Nieuws uit Aalst

--------- Profiesjat Prinsj Karel 'Sjalen' Van de Winkel !!! ------- 't Principoilsjte vandaug es da ge ni te veil complementen mokt en genietj van 't leiven ! - - - - - - - Covid-19 : Blijf aub toch voorzichtig en denk aan uw medemens !! - - - - - - - Deel enkel berichten van officiële bronnen om fake news te vermijden !!! - - - - - - - -
Posts tonen met het label industrie/fabrieken. Alle posts tonen
Posts tonen met het label industrie/fabrieken. Alle posts tonen

zaterdag 21 december 2024

Tupperware

De producten van het merk Tupperware maakten hun debuut in 1946, aan het begin van een revolutionaire periode in de naoorlogse geschiedenis. 
Ook België, en meer bepaald ons eigen 'Oilsjt' werd een belangrijke schakel in dit bedrijf. 
Jarenlang produceerde men hier immers de gekende 'potjes' ... 
In 2024 kwam er slecht nieuws voor de firma, en ook de Belgische tak van de firma.


Het was scheikundige
Earl Tupper die een vonk van inspiratie kreeg toen hij gietvormen aan het maken was in een kunststoffenfabriek. 


Hij ging aan de slag met het idee dat, indien hij een hermetische afsluiting kon ontwerpen voor plastic opslagverpakkingen, zoals die in van een verfpot, hij de door de oorlog getroffen gezinnen misschien wel eens zou kunnen helpen om geld te besparen op kostbare voedselverspilling. 

Het idee, dat uiteindelijk leidde tot de huidige karakteristieke verpakking, heeft doorheen de jaren inderdaad bijgedragen tot het ontstaan van de huidige, kwaliteitsvolle, bewaardozen en heeft een revolutie teweeggebracht in de manier waarop voedsel wordt bewaard, geserveerd en bereid.

De afgelopen 60 jaar hebben de producten van het merk Tupperware de veranderende trends op de voet steeds gevolgd. 
Van de voorstadsbeweging tot de feministische revolutie van de jaren 1960 tot de “cocooning” van de jaren 1990, Tupperware voegde voortdurend een unieke organisatorische touch toe aan het leven en de keuken van iedereen.

Of het nu de revolutie van het koken in de microgolfoven is, die gezinnen met tijdgebrek helpt om gezonde maaltijden sneller en gemakkelijker te bereiden, of het telen van groenten in de ruimte met NASA, alles wat we doen wordt gedreven door de wens om tijd, geld, ruimte, voedsel en energie te helpen besparen. Tot op de dag van vandaag blijft Tupperware dan ook innoveren voor het welzijn van mensen en onze planeet.

Tupperware Brands Corporation is nog steeds één van de grootste distributeurs wereldwijd van innovatieve producten onder meerdere merken. De producten omvatten designgerichte bereidings-, opslag- en dienstenoplossingen voor de keuken en thuis.

Naast het merk Tupperware, en dit is in onze contreien misschien minder bekend, biedt Tupperware Brands Corporation ook schoonheids- en verzorgingsproducten aan met de merken Avroy Shlain, Fuller Cosmetics, NaturCare, Nutrimetics en Nuvo.

De scheikundige Earl Tupper was dé pionier in het gebruik van polyethyleen voor huishoudelijke toepassingen, en amper vier jaar na de oprichting (1944) van zijn Tupperwarebedrijf werd de eerste – voor iedereen wel bekende - home party gelanceerd. 

Het eigenlijke huis-aan-huis verkoopsysteem werd in 1951 ontwikkeld door Brownie Wise, een voormalige verkoopsagente van Tupperware. Zij werd in 1958 ontslagen vanwege een meningsverschil met Earl Tupper over de bedrijfsactiviteiten. 

Misschien heb je wel al eens een workshop of demonstratie van Tupperware bijgewoond of zelf georganiseerd. Vergeet de statische vergaderingen in de saaie vergaderzalen, en verhuis de hele boel naar de huiselijke sfeer!

Dat concept werd zo'n groot succes dat de producten op den duur eigenlijk enkel nog verkocht werden op deze thuis-demonstraties.

Niet enkel het bedrijf zelf, maar ook het bedrijfslogo heeft in de loop der jaren een evolutie meegemaakt. Van bij de oprichting in 1944 tot in 1951 werd een eerste simpele versie losgelaten op de mensen.

Deze eerste variant bevatte enkel de naam van het merk, gemaakt in zwarte handgeschreven letters op een witte achtergrond. Van de letters besteedde de auteur speciale aandacht aan de “T” en “W.” 


Hoewel alle letters in de naam met een hoofdletter waren geschreven, is het enkel de “T” groter geschreven werd. Tegelijkertijd werd de horizontale lijn in beide richtingen aanzienlijk vergroot. De “W” ziet eruit alsof het geen op zichzelf staande letter is, maar wel bestaat uit twee “V’s” die over elkaar heen zijn geplaatst.

Van 1951 tot 1958 veranderde het logo. 

Deze variant was vrijwel volledig identiek aan de originele versie, maar men gebruikte 'dubbele' letters.
Naast de hoofdinscriptie heeft de auteur ook de slogan van de organisatie toegevoegd, "Een luchtdichte zaak voor versheid.


Bovendien werd toen ook het copyrightmerk ® aan het logo toegevoegd, wat duidt op handelsmerkregistratie.

Tussen 1958 en 1974 keerde men eigenlijk terug naar het basisontwerp. 

Het bedrijfslogo werd teruggezet naar de originele versie, op enkele uitzonderingen na. Alle lijnen en contouren in de symbolen bleven wel behouden, maar de auteur probeerde ze helderder en krachtiger te maken, zodat de afbeelding een gevoel van macht en vertrouwen bij de klanten zou overbrengen. Alle aanvullende elementen werden verwijderd. Het gaat hierbij niet alleen om het ®-teken, maar ook om de slogan.

Het was ook in die periode, meer bepaald op 31 mei 1961, dat Rexall Manufacturing of Belgium zich in de voormalige katoenspinnerij en -weverij, waarvan hierboven sprake was, vestigde. 

Waarom het bedrijf voor Aalst koos? 

Wel, Aalst beschikt over snelle en regelmatige treinverbindingen met de hoofdstad, wordt doorkruist door een belangrijke autoweg en bevindt zich niet zo ver van de luchthaven van Zaventem. Interessant dus voor het vervoer van passagiers en goederen. 
Daarenboven beschikte onze streek over een belangrijke reserve aan arbeidskrachten. 

Bij de inhuldiging van het nieuwe industriepark (te Erembodegem) werden volgende gevleugelde woorden uitgesproken door de heer L. Moyersoen (voorzitter van het aktiecomité). 
"...    Hier te Erembodegem werden twee belangrijke fabrieken, waarvan de activiteit praktisch stilgevallen was, in bedrijf genomen door nieuwe ondernemingen. Op enkele honderden meter van hier rijst de hoge schouw van de voormalige 'Eolienne', waarop de woorden 'Tupperware' verkondigen dat voortaan aldaar op Europese schaal plastieke huishoudartiekelen worden vervaardigd, op inititatief van de machtige Amerikaanse Rexall Manufacturing of Belgium';
Op dit ogenblik zijn aldaar reeds 255 werknemers te werk gesteld, waarvan 103 in Erembodegem wonen ..."
Tupperware Aalst was geboren, en het werd daarmee ook de eerste fabriek buiten de Verenigde Staten. 
Deze vestiging in Aalst speelde sindsdien trouwens een heel prominente rol binnen de groep. Zo werden naast Orlando (Florida) enkel in ons eigen 'Oilsjt' nog nieuwe producten ontwikkeld.

Hier een fotootje van de allereerste, goed bewaarde, Tupperware-machine in Erembodegem. 


In 1963 veranderde de naam naar 'Tupperware Europe NV', maar amper een jaartje later werd dat 'Rexall Belgium NV"

Bij Tupperware Aalst werkten in die periode ruim 500 werknemers, meer bepaald om en bij de 350 arbeiders en 170 bedienden. 
De site in Aalst was onder meer verantwoordelijk voor het onderhoud van alle Europese matrijzen en zou dat ook na de verhuis in 2007 blijven doen. Ook de R&D activiteit blijft. 

