Nieuws uit Aalst

--------- Profiesjat Prinsj Joshy !!! ------- 't Principoilsjte vandaug es da ge ni te veil complementen mokt en genietj van 't leiven ! - - - - - - - Covid-19/Griep : Blijf aub voorzichtig en denk aan uw medemens !! - - - - - - - Deel enkel berichten van officiële bronnen om fake news te vermijden !!! - - - - - - - -

dinsdag 12 mei 2020

12 mei : dag van de verpleegkunde / Florence Nightingale

12 mei … een feestdag … maar eigenlijk een dag zoals alle andere.

We 'vieren' vandaag de dag van de verpleegkunde.
Voor vele verpleegkundigen zelf zal de dag echter ongemerkt voorbij gaan, want opnieuw zullen ze aan het werk zijn om zich de benen van onder het lijf te lopen en om levens te redden ... 


Dat verpleegkundigen essentieel zijn voor de volksgezondheid bewijst de huidige gezondheidscrisis als gevolg van Covid-19 elke dag opnieuw. 

De waardering die tijdens de covidperiode echter werd gegeven in de vorm van een applaus om 20u00 of door het hangen van een witte vlag aan je huisgevel was duidelijk meer dan onvoldoende. 
Het is geweten dat deze levensbelangrijke (letterlijk) sector het vaak heel hard te verduren krijgt en meer en meer stemmen gaan dan ook op om in de toekomst toch meer te gaan investeren in het financiële maar ook in het menselijke aspect van dit beroep.

Elke dag opnieuw wordt ons bewezen hoe essentieel de verpleegkundige zorg is voor de gezondheid van ons allemaal.
Elke dag opnieuw zijn er zo'n 140.000 verpleegkundigen aan de slag in België.

Bij verpleegkunde wordt in eerste instantie steeds gedacht aan de ziekenhuizen. Echter mogen ook de andere mensen die in deze sector werken niet vergeten worden : de thuisverpleegkundigen, de ouderlingenzorg, speciale jeugdzorg enzovoort.

Een goede personeelsbezetting is enorm belangrijk voor de kwaliteit van de zorg in onze ziekenhuizen, onze zorginstellingen en voor de samenleving. De veiligheid van de patiënten moet steeds voorop blijven staan.
Er moeten dus de klok rond voldoende verpleegkundigen beschikbaar zijn om deze zorg te kunnen verzekeren. 
Natuurlijk moeten zij dan ook degelijk opgeleid zijn, met flexibele bekwaamheden en toch een grote deskundigheid om tegemoet te komen aan de behoeften van patiënten. 

De verpleegkundigen komen continu voor nieuwe uitdagingen te staan. De werkstress wordt steeds hoger en het gebrek aan personeel en middelen raakt niet opgelost. 
Laten we dus het beroep van verpleegkundige de plaats en de erkenning geven die het verdient.
Laten we hen de nodige middelen (tijd, materiaal, salaris, waardering) bezorgen voor een kwaliteitsvolle Job beleving en levenskwaliteit op werk.
Dat zal de beste manier zijn om hen te bedanken voor hun totale toewijding en hun offers van de afgelopen weken, niet het applausje dat eventjes 5 minuten ‘deugd doet’, terwijl we enkele ogenblikken later zelf alweer in de fout gaan en het het leven van deze mensen moeilijker maken …

Op 12 mei wordt jaarlijks ‘de Internationale dag van de verpleegkunde gehouden, een dag om toch even stil te staan bij deze belangrijke mensen in onze maatschappij.

Maar waarom 12 mei?  En niet bijvoorbeeld 10 januari, of 5 september, of …. ?

Wel, deze datum werd gekozen omdat dit de geboortedatum was van Florence Nightingale. Zij was een Brits verpleegkundige die aanschouwd wordt als de grondlegster van de moderne verpleegkunde.
“International Nurses Day” dus, sedert 2013 ook wel de ‘Dag van de Zorg’ genoemd.

In 1953 had Dorothy Sutherland, een medewerkster van het Amerikaanse Ministerie van Volksgezondheid aan de toenmalige president voorgesteld om een "verpleegstersdag" uit te roepen maar hij verwierp dat idee. Het voorstel werd in 1965 toch goedgekeurd en ingevoerd door de Internationale Raad voor Verpleegkundigen (International Council of Nurses, ICN) en het was in januari 1974 dat de geboortedatum van Nightingale gekozen werd om deze speciale dag in de toekomst op jaarlijkse basis te vieren.
Tegenwoordig geldt in Amerika de gehele week voorafgaand aan 12 mei als National Nurses Week.

12 mei 1820 was dus de geboortedag van Florence Nightingale. Florence werd geboren in de Italiaanse stad Florence en werd meteen vernoemd naar deze stad.

De jonge Nightingale had, als intelligente en goed opgeleide dochter uit een zeer welgestelde Engelse familie, alle troeven in handen voor succes in de betere kringen. Ze was de tweede dochter in de familie waar haar moeder, Francis Smith, een hevig tegenstander was van de slavernij en haar dochter een vrije opvoeding gaf.


Als tiener echter hoorde ze de "stem van God" en wist ze dat ze niet zou kiezen voor een luxe-leven dat ze zou kunnen hebben, maar dat ze daarentegen het lot van de armen, zieken en gewonden wilde verbeteren. 
Ze interesseerde zich enorm in dieren en wilde zich bezig houden met ziekenverzorging. Ook was ze goed in wiskunde, iets wat in die tijd 'ongepast' was voor een vrouw met haar achtergrond.
Als protest tegen de beperkingen die haar in die tijd als vrouw werden gesteld, schreef ze een feministische klassieker: ‘Cassandra’. 


Vrouwen werkzaam binnen de zorg gedurende de periode 1850-1966 werden verpleegster genoemd. De mannelijke variant is verpleger

De term dook voor het eerst op in de negentiende eeuw, toen de medische wetenschap een enorme evolutie kende. Tal van medisch ontdekkingen werden gedaan en daardoor groeide meteen ook de nood naar gespecialiseerde zorg. Het aantal ziekenhuizen en de vraag naar personeel om voor de patiënten te zorgen, steeg zienderogen.

Door de opkomst van de vrouwenemancipatie nam de belangstelling van vrouwen uit voornamelijk de middenklasse voor de zorg toe. De eerste opleidingen verschenen. Florence Nightingale speelde hierbij een belangrijke rol.

Ondanks sterk verzet van haar familie, deed Nightingale ervaring op in het verzorgen van zieken. Ziekenverzorging was in die periode relatief eenvoudig werk waar geen opleiding of intellect voor nodig was.
'Verpleging' als vak moest nog uitgevonden worden. 

