de longen.

In Europa veronderstelde men dat de boom allang was uitgestorven, maar de Duitse arts en botanicus Engelbert Kaempfer (1651-1716) kwam hem in 1690 toch tegen in Japan.

Hij beschreef de boom in 1712 in zijn 'Amoenitatum Exoticarum' en nam ook enkele zaden mee. 

In 1730 werd dan de eerste boom in de Lage Landen geplant in de Oude Botanische tuin in Utrecht (Nederland). 

De beroemde botanicus Carolus Linnaeus zou dergeljjke boom dan in 1735 in de botanische tuin in Harderwijk hebben gepland, waar hij nog steeds staat.

Later, we zitten dan al in de 19e eeuw, maakt de Oosterse oerboom opnieuw deel uit van de geschiedenis. 

De Duitse schrijver, filosoof en dichter Johann Wolfgang von Goethe was immers fan van de boom, en hij kweekte en plantte honderden exemplaren in de Weimarstreek, waar hij destijds woonde. 

Ook Charles Darwin maakte later nog gebruik van Goethe’s natuurkundige kennis. 

Dat de meteorietinslag bewijst dat het een sterke boomsoort is, werd in 1945 nog maar eens bevestigd.

Ruim 65 miljoen jaar nadat de boom deze vermoedelijke ramp overleefde, bleek dat de Ginkgo op 6 augustus 1945 ook het hoofd kon bieden aan nucleair geweld.

Nadat de Amerikanen aan het einde van de Tweede Wereldoorlog een atoombom gooiden op Hiroshima, raakte ook een tempel op een kilometer afstand van de inslag zwaar beschadigd. 

De Ginkgo, die volgens traditie naast de tempel is gebouwd, bleek korte tijd nadien weer gewoon uit te lopen. 
Het was de eerste boom die op de plek des onheils weer begon te bloeien en werd daarom wereldwijd het symbool van hoop. 

Die bewuste boom heeft trouwens een gedenkplaat met als opschrift: ‘No more Hiroshima’.

Van verre gezien lijkt de ginkgo misschien niet zo merkwaardig. Het is een mooie, breedkruinige, schaduwrijke boom. Bij nader toezien echter vallen de bladeren op door hun ongewone vorm.

Zij bestaan uit twee brede vleugeltjes, samenhangend aan een steeltje; ze zijn dus tweelobbig, wat in het Latijn wordt uitgedrukt als «biloba». 


Het was de Zweed Linnaeus die deze plant de wetenschappelijke naam Ginkgo Biloba bezorgde.

Ook in het Park Terlinden stond zo’n exemplaar.

De nerven van het blad vertrekken in waaiervorm uit de kloof in het midden en bij het afvallen verdroogt het groene blad tot een taai, geelkleurig waaiertje.
Het is dan ook daarom dat de ginkgo ook bekend staat als ‘waaierboom’, en gezien 
de overeenkomst met de zwemvliezen van de eend, ook wel eens 'eendenpootboom' .

De boom draagt noten, die de indruk geven vruchten te zijn; het zijn echter zaden, die wat gelijken op witte pruimen.
Deze zijn zeer olierijk en worden in Japan als lekkernij geëten, na eerst geroosterd te zijn.
 
Vandaar ook een andere benaming : de Japanse notenboom. 

Ginkgo-achtigen hebben over de ganse wereld bestaan in talrijke soorten. Afdrukken van hun bladeren werden ook in de mergelstreek van België aangetroffen. 

De boom heeft ook een band met het Aalsterse culturele leven.

Zo figureerde hij al in kunstwerken en de Carnavalsstoet, en vormt een geliefd decor voor openluchthuwelijken in de Tuin van de Eeuwige Liefde. 

Over cultuur en liefde gesproken. 
De reeds genoemde Goethe schreef ooit ook een bekend gedicht over de boom aan zijn geliefde Marianne van Willemer:
Dieses Raums Blatt, der von Osten
Meinem Garten anvertraut,
Gibt geheimen Sinn zu kosten,
Wie ’s den Wissenden erbaut.

