Nieuws uit Aalst

--------- Profiesjat Prinsj Joshy !!! ------- 't Principoilsjte vandaug es da ge ni te veil complementen mokt en genietj van 't leiven ! - - - - - - - Covid-19/Griep : Blijf aub voorzichtig en denk aan uw medemens !! - - - - - - - Deel enkel berichten van officiële bronnen om fake news te vermijden !!! - - - - - - - -
Posts tonen met het label openbaar vervoer/trein/tram/bus. Alle posts tonen
Posts tonen met het label openbaar vervoer/trein/tram/bus. Alle posts tonen

vrijdag 4 september 2026

Trein zonder sporen in Aalst

100 Jaar geleden, op 4 september 1926 (inderdaad, slechts korte tijd na het ontstaan van de NMBS), passeerde de “trein zonder sporen” in Aalst.

Huh? Een trein zonder sporen?
Er bestond zelfs nog geen telefoon zonder draad?

En toch is het (gedeeltelijk) waar!

De Metro-Goldwyn-Mayer “Trackless Train” werd gebouwd in 1924, en was in feite een tot locomotief omgebouwde vrachtwagen.

De combinatie bestond uit een nagebouwde locomotief met daarachter een Pullman-achtige salonwagen. 

En het was bepaald geen klein kermistreintje.

De locomotief stond op grote vrachtwagenbanden en werd aangedreven door twee motoren van elk ongeveer 90 pk. 
Er waren hydraulische remmen, een echte bel en zelfs een stoomfluitachtige claxon.

Het opmerkelijke was dat hij vanop afstand bijna niet van een echte locomotief te onderscheiden was.

Er was zelfs voorzien in 'stoom' door olie op een hete plaat te laten lopen waarna 'de rook' door de schouw werd gejaagd.


Het gevaarte kon ongeveer 30 mijl per uur (48 km/u) rijden op verharde of goed berijdbare wegen. 

Dat is voor 1926 behoorlijk indrukwekkend.

Stel je even voor:

Een gigantische treinachtige machine komt in 1926 over de gewone weg gereden, zonder rails, met eensnelheid van een kleine 50 km/u. 
Voor de meeste mensen moet dat een ongelooflijk spektakel geweest zijn.


Een Amerikaanse krant beschreef hem als een voertuig dat een perfecte gelijkenis vertoonde met een echte spoorwegtrein.

Deze trein werd beroemd en vertrok in 1925 op een wereldtoer om de films van Metro-Goldwyn-Mayer te promoten, waaronder ook 'Ben Hur'. 

De allereerste verfilming van Ben-Hur was trouwens een korte 'stomme' film uit 1907, maar de bekendste vroege klassieker was deze 'stomme' filmversie uit 1925. De wereldberoemde en meest bekeken versie met Charlton Heston stamt uit 1959.


De 'promotrein' doorkruiste de Verenigde Staten, Canada en vervolgens Europa (met onder meer Engeland, Schotland, België, Noorwegen, Zweden en Rusland). 

Tegen 1928 had het voertuig volgens MGM al meer dan 125.000 mijl (meer dan 201000 km) afgelegd.

Na Schotland, Engeland en Nederland kwam hij op zondag 29 augustus 1926 aan in Luik, waarna hij nog heel wat andere Belgische steden zou bezoeken, waaronder ook Aalst.

Het aankomstuur was 10u30 (hoewel hieronder aangekondigd als 12 uur), vertrek werd voorzien rond 12 uur.


De “trein zonder sporen” gebruikte benzine en olie van de Sinclair Petroleum Company, die ook in België een zetel had in Brussel (Sint-Joost-ten-Node). 
Terwijl de olie op de markt was als “Sinclair” werd de benzine verkocht onder de merknaam “Sinco”.

Tussen de artikels over deze speciale 'trein' in de kranten van 1926 vind men ook gelegenheidspubliciteit in De Volksstem door Jozef De Graeve uit Haaltert, die beide merken tientallen jaren later nog steeds verdeelde.


Voetbalploeg Sinco was trouwens een voorloper van het huidige KRC Haaltert. 
Later werd in Hofstade “café Sinco” genoemd naar de werkgever van de cafébaas.

Na België vervolgde de trein zijn wereldreis door de rest van Europa, Zuid-Amerika, Afrika en in 1928 zelfs Australië.

De “Trackless Train” bleef niet bewaard maar werd enkele jaren later gesloopt.

Hier nog wat meer info over MGM ...

Metro-Goldwyn-Mayer Studios (MGM) is een Amerikaanse filmproductie, -distributie en televisiestudio. 
De studio wordt gezien als de meest roemruchte filmstudio ooit en wordt historisch gezien als een van de drijvende krachten achter de filmindustrie.
In mei 2021 werd MGM voor US$ 8,45 miljard verkocht aan het e-commercebedrijf Amazon.

De studio is het resultaat van een fusie tussen drie filmproductiehuizen in 1924, 

- Metro Pictures Corporation (opgericht in 1915), 
- Goldwyn Pictures Corporation (1916) en 
- Louis B. Mayer Pictures (1918). 

Alhoewel het door bioscoopmagnaat Marcus Loew beheerde Metro Pictures de financiële overhand had binnen de fusie, nam Metro-Goldwyn-Mayer zowel de levensspreuk (Ars Gratia Artis, 'kunst om de kunst'), het logo (Leo, de leeuw) en de filmstudiofaciliteiten van Goldwyn Pictures over. 

Deze drie kenmerken van de nieuwe filmstudio zijn nog steeds beroemd, vooral het beeldmerk Leo. 
Louis B. Mayer, bekend van zijn sterk maar streng leiderschap, werd studiovoorzitter en Irving Thalberg (Boy Wonder) werd hoofd van productie.

Na een paar machtswissels, overnames en fusies is het 20th Century Fox die sedert 2001 de films van Metro-Goldwyn-Mayer buiten de Verenigde Staten verdeelt. 

In 2006 werd er een tweede contract getekend met 20th Century Fox, waardoor MGM Home Entertainment voortaan buiten de Verenigde Staten vervangen werd door 20th Century Fox Home Entertainment.

In oktober 2010 vroeg de maatschappij het faillissement aan wegens een schuld van US$ 4 miljard.
Dit gebeurde nadat maandenlange onderhandelingen met de schuldeisers op niets waren uitgelopen.
Deze gingen akkoord met een deal, waarbij zij het overgrote deel van MGM in handen kregen.

Na de overeenkomst met de schuldeisers werden Gary Barber en Roger Birnbaum van Spyglass Entertainment Group de bestuurders van MGM.

Het logo werd gemaakt door artdirector Lionel S. Reiss in opdracht van hoofdpublicist Howard Dietz. 


De leeuw in het logo wordt Leo the Lion genoemd, maar in werkelijkheid wordt deze rol door meerdere leeuwen vertolkt.

Door de jaren heen waren dat o.a. Slats, Jackie, Coffee, Tanner en Leo.

De zevende leeuw, wel Leo genaamd, was voor het eerst te zien in 1957 en is nog steeds te zien aan het begin van de meeste MGM films.

In mei 2021 werd MGM voor US$ 8,45 miljard verkocht aan het e-commercebedrijf Amazon.


Bronnen : 

Ons Land 11/08/1926 
De Volksstem 01/09/1926 - 05/09/1926
Denderbode 05/09/1926
MGM.com
FB MGM
Brightonmuseums.org.uk

donderdag 10 maart 2022

Spoorlijn Aalst - Burst (lijn 82) / Het Scholierentreintje

Lijn 82 ? 
Nog nooit van gehoord ? 