Ze reisde naar Frankrijk waar ze bij de zusters van St Vincent de Paul (Parijs) ontdekte dat er een veel strengere discipline en goede organisatie heerste en de verpleegkundigen dus beter waren in wat ze deden. 

Ook bracht ze door in het diaconessenhuis in het Duitse Kaiserswerth waar ze een opleiding tot verpleegster zou doorlopen 
Na haar terugkomst in Engeland legde zij zich toe op de reorganisatie van een klein ziekenhuis in Londen. In 1853 stond ze aan het hoofd van dit verpleeghuis voor vrouwen, maar ze bleef hier niet lang.

Deze veelzijdige vrouw is dan wel bekend geworden als de grondlegger van de moderne verpleegkunde, haar belangrijkste bijdragen leverde ze toch achter de schermen.

Toen tijdens de Krimoorlog William H. Russell, de correspondent van het Engelse dagblad The Times, melding maakte van de mensonterende toestanden onder de zieke en gewonde Britse soldaten, bood Florence Nightingale, de toen 34-jarige verpleegster, haar diensten aan.

Gesteund door minister van oorlog Sidney Herbert vertrok ze aan het hoofd van een groep van 38 collega-verpleegsters naar Scutari (de oude naam voor een stadsdeel in het Aziatische deel van Istanboel, thans Üsküdar).
Dat bleek een afschuwelijke plek te zijn. De gewonden waren er heel slecht aan toe en het stikte er bovendien van de ratten. Schone kleding was onbestaande en voeding onvoldoende.


Met veel geduld, een gezonde dosis tact en vooral veel organisatievermogen wist zij orde te scheppen in de hospitaalafdeling van de Selimiye-kazerne en bereikte dat de verzorging van gewonden aanmerkelijk verbeterde. 


Toch stierven juist in haar ziekenhuis relatief de meeste soldaten.
Ze drong aan op een diepgaander onderzoek en daaruit bleek dat een defecte riolering de oorzaak was.

Hierdoor heeft ze haar leven lang een sterk besef van het belang van hygiëne ("de dienares van de beschaving") aan overgehouden. Het duurde echter wel even voordat ze de ontdekking van tijdgenoot Louis Pasteur, dat infecties door bacteriën worden veroorzaakt, accepteerde.

Omdat ze in de Krimoorlog vaak 's nachts met een lantaarn de ronde deed langs haar patiënten, werd ze bekend als 'De vrouw met de lamp' (The lady with the lamp).


Die bijnaam komt uit het aan haar opgedragen gedicht ‘Santa Filomena’ van Henry Wadsworth Longfellow.


In de schaduw van Florence Nightingale opereerde op de Krim ook een verpleegster uit Jamaica: Mary Seacole (1805–1881). Zij werd wel eens "de zwarte Nightingale" genoemd.
Er wordt soms wel eens beweerd dat Nightingale op haar neer zou hebben gekeken, maar daar is geen bewijs voor.
De twee vrouwen ontmoetten elkaar trouwens slechts eenmaal. Seacole vroeg daarbij om een maaltijd en onderdak, die Nightingale haar gaf.
Voor Seacoles werk, juist in de jaren dat de slavernij werd afgeschaft, is de laatste tijd meer en meer belangstelling.

Het parlementslid William Smith, Nightingales grootvader, droeg in samenwerking met William Wilberforce trouwens in belangrijke mate bij aan de afschaffing van de slavernij – de 'open zweer van de wereld', zoals zijn kleindochter die met een verpleegstersterm noemde.

Om de regering ervan te overtuigen dat verreweg de meeste soldaten niet stierven als gevolg van oorlogshandelingen maar door het gebrek aan goede ziekenzorg, ontwikkelde de in wiskunde en statistiek zeer begaafde Nightingale een diagram om de relevante gegevens overzichtelijk te presenteren.
Ze werd de uitvindster van het pooldiagram, introduceerde het gebruik van statistieken in de gezondheidszorg en werd het eerste vrouwelijke lid van de Royal Statistical Society



Een ‘pooldiagram’ is eigenlijk een soort ‘taart-‘ of ‘cirkeldiagram’ maar waar de verschillende ‘sectoren’ dezelfde hoek hebben en het verschil in waarde te zien is in de verwijdering van het centrum.


Het bewuste diagram hierboven en onder is de ‘Nightingale rose chart’ waarmee zij de sterftegevallen in de Britse militaire hospitalen ten tijde van de Krimoorlog in beeld bracht. 



Hierdoor wilde ze duidelijk maken dat de sterfte onder de soldaten vooral een gevolg was van slechte hygiënische omstandigheden, en veel minder van het oorlogsgeweld zelf.

Na haar terugkomst in Engeland richtte ze in 1856 een verpleegstersschool op in het St. Thomashospitaal in Londen, een van de eerste opleidingen op dit gebied en de invloedrijkste. In 1859 schreef ze Notes on Nursing, What It Is, and What It Is Not, het eerste moderne handboek voor de verpleging van zieken. 
Haar opvatting dat gezondheid niet slechts de afwezigheid van ziekte is, maar de situatie waarin een mens al zijn of haar talenten kan ontplooien, heeft de definitie van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) bepaald.

Nightingale had veel bekendheid en invloed. Veel staatshoofden, onder wie de Duitse keizer en de Nederlandse koningin Sophie, vroegen haar om advies en haar verpleegwerk in de Krimoorlog inspireerde ook Henri Dunant in 1863 tot het stichten van het Rode Kruis

Zijzelf vond dit eigenlijk niet zo’n goed idee omdat ze vond dat de zorg voor soldaten de verantwoordelijkheid van regeringen moest zijn en niet in de schoenen van vrijwilligers moest worden geschoven. Ook het Rode Kruis werd echter een instantie die ook nu nog in vaak moeilijke situaties verder werkt met grotendeels vrijwilligers.

Ook heeft Florence velen ervan overtuigd dat vrouwen ook "echt werk" kunnen doen - in haar tijd een nieuwe en eigenlijk revolutionaire gedachte. 

Zo werd ze een voorbeeld voor Dorothea Dix, de Amerikaanse hervormer van de gezondheidszorg, voor talloze vrouwen die gewonden opvingen tijdens de Amerikaanse Burgeroorlog en voor de verpleegkundigen in de Vietnamoorlog. 
Reeds tijdens Nightingales leven zwermden door haar opgeleide verpleegsters over de wereld uit, van Canada tot Australië en Japan, om daar goede verpleging te brengen.

