Nieuws uit Aalst

--------- 't Principoilsjte vandaug es da ge ni te veil complementen mokt en genietj van 't leiven ! - - - - - - - Covid-19 : Blijf aub toch voorzichtig en denk aan uw medemens !! - - - - - - - Deel enkel berichten van officiële bronnen om fake news te vermijden !!! - - - - - - - -

zaterdag 1 juni 2024

Okapi Aalst

Okapi Aalst is een basketbalclub uit Aalst die in de BNXT League actief is. De club werd in 1949 opgericht door Piet de Coninck van Noyen. Toen de club in 2001 failliet ging door financieel wanbeheer werd een doorstart gemaakt en werd de naam gewijzigd in Okapi Aalstar. 
De huidige ploeg grijpt sinds juni 2020 echter opnieuw terug naar de originele ploegnaam.



Okapi Aalst, een club met een woelige geschiedenis, maar vooral ook een club met heel trouwe sporters, fans en entourage. Een club die zijn gelijke niet kent in de Belgische geschiedenis. Doorspekt met het typische Aalsterse DNA: passie, vurig, wit of zwart – grijs bestaat niet, alles of niets. 

In het najaar 1949 speelden enkele Aalstenaars met de gedachte om een nieuwe club op te richten in de stad. 

Het was Piet de Coninck van Noyen, één van de grote bezielers, die tijdens zijn studententijd aan de Universiteit van Gent contact had met de spelers van Hellas. 
Ze hebben er toen de VTK, de Vlaamse Technische (Sport)Kring opgericht, waar onder andere basketbal werd gespeeld.
Piet is zich toen beginnen verdiepen in deze sport en is iets later beginnen training geven aan de damesploeg van Eendracht Aalst. 
Zo kwam hij ook in contact met de studenten van het Atheneum, en samen zijn ze beginnen trainen in de meisjesschool aan 'De Kat' (Vredeplein).
Gezien ze bijna allemaal school liepen in het Atheneum, is het dan ook niet verwonderlijk dat er vaak gezegd wordt dat de Okapi ontstond 'uit de geest' van deze school aan de Graanmarkt.
Al snel groeide het team tot een man of twaalf. 

In november1949 werd beslist om zich in te schrijven aan de Belgische Basketbalbond. 

Okapi Aalst zou officieel boven de doopvont gehouden zijn op 15 november 1949. Sommige bronnen maken ook gewag van 1 december 1949, maar wellicht verwijst deze datum naar de officiële erkenning door de basketbalbond.


Hoe Piet op de naam 'Okapi' kwam?   

Wel, aan de universiteit van Gent speelde Piet in de ploeg met Verbeke, die bij 'de Kangoeroes' speelde. Hij vond de naam van een dier zeer sympathiek overkomen voor een sportclub en dus begonnen ze ook te zoeken naar een dergelijke naam. 
Zo kwam 'Okapi' op tafel, wat tevens de naam  was van hun roeiboot aan de unief.
Oorspronkelijk werd het zelfs als 'O-KA-π' geschreven. De π Is in basketbalmiddens natuurlijk vrij gemakkelijk terug te brengen naar 'de cirkel'...

In 1956 kreeg Okapi Aalst een eerste echte voorzitter. Piet de Coninck van Noyen was - en bleef - gewoon 'één van de jongens' en de stichter, maar met Odilon Ringoir kreeg de  ploeg ook een roerganger die ook echt zou optreden als een president van een club, zoals we die functie nu ook zouden invullen.

In die jaren vijftig ontstond beetje bij beetje het typische ‘Okapigevoel’. Het is moeilijk om te omschrijven hoe dat gevoel dat tot de dag van vandaag bij heel wat Aalstenaren leeft, is ontstaan. Het is een proces, maar enkele mijlpalen hebben het supportersgevoel sterk aangewakkerd. 
Het is trouwens alom geweten dat men in Aalst kan beroep doen op een schare vaste supporters, ook in het voetbal bij Eendracht Aalst bijvoorbeeld.

In 1957 kreeg voorzitter Jules Heeremans het gedaan van het stadsbestuur dat er op de Hopmarkt mocht gebasket worden. 

Van de trainingsperiode in de meisjesschool van de Kat, was men eerder al verhuisd naar de Esplanadestraat en daarna ook naar het pleintje naast het kaartershuisje in het park. 

Nu de ploeg in het volle stadscentrum mocht spelen, kwamen er meer supporters kijken. Het basketbal ging meer en meer leven en de wortels van het ‘Okapigevoel’ begonnen goed te schieten. Okapi zou tot 1966 op de Hopmarkt blijven spelen.

Er zijn andere ploegen waar misschien nog meer fans komen kijken, maar toch is het 'anders' ... Moeilijk uit te leggen eigenlijk. Het is iets uniek. Okapi is de enige basketploeg waar er na de match nog zoveel ambiance is. Bij andere teams is er een halfuur na de match niets meer te beleven. Iedereen is naar huis, zelfs de spelers. In Aalst blijft iedereen plakken en vaak is er nog plaats en tijd voor een afterparty. Het is ook de enige stad die het principe 'carnavalsmatch' in ere houdt ...

In het seizoen 1958-’59 promoveerde Okapi Aalst een eerste keer naar vierde nationale. Het behoud kon wel afgedwongen worden, maar een seizoen later volgde alsnog de degradatie naar de provinciale reeksen.

Sportief bleef de vereniging groeien. In het seizoen 1964-’65 speelde het team kampioen in vierde nationale, en stilletjesaan begon de club ook 'een status' te krijgen in het nationale basketbal. De weg naar de top was lang en geplaveid met gulden voornemens, maar Rome werd ook niet in één dag gebouwd.

1966 werd een scharniermoment in de geschiedenis van Okapi Aalst. In het seizoen 1965-’66 pakten de Aalstenaars immers voor de tweede opeenvolgende keer de titel. Okapi ging daardoor naar derde klasse en ook daar lukte het om onmiddellijk door te promoveren naar tweede nationale.


Tot en met 1965 speelde Okapi op een buitenterrein op de Hopmarkt. De wedstrijden werden ’s zomers gespeeld en tijdens de koude wintermaanden kon men een beroep doen op een schoenenfabriek in Terjoden om binnen te trainen. 
Later verhuisde men daarvoor naar de Schoolstraat. 

Het was Jules Heeremans die ervoor zorgde dat zijn ploeg vanaf 1966 in een nieuwe zaal kon spelen. Okapi verhuisde naar de Burchtstraat. In 'de Burcht' zou men uiteindelijk 25 jaar blijven tot er naar 'het Forum' werd verhuisd.

Voor het seizoen 1968-69 toonde het bestuur ambitie. Men wou verder en meer en in navolging van vele andere clubs ging ook Okapi Aalst op zoek naar buitenlandse versterking.

Het seizoen 1969-‘70 werd een derde scharnierjaar voor Okapi Aalst. De ploeg vertoefde al enkele jaren in tweede nationale en leek klaar voor een nieuwe stap. Het jaar voordien was men al derde geworden en het werd dan ook een memorabele campagne. 
Okapi leed geen enkele nederlaag. Met maar liefst 44 op 44 pakte men de titel. 
Gemiddeld werden er 107 punten gemaakt, terwijl men amper 75 punten tegen kreeg.