Misschien zegt ‘het scholierentreintje’ tussen Aalst en Burst U iets meer ? 

A jaaaaaa !


Eventjes terug in de tijd ... Het begint eigenlijk allemaal met een andere lijn.
Het vak Kortrijk-Oudenaarde-Denderleeuw van spoorlijn 89 werd immers op 14 december 1868 opengesteld voor het verkeer en in Burst werd toen meteen een station voorzien. 


Het dorpsgezicht van Erpe-Mere veranderde enkele jaren later, in 1876, echter voorgoed met de aanleg van spoorlijn 82 tussen Aalst en Ronse.
Er verschenen stations, sporen en bruggen tussen de velden en was het gedaan met de rust.

In 'De Denderbode' van 8 november 1875 lezen we "De pryzers gelast met den aenkoop der gronden voor den yzerenweg Antwerpen-Douai, sektie van Aelst naer Burst, hebben deze week hunne werkzaemheden aengevangen ..."

Op 28 mei 1876 waren de werken al serieus gevorderd en lezen we in dezelfde krant "De sektie van den yzerenweg Aelst-Burst zal definitievelyk geopend worden op Donderdag 1 juni aenstaende. Dien dag zal de achtbare heer Beernaert, Minister van Openbare Werken, onze stad met een bezoek vereeren ..."

Naast lijnen 82 en 89 kwam er in de buurt in 1923 ook nog de lijn 50A (Gent-Brussel) bij.

Spoorlijn 82 was één van de belangrijke schakels tussen Frankrijk en de haven van Antwerpen en speelde ook lokaal een belangrijke rol. 
Veel arbeiders uit de streek gebruikten de lijn immers om naar de Waalse mijnstreek te kunnen pendelen.

'Maar waarom moesten die mensen zo nodig in Wallonië gaan werken?', zou je je kunnen afvragen. 
 'En dan nog in de steenkoolmijnen?' 

Wel, Vlaanderen had  eigenlijk ‘de trein van de industriële revolutie gemist’, behalve dan misschien Gent. 
Terzelfdertijd had Wallonië wél ingezet op deze veranderingen en met name vooral de steenkoolmijnen en de metallurgie werden heel belangrijk voor de economie. 
De nood aan goede arbeidskrachten was groot, het aanbod van Waalse arbeiders was onvoldoende en bijgevolg werd de migratie van Vlaamse arbeidskrachten een noodzaak. Deze Vlamingen hadden overigens niet echt een keuze want hun eigen traditionele economische activiteiten (linnen, katoen) konden niet meer concurreren tegen de steeds groter wordende internationale markt.

Tot in 1963 bracht het zogenoemde Fosttreintje mijnwerkers van Zottegem en omstreken naar de Henegouwse steenkoolmijnen. De trein vertrok in Aalst, en via onder andere Zottegem, Brakel en Ronse ging het naar de eindhalte Bernissart. 
De stopplaatsen langsheen deze lijn waren : 

Aalst        
Aalst Kerrebroek    
Vijfhuizen    
Erpe-Mere    
Bambrugge
Burst            
Terhagen                 
Herzele        
Hillegem      
Leeuwergem
Zottegem    
Slijpstraat
Rozebeke
Michelbeke
Nederbrakel
Opbrakel
Flobecq-Bois
Queneau-Boudenghien
Rigaudrye
Ellezelles
Marijve
Ronse
Bernissart


Uiteraard sprak men toen nog niet van het 'scholierentreintje' maar wel van het 'fostreintje' of het 'mazoetje'.
Een 'fostman' was een kompel, naar het franse woord 'fosse' dat 'mijn', 'schacht' of 'put' betekent.

En terwijl we toch met vertalingen bezig zijn ... 

'Borinage' is eigenlijk iets gelijkaardigs. Deze naam komt van 'borin' of 'borain', een Frans woord voor 'kompel', waar men het achtervoegsel -age aan heeft toegevoegd.
In het plaatselijke dialect, Picardisch met enige Waalse kenmerken, werd de mijnindustrie 'bohren' genoemd.
Doorheen de jaren ging het echter slechter en slechter met de mijnen en samen met de ondergang van de Waalse steenkoolindustrie verloor ook spoorlijn 82 veel van zijn glans. 
In de jaren zestig van de vorige eeuw werden de sporen tussen Zottegem en Elzele uitgebroken, en tegenwoordig is enkel nog het baanvak tussen Burst en Aalst in gebruik.

De situatie tegenwoordig : 
- Het baanvak Aalst - Burst - Zottegem is nog steeds in dienst voor reizigersverkeer.
- Het baanvak Burst - Zottegem maakt volledig deel uit van lijn 89.
- Het baanvak van Zottegem (Slijpstraat) tot Ronse is volledig opgebroken.
- Tussen Zottegem (Slijpstraat) - Opbrakel (Livierenstraat) : asfalt fiets-/wandelpad
- In Brakel is over 1,5 Km de N8c met fietspad aangelegd op de bedding.
- Tussen Ellezelles (Beaufaux) - Ronse (Monsegneur Beylsstraat) asfalt fiets-/wandelpad.

Tot op vandaag zit de kleine dieseltrein zowel ’s ochtends als ’s avonds afgeladen vol met scholieren en pendelaars, die snel en makkelijk van huis naar de school of het werk wensen te reizen zonder de bus te moeten nemen. 
Overdag is de trein echter meestal helemaal leeg, en ook tijdens de zomervakantie rijdt hij niet, wat al jaren voor discussie zorgt. 

Hier de P-trein Burst-Aalst bij aankomst in station Bambrugge.


Moet dit treintje, dat het grootste deel van de dag helemaal niet rendabel is, blijven of niet? 

Langsheen de spoorlijn werd in elk geval een nieuw fietspad aangelegd dat de verschillende haltes met elkaar verbindt, en graag gezien is door wandelaars en fietsers die er hun portie spoorgeschiedenis kunnen komen opsnuiven.

De spoorlijn was oorspronkelijk 17,9 km lang, waarvan er tegenwoordig nog 10,06 kilometer overblijven. Daarmee is het meteen ook de kortste Belgische spoorlijn (als we eventjes de Noord-Zuidverbinding - lijn 0 - in Brussel niet meerekenen).

Het baanvak tussen Zottegem en Elzele (het huidige 'Mijnwerkerspad') werd tussen 1963 en 1964 opgebroken. 

De NMBS verzorgt het personenvervoer met Piekuurtreinen, die enkel op werkdagen rijden. Veertien treinen per dag (zeven in elke richting).
Iedere zomerperiode sluit deze spoorlijn volledig , reizigers met een geldig NMBS abonnement kunnen in deze sluitingsperiode’s wel buslijnen nemen die in de buurt van de spoorlijn rijden.
Buslijnen:

81   Aalst-Mere-(Woubrechtegem)-Heldergem
91   Aalst-Burst-Zottegem
92   Aalst-Herzele-Zottegem
94   Aalst-Oordegem-Melle-Gent
96   Aalst-Oordegem-Melle-Gent
385 Belbus Lede-Erpe-Mere
390 Herzele-Sint-Lievens-Houtem

In de volgende plaatsen is of was er een aansluiting op de volgende spoorlijnen:

Aalst

    Spoorlijn 50 tussen Brussel-Noord en Gent-Sint-Pieters
    Spoorlijn 57 tussen Aalst en Lokeren
    Spoorlijn 61 tussen Kontich / Mortsel en Aalst

Burst

    Spoorlijn 89 tussen Denderleeuw en Y Zandberg
    Spoorlijn 122 tussen Y Melle en Geraardsbergen

Y Slijpstraat

    Spoorlijn 89 tussen Denderleeuw en Y Zandberg

Rigoudrie

    Spoorlijn 87 tussen Zullik en Doornik

Elzele

    Spoorlijn 87 tussen Zullik en Doornik

Maryve

    Spoorlijn 86 tussen De Pinte en Basècles-Groeven

Ronse

    Spoorlijn 83 tussen Kortrijk en Ronse
    Spoorlijn 86 tussen De Pinte en Basècles-Groeven
    Spoorlijn 87 tussen Zullik en Doornik

Zoals eerder al vermeld : enkel het segment Burst – Aalst is nog steeds in dienst. 
Het is enkelsporig en niet geëlektrificeerd. 
In het verleden deed deze lijn dienst als tijdelijk alternatief (over Aalst) wanneer er zich op de sectie Denderleeuw-Burst een probleem voordeed. 