Er werd niet alleen geproduceerd,  er was eveneens een cel "development and testing" om de goede kwaliteit te blijven garanderen waaraan Tupperware zijn naam te danken heeft.
Wie spreekt van een fabriek denkt natuurlijk ook aan de onlosmakelijk verbonden 'logistiek' die daar mee gepaard gaat. Van hieruit vertrokken immers materialen naar de Belgische Verdelers, maar ook naar de overige Europese landen.
Op de site Aalst waren er eveneens verscheidene administratieve diensten ondergebracht.

In 1965 was er echter ook sprake van 'nervositeit' binnen het bedrijf. 
In 'Voor allen' van 10 juli dat jaar lezen we : 
"In de (Amerikaanse) scheikundige bedrijven Tupperware en Gates Europe te Erembodegem broeit er wat. 
Het eerste wat opvalt wanneer men een arbeider van deze bedrijven spreekt, is zijn nervositeit om niet te spreken van gejaagdheid. 
... Dit verwondert ons geenszins als men weet aan welk tempo in deze fabrieken moet gewerkt worden. 
Het is wel waar dat in om het even welk bedrijf tegenwoordig aan tempo gewerkt wordt, maar de fabrieken van Erembodegem spannen hierin zeker de kroon. Daarbij komt dan nog de voortdurende opjaging waaraan de werkers blootgesteld worden. Voegt men hierbij het uiterst lage minimumloon van 36,15 frank per uur, dan baart het zeker geen verwondering te vernemen dat reeds tal van arbeiders er de brui aan gaven en naar andere werkgelegenheden vertrokken. 
Zoals te verwachten was, zijn de werknemers tegen dergelijke toestanden in verzet gekomen. Van zodra hiervan iets merkbaar werd, heeft de directie onmiddellijk ingegrepen met het organiseren van verschillende personeelsvergaderingen"
.   
Uit die eerste vergaderingen werd bekomen : een verhoging van de lonen met 4%, een aanpassing van de ploegenpremie, verlenging tot 28 gewaarborgd weekloon bij een werkongeval, en een verhoging van 1% op de eindejaarspremie.

't Is iets natuurlijk, maar als je weet dat het bedrijf haar winst van 42 miljoen meer dan verdriedubbeld heeft, is dit uiteraard maar een kleine toegeving. 

Men bleef echter wantoestanden aanklagen vanuit de vakbonden. Gezien men maar niet tot akkoorden kon komen werd het conflict in Juni 1967 voor het verzoeningsbureau van het Nationaal Paritair Comité gebracht. 
Geruchten als zou het bedrijf verhuizen naar Nederland werden tegengesproken en er werd zelfs ter overweging gebracht om de verspreide Tupperwarediensten te centraliseren in Aalst. 

De gebouwen werden gemoderniseerd en de productie kon worden gestart in maart 1966
We spreken hier nu over 'Dart Industries Belgium'

Bij de inhuldiging werd een gedenkplaat opgehangen met de tekst : "Samenhorigheid, geestdrift en bezieling hebben op dit oude gebouw onze vernieuwende stempel gedrukt; In vreugde en voorspoed, door arbeid, bouwen wij verder aan ons bestaan". 

Op 11 juni 1968 werd het eisenprogramma besproken met de directie en bekwam men enkele opmerkelijke resultaten : 
de basislonen werden verhoogd met 3%, de ploegpremie van de nacht wordt verhoogd met 0,25 frank, de arbeidsduur gaat van 44 naar 43 uur per week (voor de dagdienst), en van 45 naar 44 uur (voor de verpakkingsdienst). Er kwam ook een regeling in verband met het betaald verlof en met het pensioen. Een afscheidspremie van 500 frank per dienstjaar werd voorzien vanaf 1969. 

Het bleef trouwens goed gaan met de cijfers, en een uitbreiding drong zich op. 
Gezien hiervoor in Erembodegem niet meteen middelen en gronden ter beschikking stonden, besloot men om uit te wijken naar Aalst. 
We spreken over een dubbel zo grote fabrieksoppervlakte, en dat kon men verkrijgen in de oude gebouwen van Roos-Geerinckx-De Nayer aan de Dender . Met een totale oppervlakte van 35000m2 bood zij 25000 m2 aan gebouwen, ruimschoots voldoende dus om aan de vraag te voldoen.

Het was anno 1895 toen Emmanuel De Coen-Moyersoen zijn ijzerhandel aan de stoom-katoenspinnerij en weverij Geerinckx-De Naeyer verkocht. 

De nieuwe fabrieksgebouwen werden in 1909 opnieuw in gebruik genomen maar de bombardementen bij de aanvang van de oorlog in mei 1940 verwoestten het hele complex. 
Men bleef echter niet bij de pakken zitten en eind 1949 draaiden er opnieuw de getouwen... tot de volgende tegenslag, de textielcrisis, hard toesloeg. Alle activiteiten dienden te worden stopgezet in 1962.

Enkele multinationals (waaronder ook bijvoorbeeld Honda, dat zich vestigde op het nieuwe industrieterrein Wijngaardveld in september 1968) ontdekten de gunstige ligging van Aalst en besloten er te komen investeren in hun toekomst.

En zo dus ook de Tupperware Plastics Company. 

In 1970 wordt staatshulp verleend aan een investeringsprogramma van de firma. Zij willen hun activiteiten in Erembodegem en Aalst opnieuw uitbreiden, ditmaal met een nieuwe afdeling voor kosmetische artikelen. Hierdoor werden 80 nieuwe arbeidsplaatsen geschapen. De nieuwe afdeling kreeg de naam 'Vanda Beauty Conselors'

Dart Industries Belgium werd de verzamelnaam voor 

- Tupperware : fabricatie en verkoop van huishoudartikelen en speelgoed in plastic in Aalst. 

- Action Plastic & Rubber company : fabricatie en verkoop van buisjes in plastic en dichtingen in rubber, speciaal voor de pen- en aerololindustrie . 
Deze tak werd opgericht in 1968 en vestigde zich in Erembodegem.

- Vanda Beauty Counselors : fabricatie en verkoop van kosmetische producten en parfumerie in Erembodegem. 

In totaal werkten er meer dan 500 personen en ook in Brussel op het hoofdkwartier kon men nog eens rekenen op een 80-tal personen. De productie voerde meer dan 95% van de productie uit.

Tupperware had op dat ogenblik 4 fabrieken in Europa : België, Engeland, Griekenland, Spanje. Verder was er ook nog één in Zuid-Afrika, en ook in Australië, Canada, Japan en Maxico waren er vestigingen van dit bedrijf. In Amerika zelf waren er drie. 

In het Belgische bedrijfsleven nam het bedrijf een belangrijke positie in. 
We spreken hier over de 102e plaats naar verkoop, de 45ste plaats naar export, de 17e plaats naar winst, en de tweede plaats naar export en winst op provinciaal vlak.

Om een kwaliteitsvol product af te kunnen leveren moet uiteraard hard gewerkt worden. 
Vooraleer een product de werkhal verlaat is er in de eerste plaats uiteraard een grondige kwaliteitscontrole. 


De kuisploegen draaien overuren want de plastic trekt natuurlijk ook veel stof aan. En men heeft natuurlijk ook te maken met strenge regels in verband met verpakkingsmaterialen voor voedingsstoffen.
Alles wordt nauwkeurig gecontroleerd alvorens het 'buiten mag', en ook bij de export moet men ten allen tijde voorzichtig omspringen met de 'fragiele' producten. 


Tupperware, gevestigd tussen de Pierre Corneliskaai, de Verbrandhofstraat en de Nieuwbrugstraat zorgde dus voor een belangrijke tewerkstelling, maar de aan- en afvoer van grondstoffen en afgewerkte producten had ook een negatieve invloed op de wijk. 
Vooral op gebied van geluidsoverlast was het er dagelijks 'prijs’, en de ontevredenheid van de bewoners steeg.

