Nieuws uit Aalst

--------- Profiesjat Prinsj Karel 'Sjalen' Van de Winkel !!! ------- 't Principoilsjte vandaug es da ge ni te veil complementen mokt en genietj van 't leiven ! - - - - - - - Covid-19 : Blijf aub toch voorzichtig en denk aan uw medemens !! - - - - - - - Deel enkel berichten van officiële bronnen om fake news te vermijden !!! - - - - - - - -

donderdag 9 mei 2024

Vredeplein

Laat ons even beginnen met de verklaring van de naam ‘Vredeplein’, het plein dat zich bevindt in het centrum van de stad, tussen de Vrijheidstraat en de Nieuwstraat. 


Hoewel er op die plaats tegenwoordig een monument staat ter ere van de oorlogsslachtoffers uit beide Wereldoorlogen heeft de naam hiermee niets te maken.

Neen, de 'Vrede' komt in dit geval van de vredesverdragen tijdens de Middeleeuwen.

Er is dus wel al eventjes sprake van ‘het Vredeplein’, maar in de volksmond werd (en wordt) de buurt toch vaak liever ‘De Catte - ‘De Kat’ genoemd. 

‘De Catte’ bestond uit de Ridderstraat, de Keyzerstraat en het Vredeplein. 

Opnieuw eventjes de geschiedenis in om dit te kunnen verklaren. 

Een ‘catte’ was een verhoogde vestiging met vaak ook een ‘omheining tussen twee poorten’. Een ‘verdedigingsplaats’ dus, voorzien van het nodige geschut om aanvallen te kunnen afweren. 

Deze verhoogde vestigingen staken boven de stadswal uit en werden dan ook vaak cruciale verdedigingspunten.  Militair ingenieur Simon Stevin (1594) kon het eigenlijk niet beter omschrijven : 

Ghelijck een catte sit en pronct ende en loert na de muys, ende eenighe int ghesicht ghecreghen hebbende, haer beste doet om die te vernielen, alsoo oock desen berch, welcke bycans liggende ghelijck een catte sit, ende eenighe vianden hemlieden daer voor ontdeckende, sy doet haer beste om die t’onder te brenghen

Als een kat op wacht dus … loerend naar de aanvallende muizen …

De vaak extra aangebrachte afsluiting bestond uit palen die in de bodem werden geheid om het onderste deel van het talud stevigheid te verschaffen. Dat houten geraamte werd dan gevuld werd met zand en de helling werd vervolgens verder nog verstevigd met “rijswerk”, takken en twijgen van wilgen of andere rechtscheutige houtsoorten, samengebonden met vlechtwerk. Bovenop kwamen graszoden. De wortels hielden de bovenste laag aarde vast en verhinderden dat de wal erodeerde en in het water zou belanden. 

Niets te maken met ‘de Kattestraat’ trouwens, want de ‘kat’ in deze naamgeving komt van het feit  dat het tracé van deze straat overeen zou komen met de Romeinse heirbaan die van hieruit de Kelten (ofte ‘Catti’) naar Hunngehem en de Villa Romana van Lede (via de huidige Ledebaan) bracht.

Hier een beeldje van arbeiders bezig met rijswerken (niet in Aalst)


De ligging dan … 

De Vlaanderenstraat en de Nieuwstraat vormen het tracé van de middeleeuwse handelsweg. Ten westen van het Vredeplein bevond zich ook een post middeleeuws bastion. 

Het Vredeplein ligt historisch gezien net binnen of ten dele op het vermoedde tracé van de laatmiddeleeuwse stadsomwalling (de zogenaamde Wallenring), ter hoogte van waar de Gentse poort en de belangrijke middeleeuwse handelsweg Brugge-Keulen gesitueerd zijn. De Gentse poort bevindt zich in de omgeving van het kruispunt Vlaanderenstraat, Vredeplein en Keizerlijk Plein. 

Dat bleek allemaal te kloppen toen men bij de heraanleg van het plein en de daaraan verbonden archeologische onderzoeken een aantal dingen bevestigd zag. 

De voorziene grote rioleringswerken en herinrichtingswerken in de nabijgelegen straten met name op het Keizersplein en op het kruispunt Keizersplein – Colinetstraat, bleken een mooie aanleiding te zijn om ook archeologische opgravingen uit te voeren in de zone rond de te verwachten Gentse Poort. 
Het Agentschap Onroerend Erfgoed (het toenmalige R.O. Vlaanderen) liet er geen gras over groeien.

Bouwheer en aannemer dienden de mogelijkheid dienden te voorzien voor archeologische registratie, maar om praktische en technische redenen werd in overleg met Stad Aalst evenwel besloten de drie zones reeds voorafgaandelijk op te graven, om zo duidelijkheid te kunnen bieden omtrent de planning van de werken, de veiligheid te kunnen garanderen en een goede registratie te verzekeren.



Op het kruispunt Keizerplein – Colinetstraat is grotendeels voorafgaand archeologisch onderzocht. Op 
basis van dit onderzoek en dat op het Vredeplein werden nadien ook de groenzones op het Keizersplein weerhouden voor archeologisch onderzoek

De omwalling kon op drie plaatsen onderzocht worden: dwars op het tracé van de stadsomwalling, aan de binnenzijde van de omwalling en ter hoogte van de voormalige Gentse Poort, tevens de plaats waar de oude handelsweg Brugge-Keulen de stadsomwalling kruist. 
Uit het onderzoek bleek dat de omwalling bestond uit een gracht met aan de binnenzijde een aarden wal. Het onderzoek toonde aan dat de aanleg van deze wal past binnen een grootschalige uitbreiding van de stad in het 1ste kwart van de 13de eeuw.

De Middeleeuwse stad is ontstaan op de plaats waar één van de uitlopers van de heuvels steil afdaalt naar de bedding van de Dender. Tijdens het onderzoek werd vastgesteld dat de moederbodem op zowel het Vredeplein als het Keizersplein bestaat uit zandleem. 

De gracht bleek te zijn gevuld met diverse materialen, puin en baksteen. 

Wat ook duidelijk was, was dat de gracht een bocht vertoonde. Er wordt dus aangenomen dat de gebouwen aan de westzijde van het Vredeplein op de stadsgracht zijn opgericht en de straat zelf te situeren is op de Wal. De Vrijheidstraat ten noordwesten van het plein zou dan wel op de stadsgracht gelegen zijn, evenals de stedelijke freinetschool De Notelaar ten noorden. 



Eén van de belangrijkste vraagstellingen van het archeologisch onderzoek betrof de datering van de 
tweede stadsomwalling. Tot vóór het archeologisch onderzoek werd verondersteld dat de oprichting van de tweede stadsomwalling van Aalst te dateren was vóór 1225. Dit was gebaseerd op de veronderstelling dat men het Schepenhuis op de Grote Markt, daterend 1200-1225, zeker niet zou bouwen buiten de stadsmuren. 

De middeleeuwse ploeglaag die in zone II en III werd aangetroffen, leverde in zone II heel wat materiaal op dat werd afgedekt door een pakket dat geïnterpreteerd wordt als een restant van de stadswal en dat geen noemenswaardige verdere vondsten opleverde. 

Uit deze datering van de ploeglaag blijkt dat de oprichting van de stadsomwalling en de inrichting van de Grote Markt op ongeveer hetzelfde moment plaats gevonden hebben. 
Dit wijst op een grootschalige uitbreiding van de stad in het eerste kwart van de 13de eeuw.
 
Dankzij deze gegevens en de resultaten van het onderzoek in zone I is het duidelijk dat de tweede stadsomwalling bestond uit een gracht met daarachter aan de binnenzijde een aarden wal, opgericht met de aarde afkomstig uit die gracht. 

Over de eventuele aanwezigheid van een houten palissade of muur en zijn situering t.o.v. de wal (de 'catte', weet u nog) zijn geen gegevens aan het licht gekomen. Wel is een kalk- en zandstenen fundering aangetroffen die vermoedelijk deel zal hebben uitgemaakt van de stadspoort. 

In de zuidwestelijke hoek van zone III werd een kalkzandstenen structuur aangesneden die wellicht kan worden geïnterpreteerd als funderingsplatform.  En dat kan als een onderdeel van de voormalige Gentse poort beschouwd worden. Doordat het funderingsplatform een aantal kuilen doorsnijdt die gedateerd worden in de 13de-14de eeuw is het meer waarschijnlijk dat deze structuur teruggaat op een latere reorganisatie of verstening van de stadsverdediging.

Naast de blootgelegde restanten van de middeleeuwse stadsverdediging zijn ook een aantal dikke bakstenen muren aangetroffen in de grachtvulling. Er was echter geen materiaal voorhanden om deze muren en de vullingpakketten van de gracht te dateren.

Het plein zelf is lange tijd een open ruimte aan de rand van de omwalling gebleven. Pas in de negentiende eeuw geven kaarten aan dat een deel van het plein bebouwd werd. 

Deze bebouwing werd in de twintiger jaren van vorige eeuw gesloopt. 

Op de plaats waar zich op het vredeplein tegenwoordig ‘het monument’ bevindt, stond vroeger immers nog een grote blok kleinere huizen met een totale oppervlakte van 2,7 are.   

Tijdens de gemeenteraad van 16 juli 1910 werd beslist over de onteigening van dit deel langs de Korte Ridderstraat voor het maken van een openbare plaats, die tot op heden gekend is als ‘het Vredeplein’.

Het ging eigenlijk om een drietal erven, ‘’t Gulden Zweerd’ (1550), ‘het Leeuwken’ (1816) en ‘’t Karbonaken’ (1816), die samen met een woningrij aan de Vrijheidstraat, de Kat- en het Pompstraatje, een langwerpig vierkant vormden. 
Toen dit complex in 1912 ook effectief platgelegd werd, ontstond de ruimte die tegenwoordig nog steeds 'het Vredeplein’ vormt. 


In 1927 werd, ter hoogte van het Vredeplein, de Nieuwstraat als het ware in twee gekapt. Het was zo dat vroeger de Nieuwstraat eindigde aan de tuinmuur van De Clippele
Pas na WOI kwam er een verbinding met de Gentsestraat tot stand. Het laatste stuk van de Nieuwstraat vanaf het Vredeplein werd in 1927 herdoopt in ‘Vlaanderenstraat’.

In 1929 werd een eventuele herbenaming ‘De Kat’ voor het Vredeplein door het gemeentebestuur afgewezen en er werd toen geopteerd om de oorspronkelijke naam te behouden.  
 
Het werd een bruisend plein, en tijdens de Kermisfeesten bijvoorbeeld was er altijd veel animatie voorzien. Naast de gebruikelijke muziekoptredens was er vaak ook een ‘Openluchtkinemavoorstelling’ voorzien. 

De heel gekende jaarlijkse Kattekermis was een evenement dat je zeker niet mocht missen, al dreigde deze traditie in 1929 even verloren te gaan. Omwille van organisatorische omstandigheden, want aan de opkomst was het zeker niet gelegen. 

In een ultieme poging om de toch nog talrijke bezoekers toch wat langer in de stad te houden, werd daarom op vastenavondzondag omstreeks 18.00u een lichtstoet georganiseerd. 

Het initiatief, dat financieel gesteund werd door de foorkramers, zorgde voor een unieke sfeer in de binnenstad. 
Begeleid door de reuzen trokken de leden van de twee Aalsterse verenigingen van Gilles met fakkels door de straten. 
Op de hoeken van de straten zorgde Bengaals vuur voor een feeëriek schouwspel en een gezellige sfeer. 
De stoet beleefde haar hoogtepunt op de Grote Markt, waar de Aalsterse Gilles een rondedans deden en een vuurwerk uiteindelijk de festiviteiten afsloot. 
Het initiatief werd in 1933 herhaald en het zou later een traditie blijven dat de Grote Markt hét eindpunt zou zijn van de jaarlijkse carnavalsstoet.

De jaren ’30 zouden zich trouwens kenmerken door feeërieke verlichting, fakkeloptochten en volks vermaak, zowel tijdens de stoet als tijdens de kermis.

Na alle voorgaande problemen werd de maatschappij 'De Kat' opgericht, met de bedoeling de tradities van de wijk in ere te houden. 
De oprichters van deze maatschappij waren Jan Roelandt (voorzitter), Donatus Droesbeke (ondervoorzitter), Theophiel Amant (penningmeester), Leopold Strickx (secretaris), Richard Silon en Frans Van den Brande. 
Het was deze maatschappij die een reuzenkat liet bouwen om mee in de stoet te gaan. 

Dat gebeurde vanaf het jaar 1932.

De Kattekermis kende dus haar eigen stoet, waarbij de reusachtige Kat uiteraard steeds naar buiten kwam, maar ook de Ajuingilles namen toen deel aan deze stoet. Een uitzonderlijke gebeurtenis was dat trouwens, want normaal kwamen zij enkel en alleen maar buiten met Aalst Carnaval.
De Gilles naar de Kattekermis, en De Kat naar de carnavalsstoet … Een mooie wisselwerking. 

De eerste Kat, die dus in 1932 meeging in de stoet, was een wit exemplaar. Hierbij een foto uit dat jaar, waarop de kat (links) te zien is, samen met kindje Baba op de voorgrond en met majoor Cans ('in den draai').


Deze Kat werd jarenlang op de zolder van Jan Roelandt, die de afbeelding gemaakt had, bewaard. Toen het onderstel op een dag in het stadsmagazijn verdwenen was, werd de Kat op een paardenkar gezet en werd ze zo rondgereden tijdens de stoet. Ze moest en zou meedoen! 

Nog in die periode had het plein trouwens ook een sportieve functie. Net als op zoveel andere plaatsen werden hier regelmatig kaatswedstrijden en -tornooien gehouden, die steeds een hele hoop volk te been brachten. 
Inkom : 1 Frank!


Op zaterdag 6 februari 1932 vond een ander heuglijk feit plaats op het plein. De opening van een ‘prachtige nieuwe café’ … 

Café ‘Vredeplein’ was een feit, en nog tot op  de dag van vandaag kan men daar een fris pintje (of ‘ietanders’ gaan drinken). De eerste eigenaars waren Gustaaf D'Haese en zijn vrouw Augusta Ballinxks.

Ook de hondensport krijgt in die jaren de nodige aandacht. 
Zo vinden we in de Volksstem van 23 juni 1933 volgend artikel : 

Het hondensport krijgt alhier met den dag meer aanzien! En wel in tweeerlei opzichten. 
Op 2 juli, 1e zondag kermis Aalst, heeft op het Vredeplein te 3 uur een prachtige demonstratie plaats van afgerichte honden. 
Een 15 tal honden van de Aalstersche hondenclub St Rochus verleent hunne medewerking. 
Enkele nummers van practischen aard zullen de oefeningen afwisselen

Op 19 juli vinden we in dezelfde krant trouwens nog een berichtje uit de dierenwereld : 

Te beginnen van zaterdag 29 juli, zullen duiven- en kiekenmarkten, van de Hopmarkt en Nieuwstraat, verplaatst worden naar het Vredeplein”. Het bericht werd ondertekend door burgemeester A. Nichels.