Er werden aan een verpleegster specifieke - voornamelijk "moederlijke" - eisen gesteld: zelfopoffering, dienstbaarheid, gehoorzaamheid, toewijding, onderdanigheid (in het ziekenhuis vooral aan de man in de rol van arts) en trouw.
Het is het beeld van de verpleegster als de verlengde arm van de arts. De verpleegster voert uit wat de arts voorschrijft. Naar de patiënt toe had zij de rol van "moeder". Tijdens een nachtdienst bleef zij bijvoorbeeld op de ziekenzaal om te waken, temidden van de patiënten.

Een van de belangrijkste kenmerken van een verpleegster was trouwens dat zij haar werk deed vanuit een roeping. Dit in tegenstelling tot de verpleegkundige die het werken in de zorg ziet als een ‘beroep met een eigen deskundigheidsgebied' en hiervoor ook 'loon naar werk' wenst voor te ontvangen.

Omdat vroeger de zorg voor een groot deel in handen lag van religieuzen wordt een verpleegkundige, vooral door oudere patiënten, nog steeds vaak aangesproken met ‘zuster’ of ‘broeder’.

De tweede helft van haar leven was ze zelf ziek (waarschijnlijk brucellose, een infectieziekte die vooral dieren treft), wat haar er echter nooit van weerhield om leiding te blijven geven aan een team van wetenschappers.

Op basis van hun onderzoek schreef ze rapporten en ontwikkelde theorieën die tot belangrijke sociale hervormingen hebben geleid. Er werd van haar gezegd dat ze meer kennis had dan twee ministeries bij elkaar.

Ze gebruikte haar populariteit bij het volk om de regering onder druk te zetten door bepaalde wetten op te dringen. Ze werkte daartoe samen met onder andere de romanschrijver Charles Dickens en de anglicaanse aartsbisschop.
Met ontzag werd binnen de politiek gesproken over 'Nightingale power'.

Door haar tomeloze inzet voor gezondheidszorg, onderwijs en inkomenszekerheid voor iedereen is ze een belangrijke grondlegger geworden van de moderne verzorgingsstaat. Nightingale had een holistische visie, waardoor dingen benaderd werden als een vervlochten geheel van kleinere facetten. Op die manier wordt alles bekeken als een deel van het geheel, en niet als losstaande kracht van het geheel.
Zo is bijvoorbeeld een ziekte of misdaad ook altijd een symptoom van iets groters, bijvoorbeeld een tekort in de maatschappij:

"De ziekste mensen wonen altijd in de slechtste huizen" is dan ook een niet mis te verstane uitspraak.

Voor het grote publiek bleef haar werk als sociaal hervormer tamelijk verborgen maar het is net hierdoor dat er nog veel meer levens gered zijn dan door haar verpleegwerk in de Krimoorlog. 
De schattingen hierover lopen op tot ‘miljoenen’.

Door haar baanbrekende werk werd er ook in de toenmalige kolonie Brits-Indië (nu India) een departement van Gezondheid in het leven geroepen.
Ze kwam op voor de arme, onderdrukte boeren, onderstreepte als een van de eersten het belang van irrigatie om misoogsten te voorkomen en suggereerde ook een vorm van kleine leningen.
Ze kreeg de bijnaam 'gouverneur van de gouverneurs van India'.

Ook begeleidde ze Gopal Krishna Gokhale, een leider van de Indiase onafhankelijkheidsbeweging en mentor van Mahatma Gandhi. Gandhi beïnvloedde de Amerikaanse dominee Martin Luther King in zijn strijd voor gelijke burgerrechten. King inspireerde op zijn beurt weer de antiapartheidsbeweging in Zuid-Afrika. Een belangrijke voorman hiervan, aartsbisschop Desmond Tutu, verzorgde in de herdenkingsdienst in Londen bij de honderdste sterfdag van Nightingale (in 2010) de preek.

Nightingale was geestig en gevat maar door haar gedrevenheid en ook vanwege haar ziekte kon ze soms bruusk op haar omgeving overkomen.

Hoe slecht ze zich echter ook voelde, ze bleef schrijven.
Zo zijn er meer dan 10.000 brieven van haar bewaard gebleven, net als vele rapporten, artikelen en boeken. 
Ze kende zeven talen, waaronder Grieks, Latijn en Hebreeuws en werkte mee aan de herziene Platovertaling van haar vriend, de Oxfordgeleerde Benjamin Jowett. Ook vertaalde ze belangrijke teksten van mystici.

Ze schreef een origineel theologisch werk, Suggestions for Thought, waarin ze haar christelijke drijfveren beschrijft, met ook inzichten uit oosterse godsdiensten. 
Ze zag geen enkele tegenstelling tussen geloof en wetenschap.

Volgens haar is het de opdracht van de mensheid om met behulp van de wetenschap de beperkingen die we hebben gekregen op gebied van gezondheid, kennis en gerechtigheid te verruimen, zodat mensen steeds meer naar hun goddelijke aard gaan leven.
Lijden is voor haar de prikkel om tot vooruitgang te komen.

Ze vond de oorlog (uiteraard) 'afschuwelijk' maar stelde tegelijk vast dat de Krimoorlog tot een enorme verbetering van de verpleging had geleid, wat wel een heel positief punt was...

In 1907 kreeg Nightingale als eerste vrouw de Order of Merit, een hoge koninklijke onderscheiding. Koning Eduard VII weigerde aanvankelijk de onderscheiding toe te kennen omdat ze een vrouw was. Haar invloed en macht was ongekend voor een vrouw die geen lid van de koninklijke familie was en haar hervorming van ‘typisch mannelijke bolwerken’, zoals het leger en de gezondheidszorg, riep naast bewondering bij sommige groepen ook weerstand en soms zelfs regelrechte vijandschap op.


Vooral sinds de jaren tachtig van de twintigste eeuw hebben sommige biografen hierop de nadruk gelegd wat resulteerde in een vertekend beeld van Nightingale. Ook in enkele BBC programma's werd een negatief beeld van Nightingale opgehangen.
Lynn McDonald, redacteur van haar verzameld werk, sprong in de bres ter harer verdediging, en heeft de onjuistheid van dit negatieve beeld kunnen aantonen waardoor Nightingale weer gezuiverd werd van alle negativisme.

Veel van haar voorstellen met betrekking tot ziekenhuisarchitectuur, zoals afzonderlijke afdelingen om het besmettingsgevaar te verkleinen en het belang van licht en goede ventilatie, werden ondertussen geïntegreerd.

Andere voorstellen zitten nog in de spreekwoordelijke 'pipeline', zoals bijvoorbeeld het belang van preventie ("gezondenzorg is even belangrijk als ziekenzorg") en haar opvatting dat ziekenhuizen elk jaar hun resultaten zouden moeten publiceren opdat die onderling statistisch vergeleken en verbeterd kunnen worden.