In het logo dat gehanteerd werd tussen 1974 en 2007 werden er belangrijke wijzigingen aangebracht in de vorige versie. 
De contouren in de letters waren niet effen meer, maar de auteur gebruikte witte contouren met afgeronde lijnen en vloeiende vormen. 



Bij het bekijken van het logo creëerden de zwarte contouren en de witte vulling een labyrintisch gevoel.
Net zoals je de weekendpuzzel uit sommige dagbladen zou moeten invullen. 
Deze versie ging wel ruim 30 jaar mee en werd pas aan het begin van de 21e eeuw vervangen. Ook het ®-teken keerde terug, waarmee het auteursrecht van het bedrijf werd bevestigd om dit logo te gebruiken.

In juni 1976 bereikte de burenontevredenheid een hoogtepunt.

In een brief van 28 juni formuleerden 17 omwonenden hun klachten aan de Bestendige Deputatie van de provincie Oost-Vlaanderen. 
Zij bevestigden dat bij besluit van deze Bestendige Deputatie op 20 augustus 1965 de toelating gegeven werd om een werkplaats op te richten voor de productie van voorwerpen in plastiek en een werkplaats metaal en hout aan de P. Corneliskaai. 

Maar ... ze wezen erop dat de firma intussen ook een productiehal bouwde in de onmiddellijke omgeving van de huizen van de Verbrandhofstraat ... vlak in een woonzone. 
Bovendien werden koeltorens geplaatst op het dak op ongeveer 5 meter van de persceelsgrenzen. 
Naast het lawaai dat werd voortgebracht door de productie, is het nu ook zo dat deze koeltorens ook heel veel lawaai maken. 
Er was een 'klein bedrijf' voorzien, maar tegenwoordig stelt men er 550 mensen te werk, het machinepark is gegroeid en er is een continu lawaai van 120 uur per week. 

Op de foto hieronder is de omvang van het bedrijf na de uitbreidingen in 1973 goed te zien. 


Ze vroegen het bedrijf om de klacht niet naast zich neer te leggen, en dit alles grondig te willen bekijken, evalueren en aanpassen waar nodig. 

Hier nog een fotootje van Tupperware in 1977. 


Men onderzocht en ...  De NV Tupperware, gelegen P. Corneliskaai 35 kreeg bij besluit van de Provinciale overheid van 16 juni 1978 de toelating tot ... uitbreiding van haar fabriek in kunststoffen. 

Niet meteen het beoogde resultaat van de klacht uiteraard, maar uitbreiding staat vaak ook garant voor 'betere' (lees : geluidsarmere) machines en duidelijkere reglementeringen.

Nog maar pas was dit probleem 'van de baan' of er drong zich een nieuw issue op. 

In 1986 waren er klachten over zware vrachtwagens die parkeren in de Verbrandhof- en Nieuwbrugstraat, waardoor automobilisten verplicht waren om over de volle witte lijn te rijden. 
Er werd gevraagd om een meer geschikte laad- en loskade aan te leggen. 
Er was immers wel al een grote opslagruimte gehuurd op de Tragel, waar 80 % van de laad- en losactiviteiten plaatsvonden, de chauffeurs moesten zich echter wel nog steeds aanmelden in de gebouwen langs de Nieuwbrugstraat en zorgden daar voor wel wat verkeersproblemen. 

Ook hier volgde een evaluatie en - naast specifieke politiecontroles - beloofde het bedrijf zo veel mogelijk mee te werken en allerhande informatie over laad- en lostijden over te maken aan hun leveranciers en klanten. 
Ook werd naar een passende wachtplaats gezocht, zodat de vrachtwagens niet meer 'in dubbele file' zouden staan of files voor het overige verkeer zouden veroorzaken.

Nog in datzelfde jaar werd ook de 25ste verjaardag van de firma in Aalst gevierd. 

Dart Industries Inc werd omstreeks 1900 opgericht. In september 1980 besloten deze groep en de groep Kraft Inc te fusioneren en onder de naam Dart & Kraft Inc een nieuwe maatschappij te vormen.  
In Aalst waren 2 fabrieken gehuisvest onder de naam, namelijk Tupperware en Action Technology (tegenwoordig Tekni-Plex Europe). 
Aan deze 6 jaar durende fusie kwam in november 1986 een eind. 

De groep splitste op en ging verder als enerzijds Kraft Inc, en anderzijds Premark International Inc, samengesteld uit Tupperware, Hobart, Wilsonart en West Bend. 

De cijfers van Tupperware logen er niet om. Met meer dan 47 injectiemachines en meer dan 1000 matrijzen produceerde de fabriek in Aalst meer dan 1 miljoen kartons huishoudartikelen en speelgoed in kunststof. 

De jaarlijkse omzet bedroeg zowat 2,4 miljard frank voor zowat 90% door uitvoer naar hoofdzakelijk de Noord en Centraal gelegen Europese landen. 

De fabriek bevoorraadde de Belgische, Nederlandse, Zwitserse, Oostenrijkse, Scandinavische, Duitse en Britse markten. 

In België zelf werd de economische activiteit van 16 zelfstandige verdelers met samen meerdere honderden zelfstandige presentatrices heel belangrijk. 
Over de hele wereld werden elke minuut (!) maar liefst 24 Tupperware-Party-clans georganiseerd.

In september 2007 kondigde het bedrijf aan de site aan de Pierre Corneliskaai te verlaten voor het Wijngaardveld, nadat eerder al in 1996 het Europese distributiecentrum op dit industrieterrein opgetrokken werd.

Wereldwijd werd in datzelfde jaar ook het logo nog maar eens veranderd. 

Deze huidige - en voorlopig ook laatste - versie van het Tupperware-logo is een interessante omdat hier ineens twee kleurenpaletten actueel zijn. 
De merknaam, die vroeger enkel in het zwart afgebeeld werd, kan tegenwoordig worden weergegeven in zwart of roze (de tint is fuchsia). 
In beide varianten wordt de naam afgebeeld op een witte achtergrond. Soms wordt links ervan een embleem toegevoegd. Afhankelijk van het geval kan ook dat roze of zwart zijn. 


Het is een abstract beeld met lijnen die uit het midden komen. Op elke lijn staan ​​cirkels. Visueel lijkt het embleem een beetje op een paardenbloem. 
Op het eerste zicht moet het logo een gevoel van kracht en vertrouwen oproepen. Het handelsmerkregistratiemerk bleef op het logo behouden.

Terug nu naar Aalst.

De verhuizing naar het Wijngaardveld datzelfde jaar was een zegen voor de meeste wijkbewoners, behalve misschien voor de frituur 'Topperfriet' aan de Nieuwbrugstraat. Het etablissement dat zich omwille van het succes van de 'Tupperware'-buren in een euforisch moment tooide met het uithangbord 'Tupperfriet' zag een aantal klanten (en ook personeelsleden) verdwijnen. 

Tegenwoordig heeft de verkoop zich natuurlijk opnieuw gestabiliseerd, maar het 'Tupperware'-volk is natuurlijk uitgevlogen naar andere oorden (en andere frituren).

,,Het feit dat men investeert in een nieuwe fabriek, vlak naast het Europese distributiecentrum, is positief'', reageerde secretaris Theo De Rijck van de christelijke vakbond ACV in 'De Standaard’ van 22/08/2005. 
,,De laatste tijd deden immers geruchten de ronde dat de bestaande fabriek aan de Corneliskaai zou sluiten en de productie naar het buitenland zou verhuizen.'' 

Het nieuwe gebouw verving op termijn wel degelijk de oude productieafdeling, maar de firma bleef in de stad en er verdwenen geen of weinig banen bij die overschakeling. Van een vlotte verhuis gesproken!  

