Nieuws uit Aalst

--------- Profiesjat Prinsj Joshy !!! ------- 't Principoilsjte vandaug es da ge ni te veil complementen mokt en genietj van 't leiven ! - - - - - - - Covid-19/Griep : Blijf aub voorzichtig en denk aan uw medemens !! - - - - - - - Deel enkel berichten van officiële bronnen om fake news te vermijden !!! - - - - - - - -

dinsdag 14 mei 2019

De Konker

Eén van de meest typische Aalsterse woorden is ongetwijfeld het woord ‘de konker’. 
Over het gebruik van dit woord vóór 1909, voor de aanleg van de verhoogde spoorwegbedding door Aalst dus, is weinig of niets geweten. De werken aan de spoorwegbedding waren toen in elk geval nog niet voltooid maar het woord konker dook toen wel al op in 'De Werkman' van Pieter Daens.
De konker vanop de Denderstraat

Op 13 mei 1910 hekelt hij als gemeenteraadslid in de oppositie de plasvorming in de nagelnieuwe doorgangen onder de spoorweg: ‘Wat missstaat in de dry konkers, dat zijn de modderplassen, bijz. in konker 1’.

Op 20 november schrijft ook de liberale volksgazet: ’Er wordt bitter geklaagd over de slordigheid waarin de uitvoerder der nieuwe werken der statie onze straten en konkers laat liggen’.
Het geklaag en gezaag over de aannemers is dus zeker niet van deze tijd, dat bestaat duidelijk al langer …

De behoudsgezinde 'De Denderbode', die het katholieke stadsbestuur gunstig gezind is, vraagt zich dan weer af waarom sommige ondankbare kritiekasters ‘het verdiep onder de viaduct aan de Dendermondse steenweg den Helleput noemen’.

Dat laatste is vrij gemakkelijk te verklaren. Minister Helleputte beloofde in 1906 namelijk een vlotte afwatering onder de te bouwen viaducten, waar de rijbaan zou verlaagd worden. Vooral de konker aan het oude kerkhof van de Dendermondsesteenweg overstroomde echter geregeld: de Helleput dus! Heeft dus ook niets te maken met 'the hellhole' van die andere - Amerikaanse - kritikaster, onzen Donald ... 

Hoewel De Denderbode het consequent altijd blijft hebben over de viaducten, blijft Daens koppig het woord konker verder gebruiken, ook in 'Het Land van Aelst', maar dan eerder als dichterlijke vrijheid:  
Nat en donker, de wereld is een soort konker… och, leven is  lijden en sterven is elks erven ‘...


Als volksvertegenwoordiger wordt Daens wel eens meer pathetisch, zoals in  zijn nieuwjaarsrede, die uitgesproken werd in het lokaal in de Lange zoutstraat en ook aangehaald werd in 'De Werkman' van 8 januari 1915: 

Het jaar 1914 eindigt in een konker van lijden en smarten’ (zijn stem wordt belemmerd door tranen, voegt de verslaggever eraan toe). Maar doorgaans is Pieter Daens nogal concreet, vooral als hij de Aalsterse ‘Stadskemels’ bekritiseert - en volgens hem zijn er heel wat: 

- de Brug der Zuchten of Kemelsbrug (Ponte di Sispiri), aan de Houtkaai over de Oude Dender gebouwd maar een letterlijke 'sta in de weg' van de scheepvaart; 

- de eletriekkotjes op de Kat, Houtmarkt, Bauwensplaats en St.-Annabrug, 

- het Kapelleken 'Beek' aan de nieuwe Dirk Martenstraat, dat hij een lompe Arabische toren en Sarrazijnse kapel noemt (Liberaal De Windt voegt eraan toe: eene peperbus); 

- de nieuwe laan (later Leo de Bethunelaan genoemd), die men ‘van aan de Posthoorn tot aan de Zeebergbrug’ ‘’effen pas’ wil leggen zodat aan het kerkhof de omliggende gronden anderhalve meter hoger komen te liggen en de nieuwe laan er als een (open) konker – daar is het woord weer- door het landschap snijdt en de Kerkhofdreef met de mooie bomen ‘gansch kapot’ helpt. Alleen maar omdat de automobielen rapper zouden kunnen rijden, voegt Pieter Daens er nog aan toe. 

Maar ook behoren tot de stadskemels dus de talrijke konkers: ‘aan de Hooge Vesten, de Molendries, Vaart, Gendarmeriestraat (= Denderstraat) en Katterstraatpoort (= Dendermondse Steenweg)’. 