En op 17 juli van dat jaar wordt een nieuwe doelgroep benoemd : meer dan 100 kg mannen … 


Op 5 juli 1938 werd het ter gelegenheid van de Kermisfeesten wat hogerop gezocht … 
Het was de luchtballon van Jean De Vogelaer die werd opgelaten onder grote belangstelling!


Het monument met de "eeuwige vlam" als herkenningspunt was er toen nog niet, maar verschillende gebouwen rond het plein zijn wel nog steeds herkenbaar.

Op het Vredeplein bevond zich toen ook de Stadsmeisjesschool.

Deze omvatte de bewaarschool (ingang Schoolstraat), lagere school en avondschool. 

Vele gebouwen uit de periode 1920-1940, ook het Interbellum genoemd, bleven goed en mooi bewaard. Meestal vormen ze nog steeds homogene rijen of blokken. 
Een prachtig voorbeeld daarvan is de Capucienenlaan, waar bewezen wordt dat deze gebouwen nog niets ingeboet hebben aan hun degelijkheid en uitstraling. 
In de meeste gevallen werden de ramen vervangen door aluminium, maar af en toe zijn toch nog steeds houten kaders terug te vinden. 

In totaal staan er in Aalst nog een vijfhonderdtal Interbellum gebouwen, en ook deze stadsmeisjesschool hoort daarbij. 

Het is een modernistisch gebouw met onder andere toneel- en turnzaal die via de binnenkoer of speelplaats te betreden is. Vanop de speelplaats kunnen we de prachtige gevels nog steeds bewonderen. 
Net als het oude zwembad aan de Capucienenlaan (nu stedelijke kunstacademie) werd ook deze school onder het bestuur van burgemeester Alfred Nichels gebouwd. 

Het onderwijs in de stad Aalst kende in de tweede helft van de 19e eeuw een al een beperkte uitbouw onder invloed van de wet op het lager onderwijs uit 1842. 
Om ook daadwerkelijk te kunnen voldoen aan de vereisten van deze wet beperkte de stad zich tot het aannemen van een aantal scholen, waaronder de school van de Broeders der Christelijke Lering aan het huidige Vredeplein en de „bijzondere‟ school aan de Graanmarkt. 
Naast een aantal vrije scholen en privé-initiatieven was aldus voorzien in de onderwijsbehoeften van de stad. 
Met de wet uit 1914 op de verplichting van het onderwijs tot de leeftijd van 14 jaar ontstond er na W.O. I, door de stijging van het aantal leerlingen, behoefte aan meer en uitgebreidere schoolgebouwen.

Daardoor werden een aantal scholen door de stad uitgebreid en vernieuwd of nieuw opgericht.
Ook in het onafhankelijke (katholieke) net werd tot uitbreiding overgegaan. 

In de jaren ‟20 werd het pensionaat van de Dames van Maria aan de Onderwijsstraat uitgebreid en werd een Centrale Jongensschool opgericht aan de Nieuwbeekstraat. 
In het daaropvolgende decennium vond een uitbreiding plaats in de Centrale Meisjesschool aan het Vredeplein en het huidige Vrij Technisch Instituut aan de Vakschoolstraat en Sint-Annalaan, werd de nieuwbouw voor het Koninklijk Atheneum aan de Graanmarkt gerealiseerd  en ontstond een nieuwe kleuterschool in de Kerrebroekstraat. 

Triphon De Smet droeg - in zijn hoedanigheid als stadsbouwmeester - de eindverantwoordelijkheid voor alle projecten in opdracht van de stad, wat er in essentie op neerkwam dat hij de bouwplannen tekende en toezicht hield op alle activiteiten voor en tijdens het constructieproces.

De Centrale Meisjesschool aan het Vredeplein breidde in 1934 haar gebouwen uit met een nieuwe hoofdvleugel in de Vrijheidstraat en een beperkter volume in de Bert Van Hoorickstraat. 
Deze laatste is trouwens een niet echt opvallende constructie van slechts één bouwlaag die werd opgetrokken in een uiterst functionele stijl.
Met haar brede rechthoekige vensters met een kruisverdeling heeft deze wel iets van de Nieuwe Zakelijkheid. 

Ook de hoofdvleugel vertoont hier kenmerkende elementen van, zoals de veruitwendiging van de interne organisatie. In dit geval komt die tot uiting in een sterk horizontaal volume rechts met twee hoog aangebrachte vensterstroken en het smallere meer vertikaal opgebouwde volume links met drie ronde vensters boven de toegang. 
Deze verbergen niet dat zich achter de gevel respectievelijk turnzalen en een traphal bevinden. 

Tijdens de tweede oorlog werd de school gebruikt voor het afspelen van propagandafilms, het organiseren van muzikale avonden, kunstavonden, … Veel gebeurde onder het toeziend oog van Duitse militairen. 
Hier een foto van deze 'toezichtshouders' op het speelplein van de school.


Aan het einde van de oorlog, op 18 november 1945 vinden we volgende advertentie terug in ‘De Gazet van Aalst’ : 

“Eene bedeeling van appelsienen zal plaats hebben op dinsdag 20 dezer van 9 tot 11 en van 14 tot 17 uur in het lokaal Solidariteit, Vredeplein te Aalst, aan alle politieke gevangenen in het bezit der groene kaart met roode band. Namens het daartoe aangesteld Komiteit der Weerstandssgroepen G.L. (A.B.) (= geheim leger), O. F., Fidelio, Weerstandsgroep Spoorwegen

Ook in 1946 bleef het plein, en met name de meisjesschool, belangrijk om de naoorlogse periode in te kunnen zetten. 
Zo kon men, op vertoon van het trouwboekje en de identiteitskaart, en tegen afgifte van de oude rantsoenkaarten, nieuwe rantsoenkaarten bekomen in de Stadsmeisjesschool. 

In november 1946 verscheen ook het weekblad ‘De Weerstander’. 

Zij waren gevestigd op het Vredeplein nummer 67 en brachten wekelijks de lezers op de hoogte van de organisatie ‘Solidariteit’, kortweg ‘SOL’.

Ondertussen werden in de stadsschouwburg opnieuw grote werken uitgevoerd. 

Er staat wel ‘Stadsschouwburg’, maar eigenlijk hebben we het over een ‘voorlopige stadsschouwburg’. 
Een gebouw dat werd voorzien voor opvoeringen, nadat de originele Stadsschouwburg een beetje verder (op de Hopmarkt) ondertussen met de grond werd gelijkgemaakt.

Geen nood … er was een zaal, en dus konden de festiviteiten en voorstellingen gewoon doorgaan. 

Zo vinden we op 5 januari 1946 een advertentie voor het stuk ‘De Wijsgerige Vrouwtjes’ terug, een stuk van Molière. 


En in januari 1947 vinden we er het ‘Bal der Vuurkruisen’ ’14-18’.

Volgens de affiche ‘het mooiste en plezierigste bal van ’t seizoen’ met een speciaal militair orkest van 10 muzikanten in prachtkleedij van het 2de reg. Lanciers 1912".

Het evenement wordt aangeprezen met de leuze : ‘Waar de Vuurkruisers zijn, is er leute en plezier’ … 

Nog meer ‘leute’, al is dit eerder sarcastisch bedoeld, want einde jaren ’40 werden ook werken uitgevoerd om de telefoon te kunnen aansluiten. Dat dit niet zonder slag of stoot gebeurde, mag blijken uit volgende interpellatie op het gemeentebestuur : 

Waar zit onze schepen van openbare werken?   Onze straten blyven in een erbarmlyken toestand liggen voorwaar waar de telefoon werd gelegd, is het buiten alle concurrentie. Kijk maar naar het Vredeplein, aan de bevoorrading’. 

De ‘bevoorrading’ bevond zich ondertussen ook in de meisjesschool. 

Het mag duidelijk zijn, het Vredeplein had een belangrijke rol te spelen in die jaren. 
De Stadsschouwburg voor  spelen van diverse aard, en de meisjesschool voor lezingen, bijeenkomsten, bedelingen, …
Bekomen kon men achteraf in café ‘De Vrede’. 

De Stadsschouwburg op het Vredeplein was zoals al gemeld eigenlijk maar een ‘voorlopige oplossing’, en het zou het begin worden van de smeekbede van de Aalstenaars om ‘een nieve zool’.
Zo lezen we in de pers : 

Sinds de afbraak van de oude schouwburg op de Hopmarkt (eigenlijk Botermarkt) kenden we al verschillende stadsbesturen. 
Onmiddellijk voor en na de oorlog van 1940 werd een noodoplossing geschonken, namelijk de huidige stadsschouwburg aan het Vredeplein. Dit bleek echter al spoedig een heel slechte oplossing te zijn”. 

Althans zo wordt beweerd in De Gazet van Aalst van 1 februari 1953.

Onder verschillende stadsbesturen werden er wedstrijden uitgeschreven onder architecten die onder elkaar voor ’t schoonste, grootste en beste plan wedijveren. Er werden grootse, té grootse plannen gesmeed, die een stad van middelmatige grootte financieel moeilijk kan torsen. 
Het is altijd beter iets min groots, maar meer praktisch in te zien.
Aan prachtige gebouwen heeft een toneelmaatschappij niets. Het volk moet natuurlijk behoorlijk geplaatst kunnen worden maar de allereerste vereiste is wel een goed speelplan”.

Er werd ondertussen voor het gedeelte ‘toneel en muziek’ een oplossing gevonden in CC De Werf (Molenstraat). 

‘De zool’ voor de carnavalisten echter, een evenementenzaal waar een hele hoop volk samen kan genieten van één evenement, die laat op zich wachten. 
 
Vanaf 1946 vinden we ook de handelsfoor terug in de meisjesschool. De foor verhuisde later wegens 'te kleine en onpraktisch ruimte' naar het Atheneum en nog later werd ‘de Couverture’ de thuisbasis van dit gebeuren. 

In 1950 beleefde de Kattekermis zijn hoogtepunt, waarop de Maatschappij een nieuwe Kat liet beitelen door een beeldhouwer in Zottegem. 
Dit gebeurde voor de som van 4.000 frank. 
Het dier, dat volledig uit hout bestond en zwart geschilderd was met vurige ogen, bleek echter veel te zwaar te zijn om mee te kunnen dragen in de stoet, waardoor Gillaume Pachter de Kat in 1951 op een onderstel monteerde, dat een burcht voorstelde. 

Nog in die jaren vonden we op het plein ook frituur Arthur terug.  Daar waar nu de fonteinen zich bevinden was inderdaad ‘the place to be’ om een frietje te steken. 


In de jaren ’
80-90 stond er trouwens ook een frituur, uitgebaar door René Vermoesen.
Frituur Arthur begon ‘mobiel’, maar later vonden we een vaste frituur terug in de Duivekeetstraat.

Dat het plein omwille van de naam alleen al een link heeft met oorlog en vrede, dat is zeker. 
En dat bleek ook zo op 4 september 1954

Ter gelegenheid van de tiende verjaardag ‘der bevrijding der stad’, was Ereburger Major Fairbairn immers aanwezig in onze stad. Hij vertrok toen, samen met onder andere Town Major Dwyer en Majoor Van Hover, per jeep aan de ‘Haring’ voor een rit naar de Grote Markt waar na een huldiging een groot concert op hen wachtte.

Op 5 september werd, in aanwezigheid van onder andere Bill Fairbairn, een toespraak gehouden door burgemeester Oscar Debunne. 
Dit gebeurde bij het aansteken van de eeuwige vlam bij het nog op te richten monument ter nagedachtenis van de oorlogsslachtoffers op het Vredeplein te Aalst.

Dat monument op het Vredeplein werd, twee jaar later, in 1956 onthuld ter nagedachtenis van de slachtoffers van de Eerste en Tweede Wereldoorlog.

Eerder dat jaar won Marc De Bruyn een internationale wedstrijd voor het ontwerpen van een oorlogsmonument voor het Vredeplein in Aalst
Hij ontwierp een driedelige constructie op zuilen, waaronder hij een metalen schaal plaatste, waarin een vlam ontstoken kan worden. Onder toezicht van architect Stany de Neef beitelde Marc het Vredesmonument ter plaatse. 
Hier zien we de opbouw van dit indrukwekkende monument.


Het oorlogsmonument op het Vredeplein betekende voor Marc zijn grote doorbraak.

Het herdenkingsmonument werd gebouwd volgens zijn modernistisch ontwerp dat dus bestaat uit drie pijlers waarop een massieve driehoek rust. 

Op de voorzijde zit een hardstenen bas-reliëf, met vier ruiters die de Apocalyps aankondigen. 
Daarvoor bevindt zich een bronzen beeldengroep. 
De ruiters symboliseren de rampen die de mensheid getroffen hebben, en tegen die achtergrond tekent zich een compositie in geslagen koper af die de lijdende mensheid symboliseert.
 
Een vertwijfelde vrouw houdt het lichaam van een levenloze man in de armen. 
Tussen de drie zuilen staat de ‘eeuwige vlam’ opgesteld, een vlam die trouwens enkel aangestoken wordt bij speciale gelegenheden.

Ook het aantal zuilen werd niet ‘zomaar’ gekozen. De drie zuilen symboliseren 

- Dom Modest (die tijdens de repressie langdurig gemarteld werd in voorarrest, en uiteindelijk bezweek aan de verwondingen)

- Meester De Vos (in dezelfde periode afgemaakt met een nekschot door de weerstanders), en

- Het lijden van alle repressieslachtoffers.

Hier twee fotootjes van tijdens de inhuldiging.



In
1962 keurde de gemeenteraad eenparig de oprichting goed van een cultuurcentrum in de Molenstraat. Benevens de gebouwen van ‘Volksverheffing’ werden ook de aanpalende gebouwen aangekocht, zodat men een centrum zou kunnen oprichten waarin zowel de centrale bibliotheek, een auditorium én vergaderzalen zouden worden geïmplementeerd. 
Zo zou ook het probleem van een degelijke Aalsterse schouwburg volledig opgelost worden.

Het project CC De Werf werd een feit.

Ondertussen werd in 1964 ook … de Stadsschouwburg aangepast volgens de moderne eisen. 
Een nieuwe bekleding en een uitrusting met een zeer gevarieerd lichtorgel stonden garant voor nieuwe uitvoeringen ‘op niveau’.

