Nieuws uit Aalst

--------- Profiesjat Prinsj Joshy !!! ------- 't Principoilsjte vandaug es da ge ni te veil complementen mokt en genietj van 't leiven ! - - - - - - - Covid-19/Griep : Blijf aub voorzichtig en denk aan uw medemens !! - - - - - - - Deel enkel berichten van officiële bronnen om fake news te vermijden !!! - - - - - - - -
Posts tonen met het label carnavalisten. Alle posts tonen
Posts tonen met het label carnavalisten. Alle posts tonen

donderdag 1 oktober 2026

Willy Van Mossevelde (+)

27 September 2026 ... Alweer een Aalsters icoon dat ons verlaten heeft.

Willy Van Mossevelde, oud-schepen en carnavalist, (°08/03/'46 - †27/09/'26) is overleden.


Willy werd 80 en 
kampte al geruime tijd met gezondheidsproblemen.
Hij was een familieman en laat zijn vrouw Danielle De Sadeleer, 2 kinderen en 4 kleinkinderen na.

Vader Pierre had zijn eigen verfbedrijf. 

Willy was beroepshalve ingenieur scheikunde en in de voetsporen van zijn vader startte hij zijn eigen verfbedrijf 'Los Blancos' op het Wijngaardveld. 


Daaraan had hij al snel de bijnaam ‘
Willy De Verfmarsjang’ te danken. 

Als politieker wasWilly eerst gemeenteraadslid bij de Volksunie (VU, Vlaams Nationale Volkspartij), maar nadien stapte hij over naar de PVV (liberale partij, later 'Open'-VLD, nog later 'Anders').

Zijn politieke overtuiging werd gevormd in de jaren zestig. Als jonge student raakte hij toen gecharmeerd door het Vlaams-nationalistische en sociaaleconomische programma van de Volksunie (VU). 
Hij engageerde zich daarop volop binnen deze partij omdat hij daar zijn maatschappelijke standpunten en ideeën het best in kon verdedigen.

Zijn politieke carrière startte bij deze partij al in de jaren 70.  

Op 1 januari 1977 vond in België de grote fusie van gemeenten plaats. 

Dit was een ingrijpende nationale schaalvergroting, bedacht door minister van Binnenlandse Zaken Joseph Michel, waardoor het aantal zelfstandige Belgische gemeenten in één klap werd gereduceerd van 2.359 naar 596.

Ook voor de regio Aalst veranderde de kaart heel drastisch. 

De historische stad Aalst slokte op 1 januari 1977 acht omliggende autonome gemeenten op, die vanaf dat moment veranderden in 'deelgemeenten'.
Dat waren Baardegem, Erembodegem, Gijzegem, Herdersem, Hofstade, Meldert, Moorsel en Nieuwerkerken.

Door deze fusie moest er in oktober 1976 natuurlijk al een volledig nieuwe politieke structuur worden gekozen voor de legislatuur die in 1977 startte. Het aantal schepenen in de nieuwe fusiestad steeg daardoor naar 8 en de gemeenteraad kreeg 43 zetels.

Er werd een historische, nieuwe coalitie gesmeed tussen de PVV, BSP (socialisten) en de Volksunie (VU), met de legendarische Louis D'haeseleer als de allereerste "fusieburgemeester" van Groot-Aalst.

Het was in dit gloednieuwe, politiek herverkavelde Aalst dat de jonge VU-politicus Willy Van Mossevelde destijds raadslid was en meteen een erg actieve politieker bleek, die vaak met constructieve voorstellen naar voren kwam.


Binnen die setting kon hij destijds dan ook zijn allereerste, zij het heel kortstondige, schepenmandaat opnemen.

Op 24 mei 1977 legde hij immers de eed af als 'Schepen van cultuur en onderwijs', in opvolging van Jan Caudron die volksvertegenwoordiger geworden was. 

Met zijn 31 jaar was Willy ook meteen de jongste schepen van het college. 