De faculteit van statistiek van de Universiteit van Oxford organiseert regelmatig de "Florence Nightingale Lectures". Wereldwijd zijn er talrijke verenigingen van verpleegkundigen naar haar vernoemd, zoals de Florence Nightingale Foundation die wetenschappelijk onderzoek doet.

Ook zijn er al meer dan vijftig biografieën van haar verschenen.

In Europa hebben bacheloropleidingen Verpleegkunde en Verloskunde (aan hogescholen en universiteiten) zich georganiseerd in het Florence Network
Dit netwerk bestaat momenteel uit 40 bacheloropleidingen in 18 Europese landen. 

Ook 'Odisee Aalst' werkt hieraan mee door de opleidingen 'Bachelor in de verpleegkunde' en 'Bachelor in de verpleegkunde 4 jarig'.
Odisee mocht in 2018 de jaarlijkse Florence meeting organiseren. Dit ging door in Brussel van 16 april tot 20 april. Er waren workshops, campus- en ziekenhuisbezoeken, studentenactiviteiten, skillslabs en er vonden ook avondactiviteiten plaats met de studenten uit de verschillende landen.
Het Florence Network heeft trouwens een logo met lantaarn erin verwerkt, een duidelijke verwijzing dus naar de beroemde verpleegster.


Florence Nightingale stierf in Londen op 13 augustus 1910 op 90 jarige leeftijd.

In Londen kreeg ze een standbeeld.



12 mei 2020 is dus niet enkel de dag van de verpleegkunde maar tegelijkertijd ook de 200 ste verjaardag van Florence Nightingale.
Om dit te vieren werd in de serie 'inspirerende vrouwen' ook een Barbie-Florence gelanceerd ... met handige lamp natuurlijk ...


In België (Vlaanderen) is het gebruik van de titel ‘verpleger – verpleegster’ beschermd door de wet van 15 november 1946 tot de bescherming van de titels van verpleger en verpleegster. Wie na de afkondiging van deze wet van 15 november 1946 deze titel wilde gebruiken, was verplicht om eerst een opleiding tot verpleegkundige te volgen.

Nadien volgden nog veel wetten en Koninklijke Besluiten maar in België is het Koninklijk Besluit nr. 78 van 10 november 1967, samen met het Koninklijk Besluit van 18 juni 1990, de voornaamste wetgeving die een verpleegkundige bij het beoefenen van zijn of haar beroep moet respecteren.

Doet men dit werk nu altijd zonder morren? 
Neen, natuurlijk niet. Net zoals bij andere beroepen krijgt ook deze sector af te rekenen met onrecht.

Zo werden in de jaren ’80 verschillende acties gevoerd door de non-profitwerknemers.
Op vrijdag 18 november 1988 plaatste Gaby Breuer, psychisch verpleegkundige, in Nederland volgende oproep in de Volkskrant : "Agenten verdienen weinig!Verpleegkundigen nog minder! De tijd is rijp vvoor actie'. Hiermee ontketende ze, ongewild, de zogenaamde 'witte woede'.


De ‘Witte woede’ werd de naam die journalisten van bij het begin op deze strijd geplakt hebben. De term verwees naar de werkkledij die de meeste werknemers toen op acties droegen. Ondertussen al meer dan veertig jaar geleden maar de naam zijn zij blijven koesteren, hoewel er al lang niet meer heel de tijd actie gevoerd wordt in het wit.


De ‘witte woede’ is intussen de verzamelnaam geworden van alles wat gedaan wordt voor de sector. Dit gaat van het afsluiten van sociale akkoorden tot vakbondswerk in de instellingen.


De verwezenlijkingen zijn enorm. In het begin was er niks, werkelijk niks. Er zijn zelfs sommige ‘oud strijders van de witte woede’ die kunnen beamen dat ze in het begin van de strijd meer konden verdienen door te staken dan door te gaan werken.
Geen waardering voor de job, geen respect en daarenboven ook nog werkomstandigheden en lonen die te slecht waren om te vernoemen.

Ondertussen kwamen er duizenden jobs bij en de loon- en werkvoorwaarden werden verbeterd.
Maar het is natuurlijk nog niet gedaan. Nog steeds lijdt de zorgsector onder de druk.


... 70 uur werken per week, het is maar een voorbeeldje van de nood die er heerst.

De 'witte woede' keerde zich ook wat tegen Florence, omdat die aan een tempo van 20 uur per dag werkte, en er niet voor betaald werd. 'Fuck Florence' was dus een niet mis te verstane boodschap. Ze had misschien wel gezorgd voor de uitbouw van de verzorgingswereld, maar ze gaf zelf niet echt het goede voorbeeld door het aantal gepresteerde en niet gecompenseerde 'overuren' ...


Ondertussen, we zijn nu zoveel jaren verder, werden al ontelbare manifestaties gehouden om de situatie aan te klagen. Er wordt altijd veel beloofd, gediscuteerd en veranderd, maar nog is het niet zoals het zou moeten zijn.

Zo ook bijvoorbeeld in 2019. Op 7 mei van dat jaar kwam men opnieuw op straat om de penibele situatie aan te klagen.

Dat was het rechtstreekse gevolg van het feit dat er te weinig werd geïnvesteerd in de ziekenhuizen. Minister van Sociale Zaken Maggie De Block wou een hervorming van de ziekenhuizen doorvoeren, zogezegd om de budgetten te herverdelen en personeel aan te werven, maar dat geld heeft men nooit gezien ... Wel een vermindering van de financiering waardoor de ziekenhuizen ettelijke miljoenen euros verloren.

Ziekenhuisopnames moesten korter, het werk werd dus intensiever. Men heeft geen tijd meer voor een deftige behandeling, en daarenboven zijn administratieve taken enorm toegenomen. De verpleegkundige kan op die manier niet garanderen dat de prioritaire taak van de verpleegkunde (verzorgen en zorg dragen voor de patiënt) nog uitgevoerd kan worden.
De directies willen het geld dat bedoeld is voor het personeel gebruiken om de financiën van hun eigen instellingen aan te zuiveren.

De witte woede kent men trouwens niet enkel in ons land. Ook in Frankrijk, Duitsland, Polen en Groot-Brittannië werden in 2019 acties gevoerd tegen het personeelstekort en de toenemende druk.


Op 18 november 2019 was ik zelf getuige toen het verplegend personeel van het operatiekwartier van het ASZ het werk neerlegde. Door die spontane staking konden operaties voorlopig niet doorgaan.


Reden : De te hoge werkdruk en het personeelstekort zijn volgens de vakbond de redenen van de spontane actie. “Er zijn dit jaar alleen al meer dan twaalf personeelsleden op het operatiekwartier vertrokken. Nieuwe personeelsleden, die pas drie maanden in dienst zijn, krijgen de verantwoordelijkheid om opleiding te geven aan de pas aangeworven personeelsleden. Het personeel loopt weg, zowel de oude dan de jonge. De werknemers vragen de sluiting van een aantal operatiezalen zodat de nieuwe personeelsleden surplus staan op de zaal”, was te horen bij de vakbond ACOD.