1967 Werd een jubileumjaar. Het was immers 100 jaar geleden dat kunstenaar Valerius De Saedeleer geboren werd. 
Naar aanleiding van deze honderdste geboortedag werd hij geëerd met een grote tentoonstelling en de installatie van een bronzen gedenkplaat (een ontwerp van Ignatius De Vos) op de hoek van de Nieuwstraat en het Vredeplein (tegenover de voormalige plaats van zijn geboortehuis).


In 1969 werd bekend gemaakt dat de Stedelijke meisjesschool ook de jongens van de stadsschool aan de Nieuwbeekstraat zou opvangen. 
Vanaf dat jaar spreekt men dus van het gemengd stedelijk lager onderwijs. 

De lokalen van de stadsjongensschool zouden dan ter beschikking komen van de Academie voor Schone Kunsten, die momenteel eng en weinig comfortabel behuisd waren. 

In de turnzaal zou men dan ook plaats maken voor turn- en yogacursussen voor kinderen en volwassenen. 

Ook het stedelijk archief, dat reeds een tiental jaren geleden ondergebracht werd op de zolder van het belfort, werd heringericht en werd overgebracht naar een volledige verdieping van de stadsschool. 

Inmiddels, we spreken dan over het jaar 1971 was het archief natuurlijk opnieuw sterk aangegroeid en diende men opnieuw uit te wijken naar andere locaties. 
Het ‘Huis van Langenhove’, vroeger betrokken door het vredegerecht en de rechtbank van koophandel werd ‘the place to be’. 

In januari 1970 volgde trouwens de beslissing dat er vanaf die week zowel in de stedelijk lager- en bewaarschoolonderwijs gestart werd met de vijfdagenweek. 
Vanaf dan dus geen klas meer op zaterdag. 

Door de gemeenteraad werd een beslissing genomen om twee onthaalcentra in te richten. Eén in de stadsschool van het Vredeplein en een andere in de meisjesschool van de Binnenstraat, waar de kinderen dan op wens van de ouders, ’s zaterdags ’s morgens onthaald werden en onder bevoegde leiding met vrijetijdsbesteding werden beziggehouden. 
De beslissing werd nog niet door de hogere overheid bekrachtigd, maar liet niet lang op zich wachten. 

In september van dat jaar volgde trouwens slechter nieuws. Men sprak toen van de opheffing in het onderwijs van drie klassen aan het Vredeplein. 
Dit kwam door een daling van het aantal leerlingen. 
Men ging er op een bepaald ogenblik zelfs uit van nóg grotere doemberichten en vreesde dat het instandhouden van de instelling problematisch zou kunnen worden. 
Het leerlingenverlies waarmee men zich geconfronteerd zag, ging ten voordele van het Atheneum. Het was zelfs zo dat sommige  leerkrachten van de stadsschool de leerlingen zelf ergens anders heen stuurden.

In 1975 was onze fameuze Kat aan een herschildering toe. Het diertje werd grijs-wit geschilderd en de vurige ogen verdwenen.

Deze Kat was dan jarenlang spoorloos, tja dat heb je wel eens met die beesten, maar op een dag werd ze toch teruggevonden, ergens verscholen in een hoekje in een Stadsmagazijn. 

Het beestje gaat sedert eind van de jaren '70 niet meer mee in de stoeten, maar wordt momenteel wel nog bewaard in het Stedelijk Museum.

Een herinnering aan 'De Kat' in de buurt tegenwoordig is 'Bowling The New Cat' op het Vredeplein.

Midden jaren ’70 is het Vredeplein eigenlijk een troosteloos plein. 
Hier een foto van hoe het er allemaal uitzag in 1976.


We zien achteraan het oorlogsmonument. Daarachter links een gedeelte van de stadsschool. Het middelste gebouw herbergt de ‘voorlopige’ stedelijke schouwburg en het stedelijk archief. 
Daarnaast nog een gedeelte van de brandweerkazerne. Rechts van het plein enkele cafés. Links Everaert bandencentrale daarnaast een appartementsgebouw met op het gelijkvloers salons De Vrede en op de hoek een traiteur. Verder vinden we er een openluchtparking met parkeermeters.

Wat op de foto nog opvalt? 

Geen enkel boompje of plantje te bespeuren. 

Een klaagzang hierover vonden we reeds terug in De Gazet van Aalst van 14 november 1970, waar het gemeentebestuur hard aangepakt wordt in verband met hun lakse houding tegenover ‘groen in de stad’. 

Naar aanleiding van de boomplantingsdag van 21 maart dat jaar werden in het ganse Vlaamse land duizenden boompjes geplant door talrijke verenigingen en vrijwilligers. 
Overal was men er fier op … Die dag werd immers een stukje natuur in stand gehouden of aangeplant. 

De krant ging verder : “En gij, Aalsters stadsbestuur, wat hebt gij gedaan? Wat doet ge? Gij die zo hard hebt geroepen? Een tiental armzalige boompjes hebt ge geplant. Boompjes die ge op de koop toe van een gekende Aalsterse vereniging had gekregen. Symbolisch heet dat dan! Symbolen allicht voor al de bomen die ge niet hebt geplant!”

Verder volgde een klaagzang van hoe het stadsbeeld verstoord werd. Hoe de prachtige platanenrijen van de Capucienenlaan en Leo de Bethunelaan verdwenen. Hoe de Stationsstraat werd verknoeid. 
En hoe het Vredeplein en Esplanadeplein op enkele schaarse exemplaren na, helemaal kaal zijn geworden;


In 1974 werd dan toch een verdienstelijke poging ondernomen . 
De pleinen in het stadscentrum waren nu echt wel dringend aan een grondige opruimbeurt toe en de stad greep in

Het Keizerlijk Plein werd heraangelegd en ‘herboomd’, en ook op het Vredeplein was men bezig aan een herinrichting. 
Links en rechts van de middenstroek werden door zigzag geplaatste borduurstenen de parkeerstroken afgebakend, terwijl grote bloembakken er een beetje kleur inbrachten. (jammer genoeg niet zichtbaar op  deze zwartwit foto). 



Na de werken aan het Vredeplein werd ook het Esplanadeplein aangepakt. 

Iets meer groen dus, maar nu waren het de automobilisten die sakkerden. Er gingen bij deze ‘opfrissingsactie’ immers maar liefst 72 parkeerplaatsen verloren aan het Vredeplein. 
En of het resultaat nu echt een groenere wereld gemaakt heeft? Wel, bekijk de foto uit 1976 nog eens aandachtig.

Om parkeerproblemen op diverse pleinen en straten van de baan te ruimen werd, ook door andere gemeentebesturen, beslist om er parkeermeters te voorzien. 
Als één van de pioniers hiervoor kwam het Vredeplein aan de beurt. 

De groep Raldes kwam in actie en verweet de stad dat er onvoldoende parkeergelegenheid gecreëerd werd in de buurt van het Vredeplein en de Hopmarkt. Er werd advies gegeven om eens een kijkje te gaan nemen in steden als Breda en Eindhoven en om eens met de ‘getroffen winkeliers’ te gaan praten. 

‘Alles loopt vast’ en als fietser moet je rekening houden met zowel de rode lichten én de straatbedekking, wil hij heelhuids doorheen ‘de gevarenzone’ geraken. 

Kennen we dat trouwens niet ergens van?
 Een herinrichting die onmiddellijk tegenstand krijgt, zondera dat het een kans op bestaan gegeven wordt? 

Mei 1977 : Er kwam een heus structuurplan – vergelijk het met het tegenwoordig sterk bekritiseerde ‘circulatieplan’ – wat ook toen op de nodige commentaren getrakteerd werd. 

Het plan zou het centrum leefbaarder en aangenamer moeten maken. 

Wat zeker nodig was : een verkeersvrije Grote Markt, winkelwandelstraten en een station dat beter aan de bestaande behoeften kon voldoen. 
Het doorgaand verkeer zou zoveel mogelijk buiten de stadskern gehouden worden. De stadskern werd begrensd door de Werf, Vaartstraat, Esplanadestraat, Vrijheidstraat, Vredeplein, Keizerlijk plein, Zonnestraat, Houtmarkt, Alfred Nichelstraat en Burchtstraat. 


Dat het niet zo simpel was, bleek al snel heel duidelijk. Men wist het op den duur blijkbaar zelf niet meer want bijvoorbeeld de Vrijheidstraat ging van een tweerichtingstraat naar een éénrichtingsstraat (voor de veiligheid). Daarna terug naar een tweerichtingsstraat (ook al voor de veiligheid), …
Tegenwoordig is het trouwens nog steeds … opnieuw een éénrichtingsstraat (inderdaad, voor de veiligheid). 

1977 Herenhuis op de hoek van de Nieuwstraat en het Vredeplein nu Bank Crédit Lyonais. Heiligenbeeld in gevelkapel op de hoek van het gebouw. Daarnaast het smalste appartementsgebouw(?) van Aalst


Hetzelfde gebouw iets langer geleden. Bemerk dat waar nu de fonteinen staan, vroeger gewoon een kruispunt met rode lichten was. 


... en voor de rode lichten ... agenten die alles in goede banen trachtten te leiden ...



In 1980 kwam ook de vraag om de parking van het Vredeplein uit te breiden tot de binnenstrook, en dat terwijl de werkgroep ‘stadsherwaardering’ ondertussen ijverde voor hoogstammig groen in de stad en ook het Vredeplein hiervoor in het vizier had. 

Voor sommigen was dat niet te verzoenen met de standplaatsen van de foor, maar de werkgroep zag toch liever kleinschaligere kraampjes tussen de bomen in plaats van die mastodonten (die later trouwens naar het Keizerlijk Plein zouden verhuizen). 

Na de inhuldiging van CC De Werf werd de ‘voorlopige’ stadsschouwburg wel nog gebruikt door de stedelijke muziekacademie, Yoga Vadanta en ook kleinere producties zoals toneelvoorstellingen, poppentheater, enz bleven er hun toevlucht zoeken. 

Geopperd werd dat, mocht deze schouwburg onbruikbaar worden, er zeker een grote leemte zou ontstaan. Vooral omdat de kleinere theaterzaal voor veel producties in De Werf niet te gebruiken was wegens de hoogte.
Ook de grote zaal schrikte de verenigingen af door haar 598 zitplaatsen.

Zelfs op politiek vlak begon het getouwtrek. De ene verklaarde dat de zaal kwestie van brandveiligheid als een smeulende sigaret zou zijn, die eerstdaags wel eens voor een catastrofe zou kunnen zorgen. 
De andere kaatste de bal terug naar CC De Werf waar er ook maar twee nooduitgangen voorzien zijn in geval van calamiteiten. Onverantwoord … maar dank zij een politieke kunstgreep jammer genoeg wel de waarheid.
 
In 1986 verhuisde Yoga Vadanta naar de Volksverheffingstraat. De laatste jaren werden ze meer en meer gehinderd door de Academie  voor Muziek, Ballet en Toneel en ze zaten er daarenboven nogal ‘te kijk’. Op de nieuwe locatie heeft men nu trouwens alle faciliteiten onder één dak, gaande van vergader- en ontmoetingsruimten en een optimaal uitgeruste oefenzaal.

Eind jaren wou men terug leven blazen in de oude gebouwen. Men zou ervoor zorgen dat tenminste de brandveiligheid in orde zou komen, en dat daardoor opnieuw zou kunnen gespeeld of geoefend worden in deze zalen. 

Eind jaren ’80 stond er duidelijk nog iets te gebeuren op de agenda. De stoep aan de school werd merkelijk verbreed, maar er was niemand die wist wat het nobele doel hiervan dan wel zou zijn. 
Er werd geopperd dat er misschien wel een openbaar toilet zou komen, maar ook de optie ‘fritkot’ kreeg zijn aanhang. 
En het was deze laatste die gelijk kreeg. 

De frituurstory kreeg een vervolg in februari 1990.

Reeds vorig jaar werd duidelijk iets voorzien, maar de ‘frietliefhebbers’ werden wandelen gestuurd. Er zouden zich in de buurt reeds genoeg frituren bevinden. De buizen en andere attributen die er ter plaatse kwamen, wezen echter wel allemaal in de richting van een fritkot. 

In januari 1990 verscheen dan ook effectief een mobiele frituur ter plaatse. Omdat de voorziene vergunningen echter nog niet waren afgeleverd, kreeg de uitbater (een Haaltenaar) het bevel om de plaats onmiddellijk te verlaten. Hij trok een paar dagen later met zijn gevaarte inderdaad verder … naar de Koolstraat. 

Exit frituur dus, maar volgens burgemeeser De Maght werd hiermee niet uitgesloten dat de bewuste aanvrager er zich tijdens de carnavalsdagen toch zou mogen vestigen. Dat zou dan echter kaderen in de reglementering van een ‘georganiseerde inname van de openbare weg’, … en zou natuurlijk ook de nodige centjes kosten … 
 
Nog in 1990 kwam er goed nieuws voor de oude stadsschouwburg. 
Er werd immers de ‘vzw Kat-theater’ opgericht door onder meer De Schakel, Het land van Riem, Tejater 80, Netwerk en Taal en Vrijheid. 
Zij verklaarden zich akkoord om de zalen te blijven gebruiken en onderhouden en kregen het beheer in handen. 

De zaal en de foyer hadden duidelijk een facelift nodig, en die kwam er ook tegen eind 1991. 
Ook de kleedkamers werden aangepast en in de gang kwam nieuw sanitair. 
Er kwamen nieuwe ramen en er werd werk gemaakt van het plaatsen van vast tapijt en een geluidswerende wand. Ook de zitplaatsen werden aangepast en er werd gezorgd voor meer beenruimte. 
Het aantal plaatsen daalde daarmee wel van 220 naar 194.

Het was in die beginjaren ’90 dat er nóg een  hekel punt verscheen op de gemeenteraad.
 
De overplaatsing van een deel van de Winterfoor, wat bij de bevolking blijkbaar nogal gevoelig lag, diende namelijk heel dringend te worden besproken. 

Het was gebruikelijk dat de Aalsterse carnavalskermis opgesteld stond op de verschillende pleinen in de stad, het parkingplein Kattestraat-Ridderstraat, de Hopmarkt, het Esplanadeplein, het Vredeplein, de Houtmarkt, de Werf en natuurlijk ook de Grote Markt, maar veranderingen drongen zich op omwille van verschillende redenen. 

