Er is tegenwoordig heel wat te doen omtrent het invoeren van tolwegen / autovignetten in België.
Vanaf 1 mei 2027 heeft u immers een digitaal wegenvignet nodig om met bepaalde motorvoertuigen te rijden op de Belgische gewest- en snelwegen (open definitie). Als u enkel op lokale wegen rijdt heeft u geen vignet nodig.
De verplichting geldt trouwens niet enkel voor Belgische maar ook voor buitenlandse (occasionele) gebruikers van gewest- en snelwegen.
Het vignet is digitaal, is gekoppeld aan de nummerplaat, en er hoeft dus niets op het voertuig geplakt of erin gelegd te worden.
De belastingplichtige is dan ook de persoon op wiens naam de nummerplaat van het voertuig is ingeschreven.
Het vignet kan enkel online gekocht worden via de officiële website of bij een erkende partnerorganisatie.
De aankoop van dit vignet is mogelijk vanaf 1 maart 2027.
De praktische details worden momenteel nog verder uitgewerkt en zullen later bekend gemaakt worden. Alle info is nog onder voorbehoud van definitieve goedkeuring door het Vlaams Parlement.
Maar is dit nu echt zo nieuw in ons land?
Tussen Aalst en 'derp d' in elk geval niet want hier verwijzen de termen "tolweg" en "tolheffing" naar de eeuwenoude historische tolheffing op de Dender.
In de middeleeuwen was de rivier de Dender een heel belangrijke, zoniet dé belangrijkste, transportroute voor goederen zoals graan, steen en bier.
Er bestond destijds immers geen fysieke snelweg en veel werd vervoerd via het water.
Historisch gezien lag Aalst op een strategisch kruispunt van land- en waterwegen, maar in de 12e eeuw kreeg Dendermonde van de hogere overheden het exclusieve recht om tol te heffen op de Schelde en de Dender. De rivier fungeerde dus als een 'tolweg'.
Dendermonde begon tol te vragen voor schepen die vanop de Schelde via de Dender richting Aalst wouden varen, en ook het in de omgekeerde richting hadden de scheepvaarders 'prijs'.
Schepen die vanuit Aalst dus goederen wilden transporteren naar de Schelde (richting Antwerpen of Gent), moesten namelijk ook verplicht in Dendermonde stoppen om zware tol te betalen.
Schippers moesten, soms zelfs verschillende keren, betalen voor de opening van de sluizen, wat logischerwijs zorgde voor heel wat ontevredenheid en wrevel.
Een doortocht kostte immers een smak geld, en de bedrijven zagen hun winsten natuurlijk niet graag daaraan verloren gaan.
Aalst kon de economische schade in eerste instantie nog beperken door de tolheffing te omzeilen.
Dat deden ze door in Baasrode aan de Schelde een loskade te gebruiken.
Het verdere transport van goederen naar Aalst gebeurde dan verder over land.
Dat deden ze door in Baasrode aan de Schelde een loskade te gebruiken.
Het verdere transport van goederen naar Aalst gebeurde dan verder over land.
Dat 'achterpoortje' leidde niet enkel tot lichte wrevel, maar was de aanzet tot openlijke conflicten, sabotage van sluizen en wederzijdse pesterijen.
Later werden er zelfs plannen gesmeed voor de bouw van een kanaal naar Baasrode, maar dat kwam er nooit.
Deze traditionele tolheffing op de drukke transportader bleef actief tot halverwege de 19e eeuw, waarna het transportstelsel in België door de komst van de spoorwegen en de centralisatie van wegenonderhoud volledig werd gemoderniseerd.
Omdat het transport over het water vaak vertraging opliep en onderhevig was aan de strenge Dendermondse controle, werd er volop gezocht naar een volwaardig alternatief over land.
Tussen 1719 en 1721 werd de weg tussen Aalst en Dendermonde (vandaag de N416 / Dendermondse Steenweg) voor het eerst volledig geplaveid en rechtgetrokken.
In de 18e en vroege 19e eeuw was het in de Oostenrijkse Nederlanden (en later onder Nederlands en vroeg-Belgisch bewind) de norm dat wie gebruikmaakte van deze gloednieuwe, verharde 'steenwegen' barrière- of tolgeld moest betalen.
Deze 'barrièretol' werd bij tolhuizen (of tollocaties met een slagboom) ingezameld om de zware onderhoudskosten van de kasseien te financieren.