Volgens Gino De Brouwer, Plant Manager in Aalst, heeft het topmanagement in de VS toen ook de nieuwe investering goedgekeurd. De nieuwe fabriek kostte 16 miljoen euro en verving de bestaande, die eigenlijk een omgebouwde textielfabriek was en niet meer voldeed aan de moderne noden. De investering was dus zeker terecht. De textielfabriek renoveren zou heel wat meer centjes gekost hebben, en de werkloosheid (al was het dan misschien maar tijdelijk geweest) zou toch nefaste gevolgen gehad hebben voor sommige gezinnen.  

Hoewel het zeker niet de bedoeling was om extra jobs te creëren, werden er ook geen afdelingen gesloten. Het vaste personeel kreeg tijdens een bijzondere ondernemingsraad ook de waterdichte garantie dat ze opnieuw aan de slag konden gaan na de geplande opening van de nieuwe fabriek.

De verlaten ‘oude’ Tupperwarefabriek aan de Pierre Corneliskaai ging uiteindelijk fasegewijs tegen de vlakte. Hier enkele fotootjes van tijdens de afbraak (2014-2016)



De site die reeds een hele geschiedenis torste, bleef een tijdje onaangeroerd, maar verrees na amper een tiental jaar als een nieuwe Aalsterse wijk met zowel rijwoningen als veel appartementen, alles omgeven door groen en pleinen.  Dat allemaal dank zij de firma's 'Re-Vive' en 'Wilma'.

We schrijven 2011. 'De oude gebouwen van Tupperware stonden al geruime tijd leeg. 
Er was een historische verontreiniging, veroorzaakt door de voormalige textielactiviteit, en de gronden moesten worden gesaneerd', zei Mieke Vanhuyse van Re-Vive in Het Nieuwsblad van 27 augustus 2011. 
'Uiteraard zijn die extra kosten een doorn in het oog van eventuele kopers, want zij zien zich direct genoodzaakt tot grote kosten, enkel en alleen al om de boel er wat 'op te kuisen'. 

Re-Vive en Wilma bereikten een akkoord met Tupperware over de overname van de gebouwen, inclusief de saneringsverplichtingen en er werd een ontwerpstudiewedstrijd georganiseerd.

Ze gingen over tot de aankoop in samenwerking met Wilma. Na de sanering werd op het terrein van 37.000m² langs de Dender een gemengde ontwikkeling gepland, met appartementen, woningen en ondersteunende functies.'

De bouwheren van het nieuwe grootschalige wooncomplex riepen eenieders hulp in om de toekomstige woonwijk van een mooie naam te voorzien. Het werd uiteindelijk ‘Pier Kornel – durf anders wonen’. 


Urban villa's : Een eerste fase omvatte 49 appartementen (1, 2 of 3 slaapkamers) rond een groene binnentuin en met ruime terrassen. Door de open indeling van het gebied heb je een groot ruimtegevoel. Alle urban villa's zijn bijzonder energiezuinig en sommige zijn zelfs bijna volledig energieneutraal (BEN) uitgevoerd.

Woningen : De eerste fase omvatte met 27 woningen met tuin en private parking. Alle woningen zijn bijzonder energiezuinig door een goede isolatie, de juiste oriëntatie en een doordacht ruimtegebruik.  

Naast Pier Cornel vond tijdelijk ook ‘Fabriek Plastiek- 'Café Plastiek' een plaatsje op de oude Tupperware-site. 

Op 13 april 2013 werden de poorten opengegooid voor een officiële opening. 

Een aantal Aalsterse organisaties bundelden de krachten om het buurtleven van Rechteroever te laten opleven, en zo ontstond Fabriek Plastiek. Een naam die uiteraard geen verdere uitleg hoeft, gezien we ondertussen allemaal de geschiedenis van de gebouwen een beetje kennen.

Met Fabriek Plastiek ontstond er een nieuwe 'polyvalente' ruimte die extra aandacht bood aan jongeren uit de buurt, met allerlei sport- en cultuuractiviteiten. 
Zo kon je in Fabriek Plastiek al terecht voor een Bar Lola-feestje of een kunstexpo. Maar er stond  natuurlijk nog veel meer te gebeuren. 
Lokaal (en ondertussen ook internationaal) talent Intergalactic Lovers vond trouwens ook al de weg naar de voormalige 'plastiekfabriek'. 
Hoewel het niet echt duidelijk in beeld gebracht is, werd de site gebruikt voor de opname van een videoclip voor de single 'Delay'. 
Intergalactic Lovers tourt de hele wereld rond, zo stonden ze al op de planken in New York, Berlijn, en tal van andere grote steden, maar vergeet duidelijk de 'Oilsjterse roots' niet. 
Voor de muziekliefhebbers, hier het clipje.



Zo, de oude 'Tupperware'-site kon dus herleven, en ook het geheel aan het Wijngaardveld leek goed te draaien ...

... 'Leek' ... want ... 

Begin september 2024 kwam er slecht nieuws over de firma overgewaaid uit Amerika.

Bij het bedrijf Tupperware in Aalst kwam er tijdelijke economische werkloosheid voor arbeiders en bedienden. Er was trouwens al een tijdje grote bezorgdheid over het voortbestaan van de firma. 

Het financiële persbureau Bloomberg liet weten dat de multinational in Amerika bij de rechtbank bescherming heeft gevraagd tegen schuldeisers.

Het bedrijf en de vakbonden beslisten daarop samen om tijdelijke werkloosheid in te voeren. Het bedrijf bekeek wekelijks hoeveel werknemers het nodig heeft om de voorraden verder af te werken, tot er meer duidelijkheid was. 

Ook in Aalst was de ongerustheid groot. Hier werkten volgens de socialistische vakbond ABVV een 260-tal personeelsleden.

"Er doen inderdaad geruchten de ronde over een faillissement", bevestigt Jan Holtyzer van ABVV, iets wat even later ook bevestigd werd door de top in Amerika.  "Tupperware zit al langer in slechte papieren, er is een schuldenberg van 700 miljoen dollar."

Volgens de vakbondsman had het verlies te maken met een veranderde consumentenmarkt: "Mensen kopen liever om de 5 jaar een nieuw plastic potje uit een goedkope winkel, dan iets dat levenslang meegaat."  

Het personeel bij Tupperware in Aalst reageerde gelaten op de geruchten in de internationale pers over een faillissementsaanvraag van de multinational. "Mensen voelen het al heel lang aankomen. Zeker zij die hier al gans hun leven werken. Ze zien dat de volumes die ze produceren nog maar een fractie zijn van hetgeen ze tien of twintig jaar geleden draaiden."

Bij een werkbezoek in de maand september 2024 zou trouwens duidelijk geworden zijn dat niet enkel de Aalsterse fabriek op een laag pitje draaide.

"Zo hebben alle vestigingen wereldwijd hun productie nagenoeg volledig stilgelegd", vertelde Holtyzer. "Enkel producten die niet op stock waren voor grote retailklanten worden gemaaktDe vakbond is pessimistisch over de toekomst van het bedrijf".

18 september 2024In de fabriek in Aalst staat een deel van de 240 werknemers sinds vorige week op tijdelijke werkloosheid. Vanmiddag hebben de vakbonden en directie er samengezeten, en kreeg het personeel meer uitleg.

De fabriek in Aalst blijft draaien, klinkt het bij de vakbonden. Er zijn momenteel nog ongeveer 40 werknemers aan de slag. De rest zit thuis door de tijdelijke werkloosheid. Het is nu vooral de bedoeling om de voorraad in het magazijn te verkopen. Voorlopig is er geen sprake om de productie weer op te starten. 

De lonen zullen ook nog altijd betaald worden. Er is een overbruggingskrediet toegekend, zodat er een zekere garantie is voor de uitbetaling van de lonen. Het bedrijf is in Amerika ook de komende 120 dagen beschermd tegen schuldeisers.

Op 23 oktober 2024 volgde licht positief nieuws voor de werknemers in Aalst. 

De wereldberoemde producent van plastic potjes, werd immers verkocht aan een groep kredietverstrekkers met het oog op een doorstart. Dat wordt gemeld door persagentschap Reuters. 