Voor de supporters was het seizoen 1970-’71 uiteraard een hoogtepunt, want voor het eerst in de geschiedenis mocht Okapi Aalst bij de elite van het Belgische basketbal aantreden. 
Het clublied klonk als volgt: 

Wij zijn de mannekens van plezier, Okapi naar boven, Okapi naar boven …”. 

Het was een leuke parodie op de melodie van ‘De Heren van Zichem’, een feuilleton op de Vlaamse televisie dat op het einde van de jaren zestig veel furore maakte, en toonde aan hoe levendig het basketbal in de stad wel niet was. 

De ‘hel van Aalst’ kreeg stilletjesaan gestalte, en de supporters schaarden zich in grote getale achter hun team.

Het seizoen 1974-’75 begon Okapi minder goed met vijf opeenvolgende nederlagen, en kon deze slechte start nooit meer goedmaken. Aan het einde van de rit eindigden ze dan ook op de twaalfde plaats, wat onherroepelijk de degradatie betekende.

Het bestuur deed er alles aan om de verloren plaats in eerste nationale te heroveren, maar hoewel men het jaar daarop eigenlijk de titel wel al op zak had, betekende dit nog niet dat Aalst automatisch promoveerde. 
Er moesten immers nog play-offs worden afgewerkt, en die kunnen altijd nog voor grote verrassingen zorgen. Die eindronde werd afgewerkt met de laatste vier ploegen uit eerste nationale en beste vier ploegen uit tweede nationale...   Geen probleem echter voor d'Ajoinen en .... Okapi opnieuw naar eerste klasse!

Voor het eerst (en ook het laatst) was er de echte Aalsterse derby in eerste nationale en dit tussen 'Okapi' en 'Black Boys'.  
In de jaren '7à waren deze derby's tussen Okapi Aalst en Blackboys altijd al legendarisch en men sprak toendertijd dan ook van een 'clash der giganten'.  Dat kan je trouwens best letterlijk nemen want maar liefst zeven spelers moesten vroegtijdig het terrein verlaten met vijf fouten. . 
Okapi won de thuismatch met 107-96.  

Het seizoen 1979-’80 begon opnieuw ondermaats. Voor aanvang van de campagne was eigenlijk al er veel discussie over de kwaliteit van de Amerikanen, en dit bleef het hele seizoen duren.
Op de voorlaatste speeldag werd Standard nog wel verslagen, maar de degradatie naar tweede nationale was niet tegen te houden. Slechts acht matchen werden dat seizoen gewonnen en enkel Willebroek deed met amper drie overwinningen nog slechter.

Okapi moest het nieuwe seizoen aanvatten in tweede nationale en deze degradatie dwong het bestuur om eens goed na te denken over de verdere toekomst. Het was wennen aan de nieuwe situatie, want de voorbije jaren kon de ploeg teren op de klasse van enkele importspelers. In de lagere reeksen mocht dat niet meer.

Men spartelde zich doorheen een moeilijke periode maar reeds tijdens het tweede jaar in tweede nationale (1981-’82) kon Okapi Aalst opnieuw beschikken over enkele ervaren spelers, en na 'amper' twee jaar in het vagevuur van tweede klasse te hebben doorgebracht, mocht Okapi zich opnieuw gaan meten met de Belgische basketbaltop.

De hele basketwereld keek gespannen uit naar de terugkeer van Okapi. 

Al snel bleek echter dat ze op sportief vlak zeker meer dan welkom waren wegens 'altijd toffe matchen', maar aan de infrastructuur diende toch het één en het andere te veranderen. 
De locatie aan de Burchtstraat riep veel vraagtekens op en sommige media vonden het zelfs ‘waanzinnig’ dat de basketbalbond het toeliet om basketbal aan het publiek aan te bieden in een ‘overdekte groentemarkt’. 
Het was nu wel een feit dat de betonnen vloer behoorlijk wat barsten vertoonde.
Barsten die dan vakkundig gedicht werden met cement ... in een andere kleur en uiteraard zorgden voor een kakofonie aan lijnen, stippen en kleuren. Het kleurverschil in het gebruikte cement zou trouwens het resultaat geweest zijn van additieven om een insectenplaag te voorkomen.

Het seizoen 1982-83 werd dus wel degelijk met veel ambitie en goeie moed aangevat. 
Er werd echter gestart met vijf opeenvolgende nederlagen, en al heel gauw stond iedereen weer stevig met beide voeten op de grond. Opnieuw kon de slechte start niet meer goed gemaakt worden en Okapi werd allerlaatste met amper drie overwinningen.  De terugkeer op het hoogste niveau en alle ambities waren van korte duur geweest.

De jaren tachtig werden een heel bescheiden hoofdstuk in het geschiedenisboek Het werd een zeer kleurloze periode met weinige hoogtepunten. De promotie in ’82 was er eentje, maar dat feestje heeft dus niet lang geduurd. Na dit seizoen volgden verschillende jaren in de achterste regionen van tweede klasse.

Okapi begon ook desastreus aan het seizoen 1990-’91. Halverwege de competitie had de ploeg amper één wedstrijd kunnen winnen en stond men geblokkeerd op de laatste plaats. Iedereen ging al uit van een nieuw rampscenario met bijhorende degradatie ... ditmaal zou dat naar derde klasse zijn.

Een heel sterke terugronde die coach Frans De Boeck met zijn team neerzette, belemmerde deze afgang en gaf meteen opnieuw vertrouwen en motivatie voor het seizoen 1991-’92. 
Om mee te spelen voor de prijzen moest er echter dringen een kwaliteitsinjectie komen en dat besefte ook de succesvolle coach. Die had vijf spelersnamen op zijn verlanglijstje gezet, en dankzij de komst van 'Bandencentrale Coppens' konden die vijf ook effectief worden vastgelegd.

Dat vertrouwen verdiende natuurlijk een terugslag en Okapi ontgoochelde daarin niet. 
Er werd amper vier keer verloren en uiteindelijk speelde Aalst ook kampioen. 
Na negen jaar tweede klasse, mocht Okapi Aalst zich opnieuw opmaken om te wedijveren met de basketelite van het land. Het was carnaval in de stad, en daar was geen carnavalsmatch voor nodig!


De ambitieuze plannen die tijdens de vorige seizoenen gesmeed werden, bleven niet bij vage intenties. Zelfs de streefdatum om in het najaar te verhuizen naar de nieuwe sporttempel werd gehaald. In het seizoen 1992-’93 kon Okapi definitief haar intrek nemen in het Forum

Waar er voorheen nogal smalend werd gesproken over de thuisbasis van Okapi Aalst, hadden de bezoekers het nu al snel over de ‘Hel van Aalst’.

De komst van coach Tony Van den Bosch en de Belgisch-Canadese Ron Vercruyssen was al eerder bekendgemaakt en ook de naam van Charles Pittman kon rekenen op heel wat enthousiasme. 
Hij was op zijn vijfendertigste weliswaar op zijn retour en was zeker niet meer van de snelsten, maar hij compenseerde dat met ervaring, spelinzicht en een uitstekende mentaliteit op en naast het veld. Pittman werd kapitein van de nieuwe eersteklasser en genoot heel wat respect bij zijn ploegmakkers.

Toch zou Pittman het qua populariteit bij de supporters al snel moeten afleggen tegen Daren Queenan.
 