De centrale overheid vaardigde octrooien (vergunningen) uit aan steden, kasselrijen of private investeerders om wegen aan te leggen en in ruil voor deze enorme investeringen kregen deze besturen het recht om tol te heffen (het zogenaamde barrière- of tolgeld).
Bijna elke belangrijke toegangsweg naar steden zoals Brussel of Gent kreeg dergelijke tolbarires.
Dit historische tolsysteem op de steenwegen bleef eeuwenlang bestaan en werd in België pas definitief afgeschaft in 1868.
Ook tussen Aalst en Dendermonde werd de weg dus weer tolvrij voor paard en kar.
De tolheffing verdween, maar de ontstane vete bleef wel voortbestaan.
Ook de feiten dat de eerste spoorlijn Brussel-Gent via Dendermonde liep, dat Willem van Oranje er een legerkazerne bouwde en dat Napoleon er een rechtbank installeerde zorgden immers voor de nodige afgunst bij de Aalstenaars.
Dit alles lag aan de basis van de ondertussen bekende rivaliteit tussen de 'Ajoinen' (Aalst) en de 'Kopvleesfretters' (Dendermonde).
Deze historische (ondertussen ludieke) vete tussen Aalst en Dendermonde, die zich tegenwoordig uit in ludieke plagerijen tijdens het carnaval en de beiaardommegangen, werd in juni 2026 trouwens ook officieel erkend als Vlaams immaterieel erfgoed.
De N41 is een Belgische gewestweg die de A11 (E34) via Sint-Niklaas en Dendermonde met Aalst zou moeten verbinden. De weg is echter nooit volledig afgewerkt.
Het vak tussen Dendermonde en Aalst is, op de eerste 3 kilometer van Aalst naar Hofstade na, nooit volledig aangelegd.
Voorbij dit stuk zijn er wel al grondwerken verricht tot in Oudegem, maar deze ruimte wordt enkel gebruikt als bushalte en lokale zijrijweg.
De bedoeling was om de N41 te realiseren als een weg met twee dubbele rijstroken, maar anno 2026 is het grootste stuk slechts uitgevoerd met één rijstrook per richting.
Toch is de N41 een expresweg, aangezien de weg niet door een dorpskom passeert, en is het de enige expresweg die de regio van Dendermonde langs het noorden ontsluit.
De N41 vervangt tussen Dendermonde en Sint-Niklaas de oude verbindingsweg N470, die dwars door het centrum van Hamme loopt.
Het traject van de N41 komt overeen met fietssnelweg F43. In 2018 werd een dubbelrichtingsfietspad aangelegd over een lengte van ongeveer 6 km, tussen de rotonde Duivenhoek in Elversele en zijstraat Zandvoortstraat (iets voorbij de Dendermondsesteenweg).
Allemaal goed en wel, maar wat heeft bovenstaande nu te maken met deze tolwegen?
Wel, sinds de invoering van de Vlaamse Kilometerheffing (Viapass) moeten alle vrachtwagens boven de 3,5 ton - ongeacht of de voertuigen leeg of geladen zijn, en ongeacht of ze commerciële of particuliere goederen vervoeren - uitgerust zijn met een satelliet gestuurd tolkastje (OBU = On Board Unit).
Dit moet altijd ingeschakeld zijn en correct werken wanneer je op de openbare weg rijdt, ook op wegen waar geen kilometerheffing geldt.
Gezien de N41 (Sint-Niklaas - Dendermonde - Aalst) behoort in het Vlaamse Gewest tot de wegen waarvoor de kilometerheffing geldt, is de link naar de vroegere tolwegen natuurlijk gelegd.
Een aantal categorieën van voertuigen kunnen trouwens vrijgesteld worden van kilometerheffing.
Dat zijn voertuigen van het leger, de burgerbescherming, de brandweer en politie alsook voertuigen die speciaal en exclusief uitgerust zijn voor medische doeleinden.
Ook voertuigen voor land-, tuin- of bosbouw die uitsluitend worden gebruikt voor land- en tuinbouw, aquacultuur en bosbouw en die slechts beperkt de openbare weg gebruiken zijn vrijgesteld.
De N41 is opgenomen in dit netwerk, waardoor zwaar transport per kilometer betaalt om tussen beide steden te rijden ...
Bronnen :
Immaterieelerfgoed.be
Viapass.be
Vlaanderen.be
800 jaar tol.tolkamer.net (inspiratie voor afbeelding met AI)
Foto Baasrode : Fabriekofiel.com
De Standaard 23/10/2020
TV Oost 15/07/2025 - 02/06/2026


