Geïnteresseerde schuldeisers kregen de mogelijkheid om een deel van de schulden kwijt te schelden, in ruil voor de intellectuele eigendomsrechten die nodig zijn om het merk te herlanceren. 
Concreet gaat het over een verkoopsprijs van 23,5 miljoen dollar cash en 63 miljoen dollar aan schuldverlichting. 

Bij Tupperware in Aalst werken zo'n 240 mensen. 
Bij Tupperware General Services, waar aan onderzoek en ontwikkeling wordt gedaan, gaat het om nog eens 44 medewerkers. 

Voorlopig blijven ze nog aan de slag, zij het dan ook met behulp van deeltijdse werkloosheid, maar tot zolang de productievraag niet ineens de hoogte zou ingaan, is er natuurlijk niet echt veel hoop ...

Wat de precieze gevolgen voor deze mensen zullen zijn, is op dit ogenblik nog niet geweten.

De verkoop in België gaat in elk geval gewoon door. Er werd ook voorzien in enkele nieuwe concepten.
Dit in tegenstelling tot Tupperware Nederland bijvoorbeeld, die in 2021 een kruis maakte over zijn consulentes en verder probeert via webshop. 

Er zijn de Tupperware verkooppunten, die verkoop gemakkelijk moeten maken.
 
De huisverkoop werd interessanter gemaakt door het inrichten van 'Tupperware Party's'

Een Tupperware Party is een soort kookles – fysiek of digitaal – waarbij een Tupperware Consulent met de hulp van gasten, snelle en eenvoudige recepten maakt met Tupperware producten. De Consulent deelt dan verschillende receptideeën en tips om tijd te besparen en toch te genieten. 
Iedereen doet mee, een ontspannen en leuke sfeer gegarandeerd! De Tupperware Party is een gezellig moment om samen te komen waarbij je de nieuwste Tupperware innovaties ontdekt, en waarbij de gastvrouw- of heer uiteraard door de firma zelf ook nog eens in de bloemetjes gezet wordt. 

Hoe het dus zal aflopen met de firma is koffiedik kijken ... maar hopelijk vindt men toch een oplossing voor de werknemers die hun job jarenlang met hart en ziel hebben uitgeoefend. 

19 december 2024 : het is nu definitief... De licenties om te mogen produceren lopen af op 8 januari 2025 en worden niet verlengd.
De internationale hoofdzetel van Tupperware is niet van plan om na 8 januari nog de nodige licenties te voorzien, waardoor het werk niet verder gezet kan worden. Dat heeft het personeel vandaag te horen gekregen op een bijzondere ondernemingsraad. 

8 Januari 2025 wordt dus de laatste werkdag voor de werknemers.  Er wordt definitief een kruis gemaakt over Tupperware Europa. Alle vestigingen (dus ook in Aalst) sluiten dan de deuren. 

"De verslagenheid onder het personeel van de Tupperware-fabriek in Aalst is heel groot", zegt Jan Holtyzer van ABVV. 
"Iedereen voelde het aankomen. Mensen weten nu waar ze aan toe zijn. Het is al jaren dat men deze donderslag verwacht." 

Na de aankondiging mocht het personeel naar huis. Het is niet duidelijk of het werk de komende dagen nog hervat zal worden. 

De internationale potjesfabrikant zat al jaren in moeilijke papieren. Eerder dit jaar werd het moederbedrijf al overgenomen door enkele kredietverstrekkers. Die wil echter maar met 8 van de 67 markten wereldwijd verder gaan. Wat er met de andere moet gebeuren, bleef onduidelijk.

Volgens de vakbonden moest een faillissement echter nog door de Amerikaanse hoofdzetel worden aangevraagd. Dat is lange tijd niet gebeurd. De lokale directie heeft daarvoor een advocatenkantoor ingeschakeld. Het niet-uitspreken van een faillissement is immers geen detail voor het personeel, want dat feit heeft belangrijke gevolgen voor de afwikkeling en de uitbetaling van hun loon of eventuele uittredingsvergoedingen.

Bovendien konden kandidaat-overnemers of geïnteresseerden in de inboedel niet komen aankloppen zolang er geen curator was aangesteld. 
De socialistische vakbond liet eerder wel weten dat het personeel wel loongaranties heeft gekregen van de lokale directie, wat midden januari 2025 ook bevestigd werd.

4 maart 2025 : De curatoren van Tupperware zijn gestopt met hun pogingen om een overname te realiseren. Twee weken geleden waren er nog drie geïnteresseerden, maar dat plan gaat dus niet meer door.

Het personeel krijgt later deze week de officiële ontslagdocumenten die ze nodig hebben om de arbeidsmarkt opnieuw te betreden. Ook vijftig werknemers van Tupperware General Services - waar ondermeer productontwikkeling gebeurde - zijn werkloos. Ze krijgen een eerste vergoeding via het Fonds Sluitingen Ondernemingen (FSO), maar de gemiddelde anciënniteit bedraagt 22 jaar. 
De uiteindelijke ontslagvergoeding zal moeten komen uit de verkoop van de inboedel.

De curatoren zeggen dat er - zeker wat betreft de arbeiders en bedienden van de fabriek - voldoende activa aanwezig zijn om de werknemers te vergoeden, aangezien er geen openstaande bankschulden zijn. 
Ze lijken ook optimistisch dat het pand ten noorden van Aalst vlot verkoopbaar is. “Er hebben zich al redelijk wat gegadigden gemeld. Maar we gaan die pas in een volgende fase van de liquidatie aanschrijven om dat concreet op te pakken.”


Bronnen :

Tupperware.be
De Gazet van Aalst 25/05/1963 - 17/06/1967 - 18 december 1971
Voor Allen 22/06/1968 - 27/06/1970
De Voorpost 14/09/1973 - 16/07/1976 - 31/10/1986 - 05/12/1986
Foto 1977 via Mediabank MadeinAalst
Foto afbraak 2014 : HLN - Rutger Lievens 18/02/2016
TV Oost 23/10/24
Foto Pier Cornel : immoweb.be
Common-ground.eu
HLN 19/12/2024
Belga 04/03/2025
foto Aalst : made-in.be/
VRT nws 17/09/24

donderdag 24 maart 2022

Nominettes - Linjekes

Linjekes verzaumelen’ … Het is reeds sedert 1954  een heuse traditie in het Aalsterse. 
Sinds dat jaar bracht bijna elke Aalsterse Prins een eigen lintje, beter gekend als 'Nominetje' uit, om te kunnen uitdelen aan het publiek tijdens de carnavalsdagen.

Tegenwoordig zijn er zelfs heuse ruilbeurzen waar de gegeerde kleinoden verhandeld worden en een nieuwe eigenaar vinden, vaak tegen heel wat centjes of ander ruilmateriaal. 


Hoe het allemaal zo ver is kunnen komen? 

Wel, het was na de Eerste Wereldoorlog dat ene zekere Albert Butaye, een Ieperling, naar Aalst kwam. 
Albert was op 28 maart 1891 geboren in Ieper en had heel wat weefervaring opgedaan tijdens zijn verblijf in Engeland tijdens de oorlog. 

Vanaf 1915 werkte hij bij 'Factory F.L. Edmunds', maar het was steeds zijn droom geweest om zelf een weverij op te richten. 
Dat deed hij dan ook vrij snel. 

Hij verhuisde naar onze stad en hij huurde twee ateliers in de Nijverheidsstraat (de huidige dr. André Sierensstraat) … Het begin van zijn droom.

Hij kocht weefgetouwen in Frankrijk, startte in oktober 1919 en op 14 april 1920 werd het bedrijf ingeschreven in de handelsregisters van Aalst.  
Het textielbedrijf werd opgestart onder twee namen : ‘A. Butaye Tissagiers ‘ en ‘La Nominette’ en specialiseerde zich in het maken van naametiketten. 


Van waar de naam ‘Nominette’ ?
Wel, het was de Franse naam ‘Mominette’, een klein glaasje sterke alcohol (bijvoorbeeld Absinthe, Pastis of Ricard), die hiervoor zorgde. 