2020 Werd dan het 'covid-19' jaar. Het jaar waar men heel lang diende te wachten op bescherming voor de zorgverstrekkers. Er was een tekort aan mondmaskers, aan medische apparatuur, aan personeel ... Kortom, waar men reeds lang voor verwittigd had, was nu de bangelijke werkelijkheid.

Wat wel geleerd was van Florence Nightingale was het enorme belang van de hygiëne.
Al van het moment dat er ook nog maar sprake was over het virus werd overal al aangeraden om regelmatig de handen te wassen en om afstand te houden van mekaar ...

In the Guardian is trouwens een artikel te vinden over wat Florence er zou van vinden mocht ze via tijdmachine in het Covid-19 tijdperk terecht komen?

Ze zou zich enorm opwinden en boos maken tegenover de fake data van Donald Trump. Tegelijkertijd zou ze echter ook Boris Johnson's onvoorzichtigheid op de vingers tikken, en zou ze het onbegrijpelijk vinden dat er een tekort is aan medische apparatuur.

De drie dingen die het leger in de Krim kapot gemaakt hebben waren onverschilligheid, incompetentie en nutteloze regeltjes ... en dezelfde dingen zien we nu ook gebeuren in vele landen. Uitspraken als 'het is maar een griepje', 'we zijn er klaar voor', ... het doet velen onder ons al huiveren. 

Ook z
ij ergerde zich aan onbekwame politiekers en burgers die zich populair wouden maken door uitspraken te doen die nergens op sloegen, en op de onverschilligen die alles afdeden als een lachertje.

Vandaag de dag zou Florence miljoenen volgers hebben op Facebook, Twitter en Instagram, en ze zou dit zeker gebruiken om de regering tot beslissingen te dwingen die de enorm hoge dodentol in bijvoorbeeld ouderentehuizen zouden doen dalen. 

Ze zou niet meer tussen de patiënten lopen, maar zou via haar laptop en smartphone duizenden berichten sturen naar de belangrijkste pionnen in de politieke, wetenschappelijke en wiskundige wereld. Haar computer zou onnoemelijk veel tabellen herbergen en ze zou een levendige video conference houden over de betrouwbaarheid van de dodencijfers. 
Natuurlijk zou ze ook aan fundraising doen om aan materiaal te komen, net zoals ze dat 'in haar tijd' deed.

Net zoals nu enkele virologen trouwens deden: de mensen op de hoogte houden en trachten te sensibiliseren van de ernst van de zaak ... Tevergeefs of niet?

Voor het ogenblik is de situatie misschien wat aan het verbeteren, maar de verwittigingen zijn zeker niet in de wind te slaan. Diegenen die dat wel doen ...  We zullen zien wat de toekomst brengt uiteraard, feit is dat er momenteel meer virologen en specialisten op Twitter en Facebook zitten dan in de labos ... een beetje het fenomeen van de zelfverklaarde 'voetbaltrainers' en '-specialisten' in het pré-Coronatijdperk ...


Er is dus al heel wat verkregen, maar er zal nog heel wat moeten gebeuren om de mensen in deze sector te geven wat ze verdienen.

Ondertussen kunnen wij niet meer doen dan ze elke avond nog steeds een applausje geven … al is dat tegenwoordig puur virtueel ... 




Als slot een gedichtje voor de verpleeg- en zorgkundigen :

Handen die reiken,
handen die zorgen,
handen die zeggen
’t zal beter gaan morgen.

Handen die duwen,
handen die strelen,
handen die voeden,
die delen met velen.

Applaus voor die handen,
je hoort hen nooit klagen,
hoog tijd dat ze worden
op handen gedragen …



Meer info over het ASZ : HIER
Meer info over het OLV : HIER
Meer info over de fusie ASZ-OLV : HIER

Bronnen :

despecialist.eu/nl/nieuws/12-mei
beleven.org
diarioenfermero.es
scrubsmag.com
theconversation.com
polsslag.be
foto witte woede standaard.be 22/2/2005
afbeelding hospitaal Scutari : Day & Son/library of congress, Washington DG (LG-USZC4-10261)
britannica.com
nursing.nl (foto 'fuck Florence' door Marcellino Bogers)
solidair.org
theguardian.com 5/5/2020
HLN 18/11/2019
encyclo.nl/begrip/holistisch
wittewoede.be
AUVB (Algemene Unie van Verpleegkundigen van België)
De spiritualiteit van Florence Nightingale (Jean-Jacques Suurmond)
Florence Nightingale at first hand (Lynn Mc Donald 2010)

Sint Antonius van Paduakerk (St Job)

In vorige artikels had ik het al over de Kapucijnen in Aalst (meer info HIER) en over het Kapucijnenklooster en de Sint Antonius van Paduakerk aan de Capucienenlaan (meer info HIER)

In dit artikel ga ik eens meer in op wat er in en rond de kerk te vinden is.
De nummers op het plannetje komen overeen met de nummering daaronder. De vermeldingen in het vet worden daaronder verder nog beschreven.



B  u  i  t  e  n

1. H. Hartbeeld in voorgevel
2. Hof met kapel voor O.L.V Oorzaak onzer Blijdschap
3. Hof met H. Kruiskapel
4. Beeld van H. Franciscus van Assisi
5. Beeld van O.L. Vrouw uit de hof van de paters.

De kerk werd, net als het kloostercomplex trouwens, gebouwd in rode baksteen en zandstenen elementen in neogotische stijl. De voorgevel wordt gekenmerkt door een roosvenster en 5 lancetvormige vensters onder een eenvoudige rondboog. Smeedijzeren sierankers vormen een boord langs de gevelrand.

Nog een opvallend iets is het witstenen H. Hartbeeld bovenaan in de voorgevel (nummer 1 op het plannetje bovenaan). Het is het werk van Van Biesbroeck uit Gent en werd op 21 juni 1914 gewijd door de provinciaal van de orde. 

Door de inval van de troepen in België op 4 augustus van dat jaar werd in het klooster een ziekenkwartier ingericht om de gekwetsten te kunnen opvangen en verplegen.

De gevel van de vroegere toneelzaal, het huidige 'Capucientje' werd versierd met een beeld van de H. Franciscus van de hand van Leopold Lemaître.