In het 'Land van Aelst' van 26 februari 1911 trekt hij, na een bezoek aan Gent, waar het natuurlijk allemaal veel beter is,  nog eens van leer tegen de ‘Principaal der kemels’: ‘Aan de Dampoort is de konker luisterheid en t’Aalst is vuiligheid. De brug in d’hoogte behagelijk, t’Aalst aan Molendries is zij afzichtelijk.’

Vijftien jaar later laat 'De Volkstem', die nog steeds consequent het woord viaduct gebruikt, zich toch verleiden het woord konker af te drukken, zij het dan wel in advertenties: ‘Kwartier te huren: Varenlaan 1 (Konker)’. 

Het woord is blijkbaar in het taalgebruik van de Aalstenaar doorgedrongen, maar de kranten blijven het wel over de viaducten hebben. 
De socialisten (Recht en Vrijheid, 1925) hebben het steevast over het viaduct aan de Molendries en de Liberalen (De Liberaal, 1937) over het viaduct van de Dendermondse Steenweg.

St Annabrug : Konker 1

Eigenlijk is het dus enkel Daens die het in zijn kranten 'De Werkman' en 'Het land van Aelst' over konkers heeft. 
‘Pie Donsj’ schreef trouwens wel meer dialect in zijn krant. 
Op zijn adreskaartjes stond ‘Chipka’, wat de verspreiding van deze volkse naam voor het eiland tussen Vaart en Oude Dender zeker in de hand gewerkt heeft. 
Het zou dus perfect kunnen dat zijn aanhoudende geschrijf over de Aalsterse ‘konkers’ eveneens geleid heeft tot de inburgering van dit oude Middelnederlandse woord in het Aalsterse dialect.

Dus : hoewel Pieter Daens de konkers eigenlijk lelijk vond, en ze liever kwijt als rijk was, moeten we hem uiteindelijk toch dankbaar zijn voor de redding van dit mooie Aalsterse woord!

 
Konker 2
KONKEL, KONKER: Draai, kronkel, winding, draaikolk; bij overdracht: ronde gang, kamer, ruimte; vgl konkelfoezen: slinks handelen, (ver)draaien. Elders (W. Vlaanderen) nog voor goot onder een brug (zogenaamde ‘duiker)’, te Gent voor: gewelfde brug boven waterloop…

Voorbeeld: ‘Dan wensch' ick ... eenen konckel onder d'aerd Daer dat ick soude zijn bewaert’ Justus De Harduyn (1629).


Konker Dendermondsesteenweg: 
het witte huis links voor de konker komende van Hofstade, 
is het laatste bestaande bediendenhuis van FFR.


Hier woonde vroeger de ingenieur Van De Velde, 
en werd dan bewoond door de laatste chef van de finishingafdeling De Rijcke.
Terug richting Hofstade stond waar nu de oprit is het huis van het hoofd van de boekhouding, en voorbij de restanten van de tennisclub Alost sport bevond zich het café-clubhuis van de voetbalploeg, alsook een reeks bediendenwoningen tot voorbij de oprit van de Aldi.
Verder is er dan de blok van Borremans; dit waren de huizen voor de werklui die deze huizen konden huren en later konden kopen aan een zeer voordelige prijs.

Website van het buurtcommite ‘De Konker’ :  KLIK

In 2014, tijdens de carnavalsstoet van dat jaar, kwam de konker in het nieuws toen carnavalsgroep 'De Loge' de hoogte van de konker wat overschat (of de hoogte van hun wagen wat onderschat) had, en vast kwam te zitten, en zo voor enorme vertragingen in de stoet zorgden. 
Dit is trouwens een jaarlijks weerkomend fenomeen, want telkens de stoet er aan komt, houden velen hun hart al vast. Vaak blijft het bij wat 'schaaf- en schuurwerk' maar toch zorgt deze ingebouwde hindernis toch voor heel wat stress bij de carnavalisten ... 


Het hele onderzoek en het overgrote deel van dit artikel is van de hand van Jan Louis, die meteen ook de grootste bron is van info over deze fameuze 'bouwwerken'.  
Wie Jan Louis trouwens 'live' aan het werk wil zien en horen, kan zich nog steeds inschrijven voor de cursus 'Oilsjters', die hij (met veel enthousiasme, dat weet ik zeker) vanaf februari 2016 aan het geven is, en, het moet gezegd worden, met heel veel succes (info : CVO Keizersplein Aalst). 