Albert zou zich immers specialiseren in de kleine witte naamlintjes met rode letters, die de meesten onder ons nog wel kennen. En van ‘klein’ naar dit mooie Franse woordje was dan  maar een kleine stap. 
Ook een klein of jong meisje werd trouwens ‘Mominette’ genoemd (een beetje zoals onze ‘bakvis’), en ook een klein flesje droge, witte wijn kreeg deze benaming wel eens.
De witte etiketjes met de rode letters werden het handelskenmerk van Albert en gezien ‘La Nominette’ de enige weverij in België was die dergelijke etiketten maakte, en de scholen en internaten heel wat heil zagen in het gebruik ervan (‘die gastjes zouden anders toch alles waar hun naam niet instond, verliezen') werd het een overdonderend succes.

‘La Nominette’ moest al snel uitbreiden en tussen 1930 en 1940 ging men van 16 naar 30 personeelsleden, bijna een verdubbeling van het personeelsbestand dus. 


Uiteraard kende men, net als zovelen, een moeilijke periode tijdens de Tweede Wereldoorlog en in 1947 werd Jean Butaye, de zoon van Albert, medeaandeelhouder van het bedrijf dat de nieuwe naam 'S.A. Tissage La Nominette' kreeg. 

In 1952 stapte vader Albert uit de zaak en nam Jean het volledige beheer van het succesvolle bedrijf over. 

Tot daar het succes van de Nominetjes ...?
Neen hoor, het moest eigenlijk allemaal nog beginnen!

Toen hij in 1954 Prins Carnaval werd, liet prins Frans De Boitselier ('Mister Dancy') een geweven naamlintje maken door de firma 'La Nominette'. Dit lintje zou hij uitdelen aan het publiek tijdens carnaval, als aandenken aan zijn prinsenjaar. 


Toen de prins ook in 1955 en 1956 verkozen werd, liet hij opnieuw dergelijke naamlintjes maken, en hierdoor startte hij een nieuwe traditie, die tot op vandaag nog steeds in ere gehouden wordt.

In 1961 had Karel De Naeyer voor het eerst geen lintje als Prins Carnaval. Toen hij in 1962 een tweede keer verkozen werd, draaide hij echter bij en liet er alsnog eentje maken. 
Op zijn lintje liet hij zowel het jaartal 1961 als 1962 zetten, zodat hij één lintje kon uitdelen voor de twee jaar dat hij Prinsj was.


In de periode 1968-1969 lieten de Prinsen geen naamlintjes maken bij Nominette. 
Zowel Kamiel Sergant als Luc Peirlinck opteerden in 1968 en 1969 voor kartonnen plaatjes die rond de nek gehangen kon worden. 


Opvallend is dat in 1969 wél naamlintjes van Nominette gemaakt werden voor … Victor De Saedeleer. 
Victor verloor toen de Prinsenverkiezing, maar riep zichzelf uit tot 'Prins van de Linkeroever'. 
Als zelfgekroonde Prins liep ook hij mee in de stoet en deelde zijn lintjes uit aan het publiek, in tegenstelling dus tot de echte Prins Carnaval.


In 1970 ging de Filature du Canal failliet. De gebouwen stonden over te nemen waardoor La Nominette de kans kreeg om haar bedrijventerrein te verdriedubbelen. Uiteraard lieten ze zich deze kans niet voorbij gaan en de verhuis naar de ‘Filature’ werd een feit. 


Jean-Paul De Boitselier schakelde in 1970 als Prins opnieuw over naar de lintjes van Nominette, maar in de periode 1977-1979 verkozen Prinsen Edy De Neve, Michel Cleemput en Enrico Le Clair een klever van Rupa in plaats van een geweven lintje van Nominette. 
In deze periode waren de lintjes van Nominette echter nog steeds aanwezig in de stoet, Kamiel Sergant zette immers als Keizer de traditie verder en bleef zijn lintjes uitdelen, onder andere ter gelegenheid van de 50ste stoet in 1978. 


Op 31 juli 1979 overleed Albert in Houthulst. Hij werd 88 jaar.

Vanaf 1980 werd opnieuw overgeschakeld naar de traditie van geweven lintjes voor de Prins.

Jean Butaye breidde de Jaquard smalbandweverij uit en de firma werd verder gemoderniseerd. Zo deed een directe computersturing zijn intrede en werd er overgeschakeld van katoen naar rayonne, fibranne en polyester. 

Het bedrijf bleef verder groeien in de jaren '80 en 90' en de productie van het bedrijf werd opgetrokken.
Steeds meer etiketten, bandjes, naamlintjes en emblemen werden geweven. 
De leiding van het bedrijf was ondertussen overgegaan naar Philip Butaye, de kleinzoon van oprichter Albert, en Jozef Van Steendam..

De gebouwen in Aalst waren intussen sterk verouderd, waardoor verzekeraars moeilijk begonnen doen in verband met veiligheids-, hygiëne- en andere voorschriften en regels. 
Daarenboven beperkte de overheid ook nog eens een langlopende milieuvergunning in de tijd, waardoor er eigenlijk geen andere optie was dan om te verhuizen.
In 1989 werd bekend dat La Nominette een nieuwe locatie aan het zoeken was. Hierbij was een bedrijventerrein in Erpe-Mere een belangrijke optie. 

In 1995 was het dan zo ver en trok Nominette naar een gloednieuw fabrieksgebouw in Erpe-Mere.


Zes jaar later, we schrijven 2001, kwam het bedrijf in handen van het Zweedse textielbedrijf ‘Nilörn’. 


De focus van de Zweden lag echter niet meer op de Nominetjes, helaas. Geldgewin kwam op de eerste plaats en men bood lang niet meer de gekende kwaliteit aan. 
Er kwam meteen ook een einde aan de aangeboden kortingen voor de prinsen en kandidaat-prinsen, een beslissing van de nieuwe directie. 

Prins Gary Van Overstraeten kan daar jammer genoeg van meespreken, want hij kreeg datzelfde jaar daardoor de ‘eer’ om als eerste prins de volle pot te betalen voor zijn lintjes, wat toen 8 frank per stuk was. 
Ne vrièn hap uit zijn budjet dus.

Om de kosten toch iet of wat te kunnen drukken, besliste hij toen wel om de gebruikelijke bestelling van 8000 stuks dat jaar te verminderen naar 5000 stuks.

In 2007 kende men een periode van sociale onrust bij de werknemers van Nominette. 

De Zweedse hoofdzetel gaf steeds meer werk aan de Portugese en Aziatische vestigingen en steeds minder aan het dochterbedrijf in Erpe-Mere en dus deden al vrij snel geruchten de ronde als zou het bedrijf opnieuw verkocht worden.

Waar rook is, is vuur en de onrust bij de werknemers bleek volkomen terecht te zijn, want op een bijzondere ondernemingsraad werd een week later meegedeeld dat de productieafdeling in Erpe-Mere gesloten zou worden. 
Enkel de verkoopafdeling en een kleine weefafdeling bleven in Erpe-Mere.
39 Mensen verloren hun job.

Na enkele moeilijke jaren werkten er in 2009 nog 11 personeelsleden in Erpe-Mere. 
Deze personeelsleden richtten zich vooral op het uitwerken van concepten voor labels, maar het produceren gebeurde niet meer in Erpe-Mere. 
Na al de herstructureringen werd het steeds duidelijker dat Nilörn volledig van Nominette af wou.

Het bedrijf stond dus bijna aan de afgrond, maar dankzij het Nederlandse bedrijf Van Engelen en Evers BV, dat Nominette in 2009 kocht , kreeg men toen opnieuw een commerciële boost. 


De labels worden nu wereldwijd via een eigen webshop verkocht en de productie van de geweven lintjes vindt opnieuw plaats in Erpe-Mere.

Ook deze firma - ondertussen EE Labels - heeft reeds een lange geschiedenis achter de rug, en dat ging natuurlijk ook gepaard met nieuwe logo's. Hieronder zien jullie de evolutie van de logo's van deze firma. 
1900, 1930, 1939, 1960, 1986, 2000 en als (voorlopig?) laatste het nieuwe logo van 2020.