Het niet meer in gebruik nemen van de parking Kattestraat werd gestaafd door de melding dat deze ruimte geen eigendom meer was van de stad. 
Op de Werf liep een juridische procedure (die door de stad werd verloren), en waardoor er zeker geen foor meer mocht geplaatst worden.
De Houtmarkt en het Vredeplein gaven problemen met betrekking tot de veiligheid. 
De recente aanplantingen op het Vredeplein zouden voor problemen kunnen zorgen bij de foorplaatsing en voor de Houtmarkt werd aangevoerd dat de foorreizigers zelf aanhaalden ‘dat ze er het zout op hun patatten niet meer verdienden’. 

Ook het toenemende verkeer zorgde ervoor dat het steeds moeilijker en moeilijker werd om grote delen van de stad te gaan afsluiten ten behoeve van de kermis.

In 1992 zetten het parkeerprobleem en de dalende publieke belangstelling het stadsbestuur ertoe aan om, in overleg met alle betrokkenen, de winterfoor te reorganiseren naar vier foorpleinen : de Grote Markt, de Hopmarkt, het Esplanadeplein en de Parking Keizershallen. 

Maart 2008 : De stad onderzoekt de mogelijkheid het Vredeplein snel heraan te leggen. Schepen van Openbare Werken Ann Van de Steen trekt de kar.

'Op de bewonersvergadering kwam het voorstel om de verkeersdoorstroming aan de kant van de horeca op te heffen en het voetpad aansluiting te geven met het plein. De herbergiers krijgen daardoor de mogelijkheid om een terras te plaatsen. 
Het gebruik van het plein zou veiliger worden en je zou vanaf het plein zo de Nieuwstraat in kunnen wandelen. Die winkelstraat wordt door de heraanleg van de Hopmarkt trouwens toch verkeersvrij. We overwegen de heraanleg van de Nieuwstraat meteen te koppelen aan de heraanleg van het Vredeplein'

Het voorstel werd een feit en in 2009 werd, net na carnaval, begonnen met de grote werken. 

Een archeologisch onderzoek ging de werken uiteraard vooraf. 

En dan 'de uiteindelijke werken'... 
Als Aalst iets doet, willen ze het natuurlijk grondig en ‘kunstig’ aanpakken en dus werden ook deze werken aanzien als ‘een specialleke’. 

Met een lijnenspel in de bestrating wou het stadsbestuur het plein als het ware opentrekken. 
Door het gebruik van deze concentrische cirkels, geïnspireerd door radiogolven, vertrekkend van rond het vredesmonument, merken de automobilisten meteen dat ze op een plein terechtkomen en dat ze dus hun snelheid dienen aan te passen. 
De cirkels werden uitgevoerde in een duidelijk afwijkende kleur van de rest van het plein. 

De straat aan de kant van de horeca werd geschrapt, de rijrichting van de Vrijheidsstraat naar het Keizersplein bleef behouden en de winkelstraat werd verkeersvrij gemaakt.
Door het schrappen van de straat aan de zijde van de Nieuwstraat kreeg de HoReCa plaats vrij om terrassen te plaatsen. 

De bomenrijen naar het monument bleven staan en ter hoogte van de Nieuwstraat kwam er een waterpartij met fonteinen. 
De hoofdbestrating loopt nog steeds gewoon over in de Nieuwstraat en de winkelstraat werd ook meteen verkeersvrij gemaakt. 

Het vroeg natuurlijk ook wat aanpassing voor de automobilisten. Het verkeer komende van het Keizersplein moest vanaf dan afslaan in de Vlaanderenstraat. In het gedeelte van de straat tot aan de afslag naar rechts werd het daardoor tweerichtingsverkeer. 
Tegenwoordig kennen we ook dat probleem niet meer, gezien men vanop het Keizersplein niet meer met de auto richting Vredeplein kan. 
De enkele richting in de Vlaanderenstraat werd ondertussen ook omgedraaid, waardoor men vanuit de Gentsestraat dus enkel nog richting Keizersplein kan rijden.

Dat is natuurlijk voor het ‘rijdende verkeer’, en mits wat oplettendheid geen onoverkomelijk euvel. Wat wel voor wat grotere aanpassingen zorgde, was de parkeergelegenheid. 
De doorheen de jaren reeds drastisch verminderde parkeerplaatsen werden nu nog eens ingekrompen. Ditmaal van 37 naar 17. 
Er werd echter wel een laad- en loszone opgenomen in de planning, zodat tenminste de handelaars hun geen kilometers zouden moeten gaan lopen om hun materialen ter plaatse te krijgen. 
Het geheel werd afgewerkt in 2012.

Het parkeertekort werd later gecompenseerd door de aanleg van de ondergrondse parking aan de Hopmarkt (opening 15 juli 2013)..

Nog in 2009 was het feest in de stad. De Academie voor Podiumkunsten leefde in een feestroes. Leerlingen en leerkrachten werkten samen aan een grootse presentatie van muziek, woord en dans.

De Academie voor Podiumkunsten omvat opleidingen voor toneel, dans en muziek.

Met 1.700 leerlingen en 95 personeelsleden is de academie een van de grootste scholen van de stad en de tweede grootste academie van Oost-Vlaanderen.

De muziekafdeling blijft traditioneel de grootste met 1.150 leerlingen. De dansafdeling bevat circa 200 leerlingen, de woordafdeling een 350-tal. 

De Academie voor Podiumkunsten heeft haar wortels in de in 1859 opgerichte Ecole De Musique.

De school startte met vijf leerkrachten en 72 leerlingen. Het was de derde gemeentelijke instelling in Oost-Vlaanderen waar muziekonderwijs gegeven wordt. De allereerste lessen vonden plaats in de lokalen van de Staatsmiddelbare School aan de Graanmarkt, later verhuisde men naar het Vredeplein.

Bij het begin van de jaren zestig kende de inmiddels tot academie gepromoveerde muziekschool een enorme bloei.

Er werden bijafdelingen opgericht in de Binnenstraat en in verschillende Aalsterse randgemeenten. In 1966 volgde ook Denderleeuw en in 1969 was Herzele aan de beurt.

In datzelfde jaar, 2009, plande Stad Aalst dan uiteindelijk toch de heraanleg en herinrichting van het Vredeplein. 
Het plein en de omliggende straten zouden tegen 2013 over hun volledige oppervlakte worden voorzien van een nieuwe straatbekleding.

Ter hoogte van de Vrijheidsstraat en aan weerszijden van het Vredeplein zou de riolering worden vernieuwd, waarbij (op termijn) aansluiting is voorzien bij bestaande collectoren in de omliggende straten.

Eerst werd wel nog werk gemaakt van een kleine herinrichting die het carnavalsgebeuren in de stad enkel maar ten goede kwam. 

2012 : Zoals verwacht wordt het Vredeplein in Aalst een volwaardig tweede Feestplein tijdens Carnaval.
De jongste jaren bleek dat de Stad Aalst doelbewust het Vredeplein introduceerde in het feest. Voorbeelden waren onder meer het plaatsen van het grote scherm tijdens de Popverbranding.
En het feit dat het na de heraanleg een mooi, ruim plein geworden is.
Het Vredeplein telt vele horecazaken en werd ook de voorbije edities van carnaval gezien als place-to-be voor vele carnavalisten.

Hier een foto van hoe het was in 2008 en daaronder hoe het er in 2012 uitzag.



De échte 'pompiers' (Brandweer Aalst) hebben er echter hun uitvalspost en dat vormde een niet onbelangrijk 'struikelblok'.

Na wat rekenwerk en enkele discussies werd uiteindelijk toch bekomen dat het Vredeplein een 'erkend' volwaardig Feestplein zal zijn, met een doorgang voor de hulpdiensten.

De jongste carnavaledities vormde het Vredeplein immers het decor van een carnavalssfeer uit 'vervlogen jaren', toen alles nog wat meer 'vrij' was.

Het 'officieel' maken van 'erkend Feestplein' heeft daarom ook z'n voor- als tegenstanders.
Na overleg bleken zowel de Stad als de carnavalisten bereid om een oplossing uit te dokteren.
Ook op het Vredeplein zal de muziek dus voortaan -net als op de Grote Markt- georganiseerd worden door 'vergunde' Pompiers.
Op het Vredeplein komt ook een tweede, vaste EHBO-post!

In 2016 waren enkele horeca-uitbaters van op het vredeplein niet erg tevreden met een vraag van het stadsbestuur. Zij ontvingen allen een brief waarin gevraagd wordt om op zaterdag, tijdens de wekelijkse marktdag, hun terrassen minsten één meter in te krimpen. Dit zou betekenen dat elke etablissement een rij tafels en stoelen minder zou kunnen plaatsen. Dit zou nodig zijn voor de veiligheid op het plein, daar er een doorgang moet voorzien blijven van 4 meter, voor in het geval er brandweerwagens moeten doorkomen.

In 2017 kwam er nog een nieuwtje. Ditmaal op carnavalsgebied. 

Er was reeds enkele tijd wat beroering in de stad, gezien 'de pompiers' van de carnavalisten moesten vechten voor hun plaatsje. 
De 'buitenmaatse muziekinstallaties' hadden te maken met beperkingen langs alle kanten en de Aalsterse carnavalist was uiteraard niet blij. 
Burgemeester D'Haese riep de verantwoordelijken bij mekaar en samen maakten ze goeie afspraken omtrent een akkoord dat voor iedereen haalbaar zou moeten zijn. 

Er werd overeengekomen dat 'de pompiers' op carnavalsdinsdag (dag van de voil Janetten) tussen 14 en 20 ambiance zouden mogen brengen op het stationsplein. Daarna zouden ze in de Stationsstraat mogen blijven staan, in stilte weliswaar, tot woensdagmorgen 6 uur.
Zo mocht carnaval vierend Aalst dus 8 groepen op de Markt plaatsen, 12 op het Vredeplein en nu ook nog eens 8 op het Statieplein. 
De pompiers moeten wel serieel verbonden zijn (en spelen dus allemaal dezelfde muziek). Geen kakafonie van klanken dus, maar één groots muziekfestival.
Het idee sloeg aan, en de Voil Janetten maken dus sedert dan hun opwachting op de Grote Markt onder het gebonk van de boxen van de 'Pompiers'. 
Natuurlijk leidde dat niet echt tot een vlotter verloop van de stoet, want vele stoetgangers stoppen even bij de vrienden aan de pompiers, of aan de cafés op het Statieplein. 
Van aan het stationsplein tot het eind krijgen we dus eigenlijk jammer genoeg een beetje een 'uitgerafelde' versie van de stoet te zien.

En het was nog niet alles voor dat jaar. 
De kerstmarkt had zich de laatste jaren al wat verplaatst naar het statieplein en het Vredeplein. De ijspiste verhuisde naar De Werf. 
Het kerstgebeuren werd allemaal wat uit mekaar getrokken maar de kerstmarkt heeft eigenlijk, we moetn daar eerlijk in zijn, toch nooit de allure gehad van een grote Kerstmarkt, zoals we bijvoorbeeld in Duitsland wel mogen bewonderen.

In 2017 veranderde men de naam even naar ‘Wintermarkt’ maar dat had een hevig protest tot gevolg.
De verhuis van de ijspiste naar het Werfplein dat jaar had trouwens ook verlies voor de handelaars op de Grote Markt tot gevolg, want door het verdwijnen van die trekpleister en de hoge huurprijzen voor een standplaats leden zij tot maar liefst 70¨% verlies. 

De stad heeft getracht de kerstmarkt in een nieuwe stijl te creëren”, reageerde schepen van Economie Katrien Beulens toen. “De eerste editie was positief, maar er zijn wel punten die aangepakt moeten worden. Aalst Twinkelt was een schot in de roos en die sfeer willen we nog meer doortrekken. Ook het Vredeplein wordt onder de loep genomen, we zien wat daar beter kan. Wat de prijzen betreft: E.M.O. (de verhuurder van de chalets) bepaalt die. Alles zal afhangen van het evaluatiegesprek.

Discussies dus, maar het is wat het is, … de kerstboom op de Grote Markt bleef … de kersthuisjes op het Vredeplein ook.

2018 : Terwijl de academie voor Podiumkunsten aan een nieuwe toekomst werkt in Utopia kwamen de gebouwen aan het Vredeplein effectief leeg te staan. Het is niet duidelijk wat er met de gebouwen moet gebeuren. De gevels aan de zijde van het Vredeplein dateren van de jaren 60-70, maar er zijn ook oudere gebouwen op de site. 

De stad denkt er nu over na om een deel van de site te vermarkten, maar een concreet plan is er nog niet. Er werd reeds meermaals gesproken over samenwerkingsverbanden tussen een aantal gelijkgerichte verenigingen en men had het zelfs over een ‘alternatief circuit’.
Wat zeker was : de financiële situatie van de stad maakte het onmogelijk om nog grote sommen geld te besteden aan dit gebouw.

"Helemaal leeg zijn de gebouwen echter (nog) niet: er is nog een stadsschool en een poppentheater. Op termijn is het mogelijk dat we iets realiseren zoals men met de Pupillen van plan was: het vermarkten van een deel van de site als woongelegenheden om de rest van een groot project te kunnen financieren. 

Het zou wel eens goed kunnen dat de vroegere muziekschool voor een aantal jaren leeg zal staan. "De site is in heel slechte staat. Er is nog geen beslissing genomen. Het zal iets voor het volgend stadsbestuur zijn", zegt schepen Karim Van Overmeire.

13 Oktober 2022 … De stad Aalst heeft zoals aangekondigd de bomen op het Vredeplein laten omhakken. Ze werden vervangen door klimaatresistente bomen.
De bomen waren niet gezond meer en moesten dus vervangen worden.


De vorige, afstervende bomen werden vervangen door Kentucky Koffiebomen (Gymnocladus Diocus), die de nodige ruimte krijgen en klimaatresistent zijn. 
De kasseien werden opengebroken om de wortels van de bomen in de ondergrond meer ruimte te geven. 

Men maakte van de gelegenheid gebruik om ook de waterbuffer van de fontein te vertgroten van 4 naar 20 m3 en er kwamen nieuwe paaltjes. Bijkomend kwamen er ook twee nieuwe koningslindes aan de Ridderstraat achter het oorlogsmonument en werd ook meer groen aangebracht rond de 'speciale' lange zitbank die het plein siert.  


Tegen carnaval 2023 was het vernieuwde Vredeplein, met extra groen en paaltjes, klaar.

Tegenwoordig vinden we in de gebouwen van de meisjesschool en de stadsschouwburg nog steeds zaal ‘Floereminne’ van ‘poepentejoter Abazjoer’ en de stedelijke Freinet-basisschool ‘De Notelaar’ terug. 