Van Mossevelde scheen in eerste instantie heel gelukkig te zijn met zijn ambt als schepen, al gaf hij wel meteen de bemerking dat andere bevoegdheden hem waarschijnlijk beter zouden liggen dan cultuur. 

Het 'feestje' duurde echter niet lang, want amper 9 dagen hierna, volgde zijn ontslag.
Het nieuws viel in Aalst als een donderslag bij heldere hemel. 

De vermoedelijke reden was dat hij zich niet zou kunnen verzoenen met het regeringsakkoord en het kunnen cumuleren van zijn functie als schepen en die in vaders bedrijf bleken ook al onmogelijk. 

Geen schepenfunctie meer dus, maar Willy bleef wel actief als gemeenteraadslid, waar hij vaak zorgde voor enkele 'rake' interpellaties. 

Dat zorgde dan ook wel eens voor irritaties ... zo ook bijvoorbeeld in december 1983.

Nog vóór de eigenlijke agenda van de gemeenteraad begon, nam de dienst doende voorzitter Anny De Maght bij ordemotie het woord. 
Zij vroeg de raadsleden Anny Dierick (Onafhankelijk) en Willy Van Mossevelde (VU) om hun interpellaties over de huidige moeilijkheden binnen het OCMW in te trekken. 
Hierbij baseerde ze zich op de organieke wet op de OCMW's van 1976, waarin de materies vermeld zijn waarin de gemeenteraad bevoegd is.

Willy besliste echter zijn interpellatie voort te zetten, waarop Anny De Maght hierop elke verdere discussie weigerde en de stemming vroeg over de onontvankelijkheidsverklaring van de ingediende interpellaties.  Dit lokte uiteraard protest uit bij de oppositie en De Maght riep 'U mag mij niet onderbreken'.
Ze moest dit nog enkele keren herhalen en ging daarna onmiddellijk over tot de stemming, waarop alle VU en SP-raadsleden, met uitzondering van Willy Van Mossevelde, de zaal verlieten. 

Willy onthield zich wel bij de stemming, met de mededeling dat het schepencollege hierdoor koos voor een gemakkelijkheidsoplossing. De PVV 'zou zich laten bedotten', wat natuurlijk weer hevige reacties uitlokte van de meerderheidsleden. 

Dat ook het carnaval hem nauw aan het hart lag, bewees hij ook bij een tussenkomst in 1988.
Aanknopend bij het ter beschikking stellen van stadslokalen vroeg hij immers hoever het stond met de herstellingen aan de kamavalwerkhalle "La Couverture".
De vraag of Aalst te weinig investeert in het carnavalsgebeuren, kwam op de tafel te liggen en - uiteraard - waren de meningen redelijk verdeeld. 

Op 27 september 1991 sloot Willy officieel zijn actieve VU-hoofdstuk af. 

De partij leed onder zware interne ideologische spanningen, wat voor hem de directe aanleiding vormde om op te stappen en zijn heil te gaan zoeken bij de liberalen.

Hij sloot hij zich in 1991 aan bij de VLD. 

De oude PVV (Partij voor Vrijheid en Vooruitgang) was op dat moment onder impuls van Guy Verhofstadt volop aan het transformeren naar de verruimingspartij VLD (Vlaamse Liberalen en Democraten), die officieel in 1992 werd opgericht.

Na de gemeenteraadsverkiezingen van 1994 maakte Willy meteen zijn grote intrede in het stadsbestuur. 

Hij bleef 12 jaar onafgebroken schepen, na verkozen te zijn tijdens de gemeenteraadsverkiezingen van zowel 1994 en 2000, en dit onder de paarse coalities van burgemeester Anny De Maght.

Tijdens deze periode als schepen had hij de bevoegdheden 'sport, jeugd en welzijn', en in deze rol zette hij zich intensief in voor het Aalsterse verenigingsleven en de lokale sportinfrastructuur.

In deze periode was hij tevens actief als provincieraadslid en bestuurder binnen de lokale intercommunales ILVA en SOLVA.