Het was, vroeger zeker meer dan nu, 'een eer' zo'n hebbedingetjes te krijgen. Tegenwoordig houden de prinsen het ook niet meer bij 1 linjeken, maar maken ze er een hele verzameling van in verschillende kleuren, met verschillende ontwerpen, andere details, enzovoort. Ook is het nu de gewoonte om er een verzamelblad of zelfs verzamelboek van bij te houden en zelfs de druk- en weeffouten brengen geld in het laatje. 

Het grootste lintje staat op naam van prins Wim Delclef, die bij zijn afscheidsconcert de aanwezigen voorzag van 'Wimonetjes'. 


Op deze speciale 'Nominette' werd een foto van Prins Wim, samen met zijn dochter Lina afgebeeld. Deze creatie was toen het grootste textiellintje dat Nominette ooit gemaakt had. 
Bovendien was het voor Nominette de eerste keer dat ze werkten met een foto op een geweven lint. Enkele personeelsleden van Nominette hadden hiervoor een speciale opleiding gevolgd

Dat de Nominetjes heel vlot van de hand gaan, dat is zeker. 

Het bleef ook niet bij de prinsjen carnaval. Ook prominenten, carnavalsgroepen, verenigingen allerhande, cafés en zelfs winkels vonden intussen de weg naar de nominetten, en zien in het stukje textiel een mooie bron van reclamemogelijkheden


En dank zij de periode dat Aalst Carnaval Unesco-erkenning had, verdienen deze Nominetjes natuurlijk ook een plaatsje in het stukje 'Cultureel Werelderfgoed'!

In 2011 bracht de firma Nominette, naar aanleiding van haar 90-jarig bestaan, textiellintjes uit ten voordele van 'Mensen Helpen Mensen', de organisatie van Kamiel Sergant die zich inzet voor de armoede in Aalst. 
De jubileumnominette droeg het opschrift 'Keizer Kamiel' en de jaartallen '1432-2011'. 
Het lintje was geïnspireerd op het eerste Prinsenlintje van Frans De Boitselier uit 1954. 


Het jaartal 1432 verwees naar het ontstaan van carnaval in Aalst. De 50 stuks vlogen de deur uit en brachten 1000 euro op. 
Deze som werd door eigenaar Marc Evers overhandigd aan Kamiel Sergant. Naar aanleiding van hun negentigjarige bestaan bracht Nominette toen ook een vlag uit met een Voil Janet met ajuinhoofd, een pak friet en enkele glazen bier in de handen.

De Nederlanders wisten niet waar ze het hadden, en hadden het succes (en de verzamelwoede) van de Nominetjes in het Aalsterse nooit zo hoog ingeschat. 

'Al van dag één werden we door verzamelaars en carnavalsgroepen gecontacteerd', vertelt manager Oscar Van Iersel in Het Nieuwsblad van 9 februari 2012. 

'Het was al gauw duidelijk dat de Nominette in deze streek iets heel speciaals en belangrijks is. Zelf hebben we jammer genoeg geen enkel lintje meer in huis. Met enkele verzamelaars legden we daarom een digitaal archief aan. 'In de 'index' van de firma, te vinden via http://carnavalslintje.be/index.php, kan je alle ontwerpen sedert 1954 nog eens rustig bekijken


In 2011 kwam er in Aalst ook een tweede linjekesbedrijf op de proppen. 
 
Het waren Peter De Bruecker (52) en zijn zoon Karel (21) die met het Aalsterse bedrijf Linjekes.be die de rechtstreekse concurrentie zouden aangaan met Nominette, de ‘concullega’ uit Erpe-Mere. 

Ook zij bleken van in den beginne heel succesvol te zijn. 
Dat het druk zou worden, dat wisten ze, maar dat het zo’n grote vaart zou lopen, had ook Peter De Bruecker echter niet verwacht toen hij in 2011 zijn eerste lintje maakte. Het onderwerp was de ‘Toerenpoeper’, een toen heel populair onderwerp bij de carnavalisten.

Hoe het eigenlijk allemaal begon ? In 2011 ontstond de ‘Oitgeranzjeirde Jury’ - een groep carnavalisten die niet meer in de jury van de stoet mochten zitten en dan maar een eigen jury oprichtte - en die groep wou ook een lintje uitbrengen. 
Nadat ze de prijs opgevraagd hadden bij de bestaande producent van lintjes, dachten ze : ‘Dat kunnen we zelf beter en goedkoper’. 

Het ontwerp sloeg in als een bom ... . Het lintje was gebaseerd op het bruine toeristisch infobord dat vroeger naast de E40 stond. 
Iemand had, naar aanleiding van een 'privémomentje' van toenmalig burgemeester Ilse Uyttersprot,  toen op de E40-bord twee ‘toerenpoepende’ mensen getekend. Zeer leuk, en dus maakten ze daar een lintje van. 


Het werd eerst enkel verdeeld via carnavalswinkel Liebaut, maar al snel was ook de interesse van de andere carnavalswinkels gewekt. 

De eerste 1.000 lintjes waren dus ongelooflijk snel de deur uit, en Linjekes was definitief "gelanceerd”

In 2017 bracht 'de Sjampetter' (Dirk Verleysen - voorzitter Feestcomité en oprichter van de FaceBookpagina 'Oilsjtpositief') ook een lintje uit bij deze firma. 



Goh, de Nominettekes … Toen de prinsen carnaval ermee begonnen, was men zich duidelijk niet bewust van het succes die de linjekes / Nominetjes zouden hebben. 
Ondertussen zijn die oude lintjes een heel pak geld waard. Elke verzamelaar wil natuurlijk een zo complete mogelijke collectie van de carnavalslintjes van de prinsen hebben, en de prijzen schieten dan ook de hoogte in. 

Hét pronkstuk in de carnavalsverzameling van Tom Huybrechts bijvoorbeeld is het carnavalslintje van prins Fransky De Boitselier alias Mister Dancy. Niet de eerste Prins Carnaval van Aalst, dat was Robert Renoncourt een jaar eerder, maar zoals eerder al vermeld wel de eerste die carnavalslintjes of 'nominetten' liet maken. 

"Ik heb naar die van 1954 lang gezocht. Ik ben in 1998 beginnen verzamelen en in tien jaar tijd had ik alle lintjes van alle prinsen, behalve die van 1954. 
Uiteindelijk heb ik hem kunnen kopen voor 650 euro in 2008. 
Tegenwoordig betalen ze voor dit lintje 1.000 tot 1.500 euro, omdat het zo zeldzaam is."

Zo’n lintje zou trouwens zelfs ooit eens verkocht zijn voor 2.000 euro. 
Als je weet dat een nieuw carnavalslintje per stuk 30 cent kost, dan is het overduidelijk een goeie investering voor iemand met veel geduld.

Ondertussen laat zowat iedereen in Aalst een lintje maken. Carnavalsgroepen, prinsen, maar bijvoorbeeld ook Eendracht Aalst om 20 jaar Europees avontuur te vieren, een koppel dat gaat trouwen, een organisatie voor het goede doel (denken we bv aan de linjekes van 'run 4 hope' ten voordele van Stichting tegen Kanker...), beenhouwer Daens, …

Typisch Aalst, jazeker, want overal elders is de pin om je vest te spelden nog steeds een pak populairder. 
Stilaan echter beginnen mensen uit naburige gemeenten ook al onze 'linjekesgewoontes' over te nemen. Zo zijn er al vragen binnen voor lintjes voor de carnavals in Zottegem, Denderleeuw en ... tja, zélfs ... Dendermonde.”

Wie textiel en zeker confectie zegt, denkt daarbij meteen aan de problematiek van uitwijking naar lageloonlanden of, dichter bij huis, Noord-Frankrijk, vooral vanaf de jaren '90. 