Deze shooting guard was op zijn zesentwintigste op zijn sterkst. Voordien had hij wel wat ervaring opgedaan bij enkele Amerikaanse ploegen, maar pas een jaar eerder was hij aan zijn eerste buitenlandse avontuur begonnen. 
Queenan kon van meet af aan zijn stempel drukken op het gebeuren. Hij werd de eerste echte 'vedette' in het Forum. Eén tegen één was de Amerikaan niet af te stoppen en zijn dunks spraken de massa aan. De speler zelf voelde zich ook snel thuis in Aalst, en zijn verschijning zou zeker niet beperkt blijven tot dat ene seizoen.

Bevestigen in het tweede seizoen in eerste klasse is altijd een stuk moeilijker, maar op sportief vlak leek het wel goed te zitten in het Forum. 
Enkele extra beslommeringen naast het veld waren echter minder aangenaam. 

De bouw van het Forum en de werkingskosten van de ploeg overschreden het budget van de club en schuldeisers bleven in de kou staan. Meer dan eens werd er gewag gemaakt over zware financiële problemen. 
Supporters verklaarden al lachend dat de tribunes altijd goed gevuld waren omdat er zo veel advocaten en schuldeisers in de zaal zaten. 
Een ietwat grappende en 'stoute' constatatie, maar er zat ergens wel een kern van waarheid in de grap.

In het seizoen 1994-’95 stond Okapi Aalst voor een dubbele taak. Sportief zou het niet gemakkelijk worden om de derde plaats van het vorige seizoen te evenaren. 
Het was echter vooral naast het veld dat er puin geruimd moest worden. De financiële situatie van de club dreigde helemaal te ontsporen. De advocaten en schuldeisers moesten het Forum meer dan eens met stille trom verlaten ... en het mocht duidelijk zijn dat deze situatie onhoudbaar zou worden.

Ook halfweg de jaren ’90 bleven de 'financiële problemen' het sportieve overstijgen.

Het bestuur van Okapi Aalst koos in het seizoen 1995-’96 voor Louis Casteels als opvolger van Tony Van den Bosch, maar het nieuwe seizoen kende helemaal geen goede start.
Er werd immers begonnen met vijf opeenvolgende nederlagen en ook een enorme blessurelast speelde Aalst hevig parten. 
Pas toen de geblesseerden (eindelijk) terug fit waren, viel het spel opnieuw in de juiste plooi. 

Net op tijd en in die play-offs moest Okapi het in de kwartfinale opnemen tegen Castors Braine. 

Thuis had Okapi met 95-82 gewonnen en dat was eigenlijk al een kleine stunt, want Braine was uiteindelijk toch als derde geëindigd in de reguliere competitie. 
De terugwedstrijd werd dan weer met 92-84 gewonnen door Castors. 

Een belle in Braine was dus nodig. De thuisploeg waande zich onklopbaar en zegezeker. Tijdens de rust werd er dan ook al aangekondigd dat er tickets konden gekocht worden voor de halve finale tegen Charleroi. Het liep echter anders. 'Den Okapi' speelde een ijzersterke tweede helft en versloeg Castors Braine met 76-84!” ... geen halve finale dus voor de bevers uit Braine.

Ook in het seizoen 1996-’97 kon Okapi rekenen op de diensten van Daren Queenan. De Amerikaan was intussen zeer populair in de stad. Hij had er niet alleen een goed contract, maar speelde ook graag bij de club. Queenan kreeg als buitenlander het gezelschap van Boro Vucevic, en ook deze Montenegrijn zou ondanks zijn achtendertig jaar een schot in de roos worden.

Voor het eerst duikt ook de naam Patrick De Cock op bij Okapi. Louis Casteels vertelt in een interview over deze kennismaking. 

Ik zat met mijn echtgenote en enkele vrienden te dineren in een restaurant, toen ik een telefoontje kreeg van Patrick De Cock. Ik moest onmiddellijk naar zijn ‘feest’ komen. Toen ik daar aankwam, zag ik een bomvolle zaal. Het feest was in orde. Op het einde deelde De Cock mee dat de rekening voor hem was. En passant kondigde hij ook aan dat hij Gent als manager verliet en met onmiddellijke ingang naar Okapi Aalst trok. De rekening kwam weken nadien bij ons toe op naam van mijn echtgenote. We hebben nog een advocaat onder de arm moeten nemen om de zaak in het reine te trekken.

Deze Patrick De Cock zal later nog opduiken in het verhaal.

Ook in het seizoen 1997-’98 kon Okapi Aalst fraaie sportieve uitslagen voorleggen. De ploeg werd vierde in de reguliere competitie, mocht de play-offs spelen, stuntte in de beker van België en haalde ook de bekerfinale. Ondanks deze fraaie cijfers broeide er toch één en ander in de coulissen en bij het publiek. De optie in het contract van coach Louis Casteels zou niet gelicht worden.

In de wandelgangen werd er gefluisterd dat er opnieuw financiële problemen opdoken bij Okapi Aalst. 

Mark Vanmoerkerke nam  het sportieve management van de nationale ploeg op zich. In het voorjaar van 1998 liet hij de Lions voor wat het was en werd manager bij Okapi Aalst. Het werd een korte passage, maar Vanmoerkerke stelde wel Vlade Djurovic aan als opvolger van Casteels. De Serviër ondertekende een contract voor drie seizoenen.

De komst van Mark Vanmoerkerke was nieuws in het basketwereldje, zijn vertrek nog meer. Nauwelijks was de Oostendenaar in het Forum aangekomen of hij pakte alweer zijn biezen. Aanvankelijk was er nogal veel mist rond zijn vertrek, maar gaandeweg werd het rookgordijn weggetrokken. Een verschil in visie lag aan de basis van de vroegtijdige breuk tussen beide partijen.

Een 'speciaal persoon' trouwens, die Mark Vanmoerkerke. 

De ondertussen overleden Mark (+ 26/10/2022) profileerde zich aan het eind van zijn carrière als de man die alsnog een oplossing hielp uitwerken om het iconische Oostendse Thermae Palace een nieuwe toekomst te bieden. 
Maar hij blijft vooral de man die levenslang worstelde met de figuur van zijn vader Rudolf Vanmoerkerke die zijn schaduw bleef werpen op de familie. 
Op 45 jarige leeftijd werd Mark Vanmoerkerke verplicht de met schulden beladen Sunparks vakantieparken over te kopen van het toerismebedrijf van zijn vader. Hij moest eerst lang en hard onderhandelen om de verlieslatende groep te mogen overnemen, daarna volgden lange gesprekken over wat daarvoor moest worden betaald. Hij slaagde er wel in de wankelende groep terug gezond te krijgen om hem tien jaar later winstgevend te verkopen.

Ondertussen waren de spelers aan het wachten op hun loon, omdat de clubkas leeg was. Ze dreigden ermee acties te voeren en voelden zich in hun eisen gesteund door coach Djurovic. 
Die vertelde er wel in één adem wel bij dat hij bereid was het seizoen alsnog uit te spelen met juniores. 

Honderden fans verzamelden in de tribune, en de politie was aanwezig in gevechtskledij. Men had vermoedens dat één en ander niet 'in der minne' zou verlopen. 
’s Avonds laat liet Vlade Djurovic dan een gewaagde uitspraak horen. Vertaald klonk het als volgt: “De spelers van Okapi zijn de beste van België, de supporters van Okapi zijn de beste van Europa, het bestuur van Okapi is great shit!