Het kunstonderwijs (KSO) in Aalst barstte ondertussen ook uit zijn voegen. De stedelijke Academie voor Beeldende Kunsten moest ondertussen dan ook uitwijken naar één van de leegstaande gebouwen van de voormalige Academie voor Podiumkunsten om de groeiende leerlingenaantallen op te kunnen vangen. “Er zal wellicht ook nog een tweede campus nodig zijn”, zegt directeur Els Talloen.

Het vredeplein in Aalst is natuurlijk ook gekend omwille van de herdenking van de V-dag in Aalst
De V-dag is de jaarlijkse viering van de overwinningsdag waarop nazi-Duitsland op 8 mei 1945 officieel capituleerde.
Op die dag is er ’s avonds een samenkomst aan het oorlogsmonument op het Vredeplein. Om 19 uur start dan de plechtigheid met bloemenhulde. Daarna is er een receptie in de brandweerkazerne, aangeboden door de Koninklijke Vriendenkring Officieren Aalst.

Men mag er dus van zeggen wat men wil, de volledige heraanleg van het Vredeplein was zeker geen slechte zet … 
De HoReCa bloeide er op en er is nog steeds plaats voor rust temidden van het groen. 


Bronnen

So-lva.be
Libstore.ugent.Be : Triphon De Smet – Interbellumsadsbouwmeester van Aalst
De Volkstem 02/06/1928 – 06/05/1933
De Gazet van Aalst 01/02/1953 – 27/08/1964 – 19/09/1970 – 03/10/1970
HLN 02/09/2018
Vies Oilsjt 1 mei 1977
De Voorpost 02/02/1990
Het Nieuwsblad 02/09/2022
De Standaard 25/11/2009
persregiodender.be
Visite magazine issuu.com 04/01/2016
De Standaard 22/3/2008
De Waarheid 28/08/1948
De Weerstander 17/11/1946
Verslag archeologische opgravingen via oar.onroerenderfgoed.be
Foto ‘voor de vlam’ : collectie Delcampe (Delcampe.net)
Foto Arbeiders bezig met rijswerken (Vlissingen, 1945). Wikimedia Commons/Nationaal Archief.
1938 luchtballen : verz. Stadsarchief Aalst, bruikleen De Ridder (via Facebook)
Inhuldiging vredesmonument via MadeInAalst 
Vredeplein heel lang geleden via MadeInAalst  
Opbouw vredesmonument via MadeInAalst  
foto 1976 via MadeInAalst  
Duitse militairen op de speelplaats van de Kat via MadeInAalst  
foto 1977 via MadeInaalst 
1954 Bevrijdingsfeesten via MadeInAalst  

woensdag 24 april 2024

Kristiaan Van Ingelgem

Kristiaan Van Ingelgem, of ... hoe 'ene' van Dendermonde het tot ereburger in Aalst kon schoppen. 

Inderdaad, Kristiaan Van Ingelgem werd geboren in Sint-Gillis-bij-Dendermonde op 9 juni 1944.

Hij was organist en componist, en werd bekend omwille van zijn geweldige beiaardspel. Kristiaan overleed te Aalst op 15 februari 2024.
Wie trouwens meer wil weten over de beiaard in Aalst, kan gerust HIER eens klikken.


Kristiaan kreeg zijn eerste orgellessen van zijn vader Frans-Jan, die organist en koorleider was in Opwijk. 
Van 1954 tot 1958 studeerde hij aan de Muziekacademie van Dendermonde en van 1961 tot 1969 aan het Lemmensinstituut te Leuven. 
Dat hij over heel wat kwaliteiten beschikte mocht toen al blijken, want in 1967 mocht hij een laureaat ontvangen voor orgel en pedagogiek.
In 1969  werd deze erkenning gevolgd door de Prijs Lemmens-Tinel. Kristiaan was toen leerling van Kamiel D'Hooghe. 

Hij studeerde verder aan het Conservatorium Maastricht (solistendiploma in 1972 voor orgel en improvisatie), en ontving verder nog de Stimusprijs voor de uitvoering van hedendaagse composities.

Vanaf 1970 begon hij les te geven aan diverse muziekinstellingen, zoals bijvoorbeeld de Koninklijke Beiaardschool in Mechelen, de Rijksmuziekacademie in Etterbeek, de Kunsthumaniora Brussel en de Muziekacademie in Aalst. 
Vanaf 1972 was hij organist van de Sint-Martinuskerk in onze stee waar hij optrad  als organisator van de jaarlijkse orgelconcerten. 

Vanaf 1976 was hij ook verbonden aan het Koninklijk Conservatorium Brussel (praktische harmonie aan de Nederlandstalige afdeling). Daar verleende hij zijn medewerking aan het Festival van Vlaanderen, de Belgische Radio- en Televisieomroep (organist in het orkest van die omroep), en verder trad hij op in binnen- en buitenland met zijn geweldige orgelrecitals.

Alhoewel hij grotendeels bekend werd als improvisator verschenen er van zijn hand ook een aantal eigen composities. 
Voor orgel zijn dat een Toccata, een Sonate, Passacaglia en fuga en een Fuga op een dodecafonisch thema. 

Hij was echter niet enkel een krak met het orgel. Neen, ook binnen de kamermuziek was hij actief als componist. Hij schreef onder meer een Fantasie voor hobo, cello en piano en een Sonate voor viool en piano, en ook zijn koorwerken Missa Brevis en Te Deum werden visitekaartjes.

Andere te noemen werken voor piano en beiaard zijn Sprookje op de naam Fabiola, dat in 1998 een verplicht werk was bij een beiaardconcours te Mechelen, en Kapellekensbaan voor kamerorkest geïnspireerd op de gelijknamige roman van Louis Paul Boon.

Het werk Beiaardsuite leverde hem de Jef Denijn-prijs op.

Kristiaan Van Ingelgem concerteerde zowel solistisch als in samenspel. In zijn repertoire namen Vlaamse en Franse componisten een prominente plaats in en in de orgelwereld blijft hij, ook na zijn overlijden, bekend als een meesterlijk improvisator. 

Vaak werkte hij samen met vaak jonge ensembles, orkesten en koren zoals bijvoorbeeld Cantate Domino Aalst, Camerata Aetas Nova Leuven en De tweede adem o.l.v. zijn zoon Maarten.
Deze samenwerkingen hielden hem op de hoogte van de moderne tendensen in de muziekpraktijk.

Kristiaans voeling met de laatste nieuwe methodes en tendensen werd ook gegarandeerd door de uitdagende nabijheid van een al even getalenteerde kroost. De liefde voor muziek, naar eigen zeggen geërfd van zijn vader, gaf hij immers op zijn beurt ook graag door aan zijn kinderen Maarten (piano, orgel en koor), Pieter (piano en orgel) en Tineke (solozang, dwarsfluit, piano en orgel). Zij musiceren geregeld samen in diverse formaties, wat tot enkele particuliere composities inspireerde.

In 2013 kreeg Krisitaan de Gaston Feremansprijs. 

Op 9 juni 2019 vierde hij zijn 75e verjaardag. 

In 2024 werd, na zijn overlijden in februari, geopperd om ook hem toe te voegen aan de lijst van 'ereburgers'.

In kader van de restauratieprojecten van zowel de Sint-Martinuskerk als het belfort, waar wijlen stadsbeiaardier Kristiaan Van Ingelgem decennialang een prominente functie heeft vervuld, leefde reeds eerder het idee om ook van hem ereburger van de stad te maken. 

Jammer genoeg heeft zijn plotse overlijden ervoor gezorgd dat hij geen van beide realisaties nog kan meemaken. 
Daarom legden schepenen De Meerleer en Van Overmeire aan de gemeenteraad voor om dit idee van postuum ereburgerschap te steunen, iets wat ook gebeurde op 29 mei. 

De verdiensten van Kristiaan voor de internationale uitstraling van onze stad behoeven weinig extra uitleg. 
Het ereburgerschap toekennen na de realisatie van beide restauratieprojecten is een mooi eerbetoon en kroon op het werk voor zijn decennialange inzet in onze stad als organist, componist en beiaardier.

Daarom wordt deze titel postuum toegekend, want Kristiaan zal voor altijd en onlosmakelijk verbonden blijven met de klokkenmuziek in onze stad.

Ook Kristiaan Van Ingelgem kunnen we dus toevoegen aan dit lijstje.

Wie trouwens meer wil weten over de beiaard in Aalst, kan gerust HIER eens klikken ... 


Om helemaal compleet te zijn, hieronder nog even de - indrukwekkende - werklijst en discografie van Kristiaan : 

Werklijst

Orgel: Fantasia en Fuga op een dodecafonisch thema (1969); Jesu dulcis memoria (1987); Te lucis ante terminum (1987); Impressies 1 (1990), Impressie 3 (1990); improvisaties: zie discografie

Beiaard: Beiaardsuite (andante – menuet – musette – menuet – finale, 1975), Sprookje op de naam Fabiola (1998), Sonant (2004); werken 1969-1974: zie archief Beiaardschool Jef Denyn

Koor: Twee Feestliederen (1970); Drie liedjes van de Koele Wijn (1970), Een Gracie (4 ad 5 voces, 1971); Vijf oud-Nederlandse volksliederen (3 ad 5 voces, met piano, 1972); Amor vincit (voces aequales, 1972); Ave Maria (vocaal kwartet én gemengd koor, 1977); Tien geestelijke koorliederen (diverse zettingen, 1978); Twaalf oud-Nederlandse volksliederen (voc. aeq., 1979); Twee kerstliederen voor vier mannenstemmen (1979); Victimae paschali (4v., 1981); Veni Sancte Spiritus (4v., 1981); Vier koorwerken voor mannenstemmen (5 ad 6 voces, 1983); 6 Liederen voor drie gelijke tot vier gemengde stemmen (1986); ‘Te Deum’ (soli, koor en symfonisch orkest, 1989); Een lofzang op de Schepper (4 ad 5 voces, 1990); Hymnus de organorum opifice (4v., 1990); Drie gelegenheidsliederen: Für Elise voor Louise – E-mail voor Emile – Liedje voor de Liereman (1996); Psalm 150 (koor, bariton en symfonisch orkest, 2002); Drie gelegenheidscomposities: Als bij nacht de zangers slapen – Missa Falurda – Pridi ty (4 ad 6 voces, 2003); IJzerbedevaarthymne (resp. 1975, 1992, 2004)

Theater (wisselende vocale en/of instrumentale bezetting): Aristophanes’ De Wolken (tekst: Gaston De Cock, 1985); Passio Christi (tekst: Wouter De Bruyne, 1991)

Orkest: Mijn Kapellekensbaan (1999)

 
Discografie

Orgelwerk en improvisaties:

– Marche op Les Tournaisiens sont là; Cantilène; Flûtes; Passacaglia; Negen variaties op Het was een maghet uytvercoren, KRISTIAAN VAN INGELGEM IMPROVISEERT OP HET ORGEL VAN DOORNIK, Région Wallonne, 1986

– Improvisatie over het lied O.-L.-Vrouw van Vlaanderen, KRISTIAAN VAN INGELGEM OP HET ORGEL VAN DE NORBERTIJNENABDIJ POSTEL, CD 5509, 1990

– Improvisatie over Lieve Vrouwe van ons land, KRISTIAAN VAN INGELGEM OP HET KLAIS-ORGEL VAN DE NORBERTIJNENADBIJ TE TONGERLO, AKL 90 51 015, 1991

– Improvisatie over Die Mei Plezant; Improvisatie over Zy reden op een ezeltje (K. Van Ingelgem, orgel), THE ORGAN OF O.L. VROUW HEMELVAART AT NINOVE, Monumenten en Landschappen, CD 88 808, 1992

– Jesu dulcis memoria (Eric Hallein op het Klais-orgel van de O.-L.-Vrouwekerk te Roeselare), ERIC HALLEIN SPEELT SYMFONISCHE ORGELMUZIEK UIT VLAANDEREN, CDSE 92124, 1992

– Hymnus de organorum opifice. Thema met vijf improvisaties; Jesu dulcis memoria; Impressie 3, KRISTIAAN VAN INGELGEM OP HET PELS-ORGEL VAN DE HEILIG-KRUISKERK TE LEBBEKE, P5625, 1994

– Geïmproviseerde battaglia over het klaroengeschal van het 13de Linieregiment; Vijf variaties op O Kruise den Vlaming; Improvisatie over Voor Outer en heerd; Drie variaties over O, Maria die daar staat, Improvisatie over twee motieven uit de Boerenkrijgcantate, KRISTIAAN VAN INGELGEM BESPEELT DE ORGELS VAN BERLARE, UITBERGEN EN OVERMERE (n.a.v. 200 jaar Boerenkrijg), KB 7023, 1998

– Cornetfantasie over Salve Regina (K. Van Ingelgem), 300 JAAR FORCEVILLE-ORGEL TE NIEUWENKERKEN BIJ AALST, 2003

Koorwerk

– ’t Avond gaat ons feeste aan, 20 JAAR KOORLEVEN IN VLAANDEREN, BRTN Radio 3, CD 1536

– Amor, amor (Koor Jubilate Lanaken o.l.v. Ludo Claesen), KERSTNACHT, DIE SCHONE, 1991


Bronnen

muziekcentrum.kunsten.be
matrix-new-music.be
Kunstenpunt Muziek
Muziekweb.nl
foto klassiek-centraal.be



maandag 8 april 2024

Arend carnaval - 'Onzen Arend'

Op zondag 7 april trok een carnavalsstoet doorheen de straten van Aalst ....

Huh? Was dat feestje al niet lang voorbij? Ergens in februari, niet?

Inderdaad ...  Vele steden zullen het ons benijden, maar 'Aalst' kent eigenlijk twee carnavals

De ene, eigenlijk de 'échte', die aan het einde van de feest driedaagse op aswoensdag het begin van de vastenperiode inluidt, en een tweede die rond Pasen gevierd wordt 'oever 't woter', den Orendcarnaval


Niet zo oud, en niet zo groots, maar 'minstens even plezant' als je het aan de deelnemers vraagt. 

Hoe deze tweede carnavalsperiode in Aalst tot stand kwam? 

Wel, het was op 3 november 1979 dat in de Arendwijk het idee ontstond om een wijkcomité op te richten.
Dat zou wat nieuw leven moeten brengen in de buurt, die trouwens aan heel wat hernieuwing toe was.

In tegenstelling immers tot de stenen wijkkernen Mijlbeek, Heilig Hart en Varkensmarkt, moest deze wijkkern volgens de planners uitgroeien tot 'het groene hart', temidden van de buurten Dewaco - Horebeekveld - Dompelstraat en de eventueel nieuw in te planten buurt Boskant (tussen de Botermelkstraat en de Rozendreef). 
Veel ideeën werden gelanceerd, maar bleven eventjes in de 'ontwikkelingsfase'.