Toen de etikettenweverij Nominette voor de dringende noodzaak stond om de aftandse panden in Aalst te verlaten; een operatie die zeker 5 miljoen euro zou kosten, zou dit een gedroomde kans geweest zijn om gunstiger oorden op te zoeken. 
Toch koos het management uitdrukkelijk niet voor uitwijking naar het buitenland en werd verhuisd naar het naburige Erpe-Mere.

De familie Butaye is er tot op vandaag nog steeds de hoofdaandeelhouder van het bedrijf. 

Gedelegeerd-bestuurder is Philip Butaye; directeur-bestuurder is Jozef van Steendam. Wat meteen opvalt is dat op de naamkaartjes van geen van beiden hun functie staat vermeld. Geen pronkerigheid dus bij het labeur van Nominette.

Nominette heeft een machinepark van 54 jacquard-weefgetouwen waaronder 14 nieuwe naaldweefgetouwen en 40 breedweefgetouwen. 


Het verhuizen naar de nieuwe inplanting ging gepaard met een investering van om en bij de 4,5 miljoen euro. Tegelijk werd beslist om ook 1,5 miljoen euro in de modernisering van het machinepark te steken. Met eigen middelen die ruimschoots de vreemde middelen overtreffen, was de financiering geen probleem al preciseert men liever niet hoe de vork precies in de steel zit.

Nominette - volgens Butaye en Van Steendam vermoedelijk de vijfde grootste etikettenweverij in Europa - is goed voor twee miljoen etiketten en naamlintjes per dag

De geweven etiketten maken 80 procent uit van de omzet, de naamlintjes vertegenwoordigen 15 procent. De rest komt van borduurwerk en gedrukte etiketten. 
De geweven etiketten worden besteld door zowat alle confectiemerken uit Europa waarbij orders voor miljoenen stuks niet vreemd zijn. 
Nominette heeft eigen standaard- of decoratiemotieven; een collectie etiketten met onder meer Walt Disney figuurtjes. 
Van de omzet van 5,5 miljoen euro wordt 65 procent in de buurlanden gerealiseerd.

Een belangrijke markt is Frankrijk. Misschien vreemd dat Nominette met zijn productieafdeling niet richting Nord-Pas-de-Calais trok? 

Van Steendam: 'Tussen de aankoop van de garens en het eindproduct genereren we een toegevoegde waarde van 85 procent. 
Alles daartussen is activiteit; activiteit van mensen. Als u ziet dat 40 procent van ons personeel (103 werknemers) bedienden zijn, dan merkt u meteen het verschil met de confectie waar het misschien om drie bedienden gaat op 100 laaggeschoolde arbeiders. 
Wat hier gebeurt is vrij complex. De waarde van Nominette hangt af van de kracht van het personeel. Dat valt in Frankrijk niet van nul af aan te herbeginnen'.

De expertise van het personeel, van CAD-CAM-afdeling tot fabrieksvloer, hield Nominette dus in de buurt van Aalst. 
CAD-CAM wordt als één term genoemd met betrekking tot de automatisering in een productieomgeving, maar is eigenlijk een samenvoeging van twee afkortingen.
'CAD' staat voor “Computer Aided Design”. Hiermee wordt bedoelt dat producten worden ontwikkelt en vormgegeven doormiddel van een computersysteem. 
De tweede afkorting ‘CAM’ staat voor “Computer Aided Manufacturing”. Hiermee wordt aangegeven dat producten daadwerkelijk worden gefabriceerd of geproduceerd doormiddel van software op de computer.

Dit had misschien anders afgelopen, hadden ze bijvoorbeeld in West-Vlaanderen gevestigd geweest en de combinatie uitwijking en behoud van personeel dus iets makkelijker was geweest. 

Hét probleem ligt overigens niet zozeer bij de personeelskosten.

Terwijl de confectie de afgelopen jaren massaal en versneld richting lageloonlanden trok, voelt Nominette zich best lekker in hartje Europa. De lageloonlanden beheersen de 'métier' van etiketten weven helemaal niet. 
Wat zij afleveren is echt ondermaats. 

'We kregen van een confectiebedrijf uit India ooit de vraag - het was bijna een smeekbede - om voor hen een etikettenweverij te installeren. Maar onze technologie exporteren? Nooit!', zegt Butaye.

'Micro-economisch maak ik mij weinig zorgen. Nominette is een gezond bedrijf. Wat ons echt verontrust is de macro-economische omgeving. Wat men ook beweert: het klimaat is zeer slecht. Toch hebben de aandeelhouders geopteerd voor het voortbestaan van het bedrijf. Maar geloof ons: de investeringen zijn gebeurd met de vlag halfstok.'

In 2012 verscheen de website carnavalslintje.be, waarop alle Aalsterse 'nominetten' verzameld werden. 
Het idee werd uitgewerkt door verzamelaars Chris Van Goethem en Lieven Goubert. 
Bij de overname van Nominette door EE Labels ging het archief verloren, waardoor de verzamelaars op zoek gingen naar alle bestaande carnavalslintjes, die gemaakt werden door Nominette. 
De firma werkte graag mee bij het aanleggen van dit nieuwe digitaal archief. De website wordt jaarlijks geüpdatet door Lieven Goubert

Of er al ‘linjekes’ geweest zijn die voor enige controverse gezorgd hebben? 
Ja hoor, al lag dat niet aan het bedrijf dat ze vervaardigde, maar aan het onderwerp. 

In 2019 zag het er immers naar uit dat Aalst Carnaval opnieuw voor ophef zou zorgen. 
Er doken al heel snel signalen op dat de Aalsterse carnavalisten de toen heel actuele Unesco-rel niet uit de weg zullen gaan. Zo waren er bijvoorbeeld de 150 unieke carnavals-lintjes. Op die lintjes, of linjekes, stonden Joden afgebeeld op dezelfde stereotiepe manier als het jaar ervoor: mét haakneus en hoge hoed.  


En het is net die voorstelling die sommigen niet graag zagen komen. Het Forum van Joodse Organisaties vond het pure provocatie, en dat terwijl er nog altijd een verzoeningsgesprek bezig was over de controversiële praalwagen van ‘De Vismoilen’ uit de vorige stoet.

In 2020 kwam er beter nieuws en werd de 100ste verjaardag van het bedrijf gevierd, iets wat natuurlijk niet zomaar aan de aandacht mocht ontsnappen. 
Ter gelegenheid van deze gebeurtenis werd een speciale carnavalsbrochure uitgegeven, samen met … 2 geweven lintjes. De leuze? 

100 joor gooren ver te spooren” (100 jaar garen om te sparen). 


De opbrengst van de brochure ging integraal naar de vzw Levensvreugde. 


Het volledige lintjesarchief van Nominette is terug te vinden door op onderstaand logo te klikken. 



Ook andere 'Oilsjterse dinges' verzamelen? 
Klik op de foto hieronder en laat je meeslepen in het verleden via de site 'Oilsjt Verzaumelt' 



Tot slot van dit artikel nog 'een streepje muziek'. 
Van Nominette heb ik geen liedje teruggevonden, maar hier in elk geval het liedje 'De Linjekesmaan' van Linjekes.be



Bronnen

'De Tijd' 16/11/1995 
2dehands.be
nominette.be
website linjekes.be 
website Nominette
Denderend Aalst, 1 november 2013
Het Nieuwsblad, 10/01/2007 – 17/02/2007 – 12/02/2011
De Voorpost, 03/02/1989 – 15/12/1989
Het Volk, 2/06/2001
HLN 7/062001 – 8/01/2010 – 25/01/2003
http://carnavalslintje.be
foto Fabriek van La Nominette : Denderend Aalst - 01/11/2013 - Verzameling J.Depryck
Liedje 'De Linjekesmaan' : via Youtube 
lalanguefrancaise.com/dictionnaire : Prononc.: [mominεt]. Étymol. et Hist. 1. [Ca 1880 «fillette» (s. réf. ds Cellard-Rey)] 1920 (Sain. Lang. par., p.113); 2. 1894 «petite absinthe» (Virmaitre, Dict. arg. fin-de-s., p.186). Dér. de môme*; suff. dimin. -inette (-in*, -et*).