Op 25 januari belegde het bestuur een crisisvergadering met verscheidene betrokken partijen. 
Ook burgemeester Anny De Maght , hevig supporter van ''n Iendracht en 'n Okapi' verscheen op deze afspraak, hoewel ze eigenlijk niet uitgenodigd was. 
De Maght sprak er, in het bijzijn van enkele honderden supporters, de historische woorden uit: “Als Okapi verdwijnt, vergaat de wereld.”

Na enkele uren kon de burgemeester triomfantelijk stellen dat ze zich samen met schepen Dirk De Meerleer en schepen Willy van Mossevelde garant stelde voor de spelerslonen tijdens het lopende seizoen. Spoedig echter zou ze ook ervaren hoe groot de financiële malaise was bij haar geliefde club. Het strekt haar echter wel tot eer dat ze haar woord altijd heeft gehouden. 
Feit was dat de club toen boven haar stand leefde en geld uitgaf dat ze niet had. Djurovic bijvoorbeeld had toen een maandloon van maar liefst 120.000 frank (3.000 euro). We spreken over bijna 30 jaar geleden!

Terug naar het sportieve nu. 

Door de goede prestaties van het seizoen voordien mocht Okapi Aalst in 1998 op Europees niveau spelen. De vierde plaats leverde de ploeg een plaats op in de toenmalige 'Korac Cup'. In de eerste ronde lootte Okapi het Oostenrijkse Mattersburg.

Het Europese avontuur startte in Leverkusen. Daren Queenan speelde mogelijk zijn beste wedstrijd ooit in Aalsterse loondienst. De Amerikaan was werkelijk onhoudbaar en liet de Duitsers letterlijk en figuurlijk alle hoeken van het terrein zien. 
Met maar liefst 42 punten was hij grote medeverantwoordelijke voor de 79-90 winst. 

Op de tweede speeldag kwam men opnieuw met beide voeten op de grond terecht. Ondanks 28 punten en een fantastische match van andermaal Daren Queenan leed Aalst een nipte 74-71 nederlaag in Parijs. Meteen werd duidelijk dat het toch allemaal niet zo gemakkelijk was, en dat er wel degelijk geknokt zou moeten worden om de tweede plaats te kunnen veroveren. Die gaf immers recht op kwalificatie.

Op de derde speeldag mocht Okapi Aalst een eerste keer in het Forum aantreden. Het was een droom om meteen het grote Barcelona te mogen begroeten. Okapi speelde een degelijke eerste helft en bij de rust stond het 42-50. Hoewel er met veel inzet werd gespeeld, werd toen al duidelijk dat de Spanjaarden toch nog van een ander niveau waren. Barça won uiteindelijk met 82-98. Een schande was deze nederlaag echter zeker niet, vermits de Catalaanse grootheid later dat jaar ook de Europabeker zou winnen.

Speeldag vier. Okapi trad thuis aan tegen Leverkusen, en na de eerdere overwinning in Duitsland dacht men dit varkentje eens snel en gemakkelijk te wassen. Het liep wel eventjes anders. Okapi won weliswaar met een nipte 97-95, maar het had zweet, bloed en tranen gekost. 

Met twee op vier zat men echter nog altijd op schema. De voorlaatste wedstrijd tegen PSG Racing Paris zou cruciaal worden. Opnieuw werd het een bloedstollend verhaal. Pas in de slotminuten kon Aalst de zege veilig stellen vanop de vrijworplijn. De 98-91 winst was wel een stunt. Cijfermatig had men al uitgerekend dat de kans groot was dat beide clubs op de tweede plaats zouden eindigen met drie overwinningen. Vermits Okapi in de lichtstad had verloren met drie punten maar thuis had getriomfeerd met zeven punten verschil, was het onderlinge duel in Aalsters voordeel. Het zou een belangrijk gegeven worden, want de voorspelling kwam uit. Beide ploegen totaliseerden negen punten. Aalst had een doelsaldo van -26, Parijs van +9. De vier punten verschil in de onderlinge confrontaties waren echter bepalend.

Op de laatste speeldag mocht Okapi een galamatch spelen in Barcelona. Beide ploegen waren op dat moment al geplaatst voor de volgende ronde. Vierduizend supporters zakten af naar het Palau Blaugrana dat in de schaduw van het al even bekende Camp Nou ligt. 

Wie dacht dat Barcelona de teugels zou vieren, kwam bedrogen uit. Met Alston, Dordevic, Esteller, Gurovic en Duenas had Barça vijf spelers met dubbele cijfers. Aalst had er met Queenan (18), Vucevic (16) en Jeremic (10) drie. Het was een ongelijke strijd en Okapi verloor met 87-60. Er was echter niemand die er zwaar om maalde. Ze hadden immers de mogelijkheid gekregen om de Sagrada Familia, Park Guell en Camp Nou te zien.

In de derde ronde botste Okapi Aalst opnieuw op een grote naam uit het Europese basketbal: Aeroporti di Roma Virtus. Daren Queenan groeide uit tot Mister Europe. In quasi alle matchen werd hij topschutter. Thuis lukte de Amerikaan 21 punten, maar hij kon niet voorkomen dat zijn ploeg met 64-70 het onderspit moest delven. Ook in Rome speelden de Oilsjteneers zeer goed mee. Toch moest men opnieuw de wet van de sterkste ondergaan. Pessina en Kidd scoorden samen veertig punten voor de thuisploeg en lagen aan de basis van de 88-83 overwinning. 

Okapi was uitgeschakeld, maar wel op het veld van eer.


Sportief bleef het super goed gaan met Okapi Aalst en ook in het seizoen 1999-’00 speelde de ploeg mee met de Belgische top. Elke ploeg in ons land vreesde terecht een verplaatsing naar Aalst, want het thuispubliek mocht dan wel heel kritisch blijven tegenover de eigen ploeg, maar stond ook steeds als één man achter hen.

Lucien Van Kersschaever, dat seizoen coach bij Oostende, verwoordde het na de competitienederlaag van zijn ploeg in Aalst duidelijk in de Gazet van Antwerpen. “Het is helemaal geen schande om bij Okapi de boot in te gaan. Vanavond is eens duidelijk gebleken wat ik weken heb gezegd: Okapi is gewoon de beste ploeg.”

Jammer genoeg opnieuw terug naar de schaduwzijde van het succes ... Okapi Aalst en financiële problemen ... Het is een rode draad die tien jaar lang de club doorkruiste. 

In 1992 bouwde men een ploeg uit die niet overeenkwam met de geldelijke mogelijkheden van de club. Een bestuurslid belandde zelfs even in de gevangenis, omdat hij OCMW-gelden zou gebruikt hebben om de clubkas te spijzen. De stad Aalst moest toen een eerste keer over de brug komen met financiële middelen. Ze deed dit door te zaal te kopen.

Enkele privépersonen met heel goede intenties gebruikten eigen middelen om de club vooruit te helpen. Al even vaak moesten ze echter felle tegenwind trotseren, en het gevolg liet zich natuurlijk raden. Ontmoedigd haakten ze af. Intussen werd de hoogste nood tekens wel gelenigd en kon de club blijven draaien.

Zes jaar later kwam het water opnieuw tot aan de lippen. De passage van Marc Vanmoerkerke bij Okapi Aalst was kort, maar ze bleef niet onopgemerkt. De zoon van Rudolf Vanmoerkerke wou de concurrentiestrijd aangaan met zijn vader die al jaren de leiding had over Oostende. 