Jan is ook één van de drijvende krachten achter de site 'AalstHistoriek Forum', waar hij al heel wat artikeltjes voor heeft geschreven, en is een topgids als je Aalst eens op een andere manier wil ontdekken.


Bronnen

Jan Louis

Jan De Wilde en de poppen

Jan de Wilde is niet alleen een uitmuntend muzikant, zoals blijkt uit DIT artikel. Neen, hij is ook een fantastisch poppenspeler. Met zijn vrouw Lieve Van Steenberghe en Jan en Karel Kieckens hanteerde hij zes jaar lang de poppen in ‘Het heel Klein Kunsttheater’.

Uit ‘Het Nieuwsblad’ van 06 december 2005 :

"Al van in onze prille jeugd speelden we elk afzonderlijk poppenkast voor de kinderen in de straat'', zegt Jan Kieckens. ,,In 1964 hadden we een eerste gezamenlijk optreden. Het was ter gelegenheid van de 11-juli viering in de Sint-Job club. We oogstten meteen succes.''

Het Heel Klein Theater bracht stukken voor kinderen en voor volwassenen. ,,We speelden eigenlijk zonder écht scenario'', zegt Jan de Wilde. ,,We hadden de grote leidraad in ons hoofd. We gaven de voorkeur te spelen in de stijl van Commedia dell'arte . We brachten dan ook logischerwijs nooit twee keer hetzelfde. Een stuk kon wel uren uitlopen. We gingen zo in het spel op dat we na elke voorstelling even moesten bekomen. Ik zakte eens bijna van vermoeidheid door mijn knieën.''

,We hanteerden zelfgemaakte handpoppen'', vertelt Jan Kieckens. ,,Het is handiger en naar het publiek toe veel directer. De bekendste figuren waren zijn Oskar en Kadol. Oskar was een slappeling. Zijn kat Kadol had het thuis voor het zeggen. Eén van de hoogtepunten uit ons kort theaterleven was zeker De Stomme van Portici.''

,Na zes jaar stopte ons viertal met spelen. ,,Onze studietijd was ten einde en iedereen ging een andere richting uit'', zegt Jan Kieckens. ,,We hebben ons in deze korte periode van spelen met de poppen rot geamuseerd.''

Over het theater en poppen kon men het een en ander leren in de afdeling Van Troubadours tot Aabazjoer op de poppententoonstelling Opzij Opzij Opzij . ,,Ik ben blij dat onze fraaie handpoppen op zolder bewaard bleven. De tentoonstelling roept mooie herinneringen op.'' 

De tentoonstelling werd door het stadsmuseum georganiseerd naar aanleiding van het 15 jarig bestaan van Aabazjoer . Er was in het overzicht in het museum dan ook veel aandacht besteed aan de ontwikkeling en groei van dit stangenpoppentheater. 

In het Cultureel Centrum De Werf was er van 3 december 2005 tot 29 januari 2006 ook een overzicht van het hedendaagse figurentheater in Vlaanderen met figuren uit twaalf bekende poppentheaters. ‘Van troubadour tot Aabazjoer’ was een historisch overzicht van het poppentheater in Aalst.


De Bende van Richaar’ is een Aalsters poppentheatergezelschap dat in 2010 zijn vuurdoop beleefde met het stuk ‘Richaar den Derden’, gebaseerd op ‘Richard III’ van Shakespeare. In december 2012 en januari 2013 slaat de bende opnieuw toe met de gloednieuwe voorstelling ‘Romeo en Julia’, eveneens gebaseerd op een stuk van Shakespeare.
Hoewel ‘De Bende van Richaar’ als gezelschap nog niet zolang bestaat, vinden we toch de broers Jan en Karel Kieckens, Jan De Wilde en Lieve Van Steenberghe als ervaringsdeskundigen terug in dit spektakel.


Jan ging op zoek naar mensen die wilden meewerken aan een nieuw project en die zoektocht bleef niet zonder resultaat: zo ontstond ‘De Bende van Richaar’, een gelegenheidsgezelschap dat verschillende mensen uit de vruchtbare Aalsterse toneelwereld samenbracht. 

In 2010 bracht deze groep enthousiastelingen het stuk ‘Richaar den Derden’ op de planken, naar de tragedie van Shakespeare. Het oorspronkelijke stuk uit de 16e eeuw onderging grondige aanpassingen: de tekst werd door Jan volledig vertaald naar het Aalsters. 