Een kleiner portaalgebouw staat voor de hoofdgevel en vormt daardoor links en rechts van de toegang twee 'hofkens'. Deze devotieruimten kregen door latere aanpassingen (zoals het verlagen van de kloostermuren voor de kerk) een opener karakter. 
Aan de rechterzijde werd in 1945 een devotiekapel ingericht ter ere van Onze-Lieve-Vrouw Oorzaak onzer Blijdschap (nummer 2 op het plannetje)


In dezelfde rode bakstenen als de kerk, een nis met een hemelsblauwe achtergrond en daarin een wit Mariabeeld, omgord met eenzelfde lichtblauw gekleurde sjerp. 
In de rooms-katholieke kerk staat de kleur blauw voor onschuld. 
Oosters-orthodoxen zien op hun beurt het Goddelijke blauw afgetekend tegen de rode kleur van de bakstenen, rood symbool van mens-zijn. 


Wie langskomt en even halthoudt voor de kapel ziet meteen ook hoe de biddende Maria haar deemoedige blik inderdaad licht naar beneden, op wie naar haar toekomt, gericht heeft. 


Maar ook het verhaal achter de bouw van deze kapel is niet te vergeten! Deze kapel werd immers gebouwd door de mensen uit de buurt als dank voor de bevrijding na de WO II 
Het verslag van de Paters Kapucijnen beschrijft de sfeer bij de inzegening van de kapel: 


"Groot was ons vertrouwen in onze godsvrucht tot Maria gedurende de oorlog. 
Tot dit doel werd in de kerk de eredienst van de eerste zaterdag ingebracht en werd de meimaand met veel ijver bijgewoond door vele mensen. 

Kort voor de historische 6 juni 1944 werd door pater Gardiaan de belofte gedaan om, ingeval de stad gespaard bleef, met de steun van de trouwe bezoekers van de Paterskerk, een groot Mariabeeld op te richten als blijvend aandenken aan de bescherming van onze Hemelse Moeder. 
Op dinsdag 29 mei 1946 werd met een voorbereidend triduüm deze belofte plechtig volbracht. Aanvankelijk bedoeld als een viering van de Sint-Jobswijk, groeide deze uit tot een massale hulde van gans de stad Aalst. 

Zondag 27 mei had er om 10 uur een plechtige dankmis plaats waaronder een vierstemmige mis gezongen werd, begeleid door het orkest. 's Avonds werd het lof gedaan door Z.E.Heer Pastoor van Sint-Jozef. Het volk stond tot ver buiten de kerk. 
Maandagmorgen werd om 7 uur een H. Mis gezongen tot zielerust van de oorlogsslachtoffers en tot aandenken aan de afwezigen, in het bijzonder de Koning. 
Dinsdag een H. Mis om blijvend de vrede en de eendracht onder de volkeren, ook in ons land af te smeken. 's Avonds werd dan de grootse plechtigheid voltrokken onder de leiding van Z.E.Heer Deken. Tegen 7 uur was er geen plaatsje meer vrij in de hele kerk en ganse drommen mensen en kinderen met bloemen moesten buiten blijven. Na het lof kwam de menigte processiegewijze uit de kerk naar de Mariakapel onder het zingen van Vlaamse liederen. 
Na de wijding van beeld en kapel, hield de graag beluisterde volkspredikant E.P. Timotheus de slotaanspraak. Vervolgens kwamen de kinderen van de wijk bloemen neerleggen voor de voeten van het beeld en heel de schare zong het Christus vincit en het Magnificat. De eed van trouw werd door allen met opgestoken hand afgelegd. 
Pater Gardiaan dankte alle medewerkers en legde er de nadruk op dat Maria hier zou aanroepen worden onder de titel: Oorzaak onzer Blijdschap."

Als bewijs dat Aalst het gegeven woord trouw wou blijven, ging jarenlang op het einde van mei een hulde door. 
Het prachtige Mariabeeld dat eerst in de kloostertuin stond, werd 'gered' onder impuls van pastoor Paul Segers die er voor zorgde dat het beeld werd overgebracht naar de dreef naast de kerk. 
Hier een fotootje van toen het beeld nog in de tuin stond.

Links verrees een jaar later de Heilige Kruiskapel (nummer 3). Het beeld is van Bressers uit Gent.
Naast de pastorie is ook een recenter beeld van Sint Franciscus terug te vinden.

I  n  t  e  r  i  e  u  r

6. Biechtstoel
7. H. Pater Pio
8. Preekstoel 
9. Altaar voor Sint-Antonius 
10. Altaar voor Sint-Franciscus 
11. Triomfkruis
12. Hoogaltaar
13. Hoofdglasraam
14. Orgel
15. Kapel ter ere van O.L.V van Troost 
16. Glasraam in de O.L.V. kapel
17. Winterkapel

Neogotisch interieur van de Sint-Antoniuskerk

Gebouwd als Latijns kruis, wordt het schip van het koor gescheiden door een dwarsbeuk. Aan de ene kant van het schip, is er het portaal langs waar men de kerk binnenkomt. Aan het uiteinde van het koor staat het hoogaltaar.
Het schip bestaat uit een middenbeuk of meer specifiek een lichtbeuk met glasramen die uitsteken boven de twee lagere zijbeuken. Het vierkante deel van de kerk waar de dwarsbeuk kruist met het schip en het koor, wordt de viering genoemd. Eén van de dwarsbeuken omvat het doksaal waarop vroeger het orgel stond en ook het zangkoor plaatsnam.    

Het driebeukige interieur van de kerk met zijn bakstenen bogen en een dubbele rij al dan niet blinde vensters langs beide zijden van het schip, eveneens in baksteen omlijst, geeft een lichte en ruime indruk maar ademt tegelijk toch ook een heel serene rust en geborgenheid uit. 

Het is geen blinkende meridiaanlijn zoals in de Sint Martinuskerk, maar wanneer de middagzon door de zuid gerichte dwarsbeuk valt, overheerst er een warme gloed en danst het licht in de middenbeuk met de met lelies en bladeren getooide pilaren. 
Er zijn welgeteld twaalf pilaren, een verwijzing naar de twaalf apostelen. De vier zuilen op de hoekpunten van de viering daarentegen symboliseren op hun beurt dan waarschijnlijk de vier evangelisten.

Naast een aantal kleinere aanpassingen bij de ingebruikname als parochiekerk is het interieur voor het grootste gedeelte gebleven zoals het was. Het grootste gedeelte van de aankleding van de ruimte dateert uit het begin van de twintigste eeuw en is neogotisch van stijl. 
Typisch voor de neogotiek zijn de vele puntbogen, al dan niet met glasramen, maar ook de vierkante pinakels met knopversieringen of kruisbloemen die de biechtstoelen als kleine torentjes bekronen. 