Het segment Burst – Zottegem wordt beschouwd als een gedeelte van spoorlijn 89 Denderleeuw – Kortrijk. Die dubbelsporige geëlektrificeerde lijn blijft wel in dienst.

De bediening op de lijn werd door de jaren heen meermaals herzien. Hoewel de NMBS steeds ontkend heeft dat er plannen in die richting zouden zijn, ontstond de vrees dat deze spoorlijn wel eens snel gesloten zou kunnen worden. 

Er zijn dus geruchten over het verdwijnen van 'het scholierentreintje', maar het segment werd tijdens de zomer van 2009 toch nog volledig vernieuwd. 
Tijdens de zomer van dat jaar werden de sporen, ballast en dwarsliggers op de gehele lijn vernieuwd en werden maar liefst 19 overwegen heraangelegd.
Het aantal onbewaakte overwegen daalde drastisch, en dat moest ook wel om de veiligheid te kunnen blijven garanderen. 
Hier nog een voorbeeldje van zo'n onbewaakte overweg, aan de Grote Gentweg, voor de veranderingen.


Sinds 2010 rijden er geen treinen meer op deze lijn tijdens de maanden juli en augustus. In 2012 werden er nogmaals 7 treinen op deze lijn afgeschaft, maar in 2014 werd het aanbod toch opnieuw uitgebreid. 
Op schooldagen rijden er tegenwoordig zeven treinparen: drie in de ochtendspits, één over de middag en drie in de avondspits.

Over het verharde gedeelte van de vroegere spoorlijn Zottegem - Brakel - Elzele (Ellezelles), die in 1963 gesloten werd, legde men een wandel- en fietspad aan : het Mijnwerkerspad in de Zwalmvallei. 
 
In 1978 werd het gedeelte van de Slijpstraat te Sint-Goriks-Oudenhove tot Opbrakel als recreatieve weg geopend voor wandelaars en fietsers. Op het baanvak Zottegem (Slijpstraat) - Opbrakel (Livierenstraat) werd een 8 kilometer lang geasfalteerd fiets- en wandelpad aangelegd. 

Als naam koos men voor ‘Mijnwerkerspad’ als blijvende herinnering aan de vele mijnwerkers die destijds gebruik maakten van de lijn. 
In Brakel is over 1,5 km de N8c aangelegd met een fietspad op de bedding.

De bermen langs de weg kennen een grote variatie, gaande van een schrale, soms zeer droge naar op weer andere plaatsen zeer natte bodem. 
Deze afwisseling zorgt voor een ideale biotoop voor heel wat planten, waaronder het vlasbekje, het wilgenroosje, knoopkruid, brede wespenorchis enzovoort. 

Niet alleen de flora is er echter belangrijk. Ook de fauna is er de moeite.
Rond de bermen leven immers onder andere de bosrietzanger, de zwartkop, de tuinfluiter, het roodborstje, de tjiftjaf en het winterkoninkje. 

De bermen ten noorden van de Brusselse Straat zijn opgenomen in het ‘natuurgebied Middenloop Zwalm’. Het deel ten zuiden ervan maakt deel uit van het ‘natuurgebied Bovenlopen Zwalm’. 

Beide delen zijn onderdeel van het Natura 2000-habitatrichtlijngebied 'Bossen van de Vlaamse Ardennen en andere Zuid-Vlaamse bossen'. 

In het natuurgebied langs het pad kunnen jullie ook nog de Boembekemolen terugvinden, waar de permanente tentoonstelling 'Sporen in de Tijd' het verhaal vertelt van de spoorlijn en het Fosttreintje. Verderop aan het pad (tussen Nederbrakel en het Livierenbos) staat de Verrebeekmolen. Voorbij het Mijnwerkerspad en het voormalige stationnetje van Opbrakel is in het Livierenbos het tracé nog herkenbaar aan de Trimaarzate, het talud van de voormalige spoorlijn.

Hier een kleine beschrijving van de prachtige wandeling die men rond de spoorwegbedding kan maken : 
Aard van de weg :     Verkeersvrij asfalt fiets-/wandelpad op de oude spoorbedding. In                                           Nederbrakel 1.3 Km op vrijliggend fietspad langs de ringweg N8c.
Bewegwijzering :      Bordjes fietsknooppunten : noordelijk 15-96-11 en zuidelijk 91-99.

Vertrekpunt :             NMBS Station van bestemming : Zottegem.
                                  Van daar met De Lijn bus 21 of 22 richting Ronse tot Sint-Maria-                                         Oudenhove, halte Meierij (15 min).
                                  Deze bushalte is zowel het start- en eindpunt van de wandeling. 

Het Mijnwekerspad kruist de weg aan deze bushalte, noordelijk gaat het richting Sint-oriks-Oudenhove via Michelbeke, zuidelijk naar Brakel.
Je kan eventueel terugkeren met dezelfde bus naar Zottegem uit Nederbrakel, halte Station aan de ringweg N8c.

Noordelijk deel (2 x 4.5 Km).

Na 1.3 Km stappen kom je voorbij het dorp Michelbeke met aan de ene kant, verdoken achter groen, het prachtig gerestaureerde oude stationsgebouw (nu een privé woning) en aan de andere kant een gecontroleerd overstromingsgebied. Dit loopt vol bij zware regen en houdt gedurende korte tijd het teveel aan water op.

Iets verderop loopt de Zwalm onder het pad door en ben je kort bij de Boembekemolen. Deze oude watermolen is in eigendom bij Natuurpunt en zal worden gerestaureerd tot maalvaardige molen en deels ingericht worden als ontmoetingsplaats met de sportievelingen.

Tijdens natte periodes krijgt het pad hier behoorlijk wat water te slikken van de bovengelegen velden en weiden. Het snel stromende water voert nogal wat sediment mee dat eenmaal in de langzaam hellende gracht langs het pad wordt afzet. Dit durft uiteraard wel voor wateroverlast te zorgen op het pad.
Verder op het pad kom je onder de koebrug door. Toen de spoorweg nog in gebruik was, konden de boeren hun vee over de brug veilig naar de weiden brengen. 
Aan de Slijpstraat dicht bij de bestaande spoorweg en Sint-Goriks-Oudenhove is de terminus van het Mijnwerkerspad.
Daar is een kleine parking voorzien voor een 10-tal wagens.

Zuidelijk deel (2 x 5.4 Km).

Ter hoogte van de bushalte is het kasteel van Lilare. 
Het prachtig gerestaureerde Poortgebouw met de hoeve is, op een paar herstellingen na, goed bewaard gebleven, zoals het in de 15e eeuw werd opgetrokken. In 1938 werd het kasteel verkocht aan het Klooster van Opbrakel en doet momenteel dienst als school.