Er werd een heuse kampioensploeg aangetrokken. Sportief oogde het allemaal heel mooi, maar de meeste spelers hadden lonen die uiteraard niet in verhouding waren tot het 'beperkte' budget van Aalst.

Een jaar later verloor Okapi twee wedstrijden omdat de bondsschulden niet waren vereffend. Voor het eerst had het financiële rechtstreeks gevolgen op het sportieve. Annie De Maght stelde zich toen persoonlijk garant om de spelerslonen te betalen. Dit was geen belletje meer dat rinkelde, maar een heel orkest dat valse noten speelde. De buitenwereld was niet langer blind voor de tekortkomingen van de club.

Op het einde van het seizoen 1999-’00 mengden ook de supporters zich in de debatten. Die namen het op voor coach Brad Dean. Het bestuur luisterde echter niet naar hen en liet Vlade Djurovic terugkeren. Die had een jaar eerder de club moeten verlaten, omdat men hem te duur vond. Als reden voor die keuze gaf het bestuur op dat Djurovic goedkope spelers uit Oost-Europa naar Aalst kon halen, die dan later met veel winst konden doorverkocht worden. De FIBA had immers besloten dat de Europese landsgrenzen helemaal wegvielen en Oostblokkers niet langer meer als vreemdelingen werden beschouwd.

Intussen begonnen de straffe verhalen over slecht management – om niet te spreken over wantoestanden of zelfs fraude – zich op te stapelen.

Deze extra-sportieve malaise binnen de club bereikte in het voorjaar van 2001 een triest hoogtepunt. Betalingen werden niet uitgevoerd, spelers werden laattijdig of niet betaald. Op een bepaald moment werden er zelfs ongedekte cheques uitgegeven. Het liet zich raden dat dit nieuws snel verspreid raakte in de media. 
Het zorgde er onder andere voor dat ook het VRT-duidingsmagazine Terzake naar het Forum afreisde voor een reportage. Er werd gewag gemaakt van een financiële put van 80.000.000 frank (2.000.000 euro) tot 100.000.000 frank (2.500.000 euro). Exacte cijfers zullen er waarschijnlijk nooit komen, maar voor de buitenwereld werd het meer en meer duidelijk dat Okapi een zinkend schip was.

In de eerste plaats werd er met de vinger gewezen naar manager Patrick De Cock. 

Het klopt inderdaad dat De Cock meer geld uitgaf dan hij in handen had. Hij zou ook door het gerecht veroordeeld worden wegens oplichting, maar die straf had niets met Okapi te maken. 

De Cock werd toen veroordeeld voor feiten die dateerden van het einde van de jaren negentig. In twee gevallen had hij geld afhandig gemaakt van vrouwen met wie hij een verhouding had met valse beloften over winstgevende investeringen. In een andere zaak moest hij zich verantwoorden voor oplichting van de Citybank. 
Door middel van valse loonfiches had hij een lening voor de aankoop van een wagen gekregen die hij nooit heeft terugbetaald. De Cock werd in oktober 2002 bij verstek veroordeeld. In april 2003 zou het Gentse Hof van Beroep hem veroordelen tot een één jaar cel. De Cock was ook in het voetbal actief bij Eendracht Aalst en RWDM.

Het was uitstel van executie en het water stond Okapi aan de lippen. Op 3 mei 2001 vroegen de advocaten van de Belgische staat voor de rechtbank van Dendermonde om basketclub Okapi Aalst te ontbinden. De club had toen meer dan 50.000.000 frank (1.250.000 euro) schulden aan RSZ, belastingen en BTW. Deze cijfers kunnen wel exact weergegeven worden.

Op 14 juni 2001 heeft de rechtbank van eerste aanleg de ontbinding van Okapi Aalst effectief uitgesproken.


Aalst zonder basketbal? 

Het leek bijna een onmogelijke gedachte. Toch was het faillissement een feit. Veel mensen vonden het zeer bedroevend, maar aanvankelijk voelden er weinigen zich geroepen om hulp te bieden. Het gevolg van het financieel falen was dat Okapi Aalst een jaar uit competitie verdween. 
Een complete heropstart was nodig en dat kostte tijd, ook al omdat de definitieve rechterlijke uitspraak er pas laat in het voorjaar kwam.

Willy Steveniers en John Loridon waren uithangborden om een nieuw project op te starten, maar uiteraard was er ook steun nodig vanuit Aalsterse hoek, en dat bleek de burgemeester te zijn. Burgemeester Anny De Maght bleef haar club immers trouw, en ook schepen van sport Willy Van Mossevelde stelde zich loyaal op. De twee politici waren wat minder luidruchtig dan een jaar eerder, maar waren echt wel bekommerd om de wederopbouw van ‘den Okapi’.

Met enkele geëngageerde Okapi mensen is toen de vzw Okapi Aalstar opgericht. In eerste instantie was het de bedoeling om de vele jeugdploegen van Okapi een onderdak te bieden, maar de nieuwe beleidsploeg achter Aalstar wou toch ook opnieuw het basketbalfeestje naar Aalst brengen, en dat op een zo hoog mogelijk niveau.

In het voorjaar 2002 raakte bekend dat derdeklasser BT Ronse op het einde van het seizoen zou ophouden te bestaan. Voor de nieuwe equipe van Okapi kwam dit nieuws als een godsgeschenk. Een aantal administratieve zaken moesten eerst afgehandeld worden bij de basketbond, maar uiteindelijk kon Okapi het stamnummer 0249 overnemen van het opgedoekte Ronse.

Het goede nieuws kreeg dan blijkbaar ook nog een positief staartje. Hoewel hun club alle basketactiviteiten op het einde van het seizoen zou stopzetten, bleven de Ronsenaren op het veld het beste van zichzelf geven. In die mate zelfs dat de club als derde in de eindstand na het seizoen in Mechelen een testwedstrijd mocht spelen om te promoveren naar tweede provinciale. Ronse moest in mei aantreden tegen Vatana Beringen en haalde het met overduidelijke 83-57 cijfers. Ronse promoveerde effectief naar tweede, maar het zou Okapi zijn dat daarvan kon profiteren. Het hoeft geen betoog dat de vreugde in het Forum zeer groot was.
Waarschijnlijk is men nog nooit zo blij geweest met de promotie van een ander team.

Het nieuwe Okapi kon na een inactiviteit van één jaar dus herbeginnen met een propere lei. Een nieuwe basketclub was geboren op oude fundamenten: Okapi Aalstar.


Het nieuwe Okapi Aalstar werd boven de doopvont gehouden, maar in de volksmond bleef iedereen het natuurlijk ook gewoon over ‘den Okapi’ hebben.

Edwin Schorreel werd in 2002 aangesteld als nieuwe voorzitter van Okapi Aalstar en met vernieuwde moed ging het nieuwe bestuur met heel wat ambities opnieuw van start.

Ronny Bayer had in het Belgische basketbal alles bewezen. Frank Van Impe keerde terug naar de oude stal. Ook Joost Van De Vondel – de oudere broer van Thomas – onderschreef een verbintenis in Aalst. En ook Werner Van Nimmen begon aan een tweede leven in het Forum. Antwerpenaar Ivan Bleyenbergh werd aangesteld als coach. Chris Van Der Eecken werd zijn assistent. Het duo kon beschikken over enkele anciens die de kar moesten trekken.