Ist es ein lebendig Wesen
Das sich in sich selbst getrennt?
Sinds es zwei, die sich erlesen,
Dass man sie als eines kennt?

Solche Fragen zu erwidern
Fand ich wohl den rechten Sinn;

fühlst du nicht an meinen Liedern,
Dass ich eins und doppelt bin?

September 2026 : samen met vier andere Vlaamse bomen maakt de Ginkgo nu kans op de titel 'Belgische Boom van het Jaar 2026'.

Waarom deze boom bij de laureaten hoott?

Wel, hij kan zeker tegen een stootje, wortelt al miljoenen jaren op aarde en zo'n exemplaar wordt bovendien zelf ook erg oud, tot maar liefst 2500 jaar. 

Gezien hij een meteoriet - én een atoomaanval de baas kon, is het ook begrijpbaar dat hij weinig problemen heeft met luchtvervuiling, en omdat de boom weinig ziektes kent, kan hij ook vrijwel overal groeien, ook in een stedelijke omgeving zoals Aalst.


Bronnen :

Bladen en vruchten : Beeldbank Onroerend Erfgoed, Van der Linden Geert (2009), ID 190762
Arborix.be
Historiek.net
Bart Backaert (Groendienst Aalst)
HLN 16/09/2026

vrijdag 4 september 2026

Trein zonder sporen in Aalst

100 Jaar geleden, op 4 september 1926 (inderdaad, slechts korte tijd na het ontstaan van de NMBS), passeerde de “trein zonder sporen” in Aalst.

Huh? Een trein zonder sporen?
Er bestond zelfs nog geen telefoon zonder draad?

En toch is het (gedeeltelijk) waar!

De Metro-Goldwyn-Mayer “Trackless Train” werd gebouwd in 1924, en was in feite een tot locomotief omgebouwde vrachtwagen.

De combinatie bestond uit een nagebouwde locomotief met daarachter een Pullman-achtige salonwagen. 

En het was bepaald geen klein kermistreintje.

De locomotief stond op grote vrachtwagenbanden en werd aangedreven door twee motoren van elk ongeveer 90 pk. 
Er waren hydraulische remmen, een echte bel en zelfs een stoomfluitachtige claxon.

Het opmerkelijke was dat hij vanop afstand bijna niet van een echte locomotief te onderscheiden was.

Er was zelfs voorzien in 'stoom' door olie op een hete plaat te laten lopen waarna 'de rook' door de schouw werd gejaagd.


Het gevaarte kon ongeveer 30 mijl per uur (48 km/u) rijden op verharde of goed berijdbare wegen. 

Dat is voor 1926 behoorlijk indrukwekkend.

Stel je even voor:

Een gigantische treinachtige machine komt in 1926 over de gewone weg gereden, zonder rails, met eensnelheid van een kleine 50 km/u. 
Voor de meeste mensen moet dat een ongelooflijk spektakel geweest zijn.


Een Amerikaanse krant beschreef hem als een voertuig dat een perfecte gelijkenis vertoonde met een echte spoorwegtrein.

Deze trein werd beroemd en vertrok in 1925 op een wereldtoer om de films van Metro-Goldwyn-Mayer te promoten, waaronder ook 'Ben Hur'. 

De allereerste verfilming van Ben-Hur was trouwens een korte 'stomme' film uit 1907, maar de bekendste vroege klassieker was deze 'stomme' filmversie uit 1925. De wereldberoemde en meest bekeken versie met Charlton Heston stamt uit 1959.


De 'promotrein' doorkruiste de Verenigde Staten, Canada en vervolgens Europa (met onder meer Engeland, Schotland, België, Noorwegen, Zweden en Rusland). 

Tegen 1928 had het voertuig volgens MGM al meer dan 125.000 mijl (meer dan 201000 km) afgelegd.

Na Schotland, Engeland en Nederland kwam hij op zondag 29 augustus 1926 aan in Luik, waarna hij nog heel wat andere Belgische steden zou bezoeken, waaronder ook Aalst.

Het aankomstuur was 10u30 (hoewel hieronder aangekondigd als 12 uur), vertrek werd voorzien rond 12 uur.