Na 2 km kom je in het centrum van Nederbrakel. Via een vrijliggend fietspad langs de ringweg om Brakel (N8c) kan je gemakkelijk en veilig van het noordelijk naar het zuidelijk deel van het pad of omgekeerd (1.3 Km).

Verder kom je eventjes langs het industrieterrein te Brakel, zij het wel afgeschermd door groen. 
Vrij snel bereik je de Verrebeekmolen, waarvan de bouw werd aangevangen in 1789. 
Pas in 1803, na financiële moeilijkheden, werd de molen uiteindelijk toch afgewerkt. 

In 1996-1997 en nogmaals in 2005 werd de molen grondig gerestaureerd. De terminus van het Mijnwerkerspad is aan de Livierenstraat in Opbrakel.
Wie met de smartphone op wandel gaat, kan de beschrijving terug vinden via onderstaande QR-code.



Spoorlijn 82 was dus één van de belangrijke schakels tussen Frankrijk en de haven van Antwerpen en speelde ook lokaal een belangrijke rol. Veel arbeiders uit de streek gebruikten de spoorlijn om naar de Waalse mijnstreek te pendelen.
Met de ondergang van de Waalse steenkoolindustrie verloor ook spoorlijn 82 veel van zijn glans.
In plaats van mijnwerkers zijn het vandaag dan ook vooral scholieren die er de trein nemen richting Aalst. 
De stations langs de lijn schitteren door hun koppositie in de lijst van minst gebruikte stations in Vlaanderen en de lijn is dan ook al meermaals ten dode opgeschreven. Voorlopig rijden er nog altijd treinen tijdens de piekuren, behalve in juli en augustus.

Geen spoorlijnen zonder stations, natuurlijk, en tussen Aalst en Burst liggen er verschillende haltes, maar sommige van de vroegere stations zijn ondertussen wel al verdwenen. 

Wie het station van 'Erpe-Meire' uit 1876 zoekt bijvoorbeeld, zal van een kale kermis terug naar huis keren. 
Dat stationsgebouw bevond zich ter hoogte van de de kruising met de Oudenaardsesteenweg in Erpe. 


Vandaag vinden we daar enkel nog een parking en een perron met een schuilhuisje. Honderd jaar na zijn bouw werd het station platgewalst en vervangen door een schuilhut en pendelparking.

De spoorlijn kruist verderop ook de Kraaineststraat. Het bareelhuis pal naast de spoorweg is wel volledig opgeknapt, maar een bareelwachter, die de overweg handmatig moest bedienen, woont er al jaren niet meer.


Erpe-Mere heeft nog meer spoorwegen in petto. Zowel de spoorlijn tussen Kortrijk en Denderleeuw als de drukste spoorlijn van het land tussen Brussel en Gent doorkruisen Erpe-Mere, echter zonder er halt te houden. 
De gemeente moet het dus maar stellen met zijn boemeltreintje naar Aalst en enkele monumentale bakstenen spoorbruggen, dewelke nu ook jammer genoeg dreigen te verdwijnen want ze werden of worden vervangen door nieuwe exemplaren zoals aan de Kapelhofstraat (tussen Erondegem en Ottergem).

Hier een beeldje van de oude brug aan de Kapelhofstraat. 


Bij de werken die Infrabel daar uitvoerde in 2020 was het trouwens eventjes 'spektakel verzekerd'.

Een grote kraan ging maandagavond rond 17.45 uur aan het glijden op de schuine platen in de spoorwegberm en is uiteindelijk ook gekanteld.  De kraanmachinist raakte ongedeerd uit zijn kraan, die op  amper 1,70 meter van de sporen van de drukke treinlijn L50A tussen Gent en Brussel terecht kwam.


Niet alleen spoorlijnen overspoelden Erpe-Mere, ook de tram kreeg er voet aan de grond. 
Vanuit Oordegem kon je vanaf 1904 met de tram via Aalst tot in Brussel raken. 
De Erpse boeren maakten er gretig gebruik van om in Aalst te werken en stapten bijvoorbeeld op aan het station van Vijfhuizen, ook tot op vandaag nog een treinstation. 


Hier kruisten de sporen van de tram en spoorweg elkaar op gelijke hoogte, een unicum.

Een bareelwachter moest er het verkeer in de gaten houden zodat auto's, treinen en trams niet met elkaar botsten. Van deze tramlijn is helaas geen spoor meer terug te vinden, behalve dan misschien de verzaagde rails die weides en velden afzomen.


De komst van de spoorwegen was ook belangrijk voor de lokale economie en maakte onder andere ook het transport van de Erpse zandsteen mogelijk. Naar Gent, bijvoorbeeld.
Het station Gent Sint-Pieters, dat in 1912 als nieuwe toegangspoort voor bezoekers van de wereldtentoonstelling zou fungeren, werd onder meer met Erpse zandsteen gebouwd.

De steengroeve die voor deze steen zorgde, is sinds 1920 uitgedoofd en werd in de jaren 1950 nog gebruikt om zand te winnen voor de aanleg van de E40-snelweg vlakbij.
Vandaag is de kuil onder water gezet en vind je er het cultuurhuis, de bibliotheek, het Gemeentelijk Administratief Centrum en een sporthal terug.


Lijntje 82, ... Het mag dan een heel kort lijntje zijn, toch is deze al meer dan eens in de pers gekomen. 

7 april 2011 : 

Het fietspad langs het scholierenlijntje Aalst-Burst zal tegen de zomer van 2012 deels klaar zijn. Dat belooft schepen van openbare werken Marleen Lambrecht (CD&V) van Erpe-Mere.
 
"We hebben een overeenkomst met Infrabel waardoor we naast de spoorlijn tussen het station van Burst en de Bosstraat in Mere de ruimte naast het spoor kunnen gebruiken voor een vergoeding van 800 euro per jaar. Met de financiële steun van de gemeente zullen we er een 2,5 meter breed betonnen fietspad aanleggen. Uit veiligheidsoverwegingen zal naast de spoorlijn ook een afsluiting geplaatst worden."

Op 15 oktober van datzelfde jaar lezen we dat hier natuurlijk ook serieuze kosten aan verbonden zijn : 

De aanleg van een fietspad langs de spoorlijn L82 tussen het station in Burst en de Bosstraat in Erpe-Mere zal 440.256 euro kosten. Dat blijkt uit het ontwerp dat door de provincieraad goedgekeurd werd. Het fietspad wordt uitgevoerd in een betonverharding over een lengte van 2.935 meter.

Op de website van Minister Hilde Crevits lezen we : 

“De fietsweg van Zottegem tot Aalst past in de aanleg van lange afstandsfietspaden, de zogenaamde fietssnelwegen. Fietsers op weg naar het werk of naar school maken graag gebruik van die veilige fietspaden. Langs de spoorlijn 82 liggen al fietspaden. Het is de bedoeling tot een mooi aansluitend geheel te komen waar het comfortabel en veilig fietsen is."
 
Burgemeester De Waele van Erpe-Mere : “Voor de fietsers van Erpe-Mere is het belangrijk dat ze langs een autovrije weg tot in Aalst kunnen rijden. Heel wat scholieren lopen school in Aalst en voor hen zal de ingreep vast en zeker een verbetering van de verkeerssituatie zijn. Tegen het nieuwe schooljaar hopen we het nieuwe fietspad in te kunnen rijden. ”

Juli 2011 : 

‘Tot onze spijt heeft de spoorwegmaatschappij ook dit jaar besloten de trein niet te laten rijden in de vakantiemaanden', zegt burgemeester Hugo De Waele (CD&V). ‘Nochtans maken niet alleen scholieren maar ook werkpendelaars en winkelklanten voor Aalst gebruik van de trein'.