Een aantal supporters waren van mening dat het bestuur een promotie naar eerste nationale niet zag zitten en het klopt inderdaad dat een meerderheid van de bewindslieden het eigenlijk (logischerwijs?) nog te vroeg achtte om de stap naar het hoogste basketlevel te zetten. 
Toch bleef de twijfel aan de gedachte dat Okapi toen bewust niet wou promoveren. Niemand verliest graag een streekderby tegen Gent met bijna vijftig punten verschil, dus waarom kon dat toen 'zomaar' gebeuren?  Zestien jaar na de feiten werd de twijfel hieromtrent weggenomen door Edwin Schorreel. “In Gent werd er bewust verloren. Of laat ons zeggen dat de nederlaag ons zeer goed uitkwam. Financieel waren we na dat eerste jaar nog niet klaar om te promoveren.”

Met Brad Dean haalde het clubbestuur een oudgediende in huis. De Amerikaan was in het seizoen 1999-2000 al aan de slag geweest in het Forum, liet toen een goede indruk na en stond dus opnieuw klaar om er het beste van te maken voor Aalst.

Voor aanvang van het seizoen maakte het bestuur dan heel duidelijk dat deelname aan de play-offs in tweede klasse niet voldoende was. Men moest resoluut gaan voor de titel én de promotie.

Okapi haalde het tenslotte en keerde na vijf jaar terug naar eerste nationale, een plaats waar ze uiteindelijk thuishoorden.

De sterkhouders van tweede klasse (Gonzales, De Bel, Kalut, Van Nimmen, Tison en Goethaert) konden aan boord worden gehouden. Het zestal vormde al een degelijke basis op zich, maar de clubleiding besefte dat er toch nog meer nodig was om op een degelijke manier te kunnen meedraaien op het hoogste niveau.

Voor het seizoen 2006-’07 werden opnieuw drie topspelers uit Amerika in huis gehaald. 

Trevor Huffman was een intelligente spelverdeler die nog van zich zou laten horen de komende jaren. Adam Hall was een vleugelspeler die vlot de weg naar de korf vond. Wes Wilkinson was een jonge bordenspeler, maar het was voor de basketwereld duidelijk dat hij over veel talent beschikte. Als vijfde Amerikaan had men Eric Poole. Deze was niet meteen de meest opvallende man op het terrein, maar deed wel veel en nuttig werk. Op het vlak van scouting had Okapi alvast de hoofdvogel afgeschoten

Seizoen 2008-2009. Net voor aanvang van de play-offs ontplofte er een bom in Aalst. In de media raakte bekend dat Trevor Huffman, Matt Lojeski en Stéphane Pelle voor het komende seizoen een contract hadden ondertekend in Oostende. 
De kustploeg had er een teleurstellend jaar opzitten en moest vrede nemen met een zevende plaats. 
Het 'grote' Oostende haalde dus zelfs de play-offs niet. 
De transfer van het gouden Aalsterse drietal deed veel stof opwaaien. In Het Laatste Nieuws klonk het op 13 mei 2009 als ‘Ruikt naar competitevervalsing’. Het Nieuwsblad blokletterde ‘Okapi Aalstar reageert ziedend op ‘laffe’ Oostendse spelersroof.’ en zelfs Sport/Voetbalmagazine had het over ‘Opschudding in basketland’. 

Het bestuur van Okapi Aalstar reageerde via een perscommuniqué op de gebeurtenissen. “Dit ruikt naar competitievervalsing … Door bij hun zwart beest drie spelers weg te plukken, hopen ze wellicht het gemis aan enige sportieve kennis en zwak management te verdoezelen.”

De timing van Oostende was op zijn zachtst gezegd ongelukkig gekozen. De competitie was nog bezig. Oostende dreigde uit de boot te vallen voor de play-offs en Okapi wist nog niet op welke plaats de ploeg zou eindigen in de reguliere competitie. Aalstar vroeg aan de Liga om een onderzoek te doen naar de transferpraktijken van Oostende.

11 jaar na de feiten blikt manager Danny Verhulst in een interview terug op de gebeurtenissen. “Alles was georkestreerd door Johan Vande Lanotte. Hij nodigde me nadien in het Gentse Pakhuis uit om samen te dineren. Daar kwam hij tot de conclusie dat hij ons geen uitleg verschuldigd was. Hij legde de bal in het kamp van de agents. Een paar jaar later zou Vande Lanotte dezelfde houding aannemen bij de transfer van Ryan Thompson. Die stelde dat hij na de competitie naar het buitenland zou gaan, maar hij had twee maanden eerder al aan de kust getekend.”

Vanaf dat moment zal BCO voor eeuwig en altijd vijand nummer 1 blijven!

De overgang die het meeste ophef zou maken was die van Chris Copeland in het seizoen 2010-2011. Chris was afkomstig van Colorado en testte voordien bij Barcelona, maar lukte daar niet. 
Yves Defraigne zag hem nadien in Nederland aan het werk en nam hem mee naar Trier. Daar had hij het aanvankelijk moeilijk met het dagelijks harde trainingsregime. Op een bepaald moment zag Copeland het niet meer zitten en verliet hij de training. Defraigne antwoordde dat hij hem nooit meer wou zien, als hij door de deur stapte. Copeland zette door, maar na de training werden de plooien gladgestreken. Je mag rustig stellen dat Defraigne zijn carrière gered heeft. Nadien bloeide hij onder Dean helemaal open.

Mister Copeland  bleef 'hot', ook in 2011-2012.  Op de derde speeldag ontving Okapi toen Oostende. De gevoeligheid was, ondanks bovenstaande beschreven redenen, nog altijd groot aan beide kanten. 
Aalstar maakte echter brandhout van de kustploeg en het werd maar liefst 104-85. 
Copeland was met 39 punten (na de rust was hij goed voor 29 punten!) dé grote uitblinker. 

Op de persconferentie na de match stelde Oostendenaar Jean-Marc Jaumin dat de arbitrage een echte schande was. “In Aalst moet je altijd afrekenen met deze toestanden, maar met acht tegen vijf sta je kansloos. Petrovic werd zelfs een neusbreuk geslagen.”

Coach Brad Dean loofde in zijn analyse achteraf dat zijn ploeg gezond agressief had gespeeld, maar Oostende-Manager Philip De Baere onderbrak Dean – wat zeer ongebruikelijk is op een persconferentie – en nam andermaal de ‘thuisarbitrage’ op de korrel. 
Daarop viel de minzame Dean een zeldzame keer uit zijn rol. Hij bonkte letterlijk met de vuist op tafel en brulde ziedend. “Het is altijd hetzelfde liedje als Oostende op bezoek komt. Na elke nederlaag wordt de schuld bij de arbitrage gelegd. Bij Okapi feliciteren we na de match telkens de tegenstander, ook als we ons bij een bezoek aan Oostende in de zak voelen gezet. Enkel dankzij onze fantasietjes in de slotfase ontsnapte Oostende aan een veertiger verschil. Dan naar de arbitrage wijzen, is een brug te ver.

Ook de wedstrijd thuis tegen Charleroi werd memorabel, zij het dan wel om sportieve(re) redenen. Kruger sukkelde met de voet, Fox met de knie, Jackson met de schouder, Gaddefors met de heup en Steinbach lag ziek in bed maar één man kon het allemaal niet deren: inderdaad : Chris Copeland. 