De traditionele rivaliteit tussen Aalst en Dendermonde sloop het stuk binnen en van de 40 originele personages werd bijna de helft geschrapt. 25 gloednieuwe poppen, door Jan eigenhandig gesneden, verschenen op het podium. Het snijden van de marionetten, die erg technisch in elkaar moeten zitten om manipulatie mogelijk te maken, is een bijzonder tijdrovend ambacht, maar het resultaat mag er zijn: de poppen zien er stuk voor stuk prachtig uit!

Jan De Wilde nam de stem van hoofdfiguur ‘Richaar’ voor zijn rekening en verder herkennen we natuurlijk onmiddellijk de warme stem van Anton Cogen als ‘de Prins van Nievekeirken’. 
Omdat spelen en grote stukken tekst memoriseren tegelijkertijd niet eenvoudig is, kiest het gezelschap ervoor om de stemmen van de personages op voorhand op te nemen en die klankband dan tijdens de voorstelling te laten afspelen. Er zijn uiteraard nadelen verbonden aan deze manier van werken, er kan niet meer geïmproviseerd worden, maar een voordeel is alvast dat de teksten heel goed bewerkt kunnen worden, en er niets verloren gaat.

‘Richaar den Derden’ werd een enorm succes. De voorstelling werd zelfs geselecteerd voor het Koninklijk Landjuweel, een festival dat kwaliteitsvolle amateurtheaterproducties wil bekronen. 

Vanaf december 2012 waagt ‘de Bende van Richaar’ zich met het stuk ‘Romeo en Julia’ voor de tweede keer aan een klassieke Shakespeareaanse tragedie. ‘De smertelijke histoere van Julia en heire schoeine Romeo’ werd opnieuw een eigenzinnige voorstelling, waarin een oud Engels drama moeiteloos door Oilsjterse marionetten tot leven gebracht werd.

In 2016 volgde dan een herneming van 'Een schots en schief stik'. Officieel heet het marionettenspel voluit 'Een Schots en Schieëf Stik, vol onweir, doisternis en bloed'. In het Engels refereert men naar The Scottish play"
De naam Macbeth uitspreken in een theater, dat brengt ongeluk. Op internet vind je lange lijsten met ongelukken die zijn gebeurd door deze naam toch uit te spreken - er zijn zelfs al doden gevallen. 

Wij spreken hier dus over een 'Schots en Shieëf stik'", zegt Jan Kieckens.

Jan heeft een diploma regie maar deed er tot voor de oprichting van de Bende van Richaar in 2009 eigenlijk nooit iets mee. Hij verdiende zijn dagelijks brood als schrijnwerker. In 2009 werd hem door poppentheater Aabazjoer gevraagd om enkele houten marionetten te maken. De eigenlijke bedoeling was om samen een voorstelling op te zetten, maar het was duidelijk dat hij en Eddy De Laender (van Aabazjoer) een verschillende visie hadden. 
Uiteindelijk heeft deze andere visie ertoe geleid dat de Bende Van Richaar op zijn eigen is begonnen. 
Zij hebben zich sindsdien gespecialiseerd in het werk van Shakespeare, maar er is ondertussen wel respect voor de collega's van Aabazjoer gebleven.  Jan heeft van Eddy ooit een houten marionet gemaakt en ze hem cadeau gedaan. Deze heeft ze echter nooit gebruikt in een poppenspel. 
Toen Eddy overleed was Jan uiteraard zwaar 'getoucheerd' toen hij op de begrafenisplechtogheid de pop terugzag. Ze stond naast de kist. Hij moet ze toch mooi gevonden hebben", zegt Jan.

Na de voorstelling van 2016 had ik zelf het voorrecht om ook even achter de schermen te mogen kijken. Het is echt ongelooflijk wat die mensen op het podium presteren. Zo'n 'popje' weegt al gauw door, dus je kan je voorstellen wat dat met rug, armen en schouders doet na een hele avond, dag na dag, week na week.
Enkele malen heeft men ook al een 'ongelukje' gehad op de scene. Zo viel tijdens een gevecht het hoofd van één van de poppen onverwachts af. Het publiek vond het echter goed, en er werd besloten om dit zo elke avond te hernemen. Niet gemakkelijk natuurlijk, een kop laten rollen op commando ...