De meest ingrijpende verandering tegenover het originele interieur was zonder twijfel het plaatsen van een volksaltaar in de viering. Aan dit altaar vinden de huidige eucharistievieringen plaats.
Vroeger werd de H. Mis gediend ter hoogte van het hoogaltaar, wat eigenlijk nog steeds het belangrijkste altaar is van de kerk. 
De ruimte tussen beide altaren, het priesterkoor, wordt ook nu enkel maar betreden door de priester en medewerkers van de eucharistie. Het is een veel intiemere ruimte die is ingesloten tussen de OLV kapel aan de zuidkant en de winterkapel aan de noordkant.
     
Dat deze kerk oorspronkelijk een kloosterkerk was, is nog steeds zichtbaar, al is het maar door de details. De halfopen kerk sloot naadloos aan op het voormalige klooster en vanuit de winterkapel konden de paters de Eucharistievieringen bijwonen. Heel wat interieurelementen refereren bovendien naar bijzondere kapucijnen: de preekstoel, het devotie-altaar voor Sint-Antonius en voor Sint-Franciscus, Pater Pio, net als de heiligen op het glasraam ter hoogte van het hoogaltaar.
Preekstoel

Vroeger preekte de priester tot de mensen in de kerk van op de preekstoel. Rechtstaand tussen de mensen, en met een klankbord boven zijn hoofd, kon iedereen hem beter zien én horen. Een microfoon was er immers nog niet.

De preekstoel staat symbool voor de berg van waarop Jezus predikte en is vaak heel mooi versierd, net zoals ook in deze kerk het geval is.

We vinden er 3 taferelen uit het leven van Sint-Antonius terug

- Het eerste tafereel toont hoe rond 1220 Franciscaanse missionarissen in Marokko werden gemarteld en gedood.

Sint-Antonius was enorm onder de indruk van dit nieuws. Hij had veel sympathie voor de levenswijze van de Franciscanen en trad ook toe tot deze orde. Ook hij zou missionaris worden en vertrok ook naar Marokko om er zijn geloof te verkondigen.
Door een tropische ziekte geveld, moest hij echter terugkeren en kwam uiteindelijk in Assisi terecht.
Sint-Antonius was een heel bijzondere prediker en leraar. Hij reisde naar vele streken om de mensen te vertellen van zijn geloof en riep ook op tot vrede en gerechtigheid en was de eerste theoloog van de Franciscaner Orde. 

- Op het centrale tafereel ziet u hoe de medebroeders geboeid luisteren naar zijn onderricht.
Niet iedereen bleek echter onder de indruk te zijn.

Toen enkele toehoorders hem belachelijk maakten, zou Sint-Antonius gepreekt hebben tot de vissen in het water. Hen vertellende van hun schepping, en hoe de Heer gezorgd had voor zuiver water en voedsel, kwamen alle vissen aan het wateroppervlak naar hem luisteren.


- Op het derde tafereel ziet u hoe de mensen die eerst aan hem twijfelden verbaasd toekijken
Ook op de hoeken van de preekstoel zijn enkele figuren te zien.

Wie precies de figuren zijn die de hoeken van preekstoel bekleden, kan (nog) niet met zekerheid worden gezegd. Zijn de mannen met korte en lange baarden, gekleed in pij en met een kruis of bijbel op stap misschien Kapucijnse missionarissen?

En, wordt het geheel onderaan gedragen door de 4 evangelisten Mattheüs, Marcus, Lucas en Johannes?

Bloemen en wijnranken - symbool van het Laatste Avondmaal en van Christus zelf - versieren het onderstel van de preekstoel.

Altaar ter ere van Sint-Antonius van Padua


Dit altaar ter ere van Sint-Antonius staat in de kerk sinds 1921. 
Het ontroerende beeld van de heilige, uitgevoerd door Jules Fonteyne van Brugge, wordt geflankeerd door schilderijen op koper, gesigneerd door de West-Vlaamse Alidor Lamote, broer van Pater Bavo. Iedereen kent Sint-Antonius vooral als patroonheilige van de verloren voorwerpen.
Antonius werd geboren in Portugal eind 12e eeuw. Op zeer jonge leeftijd werd hij priester, maar vertrok later op missie als Franciscaanse missionaris. Hij was wel geleerd en toch heel bescheiden, leefde zo eenvoudig mogelijk en trok zich vaak alleen terug in bezinning en gebed. Hij kon ook urenlang preken, maar had vooral een grote invloed omdat hij ook voorleefde wat hij verkondigde.Verzwakt door zijn sobere leven, stierf hij op 36 jarige leeftijd.


Sint-Antonius wordt meestal voorgesteld als een jonge man. Als leraar en prediker heeft hij ook de Bijbel in de hand en is gekleed in het bruin of zwart habijt van de Franciscanen.

Sint-Antonius wordt ook vaak uitgebeeld met kindje Jezus gezeten op zijn arm. Het toont zijn genegenheid voor Christus als mens en zijn grote verbondenheid met God.


Volgens de legende op het schilderij, zou dit kindje Jezus verschenen zijn aan Antonius toen deze verbleef op het landgoed van een vriend. Opgeschrikt door een fel licht in Antonius’ kamer ging de man een kijkje nemen. Hij zag hoe plots een kindje verscheen in de armen van de biddende Antonius. De heilige koesterde het kindje Jezus liefdevol en wendde geen enkel ogenblik zijn ogen af.


Volgens sommige bronnen zou Antonius ooit zijn psalmenboek verloren zijn en bad hij vurig om het terug te vinden. Zijn gebeden werden verhoord toen de dief het vol berouw kwam terugbrengen.

Dit maakte van hem de patroonheilige van de verloren voorwerpen. De schilder toont hoe Antonius hulp biedt aan de biddende mensen. Op het altaarkleed staat : Antonius bid voor ons. Net zoals de familie op het schilderij, komen hier dagelijks nog mensen langs om een gebedje te zeggen tot Sint-Antonius wanneer men iets waardevols is verloren. 

Altaar voor Franciscus van Assisi


Eén van de meest gekende en tot de verbeelding sprekende heiligen… en toch staat hier zelden een kaarsje te branden. De waarden die nauw aan Franciscus ’hart lagen, zijn nochtans bijzonder actueel.

Franciscus werd eind 12de eeuw geboren in Assisi als zoon van een rijke lakenkoopman. Hij wou ridder worden. Op zijn twintigste werd hij gevangen genomen bij een gevecht. Toen hij kort daarna zwaar ziek werd, begon hij steeds vaker na te denken over de zin van zijn leven, én over God.
Op een dag ontmoette Franciscus melaatsen. Diep getroffen door hun leed, zou hij vanaf dat moment steeds partij kiezen voor de zwakkeren en verdrukten.