De minzame Amerikaan scoorde ongelooflijk veel met maar liefst 45 punten (75 procent) en kreeg een computerwaarde van +53! Het werd een seizoenrecord, en wat nog belangrijker was : het gehavende Okapi won met 91-90!

Het verhaal kreeg echter nog een staartje. Of het goed of slecht nieuws was, mag U zelf uitmaken. 

Aalstar kreeg een telefoontje van een NBA-scout. Die wou de wedstrijd tegen Charleroi eigenlijk zien om de Georgiër Tornike Shengelia (die toen bij de Carolo's speelde) aan het werk te zien.
Toen hij Copeland echter aan het werk zag, vergat hij Shengelia helemaal. Copeland werd onmiddellijk gecontacteerd door New York Knicks. 
Geen enkele ploegmanager staat graag een sterspeler af aan een andere ploeg, maar in Aalst zijn ze nog altijd fier op Copeland. Niet elke club kan een speler afleveren aan de NBA. Shengelia zou trouwens later nog bij de Brooklyn Nets en Chicago Bulls aan de slag gaan.

Op paasmaandag 9 april 2012 mocht Okapi Aalstar de finale van de beker van België spelen in de Antwerpse Lotto Arena. De tegenstander werd … Antwerp Giants dat in de halve finale afgerekend had met Bergen. 
De supporters begonnen onmiddellijk wilde plannen te smeden.

Okapi was officieel de thuisploeg. Het eerste quarter (20-18) bracht nauwelijks afscheiding. Kort voor de rust kon Salah Mejri de sinjoren toch een 35-39 voorsprong bezorgen. Na de pauze liepen de Giants zelfs 45-61 uit. Wilson, Moors en Black leken de rode loper uit te rollen voor een derde Antwerpse bekerwinst in twaalf jaar tijd. Mejri en Wilson vielen echter uit met vijf fouten. Het was een kantelmoment in de match. 
Aalstar ging ‘groot’ spelen met Young, Fox en Copeland op het terrein en Kruger lukte maar liefst veertien vrijworpen op rij. Beetje bij beetje kwamen de Aalstenaren weer in de match.

De finale van de finale werd bloedstollend. Op zeven seconden van het einde kwam Okapi 75-73 voor. Michael Roll kon in de slotseconde alsnog scoren. 75-75. Een verlenging diende zich dus aan en in die vijf minuten extra speeltijd nam Okapi onmiddellijk het heft in handen. 
Kevin Kruger ontpopte zich tot man van de match. Copeland en Young speelden goed, maar het was toch wel Kruger die na de rust de finale volledig naar zijn hand kon zetten. Hij leidde met 31 punten zijn ploeg naar een historische 96-89 bekerzege tegen Antwerp Giants. Een hoofdstuk met gouden letters was geschreven.


De supporters maakten er naar Aalsterse gewoonte een feest van. De Blue Armada trok met meer dan 25 autobussen naar de uitverkochte Lotto Arena. Nog eens honderden mensen volgden met eigen vervoer. De thuisblijvers konden in het Forum terecht, waar ze de match op een groot scherm volgden. Achteraf hoorde ook daar natuurlijk een feest bij.

Chris Copeland reageerde te midden van de euforie. “We hadden het moeilijk om in ons ritme te komen en botsten op een superieure Mejri. Tot de rust konden we aanklampen, maar in het derde quarter moesten we de wet van de sterkste ondergaan. We konden veertien punten achterstand ombuigen in een voorsprong, maar finaal sleepten de Giants een verlenging uit de brand. Kruger en Young bleven kalm in moneytime. De bekerzege was één van de redenen waarom ik een jaar langer bleef in Aalst. De club was hongerig en dat rook je overal. Okapi was niet langer een meeloper, maar behoorde definitief tot de top van het Belgische basketbal.

Ook matchwinnaar Kevin Kruger deelde in de vreugde. “De finale was voor elke speler het hoogtepunt van het seizoen. We hadden echt naar die ultieme match toegeleefd, maar na de rust dreigden we het deksel op de neus te krijgen. De Giants zagen bepalende spelers uitvallen door foutenlast. Op dat moment is Okapi overeind gekomen. Het was een hoogstaande finale die ik me tot het einde der dagen zal blijven herinneren".

De jaren nadien speelde Okapi onder Brad Dean verschillende finales van de play-offs. Nooit werd de titel binnen gehaald, twee keer was Okapi er dicht bij maar werd de beslissende wedstrijd telkens verloren. Een meer professionele aanpak van de kustploeg – zij stonden op het terrein terwijl onze spelers en coachingstaff samen gingen eten – kwam duidelijk naar voor wanneer Oostende Okapi vanaf minuut 1 bij de keel greep.

Op 22 december 2014 werd heel de Okapifamilie opgeschrikt door het overlijden van Nate Fox. De Amerikaan had in het seizoen 2011-’12 zijn Europese carrière in schoonheid afgesloten in Aalst. Met Okapi had hij de beker van België gewonnen. Nadien keerde hij terug naar zijn geboorteland.

Nauwelijks twee jaar later werd Nate Fox vermoord in zijn woonplaats Bloomingdale, een voorstad van Chicago. Hij was amper 37 jaar oud geworden.

Nauwelijks vier maanden na het overlijden van Nate Fox werd Okapi een tweede keer opgeschrikt. Op 8 april 2016 werd Chris Copeland twee keer in zijn buik geschoten
De schietpartij vond plaats op de stoep van nachtclub "1 Oak" in de wijk Chelsea in Manhattan. Copeland was op dat moment in dienst van de Indiana Pacers en speelde een uitwedstrijd tegen zijn ex-club New York Knicks.

In de loop van het seizoen werd het voor de buitenwereld meer en meer duidelijk dat Brad Dean na negen seizoenen als coach van Okapi Aalstar afscheid zou nemen van de club. Dean zag een terugkeer naar de States vooral zitten omwille van zijn studerende kinderen, maar het dient ook gezegd dat een groot aantal mensen een vernieuwing wel zagen zitten. 
Steve Ibens mocht als eerste de opvolging voorzien. Steve slaagde niet echt in zijn opdracht. Ook De doortocht van Jean-Marc Jaumin strandde voortijdig. Trevor Huffman leek dan weer niet in de wieg gelegd te zijn als head-coach en koos zelf om een andere carrière uit te bouwen.

Okapi Aalstar kreeg een nieuwe hoofdsponsor: Crelan. Eén van de doelstellingen was opnieuw meer Belgen te laten spelen en terug langere spelers te zoeken. In dit seizoen strandde Okapi in de finale tegen Oostende, waardoor het vice-kampioen werd.

2018-2019 werd opnieuw een moeilijk seizoen voor Crelan Okpai Aalstar met het ontslag van trainer Jean-Marc Jaumain en een teleurstellende zesde plaats. Crelan Okapi Aalstar verloor kansloos in de eerste ronde van de play-offs van kampioen Oostende.

De vzw Okapi Aalstar bleek uitgespeeld en bovendien - opnieuw - een heleboel schulden te kennen. 

Tijd dus voor een nieuwe overname en een jammere, stille dood van Aalstar. BC Okapi Aalst werd opnieuw geboren. 
De oude naam,  het Okapi DNA en het terug brengen van de vibe was voor de overnemers hét allerbelangrijkste.