Bronnen

HLN Regionaal
Het Nieuwsblad regionaal 6 december 2005 

Eigen interview met Jan na 'Een schots en schief stik'

Jan De Wilde - De zanger

Jan Marie Albert De Wilde (Aalst, 1 januari 1944) is een Vlaams zanger, gitarist en kleinkunstmuzikant. Zijn bekendste liedjes zijn "Walter, ballade van een goudvis", "Een vrolijk lentelied", "Joke", "Hè Hè", "Eerste sneeuw" en "De Fanfare van Honger en Dorst.


Jan Marie Albert De Wilde werd in 1944 geboren in de Vooruitzichtstraat te Aalst als derde kind. Toen hij negen was overleed zijn vader aan kanker. 
Zijn eerste muzikale engagement ging hij aan toen hij op z'n vijfde toetrad tot het knapenkoor van het Sint-Maarteninstituut, dat later zou uitgroeien tot het befaamde Cantate Domino. 

Toen hij de baard in de keel kreeg en zijn sopraanstem verloor, stichtte Jan zelfs zijn eigen koor. Vanaf het middelbaar (hij volgde Latijn-wiskunde) kwam daar een passie voor de tekenkunst bij met tal van satirische cartoons van leerkrachten tot gevolg. Begin jaren 60 leerde hij enkele instrumenten bespelen, schreef hij zijn eerste liedjesteksten en componeerde hij zijn eerste melodieën. In 1962 volgde zijn eerste publieke optreden en in 1967 zijn tv-debuut.

Tezelfdertijd volgde hij kunstonderwijs aan St. Lukas te Gent en hield hij zich bezig met fotografie en (vooral) poppentheater. Nadat hij afstudeerde hield hij enkele exposities van zijn werken o.a. te Aalst en Oostende.

Begin jaren 70 groeide De Wildes bekendheid als zanger tijdens het Humorfestival van Heist. Hij werd populair dankzij zijn bizarre podiumpresence en ironische en sarcastische, dan weer tedere liedjes. Vrolijke folk-nummers als "Ik kan het, ma", "Joke" en "Een vrolijk lentelied" maakten hem zowel geliefd als berucht in Vlaanderen. 
Regels als "De Fallus Impudicus staat al in bloei" en "Joke, Joke, trek je witte jurkje uit" zorgden voor controverse bij het meer conservatieve gedeelte van de bevolking.

Tijdens zijn succesperiode (1970-1972) werkte hij ook mee aan Kris De Bruynes debuutplaat en produceerde hij drie albums voor Urbanus van Anus. De Wilde droeg in belangrijke mate bij aan de lancering van Urbanus' carrière. Zo zelfs dat Urbanus hem ten slotte in populariteit oversteeg. Dit had echter meer te maken met het feit dat Urbanus ook humoristische conferences aan zijn optredens toevoegde. 

De Wilde zelf heeft het nooit erg gevonden dat hij niet hetzelfde succes gekend heeft. "Ik heb dat altijd comfortabel gevonden", zei hij eens, "Bij Raymond, Willem Vermandere of Urbanus heb ik gezien dat je van succes vaak meer last dan genot hebt. Zij kunnen dat misschien aan, maar ik niet." Het bekendste nummer dat De Wilde en Urbanus samen zongen is "De Aarde".

Het zou tot eind jaren 80 duren voor Jan De Wilde nog eens in de kijker stond. In 1987 schreef hij de muziek voor de eerste Urbanus-film Hector.

Op aandringen van Urbanus bracht hij twee nieuwe albums uit. De Bende van Jan De Wilde (1987) bevatte nummers als "Zussen" en "Anneke Weemaes" en introduceerde de artiest Wigbert Van Lierde aan het brede publiek.

Hè Hè (1990) was nog grootser. De cd werd geproduceerd door Henny Vrienten die samen met onder meer Boudewijn de Groot ook op enkele nummers meezong. Naast nieuwe versies van oudere nummers als "Walter, ballade van een goudvis" en "Een vrolijk lentelied" stond er ook gloednieuw materiaal op. "Hé, Hé", "De fanfare van honger en dorst", "Eerste sneeuw" werden nieuwe klassiekers en zijn nieuwe tournee bewees dat hij weer helemaal terug was van weggeweest. "Eerste sneeuw" en "Fanfare van Honger en Dorst" zijn geschreven door Lieven Tavernier.