'Alhoewel de NMBS ontkent dat de toekomst van het treintje op de helling staat, zijn we er toch niet gerust in. Er zijn signalen dat het scholierentreintje zou worden afgeschaft wegens niet rendabel.'

In de motie aan de staatssecretaris voor Mobiliteit en aan het NMBS-bestuur stipt de gemeente ook het toekomstige belang aan van de treinverbinding.
In Mere en in Burst zijn langs de spoorlijn nieuwe woonwijken in ontwikkeling en die zullen het potentieel aan treinreizigers alleen maar doen groeien.

Oktober 2019 : 

Uitgeweken Aaigemnaar, Haalterts politicus en Volksvertegenwoordiger Pieter De Spiegeleer (Vlaams Belang) interpelleerde minister van Mobiliteit Bellot (MR) over de toekomst van - de kortste Belgische - spoorlijn L82 tussen Aalst en Burst.
Die spoorlijn wordt druk gebruikt door honderden scholieren, maar werd dit jaar - nog maar eens - door Infrabel op een geheime lijst van ‘te schrappen’ spoorlijnen geplaatst. Een visie die de minister Bellot duidelijk niet deelt.

“De studie die Infrabel deed is een geregeld terugkerende oefening waaruit elke keer grotendeels dezelfde conclusies komen. De laatste vijf jaar ontvingen Infrabel en de NMBS een werkingsbudget van 13,7 miljard euro voor het optimaliseren en behoud van de huidige spoorinfrastructuur tot ten minste 2031. Het is wettelijk dus niet mogelijk de spoorlijn L82 voor 2031 te supprimeren. Daar bovenop vroeg ik de regering een extra budget van 1 miljard euro voor strategische spoorprojecten”, aldus Bellot.

Deze stelling betekende meteen ook dat Infrabel moest gaan investeren in de vereiste veiligheidssystemen om de lijn ook na 2025 in gebruik te houden. 
Uiteraard was dit goed nieuws voor de gebruikers van het scholierenlijntje.
“En hopelijk vormt dit standpunt in tijden van klimaatdoelstellingen ook een basis om deze lijn op te waarderen, aangezien dat ook een aanzienlijke meerwaarde zou betekenen voor pendelaars die winkelen in de Aalsterse binnenstad of voor werknemers in Aalst of in de industriezone van Erpe-Mere”, werd besloten door Pieter De Spiegeleer.

Januari 2021 : 

Heel wat ouders wiens kinderen verrast werden door de vervroeging van het treintje van 16.23 uur naar 16.16 uur - en bijgevolg hun trein net (niet) misten - contacteerden intussen de klantendienst van het spoor. 
Ook schepen Marleen Lambrecht (CD&V) van Erpe-Mere, tevens voorzitter van de vervoersregioraad Aalst en Aalsters schepen van Mobiliteit Jean-Jacques De Gucht (Open Vld) namen al contact op met de NMBS aangezien de marge om de trein na schooltijd te halen door de wijziging bijzonder klein wordt. Diverse schooldirecties zouden eveneens de spoormaatschappij aanspreken. Daar blijft het overigens niet bij.

Volksvertegenwoordiger Pieter De Spiegeleer (VB) en zijn collega volksvertegenwoordiger en sp.a-gemeenteraadslid Anja Vanrobaeys van Erpe-Mere dienden inmiddels allebei een parlementaire vraag in over de aangepaste dienstregeling bij federaal minister van Mobiliteit Georges Gilkinet (Ecolo). 

De schrik dat de aanpassingen een voorbode zouden zijn voor een - immer terugkerende dreiging van - schrapping van het treinaanbod op spoorlijn L82 bleef immers reëel. 
Dat werd eind 2019 nochtans nog formeel ontkend door toenmalig minister van mobiliteit François Bellot (MR). Die beloofde het behoud van de treinlijn minstens tot 2031.

10 januari 2022 : Heel wat leerlingen bleven op de eerste schooldag van het nieuwe jaar letterlijk in de kou staan. 
De korte samenstelling van het scholierentreintje dat hen naar Aalst moest brengen, was blijkbaar niet voorzien op meer passagiers en heel wat reizigers moesten in de koude te wachten op een vervangbus.

Woordvoerder Bart Crols van de NMBS bevestigde de problemen en betreurde ze ook. “Het treintje in kwestie reed inderdaad in de korte samenstelling, dus met twee rijtuigen in plaats van vier, maar we hadden wel een bus als back-up.”

“Aan de halte Erpe-Mere stelde zich het probleem dat het treintje overvol zat waardoor zelfs de begeleider er niet meer bij kon en dat was uiteraard niet veilig meer, ook rekening houdend met de geldende coronamaatregelen. Op dat moment moesten we aan passagiers vragen om af te stappen en op het perron te wachten op de bus, wat uiteraard niet leuk is”, aldus nog de NMBS-woordvoerder.

De NMBS werd vanuit verschillende hoeken verweten dat ze hun eigen Coronaregels opstellen, want dat er nergens in de regelgeving iets is opgenomen in verband met maximum capaciteit.
 
“We zullen zo snel mogelijk het nodige doen om dit probleem op te lossen.” werd er nog aan toe gevoegd en inderdaad, toen de scholieren maandag aan het eind van de schooldag weer huiswaarts gingen, had het treintje opnieuw vier rijtuigen.


Wie meer wil weten over het station en de treinen in de buurt van Aalst, klik op jullie keuze  :





Bronnen : 

Belgische spoorlijnen, lijn 82 – telenet.be
foto station Burst : erfgoedceldenderland, collectie heemkundige kring Erpe-Mere
foto verdwenen station Erpe-Mere : collectie Heemkundige Kring Erpe-Mere
foto trein aan station Erpe-Mere 20-08-1996 : sporen-met-rob.nl
Het mijnwerkerspad – Stad Zottegem
Brochure Mijnwerkerspad – Stad Zottegem
Webpagina hildecrevits.be (04/05/2012)
gocycling.atwebpages.com
Nieuwsblad 15/04/2014  - 05/07/2011 – 10/01/2022
HLN 08/10/2019 – 05/01/2021 

vrijdag 2 april 2021

Met de trein naar ... Aalst ... 'Station Aalst'

Als er één gebouw is waar Aalst zeker ‘grosj’ en fier mag op zijn, is het wel het stationsgebouw, het enige bewaarde 'Station de Ville' op de Dender-Waes lijn, daterend van de jaren 1850 naar ontwerp van J.P. Cluysenaar.
Over het gebouw en het stationsplein is HIER meer te lezen. 

In het artikel hieronder gaat het vooral over de geschiedenis van 'de trein' in Aalst.


De Industriële Revolutie
in de beginjaren van het toen nog jonge België kende verschillende problemen waaronder het feit dat, noch de steden onderling, noch het platteland, met elkaar verbonden waren op een efficiënte, snelle en veilige manier. 

Een Koninklijk Besluit van 1 mei 1834 bepaalde dat er op staatskosten spoorlijnen zouden worden aangelegd die - met Mechelen als knooppunt – België in de vier windrichtingen zouden verbinden met de buurlanden. 
De economische hoofdlijnen en het internationale verkeer werden volledig aangelegd en uitgebaat door de Belgische staat. 

Al in 1836 had Aalst twee plannen gemaakt om goederentransport via de trein tot stand te brengen maar alle moeite was tevergeefs, het werd een ‘njet’ voor onze stad, er waren andere prioriteiten. 