De “trein zonder sporen” gebruikte benzine en olie van de Sinclair Petroleum Company, die ook in België een zetel had in Brussel (Sint-Joost-ten-Node). 
Terwijl de olie op de markt was als “Sinclair” werd de benzine verkocht onder de merknaam “Sinco”.

Tussen de artikels over deze speciale 'trein' in de kranten van 1926 vind men ook gelegenheidspubliciteit in De Volksstem door Jozef De Graeve uit Haaltert, die beide merken tientallen jaren later nog steeds verdeelde.


Voetbalploeg Sinco was trouwens een voorloper van het huidige KRC Haaltert. 
Later werd in Hofstade “café Sinco” genoemd naar de werkgever van de cafébaas.

Na België vervolgde de trein zijn wereldreis door de rest van Europa, Zuid-Amerika, Afrika en in 1928 zelfs Australië.

De “Trackless Train” bleef niet bewaard maar werd enkele jaren later gesloopt.

Hier nog wat meer info over MGM ...

Metro-Goldwyn-Mayer Studios (MGM) is een Amerikaanse filmproductie, -distributie en televisiestudio. 
De studio wordt gezien als de meest roemruchte filmstudio ooit en wordt historisch gezien als een van de drijvende krachten achter de filmindustrie.
In mei 2021 werd MGM voor US$ 8,45 miljard verkocht aan het e-commercebedrijf Amazon.

De studio is het resultaat van een fusie tussen drie filmproductiehuizen in 1924, 

- Metro Pictures Corporation (opgericht in 1915), 
- Goldwyn Pictures Corporation (1916) en 
- Louis B. Mayer Pictures (1918). 

Alhoewel het door bioscoopmagnaat Marcus Loew beheerde Metro Pictures de financiële overhand had binnen de fusie, nam Metro-Goldwyn-Mayer zowel de levensspreuk (Ars Gratia Artis, 'kunst om de kunst'), het logo (Leo, de leeuw) en de filmstudiofaciliteiten van Goldwyn Pictures over. 

Deze drie kenmerken van de nieuwe filmstudio zijn nog steeds beroemd, vooral het beeldmerk Leo. 
Louis B. Mayer, bekend van zijn sterk maar streng leiderschap, werd studiovoorzitter en Irving Thalberg (Boy Wonder) werd hoofd van productie.

Na een paar machtswissels, overnames en fusies is het 20th Century Fox die sedert 2001 de films van Metro-Goldwyn-Mayer buiten de Verenigde Staten verdeelt. 

In 2006 werd er een tweede contract getekend met 20th Century Fox, waardoor MGM Home Entertainment voortaan buiten de Verenigde Staten vervangen werd door 20th Century Fox Home Entertainment.

In oktober 2010 vroeg de maatschappij het faillissement aan wegens een schuld van US$ 4 miljard.
Dit gebeurde nadat maandenlange onderhandelingen met de schuldeisers op niets waren uitgelopen.
Deze gingen akkoord met een deal, waarbij zij het overgrote deel van MGM in handen kregen.

Na de overeenkomst met de schuldeisers werden Gary Barber en Roger Birnbaum van Spyglass Entertainment Group de bestuurders van MGM.

Het logo werd gemaakt door artdirector Lionel S. Reiss in opdracht van hoofdpublicist Howard Dietz. 


De leeuw in het logo wordt Leo the Lion genoemd, maar in werkelijkheid wordt deze rol door meerdere leeuwen vertolkt.

Door de jaren heen waren dat o.a. Slats, Jackie, Coffee, Tanner en Leo.

De zevende leeuw, wel Leo genaamd, was voor het eerst te zien in 1957 en is nog steeds te zien aan het begin van de meeste MGM films.

In mei 2021 werd MGM voor US$ 8,45 miljard verkocht aan het e-commercebedrijf Amazon.


Bronnen : 

Ons Land 11/08/1926 
De Volksstem 01/09/1926 - 05/09/1926
Denderbode 05/09/1926
MGM.com
FB MGM
Brightonmuseums.org.uk