Van het idee tot het oprichten van een wijkcomité werd wel onmiddellijk werk gemaakt. Het voor het eerste gelanceerd in café 'Peken Moens' en dit tijdens de viering van Luc Moens, die in Zweden tijdens het wereldbekertornooi met het nationaal juniorenhandbalteam een mooie prestatie neergezet had. 
Luc was keeper van 'Eendracht Vrij Aalst', maar werd geselecteerd voor de nationale ploeg. 
Hij stond in de goal en het was dank zij, onder andere enkele formidabele reddingen van hem, dat ze het toen zo ver geschopt hebben.
 
Aalst op zijn kop dus natuurlijk ... wegens 'nen international' in de rangen.

Tijdens deze viering waren alle sportverenigingen uit de Arendwijk aanwezig. Ook Paul Uyttersprot van de 'Wijksportraad' en François De Schryver van 'De Lustige Vinken' tekenden aanwezig en beide heren waren meteen gewonnen voor het idee.


Er werd één en ander op papier gezet en samen zetten ze hun schouders onder de wijkvereniging. Het werd een soort comité dat overkoepelend festiviteiten in de Arendwijk zou organiseren. Deze wijkvereniging kreeg de naam 'Onzen Arend'.

'Onzen Arend' organiseerde, met de steun van het 'Stedelijk Komitee voor Vrijetijdsbesteding', een eerste vergadering in café Peken Moens, waarop alle verenigingen uit de Arendwijk (Arendstraat, Binnenstraat, Gefusilleerdenstraat, Groenstraat, Kouterstraat, Kruisstraat, Petrus Van Nuffelstraat en Rozendreef) uitgenodigd waren. 

En het bleek een groot succes te zijn. Op deze eerste vergadering werden immers 16 van de 24 verenigingen aanwezig gemeld. 
Polydoor Verstraeten werd verkozen tot voorzitter van 'Onzen Arend' en kreeg Paul Uyttersprot (ondervoorzitter) en François De Schryver (secretaris) naast zich in het bestuur. 

Later werden ze verder aangevuld met één afgevaardigde van elke vereniging uit de Arendwijk. 

Op deze eerste vergadering waren ook de uitbaters van café B.C. Arend, café De Hert, café Peken Moens, café Morta, café Sportvrienden en café 't Plasken aanwezig. Zij zouden omwille van organisatorische redenen geen deel uitmaken van het bestuur, maar beloofden wel hun onvoorwaardelijke steun aan de initiatieven van 'Onzen Arend'.

'Onzen Arend' had als doel om de verenigingen uit de wijk met elkaar te laten verbroederen door samen uiteenlopende activiteiten in de wijk te organiseren en ondersteunen. Door dit initiatief wou men de wijk en haar folkloristische gebruiken doen herleven.

De eerste activiteit werd een duivententoonstelling. Deze vond plaats in café Den Hert op 20 januari 1980. 


Het smaakte al snel naar meer en in februari organiseerde men een kampioenschap golfbiljart in café Morta, waaraan maar liefst 12 verenigingen deelnamen. 

De wijkvereniging kreeg toen ook steun vanuit politieke hoek. Het was immers Minister Marc Galle die de medailles voor de deelnemers aan het golfbiljarttornooi uitdeelde en de finale werd ook bijgewoond door burgemeester D'Haeseleer, die meteen ook aangeduid werd als erelid van 'Onzen Arend'. 
Ook prins karnaval Enrico en kandidaat 1980 Roelandt I waren aanwezig.


In maart volgde een wedstrijd belotten in café B.C. Arend en een maand later werd er een vogelpikwedstrijd georganiseerd in café 't Plasken. 

Zo werden er het hele jaar door verscheidene activiteiten georganiseerd in de ondersteunende cafés.

Door de vele activiteiten werd het bestuur van 'Onzen Arend' al vrij snel uitgebreid. 

François De Schryver bleef actief als secretaris en Paul Uyttersprot werd benoemd tot nieuwe voorzitter van de wijkvereniging. 
Verder werd Julien Vinck aangesteld als erevoorzitter en werd het bestuur aangevuld met Willy Janssens, François De Nys, François Roelandt, Georgette Van de Meersche, Gunther De Schryver, Jan Boeykens, Marc Linthout en Philemon Van den Brempt.

Aan de 'andere kant van 't water' kende men intussen een heel succesvol 'Zomercarnaval van de Koolstraat' en men speelde dan ook hier met het idee om eens 'iets grootser' te organiseren ... een wijkfeest waar men ook op linkeroever zou van spreken. 

Het was Walter Van der Schueren die met het voorstel op de proppen kwam om in de Arendwijk zelf ook een eigen carnavalsfeest te organiseren. 
De wijk werd tijdens 'het grote Aalst Carnaval' immers wat vergeten, alles speelde (en speelt) zich uiteindelijk af op en rond de Grote Markt en het Vredeplein,  en een eigen carnaval zou de wijk zeker een 'upgrade' geven. 
Van der Schueren, die ook eigenaar was van een stokerij, zou deze feesten sponsoren.

Het bestuur nam het voorstel heel enthousiast aan en besliste om 'Arendcarnaval' te organiseren op 8 maart 1981. 
Er werd meteen een aanvraag ingediend bij burgemeester D'Haeseleer en reeds op 7 januari 1981 was alles 'in de sakosj'. De toestemming van de stad voor de organisatie van een eigen carnaval in de Arendwijk was een feit. 

Wat gestart was als volksvermaak met verschillende caféspelen, groeide zo uit tot een eigen, 'grootse' carnavalsviering.

Men had uiteraard niet gewacht op deze toestemming om alvast al werk te maken met het uitwerken van ideeën en werden al de nodige contacten gelegd met verschillende carnavalsgroepen en verenigingen. Toen de goedkeuring er was, werd er niet gedraald en werden deze officieel uitgenodigd om één week na Aalst Carnaval deel te nemen aan de eerste Arendstoet. Dankzij de steun van enkele lokale handelaars, waaronder beenhouwer Jef De Wolf en Walter Van der Schueren van stokerij Van der Schueren, werden de nodige fondsen verzameld.

De vorming van de 1ste Arendstoet vond plaats in de Mijlbekelaan en de Groenstraat, vanwaar de stoet zich op gang trok om vervolgens de Rozendreef, Petrus Van Nuffelstraat, Binnenstraat, Geldhofstraat, Zavelbaan, Ouden Dendermondsesteenweg, Dompelstraat, Binnenstraat en Groenstraat aan te doen. 
De ontbinding vond toen plaats in de Mijlbekelaan. 

De stoet werd voorafgegaan door een reclamestoet met 45 wagens, die om 14u vertrok. De organisatie had De Denderruiters, fanfare De Jonge Garde, De Gentlemens, Sjik, Schiefregt'Oever, De Moikes, De Pikante Kastaars, Door Zemmen Na, De Brikaljons, De Kamillekes en het Davidsfonds kunnen strikken, aangevuld met enkele lokale groepen uit de Arendwijk. 
Langsheen het parcours had men trouwens ook een tribune gezet, waarop 200 personen konden plaats nemen. 
Ondanks het slechte weer, kon deze eerste Arendstoet toch rekenen op heel wat aanweigen. 

De organisatoren toonden zich achteraf heel erg tevreden, al hadden ze toch wel gehoopt op een beetje meer belangstelling en deelneming van de Aalsterse carnavalsgroepen en -figuren van 'oon den oeverkant'. 
Onder de aanwezigen waren wel Europaprins Enrico, Prins Van Oost-Vlaanderen Paul De Wever en Prins Carnaval Stefaan Vinck, maar het Stedelijk Feestcomité had blijkbaar toch wat bedenkingen bij het Arendcarnaval en bleef de grote afwezige.

Op de algemene vergadering van 'Onzen Arend' van 26 oktober 1981 stelde erevoorzitter Julien Vinck voor om het traject van de Arendstoet uit te breiden, en François De Nys, die ondertussen voorzitter geworden was, had het idee om jaarlijks een eigen Arendprins te verkiezen, naar analogie met 'het grote carnaval'. 
Beide voorstellen werden positief onthaald door de rest van de bestuursleden en werden goedgekeurd.

Door het enorme succes konden steeds meer en meer handelaars en cafés overtuigd worden om mee te werken aan het Arendcarnaval en werden de festiviteiten elk jaar uitgebreid. 

'Onzen Arend' kon ondertussen rekenen op 12 cafés die hun steun verleenden : Peken Moens, 't Plasken, Johny Boys, Krefters, 't Walleken, De Belskens, Parking, Den Hert, BC Arend, Morta, Drie Velden en Zoeten Inval. 

Het traject werd uitgebreid en men kon ook meer carnavalsverenigingen aantrekken. 
Ook bij de Aalsterse carnavalsgroepen was er steeds meer interesse om deel te nemen aan de Arendstoet en het aantal lokale groepen uit de wijk groeide. 
Zo werden AZ77, De Bierleppen, d'Echte Stienaten, De Verstoeitelingen van St.-Gedula en De Clochards van Den Hert vaste waarden in de Arendstoet. 

In 1985 kende men ook daar de opmars van 'het Nominetjen' ... Hierbij het eerste exemplaar van prinsj Willy II uit 1985.


Het aantal deelnemende groepen steeg eind de jaren ’80 tot 50 en aan de reclamestoet namen maar liefst 100 wagens deel.

Met François De Nys en François De Schryver aan het roer kende het Arendcarnaval haar gloriedagen. 

Aan de festiviteiten werd op zaterdagavond ook nog een fakkeltocht toegevoegd en vanaf 1986 werd er ook een een Voil Janettenoptocht en popverbranding georganiseerd op maandag. 

Tijdens de popverbranding zorgde slagerij Ignace Van Stichel jaarlijks trouwens steeds voor een prachtig vuurwerk. 
Men bleef ideeën rapen op linkeroever en naar analogie van de Ajuinenworp werd nu ook een heuse 'Arendworp' georganiseerd. De winnaar mocht hier geen gouden ajuin, maar uiteraard een Gouden Arend in ontvangst  nemen. De publieke belangstelling was groot en tijdens de stoet stond het volk in dikke rijen langs de kant.

In de jaren '90 noemde het organiserend comité zichzelf 'Het Ieneg Echt Orends Fiëstkommetoit' en droegen de leden een typerend kostuum met blauwe buishoed. 
Elk jaar openden ze officieus het Arendcarnaval tijdens een persconferentie in één van de cafés van de Arendwijk. Hierbij mochten François De Schryver of François De Nys het openingslint doorknippen.

Het Ieneg Echt Orends Fiëstkometoit koos elk jaar ook 3 ereleden, of personen die zich ingezet hadden voor het Arendcarnaval

1992 François De Schryver, François De Nys, Walter Van der Schueren

1993 Paul Uyttersprot, Louis De Wolf, Freddy Beeckman

1994 Erwin Steenhaut, Luc Van Der Haeghen, Willy Rijdant

1995 Jan Boeykens, Ronny Verleyen, Marc De Vijlder

1996 Kris De Poorter, Guy Walgraef, Bart De Nys


1995 werd een 'speciaal' jaar : Bij de officieuze opening van het Arendcarnaval in 1995, reikte het Ieneg Echt Orends Fiëstkometoit immers maar liefst 15 Arend-awards uit aan de meest verdienstelijke personen, gebeurtenissen en groepen uit de voorbije 15 jaar van het Arendcarnaval. Dit ging dus met andere woorden over een periode van bij de eerste organisatie tot het jaar 1995.

1981 Organisatie van het jaar :  Orend Carnaval
1982 Prins van het jaar :  Willy Janssens
1983 Sponsor van het jaar :  Vds
1984 Verliezer van het jaar :  Jan Hunninck
1985 Lied van het jaar :  Ja, den Orend
1986 Groep van het jaar :  De Bierleppen
1987 Ontvangst van het jaar :  Jan Boeykens
1988 Inwijkeling van het jaar :  Fons Den Brusseleer
1989 Voil Jeanet van het jaar :  Guy Cornand
1990 Eierworp van het jaar :  Kris De Poorter
1991 Worp van het jaar :  Arendworp
1992 Val van het jaar :  Willy Wauters
1993 Verdwijning van het jaar  : Maarten Van Klink
1994 Duik van het jaar :  Marc De Vijlder
1995 Jubilee van het jaar :  15 jaar Orend Carnaval

Het succes bleef jammer genoeg ook niet op het niveau zoals het ooit geweest was en de interesse voor de Arendcarnaval bleek wat weg te ebben. 

Het tijdperk van François De Nys en François De Schryver, die samen het Arendcarnaval groot hadden gemaakt, kwam jammer genoeg ook stilaan ten einde in die periode. Men kan immers niet eeuwig blijven doorgaan. 

Eind de jaren '90 maakte voorzitter François De Nys al plaats voor Willy Rijdant en in 2005 nam ook François De Schryver afscheid als secretaris van 'Onzen Arend'.

Dat jaar werd de 25ste Arendcarnaval gevierd, waardoor het Arendbestuur uitpakte met een wagen met alle voormalige Arendprinsen en 25 bekers voor de mooiste en properste Voil Janetten. 

François werd ter gelegenheid van deze editie benoemd tot erevoorzitter van het Arendbestuur. 
Zijn secretariaatswerk werd overgenomen door Erwin Steenhaut, die op dat moment al archivaris en webmaster van het Arendcarnaval was. 
Ook François Roelandt (ondervoorzitter) werd dat jaar trouwens gehuldigd voor '25 jaar dienst'.

En ook Dennis De Wolf kreeg en ereschavotje en werd gehuldigd als ontwerper van het Arendembleem. 

Door zware sneeuwbuien was de opkomst dat jaar echter niet zo groot en werd de stoet vooral vanuit de huiskamers gevolgd.

In de jaren 2000 liepen er trouwens nog maar een handvol Arendgroepen mee in de Arendstoet, waaronder De Bierleppen, Akabe, De Gesdoikers, D'Iete Dellen en De Staafkes. 

Jaar na jaar werd het voor het Arendbestuur moeilijker en moeilijker om alles rond te krijgen. 
Vooral op financieel gebied had men wel wat katjes te geselen. Het Arendcarnaval werkte immers zonder subsidies van de stad en moest het vooral van sponsorinkomsten hebben. 

In 2006 onthulde Arendprins Staaf het ontwerp voor een eigen Arendreus. De reus werd een eerbetoon aan François De Nys en liep in 2007 mee in de Arendstoet. François was in 2006 immers onverwachts overleden en een passend eerbetoon was dus zeker op zijn plaats.