Eigenlijk al sedert het ontstaan van de spoorwegen in België rees de vraag of het wel de taak was van de Staat of van privé maatschappijen om spoorwegen aan te leggen en uit te baten. Men vroeg zich dan ook al vrij snel af of het niet voordeliger en gemakkelijker zou zijn om dit uit te besteden aan derden.  

Die overweging viel in goede aarde en in de begin jaren 1840 viel dan ook de beslissing om effectief met zogenaamde ‘concessies’ te gaan werken. 
De eerste concessie werd in 1842 verleend. Deze lijn verbond Antwerpen met Gent. 

Tegen het einde van 1843 waren de belangrijkste spoorwegassen aangelegd en zag de Staat volledig af van nog verder zelf spoorlijnen aan te leggen. Vanaf dan zouden concessies de volledige uitbouw van het spoorwegnet regelen. 

Ook in Aalst nogmaals geprobeerd om de trein naar de stad te halen en na heel wat ‘riezje en krakiel’ werd op 26 januari 1845 de 'Memorie van Aelst' uiteindelijk goedgekeurd in de gemeenteraad. 

In dit document werd een rechtstreekse spoorlijn tussen Brussel en Gent voorgesteld, die langs onze stad moest lopen. 
Het project werd op audiëntie bij Koning Leopold I voorgedragen door de Aalsterse Burgemeester Frederik van der Noot met enkele van zijn raadsleden. 
Zij verkregen dat het project ook aan de Kamer van Volksvertegenwoordigers werd voorgelegd, alsook aan de gemeentebesturen van Brussel, Asse, Lede, Wetteren, Gent, Oostende en Kortrijk. 
Het kondigde zich dus veelbelovend aan maar bij gebrek aan financiële middelen viel ook dit plan ook in duigen. 

Later dat jaar, op 14 april 1845, werd te Londen een overeenkomst gesloten tussen de Belgische regering en een nieuw vennootschap dat de spoorlijn Dender-Waas zou aanleggen. 

Twee maanden later, bij Koninklijk Besluit van 12 juni 1845, was de "Compagnie Anonyme du chemin de fer et du canal de la valée de la Dendre" een feit. Een kortere naam konden ze blijkbaar niet verzinnen ... 

Deze maatschappij verbond er zich toe om binnen een periode van vijf jaar een spoorlijn aan te leggen tussen Ath – Lessen – Geraardsbergen – Ninove – Aalst – Dendermonde en ook nog een zijlijn van Jemappes naar Aalst.

Het succes was echter maar van korte duur want – opnieuw - financiële problemen gooiden roet in het eten. In 1845 ontstond in Frankrijk immers sociale onrust en ook de Britten kregen schrik om hun kapitaal in het vasteland te investeren. 
Daarenboven was er in België dat jaar ook nog de aardappelziekte die voor hongersnood zorgde en de Belgische regering diende zich terug te trekken bij gebrek aan financiële middelen. 
Aalst moest dus weer wachten op de zo gegeerde spoorlijn.

De nieuwe compagnie moest dus praktisch al van bij het begin aan haar rechten en verbintenissen verzaken en de bestaande concessierechten werden in 1851 overgenomen door de Société Générale, een nieuwe groep rond bankier Jean-André de Mot en industrieel Jean-Baptiste Gendebien.

Op 8 mei 1852 werd een nieuwe vennootschap opgericht, de “S.A. du Chemin de Fer de Dendre et Waes et de Bruxelles vers Gand par Alost”.

Deze keer had onze stad meer geluk en deze maatschappij zorgde voor de aanleg van de ca. 12 km lange spoorlijn tussen Aalst en Dendermonde. 

De eerste trein die beide steden verbond, reed op 9 juni 1853 op spoorlijn 57 (Aalst-Dendermonde-Lokeren).
 

Een kleine twee jaar later, op 7 april 1855 werd Aalst ook een halte op spoorlijn 50 (Brussel- Gent) en werd ook de lijn Aalst-Denderleeuw-Ninove-Geraardsbergen ingereden. 

Op 1 mei 1856 kwam de lijn Aalst – Brussel via Denderleeuw tot stand en twee maanden later kon de inwijding van het station plechtig gevierd worden, samen met de lijn Brussel-Aalst-Gent. 

Naast de praktische uitwerking van de spoorlijn zelf was er natuurlijk ook nood aan aangepaste architectuurvormen als stations, wachthuizen, loodsen en opslagplaatsen. 

Die opdracht werd een uitdaging voor Jean-Pierre Cluysenaar, de huisarchitect van de Société die net als alle andere spoorweggebouwen langs de lijn ook vorm moest geven aan het Aalsterse gebouw, wat al heel snel zou beschouwd worden als hét belangrijkste station langs de lijn.
 

Samen met De Mot en Gendebien werd hij aangezocht om de gebouwen langsheen de spoorlijn te ontwerpen, met dien verstande dat er geen oudere vergelijkbare gebouwen waren die als voorbeeld konden dienen voor wat programma en vormgeving betrof. 
Hoe alles er moest uitzien lag dus totaal nog niet vast en hij begon dus met een 'blanco blad'.
 
Waar zeker moest mee gewerkt worden was het feit dat de reizigers zich welkom zouden voelen en voor de lokale bevolking moesten de voorbij rijdende trein en daarbij horende infrastructuur het een gevoel van trots opwekken. Het moest als het ware een poort en een motor zijn voor een economische, architecturale, stedenbouwkundige en sociale ontwikkeling. 

Privémaatschappijen als de “Société Anonyme du chemin de fer de Dendre-et-Waes et de Bruxelles vers Gand par Alost“ gebruikten de gebouwen dan ook graag als uithangbord en publicatie.
Cluysenaar kreeg de ruimte om nieuwe plattegronden te ontwikkelen en de nodige wijzigingen aan te brengen kwestie van bruikbaarheid en inrichting.

In de hele ontwikkeling van de lijn bleek het station van Aalst het knooppunt te zijn, iets dat dan ook zeker met de nodige ‘stijl’ werd benadrukt. 
Het station, dat tot de 'Station de Ville'-groep behoort, werd binnen die groep het meest luxueus uitgewerkte bouwwerk. Het had een zekere ‘klasse’ en bevatte naast een galerij, kantelen en torens ook nog verschillende bijgebouwen.

De inwijding van het stationsgebouw werd plechtig gevierd op 6 juli 1856 in het bijzijn van de Hertog van Brabant (de latere koning Leopold II). Dat was trouwens dezelfde dag dat ook het standbeeld van Dirk Martens op de Grote Markt werd ingehuldigd.

Hier een afbeelding van de vertrekuren vanuit het station, zoals deze toen vermeld werden op de voorpagina van de kranten (in dit geval De Denderbode van 16/11/1856).


Op 1 juni 1876 werd Aalst via spoorlijn 82 over Burst met Zottegem verbonden. Deze lijn werd later verlengd tot Ronse en op 12 oktober 1879 volgde de verbinding naar Antwerpen via spoorlijn 61.

Het eerste goederenstation was gevestigd tussen het reizigersstation en de Denderstraat en werd in 1889 overgeplaatst naar de Bergemeersen. In dat jaar werd de naam van het reizigersstation dan ook gewijzigd in ‘Aalst-Noord’. Het goederenstation werd ‘Aalst-Oost’
De toevoeging ‘Noord’ in de stationsnaam kwam in 1960 weer te vervallen.

De trein reed gelijkgronds, wat een grote hinder betekende voor de toen nog drukke scheepvaart op de Dender en de steeds maar drukker wordende wegen. 