Hier het lied 'Hé hé wat een feest'


Na deze heropbloeing duurde het tot 2000 voor er een nieuw De Wilde-album uitkwam. Oude Maan (2000) bevatte nummers die onder meer geschreven waren door Luc De Vos (Gorki). Ook Raymond van het Groenewoud zong op twee tracks mee. De cd werd geproduceerd door Jo Bogaert van Technotronic. Datzelfde jaar bracht De Wilde ook het boek Niks aan dan vel uit, waarin al zijn liedjesteksten verzameld staan.

Stef Kamil Carlens produceerde het lied "Zalige Zot"; een duet, gezongen door Yevgueni en Jan De Wilde. Het nummer, een Nederlandstalige cover van "Beautiful Freak" van Eels, stond weken in de Ultratop 50.

Jan De Wilde treedt al ruim 25 jaren op met het Combo. De bezetting werd tijdens die jaren enkele malen gewijzigd.

Uitzonderlijk trad Jan op in andere combinaties: Jan De Wilde en de Centimeters (Tournee 1987), Jan De Wilde en de Magnificent 7 (Ancienne Belgique 1991), Jan De Wilde en de Fanfare van Honger en Dorst (Zomertournee 1991), Jan De Wilde & Prima La Musica (Tournee 1991-1992) en Jan De Wilde & De Favoriete Beesten (Tournee 2001-2002)

Sinds enkele jaren woont hij in de Oost-Vlaamse gemeente Aaigem, die regelmatig onderwerp uitmaakt van zijn liedjesteksten.

Hij is ooit geïmiteerd door Dirk Denoyelle.

Discografie :

Albums

Album(s) met hitnoteringen in
de Vlaamse Ultratop 50
Datum van
verschijnen
Datum van
binnenkomst
Hoogste
positie
Aantal
weken
Opmerkingen
De muze
1967
-



1970
-



1972
-



Een vrolijk lentelied
1972
-



1974
-



1980
-



1987
-



Neem je tijd
1989
-



1990
-



Poolijskap
1991
-



Jan De Wilde & Prima La Musica
1992
-


met Prima La Musica
Hoe noemdegij ?
1992
-



Stop de armoede
1995
-



Het beste van Jan De Wild
1997
-


Verzamelalbum
Het beste van....
1999
-


Verzamellabum
Eigen kweek
2000
-



2000
25-11-2000
50
1

Abadja
2001
-



Te gek 1
2004
-



Azuuë gezeid, azuuë gezoeng'n
2004
-



Alle 40 goed
2010
-


Verzamelalbum
2 For 1
2011
-



18-11-2011
03-12-2011
18
6
met Currende


Singles

Single(s) met hitnoteringen
in de Vlaamse Ultratop 50
Datum van
verschijnen
Datum van
binnenkomst
Hoogste
positie
Aantal
weken
Opmerkingen
1972


-

1977


-

1979


-

1987


-

1987


-

1990


-

2008
12-01-2008
tip23
-
met Sarah Bettens


Hierbij nog een prachtig 'aireken' van Jan, mijn persoonlijke favoriet : 'De eerste sneeuw'. 
Blijkbaar ook niet enkel mijn favoriet want het nummer werd naar het nummer 1 gestemd in de TOP053 in 2023. 

Met deze ‘Top 053’ wordt jaarlijks ons Aalsters muzikaal erfgoed in de kijker gezet, want we hebben echt wel een hele hoop artiesten in het Aalsterse.
De afgelopen twee edities werden telkens meer dan tweeduizend unieke inzendingen ontvangen, het resultaat mag dus zeker representatief genoemd worden. 
Dit resulteerde de laatste keer niet alleen in een nieuwe nummer één ('De eerste sneeuw' dus), maar ook in maar liefst twintig nieuwe nummers en bijbehorende artiesten die een felbegeerde plaats in de lijst wisten te veroveren.

Hieronder dus de winnaar van 2023 ...


Jan hield het echter ook niet alleen bij zingen. Neen, ook het poppentheater lag hem heel goed.

Alles hierover in DIT artikel.


Bronnen :

Cultuurprijs voor kleinkunstenaar Jan De Wilde;Webnieuws Erpe.Mere.Lede; 23 oktober 2011
Biografie Jan De Wilde; Officiële website
Biografie Jan De Wilde; Het Belgisch rock-en poparchief
Beknopte biografie sprekers; Het Firmament
Discografie Jan De Wilde; Muziekarchief
Discografie Jan De Wilde; Discogs