In 2007 trok Erwin Steenhaut aan de alarmbel en verklaarde hij in de krant dat het Arendcarnaval met financiële problemen kampte. 
Na 2005 was het bergaf gegaan met het Arendcarnaval. Er was minder interesse van de Aalsterse groepen en ook de sponsorinkomsten namen af. Ook heel wat leden hadden het Arendbestuur ondertussen verlaten en na het vertrek van Andy D'Hoker werd het voor Erwin Steenhaut te zwaar, waardoor hij zelf ook ontslag nam en in de kranten een oproep lanceerde voor versterking en verjonging in het bestuur. 

Deze noodkreet werd duidelijk gehoord en heeft de Arendwijk wakker geschud.

Elke groep voelde zich wat verantwoordelijk en vaardigde één persoon af naar het Arendbestuur. 

Onder impuls van Gustaaf Schouppe en voorzitter Willy Rijdant werd in juli 2007 een herlevingsvergadering georganiseerd. 
Tijdens deze vergadering werden plannen gemaakt voor een nieuwe start van het Arendcarnaval. Het bestuur werd uitgebreid met jong talent en er werd een opsplitsing gemaakt tussen de bestuurskern en de werkgroepen die een welomschreven taak kregen.

Naast Willy Rijdant (voorzitter) en Gustaaf Schouppe (secretaris) werden ook Kristof Roelandt (schatbewaarder), Silvie Hendrickx (PR) en Sven Cardon opgenomen in het Arendbestuur. 

Het nieuwe bestuur stelde het tijdstip van het Arendcarnaval in vraag en in 2008 werd afgestapt van de traditie om het Arendcarnaval één week na Aalst Carnaval te organiseren. 
Diegenen die hadden meegedaan en meegevierd aan die stoet, stonden misschien nog wat wankel op de benen om een week later opnieuw te feesten. Daarenboven redeneerde men dat de Aalsterse carnavalisten hun loon van die maand al opgedaan hadden.

Er werd gekozen voor een nieuwe datum, die het Arendcarnaval ineens met een maand deed opschuiven.  Tegen dan zou het nieuwe maandloon van de carnavalisten immers gestort zijn, en zou er opnieuw plaats vrijgekomen zijn voor drank en eten.

Door deze vernieuwingen en de verjonging in het bestuur raakte het Arendcarnaval er stillejesaan weer bovenop. Ook aan het programma van het Arendcarnaval werd gesleuteld. 

In 2011 overleed François De Schryver. Voor zijn dood verbleef hij enkele jaren in woonzorgcentrum Denderrust in Herdersem. Het is steeds de traditie geweest dat de nieuwe Arendprins zich een dag na de verkiezing ging voorstellen bij hem. Voor hij naar het woonzorgcentrum verhuisde, volgde hij het Arendcarnaval mee vanachter zijn raam. Op de begrafenis was ook een delegatie van het Aalsters Feestcomité aanwezig.  De priester omschreef François als volgt: “François was geen carnavalist. Hij verkleedde zich nooit. Het bleef beperkt tot het opzetten van een buishoed. Hij was wel een sociaal mens. Zijn engagement voor de arendcarnaval was er voor de mensen die niet naar Aalst konden gaan om daar de stoet te volgen.” De leuze van François De Schryver was ‘Laat onzen Orend onzen Orend blijven’. 
Ook François kreeg zijn eigen reus. Als eerbetoon werd in de Arendstoet van 2011 immers een reus van hem gemaakt om de stoet te openen.

De Voil Janettenstoet verdween en het Arendcarnaval eindigde vanaf 2012 niet meer op maandag, maar op zondag. Hierdoor verhuisde de popverbranding naar zondag. De fakkeltocht bleef voorlopig wel behouden. Eén dag minder feesten dus, maar dat zou niks mogen doen aan de ambiance ... In tegendeel zelfs ... 

In 2013 werd het Arendcarnaval dan nogmaals in een nieuw kleedje gestopt. Er werd een feesttent opgericht aan het Horebekeveld, vanwaar de stoet zou vertrekken. Alle festiviteiten zouden voortaan gecentraliseerd worden rond het buurtpleintje van het Horebekeveld. Het Arendbestuur, waarbinnen Kristof Roelandt een belangrijkere rol innam, wou daarmee de sfeer van de vroegere wijkkermis rond het Horebekeveld terugbrengen. Hierdoor verhuisden de Arendfestiviteiten van de Binnenstraat en de Botermelkstraat naar het Horebekeveld.

Amper twee jaar later gingen er binnen het Arendbestuur trouwens enkele stemmen op om het allemaal nog wat kleinschaliger aan te pakken en 'Arendcarnaval' te laten evolueren naar een buurtfeest zonder stoet. 
Dat jaar vond het Arendcarnaval erg laat plaats en voor het eerst werd het feest pas na Pasen gevierd. 

Op de affiche stond voortaan ook 'Arendkermis' en niet meer 'Arendcarnaval'.  
Er werd op vrijdagavond gestart met de opening van de feesttent en een kroegentocht. Op zaterdag was er dan het kindercarnaval, met de terugkeer van een verkiezing van Jeugdprins en Jeugdprinses. 
‘s Avonds waren er optredens in de feesttent en op zondag ging de Arendstoet door de straten van de Arendwijk. 
Met dit nieuwe concept verdwenen ook de traditionele fakkeltocht en popverbranding uit het programma. De hoofdingrediënten van het vernieuwde Arendcarnaval zouden de Arendverkiezing, de feesttent en de Arendstoet worden. 
Met de Zakkeschoiters telde de stoet nog maar één echte Arendse groep meer ('den iejnegsten orendse groep'). 

Hier hun lintje uit 2014 waarin ze dit feit nog eventjes belichtten : 


Na Arendcarnaval 2015 zouden echter ook zij uit de stoet verdwijnen.

Toen burgemeester D'Haese verklaarde dat er in Aalst eigenlijk maar plaats was voor één carnavalsstoet, zag het Arendbestuur de toekomst niet echt rooskleurig in. Men kon wel blijven rekenen op logistieke steun van de stad, maar moest ook begrijpen dat aan alles een einde komt en men niet eeuwig kon blijven doorgaan met de stad doormidden te snijden en twee maal dergelijk groots evenement te organiseren. 

Het Arendcarnaval kon echter overleven en via sociale media werd de boodschap 'Den Arend is niet dood' verspreid. De organisatoren planden het feest voortaan tijdens het paasweekend en in 2018 kwam er een subsidie van 5 000 euro van de stad Aalst.

Dat zou trouwens niet de enige 'link' met Aalst worden. Terwijl de prinsenverkiezingen in Aalst elk jaar (ja, elk jaar) voorzien worden van de nodige commentaren, complottheorieën en duistere zaken, was 'den Orend' hier een beetje buiten schot gebleven. 
Tot 2018 echter.  
Jerry Vinck, alias 'De Voegel', werd in juli van dat jaar even geschorst als Arendprins, nadat er verschillende klachten over hem binnengekomen waren bij het Arendbestuur. Het was de eerste keer dat een regerende Arendprins een sanctie kreeg opgelegd. Hij werd op non-actief gezet tot aan de avondmarkt in de Arendwijk eind augustus

Het 'carnavalsgedeelte' zakte ondertussen nog wat  verder weg, en in 2019 liepen er nog amper 13 carnavalsgroepen mee in de Arendstoet. De stoet kon daardoor ook niet langer beschouwd worden als het hoogtepunt van het Arendcarnaval. 
De festiviteiten in de feesttent, met optredens van verschillende lokale, nationale en internationale artiesten, lokten wel heel wat volk. 

In 2019 konden we in Het Laatste Nieuws lezen dat het Arendcarnaval mogelijks aan haar voorlaatste editie bezig was. 
Kristof Roelandt, voorzitter van het Arendbestuur, beweerde in het artikel dat burgemeester D'Haese de Arendstoet liever kwijt dan rijk was en zag niet echt het nut meer in het steken van geld en tijd in de organisatie als er geen steun kwam. 


Roelandt stelde dan maar voor om er na de 40ste Arendstoet mee op te houden, maar pleitte er tegelijkertijd wel voor om zeker de Arendprinsverkiezing nog te behouden en om de verkozen Arendprins eventueel in de Aalsterse stoet te laten meelopen.

Deze 40ste stoet bleef echter op zich wachten, want zowel in 2020 en 2021 kon het Arendcarnaval niet doorgaan door de coronapandemie. 

In 2022 werd enkel de feesttent opgezet, waar onder anderen enkele voormalige Arendprinsen, de Nederlandse Jettie Pallettie en Sam Gooris voor optredens zorgden. 
Door de coronapandemie werd de Arendstoet dat jaar nog niet georganiseerd en was er ook nog geen nieuwe Arendprins gekozen. 
Het Kinder Orend Carnaval, met de verkiezing van de jeugdprins en -prinses, ging wel door en de drie kandidaten Arendprins, die al sinds 2020 campagne voerden, mochten hun playbackshow brengen in de tent. Tijdens Orend & Friends op zondag zongen voormalige Arendprinsen en carnavalisten hun carnavalliedjes.

Op Pasen 2023 kon de 40ste stoet dan eindelijk toch door de straten van de Arendwijk gaan. 




De eerste Arendstoet na het coronatijdperk werd trouwens een succes, met 25 reclamewagens en 20 carnavalsgroepen. Ook de groep De Zakkeschoiters, de laatst overgebleven Arendgroep die er na 2015 mee gestopt was, tekende opnieuw aanwezig. 
Door het mooie weer daagde er heel wat volk op, waardoor het Orendbestier besliste wellicht toch verder te gaan met de organisatie van het Arendcarnaval, inclusief de Arendstoet.

In 2024 zou de Arendcarnaval eens niet op Pasen plaatsvinden, maar een week later, en dat omdat 'De Ronde van Vlaanderen' tijdens het voorziene Paasweekend doorheen de stad trok.
 
Op zondag 7 april was er dan de 41ste stoet door 'de woik den Orend', onder toeziend oog van het Arendbestuur, de 'prinsjen van 'n Orend' en Orendprinsj '24 Nico Poppe Leo!

Het zonnetje was van de partij en er was al meteen een goede ambiance. Het mag duidelijk zijn, de 'Arendcarnaval' staat terug op het juiste spoor!
Dat was trouwens ook de boodschap van regerend Arendprins Nico Poppe Leo die het volgende verkondigde : 
"Ik ben speciaal voor dit weekend op de begraafplaats bij de twee François’ om goed weer gaan vragen. 
Een eerbetoon aan de twee oprichters van Arendcarnaval. Ze hebben aan mij gedacht ... Het is al een tof carnavalsweekend geweest. 
Eerst ben ik vrijdag gaan aperitieven bij ‘den berremiester van den Orend’, ‘s avonds was er de officiële opening van de feesttent. 
Zaterdag was er de kindernamiddag met heel veel kinderen. Zaterdagavond was er een kippenvelmoment, want prins Staaf heeft nog eens een liedje gezongen in de tent. Daarna hebben we een feestje gebouwd”
"Den Orend leeft nog, schrijf maar op. Het carnaval is nu 40 jaar oud, mijn doel is de 50ste verjaardag. Dan zijn we koninklijk"

Kristof Roelandt is al jaren een van de drijvende krachten achter het Arendcarnaval. “Vandaag rijden er 20 groepen mee in de stoet en er is een lange reclamestoet. Goed weer en dat is toch heel belangrijk. Ik ben tevreden over hoe het is verlopen. Er is veel volk geweest

Goeie reclame dus voor 'den Orend' en alles wijst erop dat ze daar inderdaad terug op de goede weg zijn. 


In de aanloop van de stoet in 2023 werd de Prinsenvereniging "De Prinsjen van 'n Orend' opgericht
Naar het voorbeeld van de Prinsencaemere en De Prinsengarde voor Prinsen Carnaval van Aalst, zou de nieuwe vereniging de Arendprinsen verzamelen. 


Het logo van de vereniging werd ontworpen door Dennis De Wolf en tijdens het Arendcarnaval van 2023 werd het kostuum van de nieuwe vereniging voor het eerst getoond aan het publiek. De Arendprinsen dragen een zwart kostuum en een zwart-witte prinsenhoed, waarop aan de zijkant hun prinsenjaar en naam geborduurd staat.

In de Arendstoet van 2023 waren de leden in de stoet te zien op een wagen van De Lodderoeigen.
Bij de intussen ook steeds langer wordende lijst, vinden we trouwens heel wat bekende namen en gezichten terug. 
In 1982 werd, naar een idee van François De Nys, een eerste Arendprinsenverkiezing gehouden. Heel wat kandidaten zagen (en zien nog steeds) de Arendverkiezing als een eerste test voor een mogelijke deelname aan de Prinsenverkiezing van de stad Aalst. 

Mooie voorbeelden hiervan zijn Willy Rijdant, Michel Heck, Loeken Tatjen, Kris De Poorter, Bart Neirinckx, Pascal Solemé, Dirk Van de Velde, Christophe Troch, Gary Van Overstraeten, Ivo De Troyer, Peter Van Nuffel, Kenny D'Hondt, Kevin Meert, Dennis De Wolf en Raf Sidorski ...    
Hen zagen we voor het eerst op de Arend, alvorens ze zich kandidaat stelden voor de titel van Prins Carnaval van Aalst.