Hier zien we nog een foto van toen de reizigers nog de sporen dienden over te steken om aan de juiste kant te geraken. 
Het gaat over een locomotief van de EB van het type 1 (asindeling 1B, 153 stuks gebouwd in de jaren 1864-1884) die klaar staat voor vertrek met een reizigerstrein naar Brussel Noord. Ofschoon het overpad door de locomotief van de trein wordt geblokkeerd, zullen de nog op het eerste perron lopende reizigers hun trein toch nog kunnen halen onder het toeziend oog van de (adjunct-) stationschef


In 1903 werd daarom een eerste brug over de spoorweg gebouwd aan de Brusselse Steenweg. 

Tussen 1906 en 1913 werden de sporen en perrons van het reizigersstation opgehoogd en werden het dienstgebouw aan de Nijverheidsstraat en het stoomlocomotievendepot aan de Denderstraat opgericht. 

Vanaf 1908 kwam er dan een ophoging van ongeveer 5 meter vanaf de Bergemeersen tot Kerrebroek. Dit gebeurde door de bouw van verhoogde bermen, een tunnel aan de Hoge Vesten, een ijzeren brug over de Dender (zie foto) en de welbekende konkers aan de St. Annabrug.


'Suppression du passage à niveau sur le chemin de fer de l'Etat, à Alost',
zo heette dat in de toenmalige ambtelijke Franse taal. Het stationsgebouw bleef onaangetast. Al na enkele jaren was het omhoog brengen van het emplacement een behoorlijk eind gevorderd, wat duidelijk te zien is op deze ansichtkaart uit circa 1912.


Zicht op de Dender en de spoorwegbrug rond 1925. Rechts bevindt zich het jaagpad en links de Josse Ringoirkaai. 


Het is nogal logisch dat als we op een autoweg problemen kennen door ongevallen, dit op een spoorweg niet anders is. Op 16 maart 1904 kende ook Aalst zijn treinramp. 

Hierbij een verslag uit De Denderbode. 
"Dezen nacht vertrok rond 1 ure een koopwarentrein geladen met racaille, komende van ’s Gravenbrakel, uit onze koopwarenstatie naar Zeebrugge. 
Op de hoogte der reizigersstatie geraakte de trein op een ander spoor waar de reizigerstrein, vertrekkende uit onze statie om 5,36 uren naar Bergen, gevormd was.
Voor dien trein stond de locomotief 1735 planton.
Het ongeluk gebeurde rond 1,20 uren. De botsing was zoo hevig, dat het locomotief planton, door den aanstoomenden trein in den fourgon van den trein voor Bergen werd gestooten en de gasketel van dien fourgon in een ander rijtuig terecht kwam. 
Ook liep de reizigerstrein met geweld door het cul de sac tot in het bureel van den statieoverste waarvan een muur en de deuren gansch vernield werden. 
Twee rijtuigen van den wachtenden trein zijn totaal vermorzeld, twee andere erg beschadigd. 
Persoonlijke ongelukken zijn niet te betreuren, alleen zijn de machinist Trofaes en zijn stoker Meert van Aalst, beiden in dienst op de locomotief planton nogal erg gekwetst. Van de andere locomotief heeft alleen de machinist eene lichte schram bekomen. Het personeel van den koopwarentrein is van ’s Gravenbrakel. Het ondeluk is toe te schrijven aan de verkeerde werking van een spoorwissel”. 
Decennialang werd menig stationsgebouw in België ontsierd met een telegraafinstallatie op het dak. Dat die installatie in Aalst dan ook nog eens boven op het 'donjon' stond, was nog eens extra ontsierend voor het stationsgebouw en omgeving. Net of er zo nog een half afgewerkte toren bovenop werd gezet.

Wel positief was dat inmiddels het omhoog brengen van de perrons en de sporen nagenoeg voltooid was. De taluds zouden weldra een begroeiing krijgen.
Ansichtkaart uit circa 1914, collectie Steven De Schuiteneer, Geraardsbergen.


Dat men - terecht - fier was (en is) op ons station en de treinverbindingen via onze stad mag ook blijken uit een ansichtkaart 'Groeten uit Aalst' uit 1914, waar 'de trein' een belangrijke rol speelt. 


De oorlogsperiode wou natuurlijk ook zeggen dat er wel wat 'oorlogstrafiek' te bespeuren viel op de Aalsterse sporen. 
In september 1914 bijvoorbeeld kon men ook een geblindeerde en gepantserde trein van het Belgische leger in het station zien.
 

De privé-spoorwegmaatschappij “S.A. du Chemin de Fer de Dendre et Waes et de Bruxelles vers Gand par Alost” werd, net als de andere lijnen, nadien overgenomen door de ‘Chemins de fer de l’état Belge’ en later door de op 31 juli 1926 bij wet opgerichte N.M.B.S.

Voor wat betreft de treinen mag gerust gesteld worden dat de seinposten één van de allerbelangrijkste onderdelen of departementen zijn ...
Het ontwerp van de seinhuizen werd natuurlijk in belangrijke mate beïnvloed door de evolutie van de techniek: van de eenvoudige seinmiddelen in de aanvangsperiode 1835-1866, via de mechanische, de elektromechanische, de elektrische en de al-relaisseinhuizen naar de elektronische seinhuizen die we vandaag de dag kennen. 
Hier rechts op de foto het seinhuis zoals het in 1925 was.


Waar seinhuizen in het begin alleenstaande gebouwtjes waren met enkele karakteriserende elementen zoals grote raampartijen, worden moderne seinzalen tegenwoordig in grote kantoorgebouwen ondergebracht.

Als opvolger voor de elektrische seinhuizen werden de al-relaisseinhuizen ontwikkeld. Het eerste al-relais-seinhuis, geleverd door Siemens, werd in België in 1951 in Heist-aan-Zee in werking 
gesteld. In 1954 werd in Aalst in blokpost 15 de eerste van een hele generatie al-relais-seinposten geïnstalleerd. 


De 'seingevers A' waren te herkennen door hun stofjas en kepie.

In 1955 reed de eerste elektrische locomotief het Aalsterse station binnen en huldigde daarmee de elektrische lijn Brussel-Gent-Aalst in. 


Uit datzelfde jaar hier een foto van de opgehoogde viaduct met tramsporen (lijn naar Brussel).


De aanleiding van de ophoging was de elektrificatie van de spoorlijn eronder.

Spoorlijn 82, dat vroeger van Aalst naar Elzele (Ellezelles) liep, werd in 1963 ingekort. Enkel het baanvak tussen Aalst en Burst wordt nog gebruikt.

Op 2 juni 1957 werd het verkeer op spoorlijn 61 naar Opwijk, Londerzeel en Mortsel stopgezet. 
In datzelfde jaar werden in Aalst de tunnels overwelfd en kwamen er borstweringen rond de trappen.

Op 31 mei 1964, en dat had niets te maken met de ludieke vete die er heerst tussen de twee steden, werd ook de verbinding met Dendermonde verbroken. 
Op spoorlijn 57 werd het baanvak tussen Aalst en Oudegem immers opgebroken in dat jaar. 

Door deze laatste gebeurtenis is Aalst vandaag de dag niet rechtstreeks per spoor verbonden met de provincie Antwerpen. Om die richting uit te gaan, dient men nu om te reizen via Brussel of Schellebelle. De spoorwegbedding tussen Dendermonde en Aalst is echter nog steeds volledig in handen van Infrabel en de NMBS onderzoekt een mogelijke heropening van deze spoorwegschakel.