Franciscus begon te leven als een kluizenaar in armoede, gebed, en dienstbaarheid aan de armen.
Tijdens één van zijn gebeden, gaf Christus hem de opdracht Zijn huis te herstellen. In de buurt staat het vervallen kerkje San Damiano, en Franciscus knapt het helemaal op.

Het is niet helemaal duidelijk of het dit visioen is dat staat uitgebeeld op het schilderij. Het zou ook kunnen dat de schilder de stichting van de Franciscaanse kloosterorde symboliseert.


Het doodshoofd dat u ziet rechts van de Bijbel, wordt vaak gebruikt bij voorstellingen van Sint-Franciscus. Het is een symbool voor zijn totale desinteresse aan luxe.

Franciscus is aanvankelijk niet echt een geestelijke, maar verschillende mensen sluiten zich toch bij zijn levensstijl aan. 
Wanneer hij zijn 3 geloften “armoede, kuisheid en gehoorzaamheid” op papier zet, ontstaat de kloosterorde van de Franciscanen.
De drie knopen in de gordel om de bruine habijt verwijzen trouwens naar deze 3 leefregels.

Naast een orde van broeders, richt Franciscus ook nog een orde van zusters op geleid door de Heilige Clara (Clarissen). En er ontstaat ook een lekenorde.
Het schilderij toont wellicht de opname van een man en vrouw tot de Franciscaanse lekenorde.

Triomfkruis


Het triomfkruis is één van de opvallendste interieurelementen in de kerk. Met kabels vanuit het gelijknamige triomfgewelf opgehangen, markeert het de scheiding tussen het hoogkoor enerzijds en de kruising/viering anderzijds.
De archieven van de Kapucijnen rapporteren de wijding van het triomfkruis in de Eucharistieviering van 25 september 1910. Het was een gift - ter waarde van 925 Belgische frank – ontworpen door stadsarchitect Jules Goethals en gerealiseerd door beeldhouwer Robert Van Caelenbergh. 


Het houten crucifix van zo’n 7 op 3,45 m heeft neogotische sierelementen. Vergulde lijnen en stippen, net als bladvormig houtsnijwerk, sieren en flankeren het ingesneden kruishout. Ook de kruisuiteinden lijken te bloeien. Ze vormen Franse lelies, oftewel gestileerde irissen (in het Frans fleur-de-lis), waarvan de drie bladen symbool kunnen staan voor de Heilige Drie-eenheid. 
De vier kruisarmen dragen elk een medaillon waarop telkens een evangelist wordt voorgesteld door z’n symbolische gevleugelde wezen: bovenaan Johannes (adelaar), onderaan Lucas (rund), links Marcus (leeuw) en rechts Mattheüs (mens). Het hart van het kruis, net achter Christus’ hoofd draagt extra cirkelvormig houtsnijwerk. Boven Z’n hoofd hangt het opschrift INRI, de beginletters van Jezus (I) van Nazareth (N), Koning (Rex) der Joden (I).  


Het levensgrote (1,70 m) corpus zelf is sober van kleur: Christus’ bleke huid bloedend aan hoofd, handen, voeten en zij, omgord met een rood omzoomde witte lendendoek, en een zwarte doornenkroon. Wit, rood, en zwart … kleuren van onschuld, bloed en dood, kleuren van de Passie. Christus zelf wordt op heel realistische wijze voorgesteld. Geen triomfantelijke, maar een lijdende, een stervende Christus, wat ook aansluit bij de Franciscaanse traditie. Z’n voeten werden met één nagel in het kruis geslagen, zonder sokkel. Op Christus’ gezicht is nog een licht pijnlijke grimas met opgetrokken wenkbrauwen zichtbaar. Maar, het lijkt alsof het zich dra zal ontspannen, het hoofd reeds naar rechtsvoor gebogen, de ogen bijna gesloten, en de lippen niet meer op elkaar. Alsof het leven, net als het bloed uit de wonden, net wegebt. 


Terwijl Zijn linkerhand nog pijnlijk verkrampt lijkt, maken de vingers van Zijn rechterhand een zegenend gebaar. De “Heer zegene U” wordt gezongen op het einde van een kapucijnse begrafenisdienst, als afscheidsgroet van de andere broeders. Hier, op het triomfkruis, laat de ontwerper Christus nog net aangeven “Deze pijn, de dood is niet het einde. Ik ben Christus, Ik breng u vrede, Ik zegen u, en Ik verlos u”. Ondanks de lijdende en stervende Christus symboliseert het triomfkruis immers de verlossing van alle mensen.

Onze-Lieve-Vrouw van Troost


Tot voor enkele jaren werd in deze kapel iedere maand een Mariaprocessie gehouden en kwamen er dagelijks mensen bidden tot het beeldje van “Onze-Lieve-Vrouw van Troost in Nood”.

Dit beeldje had een bijzondere aantrekkingskracht op allen die de historiek en waarde ervan kenden:

In de abdij van Affligem vereerde men sinds eeuwen een beeld van O.L. Vrouw dat in 1146 tot Sint Bernardus zou hebben gesproken. Nadat het tijdens de Beeldenstorm werd verbrijzeld, maakte men 2 kleinere beeldjes uit de overgebleven stukken
Eén ervan werd in 1913 onder een grote volkstoeloop in de kerk geplaatst.

In 2006 werd het spijtig genoeg gestolen. Op de foto hierboven kan u het nog eens bekijken in zijn speciaal ontworpen draagnis
Nu prijkt er een (misschien) niet zo miraculeus, maar toch ook wel bijzonder elegant Mariabeeld

Glasraam Heilige Maria Onbevlekt Ontvangen

Het glasraam stelt de Heilige Maagd voor die verheerlijkt wordt door de Franciscaanse Orde, met onder andere Sint-Franciscus en Sint Antonius.
Bronnen:

Pierre Van Der Vurst
geschiedenis der stad Aalst: Frans De Potter en Jan Broeckaert
1875-de kapucijnen te Aalst : Dany D’Herdt
2001-VVAK Mededelingen nr. 1/2008 : Graanmarkt : De pupillen of het Rijksadministratiecentrum
Aalsters erfgoed in gevaar? Pierre van Der Vurst
VVAK Mededelingen nr. 3/2009
“Twelck de heere behouden wille”
Freddy Caudron-Kerk en leven nr 23 12/8/2009
Johan De Baere-internet: - kapucijnen – vlaanderen - sintantoniusaalst.
De Nieuwe gazet van Aalst, 25 februari 1983
Facebook 't Kapucijntje
sintantoniusaalst.be>historiek
Het Laatste Nieuws 12/2/2011
Het Nieuwsblad 16/9/2017
De Standaard 15/11/2008
encyclo.nl/begrip/kapellaan
St Jobkapel