Patrick Boterbergh werd voorzitter, Peter Venneman CEO en Anthony Mallego Sportief Manager…

Een nieuw hoofdstuk werd gestart, we schrijven anno 2020. Corona vertraagde echter de ambitie en de mogelijkheden maar toch werden de nieuwe ambities niet onder stoelen of banken gestoken. 

Het team kwam er stilletjesaan terug bovenop en op op 16 mei 2024 verscheen de jaarlijkse open brief van het bestuur naar de supporters en belanghebbenden met de samenvatting van het voorbije seizoen. 

Hierbij de volledige brief : 

"Beste fans, sponsors, medewerkers en sympathisanten,

Zoals elk jaar streeft het bestuur ernaar om jullie een transparante en eerlijke inkijk in onze organisatie te bieden middels deze open brief.

Allereerst moeten we toegeven dat het sportief een moeilijk seizoen was. Na een verrassend sterk seizoen in 22/23, waarin we boven alle verwachtingen uitstegen, liet onze eerste overwinning dit jaar lang op zich wachten.

Ondanks deze moeilijke periode, waarin we enkele nipte en pijnlijke nederlagen hebben geleden (tegen teams als Kortrijk, Limburg, Oostende, en Mons), bleef onze ploeg wekelijks strijden voor die eerste overwinning. Jullie onophoudelijke steun hierbij was een enorm en ongezien, denk maar aan de staande ovatie na het nipte thuisverlies tegen Oostende.

Geen enkele andere Belgische club zou kunnen rekenen op een dergelijke onvoorwaardelijke steun na zoveel nipte nederlagen. Toen we na een schitterende comeback de eerste overwinning tegen Mechelen binnenhaalden, was de vreugde dan ook enorm. Dit was de start van een betere reeks met een aantal mooie overwinningen, waaronder de zinderende carnavalsmatch tegen Kortrijk.

Jullie steun is voor ons als bestuur van onschatbare waarde en geeft ons de kracht en energie om te blijven vechten voor het voortbestaan van onze club.

ONZE FANS ZIJN EN BLIJVEN DE BESTE!

Financieel gezien stevenen we voor het tweede jaar op rij af op een break-even resultaat. De licentie voor het seizoen 24/25 is veiliggesteld en het derde jaar (van de 9 van onze coronalening is volledig afgelost.

De eerlijkheid gebiedt ons te zeggen dat dit geen evidentie is en dat we de jaarlijkse aflossing van €120.000 aan de coronalening uiteraard liever zouden investeren in het team.

We willen graag benadrukken dat dit onmogelijk zou zijn zonder de inspanningen van de talloze vrijwilligers die onze club een warm hart toedragen. Hierbij willen we zeker een extra pluim geven aan de mensen van OSIRIS, in een samenwerking die elk seizoen steeds beter functioneert.

Het seizoen 24/25 wordt een feestjaar, waarin onze club haar 75e verjaardag viert. Ondanks de financiële voorzichtigheid blijven we hard doorwerken aan de duurzame groei van onze club. We zijn nog steeds op zoek naar een naamsponsor voor onze club, zodat we ook sportief de nodige stappen kunnen nemen.

We hopen dat de burgemeester met de Stad Aalst op gepaste wijze de viering van de 75e verjaardag van een van haar twee traditie clubs positief zal ondersteunen.

Sportief gezien zal onze technische staf leren van de ervaringen van de afgelopen seizoenen, met als doel uiteraard een betere start te nemen in het nieuwe seizoen en de eerste overwinning deze keer wel snel te pakken!

In de komende dagen en weken zullen we meer details geven over de samenstelling van onze sportieve staf en spelersgroep voor het seizoen 24/25.

We mogen ook fier zijn dat we de abonnees die tijdens het publiekloze coronaseizoen 2020/2021 een abonnement hadden en abonnee bleven, over een periode van drie jaar hebben kunnen compenseren via een jaarlijkse korting.

Komend seizoen zal er terug één uniforme abonnementsprijs gelden, maar we kunnen nu al verklappen dat de traditionele prijzen worden verlaagd. Met de nieuwe BNXT-competitieformule zullen er meer thuiswedstrijden zijn (19 ipv 16), waardoor het voordeel voor abonnees per wedstrijd nog groter zal zijn dan met de corona-abonnementen.

Hou de komende dagen onze website en socials in de gaten voor meer nieuws. En laat ons volgend seizoen van het 75e jubileumjaar van onze geliefde club een groot feest maken!

AAL TESAUMEN!"

2024 ... Het 75 ste jaar dus al voor 'den Okapi' ... en dat kent, in tegenstelling tot de voetballers van de stad, alvast met zekerheid een vervolg.
 
Op 16 mei kwam immers de melding dat 'Den Okapi' ook voor volgend seizoen de licentie te pakken heeft. 
Dat zal trouwens gebeuren onder een nieuwe trainer ... Met de komst van Headcoach Eddy Casteels wil Okapi Aalst zijn ambities nadrukkelijk onderstrepen om dit jeugdproject naar een volgende level trachten te laten evolueren. Eddy Casteels is een coach met naam en faam binnen de Belgische basketbalwereld en is dus de opvolger van Thomas Crab, met wie de samenwerking na 2,5 seizoenen werd stopgezet

Die   'A a l    t e s a u m e n'   speelt zich trouwens bij de thuismatchen af in een schitterende zaal, het forum

Het Okapi Forum is sinds 1992 de thuishaven van Okapi Aalst, toen de club verhuisde van sportzaal “De Burcht” in het centrum van Aalst.

Doorheen de jaren zijn er verschillende uitbreidingswerkzaamheden uitgevoerd aan het Forum. De laatste uitbreiding dateert van 2012 wanneer er 2 nieuwe hoektribunes werden gebouwd, het restaurant werd uitgebreid met aansluitend een Viptribune aan het restaurant.

Adres: Albrechtlaan 115, 9300 Aalst
Capaciteit: 2.800 plaatsen
Bezoekerstribunes: 156 plaatsen


In 2023 kreeg de taverne op het 1ste verdiep trouwens een volledige opfrisbeurt, samen met het clubrestaurant dat vanaf dat ogenblik als 'Conversal Restaurant' door het leven zal gaan.


Bekendste oud (top)spelers van Okapi Aalst waren:

Bart D'Haese
Boro Vucevic
Charles Pittman
Chris Copeland
Danny Huylebroeck
Darren Engeland
Darren Queenan
Dirk Schellinck
Frank Van Impe 
Harry Bads
Kaklien Coppieters
Jan Roovers
Joren Vermoesen
Jorn Steinbach
Marcel Van De Keer
Mike Doyle
Ollie Foucart
Pieter Loridon
Roger Veldeman
Stephane Morris
Steve Ibens
Sven Veldeman
Thomas Foucart
Thomas Van Den Spiegel
Werner Van Nimmen
 
 
Erelijst

Beker van België :     winnaar (1x): 2012 (finalist (3x): 1964, 1998, 2013)

Belgisch kampioen : Tweede (3x): 2011, 2014, 2016

Belgische Supercup : winnaar (2x): 2012, 2013



Bronnen

Een forum voor ons allen - Erik Vandeweyer (uitgeverij Flying Pencil)
Okapiaalst.be
trends.be 26/09/2013
gva.be 14/06/2001
De Standaard 04/05/2001
HLN 09/06/2020

Geen opmerkingen:

Een reactie posten