Hierbij de lijst van de Arendprinsen (met daaronder hun medekandidaten)

2024 Nico Poppe Leo
                Seppe Dufour



2023 Jordy Matthieu
                Kimberly Smets, Debbie D'Haeseleer

2022        Bram Bassleer (verlenging wegens Covid-19)

2021        Bram Bassleer (verlenging wegens Covid-19)

2020        Bram Bassleer (verlenging wegens Covid-19)

2019 Bram Bassleer
                Kristof Henkens, Shana Flores, Kris De Smet

2018 Jerry Vinck (De Voegel)
                Katleen Arijs 

2017 Joerie Kiekens (Kiekes)
                Christoph Van de Gucht

2016 Tim Den Haese (Potrel)
                Jel Christien

2015 Evy Heck
                Sven Van Wymeersch, Charlotte Roelandt (Charloes), 
                Serge Monsieur (De Spersj - opgave tijdens de campagne)

2014 Nick De Schutter
                Saskia De Doncker

2013 Davy De Wolf (Batjes)
                Kris De Smet 

2012 Christophe Corthals (Cali)
                Jonathan Vlassenbroek

2011 Eric Dooms (Den Dooms)
                Christophe Corthals (Cali) 

2010 Sven Van Wymeersch
                Michael Cornand (Miki)

2009 Kenneth Van Der Cammen (De Cammen)  

2008 Dennis De Wolf
                Dirk Coppens, Raf Sidorski

2007 Dave Tanckeré (Den Dave)
                Tom Huybrechts

2006 Gustaaf Schouppe (De Staaf)
                Kenneth Van Der Cammen (De Cammen)

2005 Veronique Dierick (Vero)
                Pieter De Schrijver (De Pieje) ,Dave Tanckeré (Den Dave)

2004 Kevin Meert (De Meert)
                Dave Tanckeré (Den Dave), David Van Gijsegem (De Wiëken)

2003 Kenny D'Hondt
                Serge Monsieur (De Spersj)

2002 Steve De Backer
                David Van Gijsegem (De Wiëken)

2001 Nico Van Goethem (De Zjoeben)
                Gustaaf Schouppe

2000 Mark Suys (Suysken)
                Gunther Leeman

1999 Andy D'Hoker (Friebel 'n Eren)
                Henri Hereman (opgave - niet opgedaagd op Arendverkiezing)

1998 Peter Van Nuffel (Den Board)

1997 Filip Van Eygem

1996 Jean-Paul Ledegen

1995 Ivo De Troyer

1994 Peter Bassleer

1993 Gary Van Overstraeten
 
1992 Christophe Troch
                Jean-Paul Ledegen

1991 Evert De Wuffel
                Gunther Leeman, Octaaf (Octaafken)

1990 Dirk Van de Velde
                Patrick Van de Meerssche

1989 Pascal Solemé
                Bart Neirinckx

1988 Kris De Poorter (Kris I)
                Michel Heck

1987 Geert Van den Eede
                Michel Heck, William De Smedt, Kamiel Hendrickx

1986 Herman Verleysen
                Geert Van den Eede

1985 Willy Rijdant (Willy II)
                Jan Hunninck 

1984 Jean Lievens (Jean I)
                Dirk Corthals, Jan Hunninck, Patrick De Nijs

1983 Freddy Heck (Freddy I)
                Freddy Neirinckx, Patrick De Nijs, Jean Lievens

1982 Willem Janssens (Willy I)

In de beginjaren werden er naast een Arendprins ook nog een Jeugdprins en -prinses verkozen. Het Jeugdprinsenpaar mocht niet ouder zijn dan 12 jaar. 
In 1994 stapte men af van deze verkiezing, omdat er geen kandidaten meer gevonden werden.

Hier het erelijstje jeugdprins - jeugdprinses :

1993 Gregory Hoebeeck     &  Karolien
1992 Davy Van der Haegen & Stephanie Ledegen
1991 Kris Van de Velde  
1990 Bart Van der Haegen & Vanessa Cleemput
1989 Davy Van Biesen & Isabelle De Vleeschauwer
1988 Bart Marcoen     &         Ann De Wolf
1987 Bart Marcoen     &         Ann De Wolf
1986 Geert Marcoen    &         Evy Heck
1985 Denis De Backer    & Belinda Petit
1984 Mike De Schryver    & Danielle Verschueren
1983 Dirk Bogaert     &         Veronique Bogaert
1982 Dirk Bogaert     &         Veronique Bogaert

In 2011 wou ''t Vralek Orends Fiestcomitoit' de verkiezing van een jeugdprins en -prinses opnieuw tot leven brengen. Dit verkondigden ze op een ludieke manier in de stoet tijdens het Arendcarnaval.  
Hun kreet was echter een maat voor niets ...  Het concept jeugdprins/-prinses was definitief afgevoerd. 
Vanaf 2015 werd tijdens het kindercarnaval wel opnieuw een jeugdprins- en prinses verkozen ...

Maar ... na al dat carnavals- en wijkfeestengeweld toch nog eventjes ver terug de geschiedenis in, want ... vanwaar komt de naam 'den Arend' eigenlijk? 

Wel, in de Binnenstraat bevond zich sinds 1739 de herberg 'In den Dobbelen Arend'. Deze bevond zich recht tegenover de huidige Arendstraat, wat sinds 1932 een zijstraat is van de Binnenstraat.
Zoals vroeger vaak het geval was, werd de herberg een herkenningspunt en werd in de pers de zaak ook vernoemd als plaatsbepaling 

"De batimenten van twee woonsten, staende op chynsgrond van het bureau van Weldadigheyd, te Aelst-Mylbeke, aen den dobbelen Arend, ..."

... en er vonden natuurlijk ook activiteiten plaats, zoals openbare verkopen, vogelschietingen, ...
Deze advertentie komt uit De Denderbode van 13/07/1856


De naam wordt in dagbladadvertenties nog teruggevonden tot in de jaren 20.
De Daensisten kozen de koer van deze herberg vaak uit als ideale plaats voor hun toespraken. 

Na verloop van jaren werd de buurt vernoemd naar deze populaire herberg. Later werd 'In den Dobbelen Arend' verkort naar 'den Arend'.

Er is lang twijfel geweest, maar vermoedelijk stevenen we recht af op een nieuwe, succesvolle editie 2025!


Bronnen

De Voorpost 09/11/1979 - 21/12/1979 - 18/01/1980 - 02/05/1980 - 30/01/1981 - 04/12/1981 
HLN 06/07/2018 - 10/02/2004 - 21/01/2018 - 16/04/2022 - 07/04/2024
Het Nieuwsblad 10/02/2004
De Denderebode 06/03/1853
Café Peken Moens FaceBook
Chipka April 2016 - juni 2022
Carnavalslintje.be
De Vastelauvedgazet 1995 - 1997
Oilsjtmjoezik (affiche 2023)
De Streekkrant 22/02/1985

woensdag 6 maart 2024

Wie werret?

Inderdaad, nadat de prins van '24 (Vincent)  de vlammen van carnaval gedoofd had, kon men dus alweer aftellen naar een nieuw jaar ... én een nieuwe prins. 

Dit jaar 2024 zijn er in de Verenigde Staten presidentsverkiezingen, en hier in België hadden we ondertussen al onze federale, Europese, Vlaamse en gemeenteraadsverkiezingen. 

Allemaal belangrijk, maar in Oilsjt gaat de grootste belangstelling toch wel uit naar de Prinsjenkiezink die in het najaar zal worden georganiseerd.  

Datum : 19 oktober 
Place to be : Grote Markt Aalst

🟥⬜️🟨

Gezien deze verkiezingen sedert de covid-periode in oktober plaatsvinden, maken ook de kandidaten logischerwijs hun kandidaturen vroeger bekend.

Vrijdagavond 1 maart in café Chopin stelde kandidaat prins carnaval 2025 Peter zich voor.
Hij was daarmee de eerste die zijn deelname aan de prinsenverkiezing '25 bevestigde.

Peter Van Keer (21/08/1975), een zelfstandig schrijnwerker en een gezin vormend met Evelien (zijn vrouw) en kinderen Julie, Lieze en Liano, was ooit terug te vinden bij Drasj, was voorzitter bij AKV Schiefregt'oever, en tegenwoordig is hij terug te vinden bij 'Bjien Swanjee'.

Peter heeft al eens deelgenomen, in 2018, maar het mocht toen niet zijn. Het was prinsj Alex die toen met de eer ging lopen. 
Dit jaar waagt Peter dus opnieuw zijn kans. 
Er is een vrij gedurfd kledinglijn : een roze polo en grijze trui. Ook stickers (groot en klein) zijn te bekomen. Alles is te verkrijgen bij het campagneteam.
Uiteraard volgt er ook nog een - driedaags - eetfestijn en een campagnebal, waarbij hij - als medewerker en decorbouwer - zeker heel wat hulp zal krijgen 'uit het milieu'.

🟥⬜️🟨

6 maart : een tweede kandidaat laat officieel weten mee te willen dingen naar de prinselijke scepter. 
Ook hij is trouwens iemand die we al eens tegen zijn gekomen. 
We schrijven 2022 ... Het land is volledig in de ban van de covid-pandemie en overal werden evenementen geschrapt. 

Zo ook in Aalst, waar de officiële stoeten, ajuinworp, bezemdans, voil janettenstoet, popverbranding, ... jammer genoeg niet zouden doorgaan. 
Eén opmerkelijk figuur zette zich recht : het was Karel Van De Winkel (26), alias Sjalen.
Hij werd één van de spilfiguren van het 'cafékescarnaval', een evenement dat in het leven geroepen werd door enkele carnavalisten om, geheel buiten het officiële om, toch nog wat te kunnen vieren. 

De officieuze Prins Carnaval kweet zich feilloos van zijn taak en werd in zowat elk geopend café gevraagd om een bezoekje te brengen, wat hij met plezier deed. Hij deed vele dingen trouwens samen met regerend prins Yvan, die omwille van Corona dus nog geen opvolger had.

Echt heel officieel stelde hij zich voor op 2 april in sportcentrum De Schreef. 

🟥⬜️🟨

23 maart : een derde Oilsjteneer stelt zich officieel kandidaat. 

Het gaat over Seppe Baeten (20/4/2006). Hij is laatstejaarsstudent secundair, met vooruitzichten op studies aan de hogeschool richting electromechanica. 

Seppe is lid van AKV Bjein Swanjee, en dat al sedert hun oprichting in 2016. Eerder had hij al een carnavalsachtergrond bij AKV De Loizemaanen en wie denkt de naam 'Baeten' van ergens te kennen ... dat kan want vader Baeten was prins in 2003. 
Hem kennen we beter onder de naam 'Den Baal'. 

Ook bij Seppe staan een campagnebal en een eetfestijn op het programma. 

🟥⬜️🟨

Er was nog één aangemelde kandidaat die nog niets officieels gedaan had, en dat was 'Droeven Badmoesj'. Hij 'kwam uit zijn kot' op 1 april maar ondanks de speciale dag, bleek de aankondiging toch serieus genomen te worden. 

Johan Pessemier (13/04/1973) is lid van de AKV De Droeve Apostelen (vandaar de 'Droeve' natuurlijk). De 'badmoesj' verwijst naar zijn kale hoofd. 
Hoe moeilijk het soms toch kan zijn om een 'artiestennaam' te kiezen hé :-) 

Johan is gehuwd en vader van een dochter. Hij is hulpverlener en sociaal werker bij het Neutraal Ziekenfonds Vlaanderen. 
Voor 'De Droeve' had hij al heel wat ervaring opgedaan bij AKV 't Es Na Of Noeit, AKV Noig G'ambeteird en Vriejt Gezjeneird, als losse carnavalist tussen 2007 en 1019, bij AKV De Saazers in 2020 en vanaf 2022 dus bij 'De Droeve Apostelen' van waaruit hij zal trachten om ook deze groep een prins te bezorgen. 

Gezien hij van '73 is gaat de campagne ook een beetje rond dat cijfer draaien. Het campagneteam verkoopt 73 blauwe badmoesjen, met een genummerde button. 
Geen zotte verkopen voor hem, en ook geen grootschalige evenementen. 
Er zal wel een aloude TD georganiseerd worden, en er zijn steunkaarten te koop waarbij er een kans is om in Andalusië te gaan logeren. 
Er zullen nog enkele kleinschalige dingetjes volgen, maar verwacht zeker geen vuurwerkfestival.

🟥⬜️🟨

Over nog een andere Oilsjteneer ,'Guy Van Malderen ('Guyken pompier') is erveen tijdje onzekerheid geweest ... Een grap van zijn maten? Of ... ?

Het bleek inderdaad om een grapje te gaan. 

Op 15 april werden immers de officiële deelnames bevestigd ...  en dat zonder Guy... 

Het stadsbestuur keurde de vier bovengenoemde kandidaten hun kandidatuur goed. 

Op maandag 27 mei kregen zij hun lint overhandigd en werd ook de volgorde bepaald waarop de vier kandidaten zullen optreden tijdens de Prinsverkiezing op 19 oktober op de Grote Markt. Dat wordt :

1: Droeve Badmoesj
2: Peter
3: Sjaelen
4: Seppe

"Succes oon de 4 musketiers ! Mor wacht nog mor rezzekes", laat prins carnaval 2024 Vincent intussen weten. Voor hem mag het allemaal nog wat blijven duren... 

Wordt vervolgd ...

En ook op den “Orend” is er alweer beweging voor carnaval 2025. 

Daar heeft Kim Blanckaert zich in café De Belskes voorgesteld. 
Ze is de eerste (en voorlopig enige) kandidaat prinscarnaval Orend 2025. 
Kim is lid van AKV Eirg en ook zij vind dat den Orendcarnaval moet blijven bestaan.
”De vriendschappen, het samenzijn, het feest, de stoet, de optredens in de tent, het familiale karakter. Den Orend leeft en zal blijven leven. Ik verwacht een jaar vol plezier en we gaan veel lachen, want dat doe ik graag, lachen tot onze buik ervan 'pijn' doet. Lachen is het mooiste wat er is! Ik sta dan ook positief in het leven.”, laat Kim weten.
Haar  campagnebal ging door op 5 oktober in de Sint-Annazaal (met een kinderbal in de namiddag). Op 9 november ben je welkom op het eetfestijn in de Sint-Pauluszaal."

SJALEN WINT DE PRÉKIEZING! 

Op vrijdagavond 4/10 werd de nieuwe zaal van café De Kat op legendarische wijze ingehuldigd met de traditionele Prékiezing.

Als naar goede gewoonte werd de avond geopend door talrijke optredens van ex-prinsjen, alle kandidaten van het vorige carnavaljaar, de kandidaten van de Arend, prinsj Nico en prinsj Vincent. 
Rond 23u was het dan tijd aan de 4 kandidaten: Droeven Badmoesj, Peter, Sjalen, en Seppe. 
Met veel respect voor elkaar ontplofte de nieuwe zaal van de kat bij elk optreden.

Pieter De Mil legt het eerlijk stemsysteem uit:

 “De stemming was dit jaar anders georganiseed: 1 stembandje per persoon kon gekocht worden tot het laatste optreden; daarna werd de stemming geopend: in ruil voor het doorgeknipte polsbandje werd een stembiljet overhandigd; en kregen de stemmers een stempel na het deponeren van hun stembiljet in de rode stembus. Op die manier is er voor het eerst in de geschiedenis van de prékiezing NIET bedrogen op grote schaal!”

Na het tellen van de stemmen, onder toezicht van de kandidaten, was het tijd om de uitslag bekend te maken: het was net zoals vorig jaar opnieuw nipt, dit keer in het voordeel van Sjalen!

Karel Coppens, bezieler van de Prékiezing sluit af: “Proficiat aan alle medekandidaten, we zijn blij dat we de traditie van de prékiezing kunnen verder zetten, zeker nu de stem van het volk op de verkiezing op 19 oktober spijtig genoeg niet meer gevraagd wordt”.

Bronnen :

PersregioDender
DRA
Radio Kamiel 
Radio Goeiedag