Een andere opgeheven spoorlijn is lijn 61, beter bekend onder de naam ‘Leireken’. Deze spoorlijn liep van Aalst naar Mortsel-Oude-God en Kontich. De naam ‘Leireken’ zou komen van de machinist ‘Valère’ die op deze spoorlijn werkte. De lijn werd in de jaren ’50 opgebroken. Tussen Aalst en Londerzeel loopt nu op het oude traject de fietssnelweg 27, in de volksmond gekend als Leirekensroute.
Hier een foto van de stoomtrein op deze beroemde Leirekensroute. Deze is genomen in 1976 ter gelegenheid van 'De Pikkeling', het Oogstfeest in Aalst.


Wie meer wil weten over de geschiedenis van de Leirekensroute : klik HIER. 

Als we spreken over 'Station Aalst' denken we voornamelijk aan het 'grote' station, maar er is in Aalst zelf nog een station, dat van 'Aalst Kerrebroek'.

Station Aalst-Kerrebroek is eigenlijk geen echt station maar wel een stopplaats langs spoorlijn 82 (Aalst - Burst - Zottegem), in Kerrebroek.
Met amper 26 reizigers per gemiddelde werkdag (cijfers van 2018) heeft deze halte 'de eer' om één van de kleinste stopplaatsen van België te zijn. 
Het zijn vooral scholieren die gebruik maken van Aalst-Kerrebroek. 

Pas geopend in 1995 heeft het station een vrij recente geschiedenis. Er heeft dus nooit een stationsgebouw gestaan en het stopplaatsje bestaat uit één perron. 
Naast de stopplaats is in 2007 wel een gloednieuwe fietsenstalling opgetrokken, die er mee voor zorgde dat 'Kerrebroek' een mooie 5,3 op 10 kreeg in het 'Grote treinrapport 2009' van de krant Het Nieuwsblad. De fietsenstalling is het standaardmodel 'Forever' dat de NMBS/Infrabel tegenwoordig bij alle stopplaatsen neerzet. Naast de fietsenstalling bevindt er zich ook een kleine parking.

Het rapport wist verder nog te zeggen dat Infrabel "binnenkort" verfraaiingen plande teneinde het algemene niveau van deze stopplaats wat op te krikken Deze verfraaiingswerken werden in 2010 uitgevoerd, in het kader van een spoorvernieuwingsoperatie.

Wie meer wil weten over Station en omgeving Kerrebroek, kan HIER klikken. 

Bij het spreken over deze stations, gaan onze gedachten natuurlijk naar het reizigersstation, maar in Aalst was er natuurlijk ook een goederenstation, het station Aalst-Oost.
Het station Aalst-Oost is een voormalig goederenstation dat gelegen is aan de Bergemeersen. Het lag aan spoorlijn 50 tussen het station Aalst en het station Erembodegem. 
De toegang van het station Aalst-Oost lag toen aan de Leo Gheeraerdtslaan, naast het kruispunt met de huidige Treinstraat. 
Het goederenstation werd geopend op 1 augustus 1889 om het station van Aalst (dat naar aanleiding van de opening hernoemd werd tot Aalst-Noord) te ontlasten van het toentertijd alsmaar toenemende goederenvervoer over het spoor. 
Op 1 november 1892 werden bij het goederenstation ook een openbare opslagloods en een douanekantoor geopend.
Hier een overzichtsfoto van het vormingsstation / goederenstation Aalst-Oost.


Tegenwoordig is het voormalige goederenstation gesloten en wordt het enkel nog gebruikt voor leveringen aan de naastgelegen zetmeelfabriek Tereos Syral. 
Over deze firma (in Aalst beter gekend als 'den Amylum') is HIER meer terug te vinden. 

Ook de vroegere opslagloods is ondertussen afgebroken en het douanekantoor in de nabijheid van het goederenstation verhuisde in 2004 naar het industrieterrein Wijngaardveld ten noorden van Aalst.

Terug nu naar het station 'Noord' en het bijhorende plein die een heel mooi herkenningspunt in de stad blijven. Het gebouw zelf is bijna onaangeroerd maar ondertussen werden de perrons vernieuwd,


het stationsplein werd opnieuw aangelegd, waardoor de oude bushaltes verdwenen,


het beroemde 'fritkot' (links op de foto) verdween,

en de vloerbedekking veranderde in de zogenaamde 'Dirk Martenssteen'.


Wat wel blijft bestaan, is de jaarlijkse carnavalsversiering. Ondertussen wel wat aangepast, maar toch nog steeds heel aanwezig tijdens deze belangrijke periode voor de stad. 


Aalst was de eerste depot waar sedert 2011 'Desiro' stellen opgenomen werden in de dienstregeling.
Ondanks het feit dat deze treinen eigenlijk ontworpen zijn als stoptreinen met een snelle afremming en acceleratie, worden ze toch regelmatig ingezet op Belgische Intercity (IC-trein)-verbindingen.


De stellen beschikken over een aangepaste ruimte voor rolstoelen en kinderwagens of voor het stallen van fietsen. De stoelen staan voor het grootste deel in coachopstelling. Er is een bagagerek beschikbaar. De zetels in de tweede klasse die in vis-à-vis opstelling staan, beschikken over een tafeltje en een vuilbakje en er is tevens een 220V-stopcontact aanwezig voor het aansluiten van bijvoorbeeld een laptop of een lader. Een nadeel is echter de ontvangst van mobiel internet die sterk verzwakt is door de elektromagnetische afscherming van drielagig glas en de thermische wandisolatie. 
In de eerste klasse beschikken de stoelen over klaptafeltjes.

De buitendeuren van dit type trein gaan enkel open als de reiziger de openingsknop indrukt. Deze deuren hebben een bewegingssensor die de deuren automatisch sluit wanneer er gedurende meer dan vijf seconden geen personen gedetecteerd worden. Dit systeem is ontworpen om de goede werking van de klimaatregeling te kunnen bevorderen. Binnendeuren zijn er niet, wel branddeuren tussen de rijtuigen die automatisch sluiten in geval van brand.


Bronnen : 

belgianrail.be
Chemin de fer de Dendre-et-Waes (d'Ath à Lokeren) et de Bruxelles vers Gand par Alost - Bâtiments des stations et maisons de garde par J.- P. Cluysenaar, Brussel : B. Van Der Kolk, Editeur, 1860
nmbs.prezly.com
jandenul.com
radio2.be 7/10/2019
aalstnieuws 19/02/2014 
belgiumview.com
bouwkroniek.be
ovam.be
persregiodender.be 6/6/2015
palmbout.nl
ansichtkaarten verzameling S. De Schuiteneer, spoorwegknooppuntfgra.be
Ansichtkaart uit circa 1914, collectie Steven De Schuiteneer, Geraardsbergen 
foto aankomst Sint Maarten via MadeInAalst
foto 1914 gepantserde trein via MadeInAalst
Postkaart groeten uit Aalst 1914 via MadeInAalst
foto 1925 Dender en spoorwegbrug via MadeInAalst
foto 1955 inhuldiging electrische lijn via MadeInAalst
foto 1955 opgehoogd viaduct via MadeInAalst
foto Carnavalsversiering jaren ’70 via MadeInAalst
foto Stationsplein via MadeInAalst
foto fietsparking ©NMBS/Stijn Van Schuerbeek 
foto stoomtrein Leireken via VVV De Faluintjes, MadeInDenderland.be
Stationsarchitectuur in Belgie, deel 1, 1835-1914 (Turnhout 2002) , Hugo De Bot
De Denderbode 17/03/1904
complexestadsprojecten.be
inventaris.onroerenderfgoed.be
NMBS Mobility