Na interne conflicten binnen de VLD over de samenstelling van de kieslijsten voor de Vlaamse verkiezingen in 2004, besloot de toenmalige Aalsterse burgemeester Anny De Maght uit de partij te stappen. 
Ze pikte het niet dat er geen enkele Aalstenaar op een verkiesbare opvolgersplaats stond.

Eind december 2005 richtte ze de beweging 'Blauw' op als alternatief tegen de interne vetes binnen de traditionele VLD, en op 1 april 2006 werd ze officieel door de partijtop uit de VLD geschrapt.

Van Mossevelde echter bleef de toenmalige VLD trouw en zou zo in de meerderheid terechtkomen. 

Na de turbulente gemeenteraadsverkiezingen van oktober 2006 greep hij echter naast een nieuw schepenambt, en eind 2007 besloot ook hij na interne strubbelingen definitief uit de Open VLD te stappen. 

Hij bleef vervolgens als onafhankelijk gemeenteraadslid in de oppositie zetelen

Zowel in 2006, 2007 en 2009 werd Willy veroordeeld voor 'overtreding(en) met betrekking tot de Federale Vermogensaangifte.
In 2007 kwam daar nog 'overtreding(en) met betrekking tot de Federale verklaring van mandaten' bij. 

In 2010 richtte hij samen met onder andere Karim Van Overmeire de nieuwe lokale beweging 'Aalst, Anders en Beter' op. 
Bij de gemeenteraadsverkiezingen van 2012 raakte hij echter niet meer rechtstreeks herverkozen


Hoewel hij daarna achter de schermen verdween, keerde zijn politieke erfenis in oktober 2024 terug in de Aalsterse gemeenteraad. 
Zijn kleindochter Marie Van Hoorde werd toen, vanop een 31e plaats op de lijst verkozen voor N-VA, met haar grootvader Willy als haar vaste politieke klankbord en campagneleider.

Als jongste gemeenteraadslid (ze was toen 26), kon ze voor goed advies natuurlijk ook steeds bij 'vake' terecht, maar zelf heeft ze ook een luisterend oor en neemt ze haar politieke mandaat ernstig op.

De familie Van Mossevelde had diepe wortels in het lokale voetbal. 

Willy's vader, was de drijvende kracht achter de infrastructuur van voetbalclub SK Aalst bij de fusie in 1967. Hij was professioneel verbonden met Willy Cherrette, terwijl de rest van de familie via hun onderneming en latere politieke mandaten, de club en dan vooral de jeugdwerking decennialang bleef ondersteunen.

De Jeugdvoetbalprijs Willy Van Mossevelde werd in het begin van de jaren '90 (rond 1991 à 1992) opgericht om de lokale jeugdwerking in de Denderstreek en Aalst financieel en materieel te ondersteunen en tegelijk de maatschappelijke betrokkenheid van Van Mossevelde te tonen. 

Als persoonlijk gefinancierd initiatief liep de prijs door tot 1994.
Toen Van Mossevelde begin 1995 officieel aantrad als schepen, werd deze (private) prijs stopgezet om belangenvermenging te vermijden. 
De ondersteuning van de voetbaljeugd ging vanaf dat moment over in het officiële stedelijke sportbeleid.

Tijdens zijn 12-jarige ambtstermijn als schepen van Sport en Jeugd speelde hij natuurlijk ook een directe rol in het Aalsterse jeugdvoetbal.

Hij voorzag in de modernisering, de subsidiekanalen en de aanleg van voetbalvelden voor de talrijke lokale jeugdploegen in de Aalsterse deelgemeenten, zoals SC Eendracht Aalst, VC Herdersem, KRC Bambrugge, TK Meldert, SK Hofstade, enzovoort.

Uit hoofde van zijn politieke mandaten was hij tevens officieel voorzitter van de vzw Aalsterse Sportcentra en de vzw Jeugdanimatie, waarmee hij de vinger aan de pols hield bij het lokale verenigingsleven en de sportieve jeugd.

Een geëngageerd politicus en sportliefhebber dus, maar het is ook (en vooral) in het carnavalsmilieu dat hij een blijvende indruk nalaat.

Maar liefst 42 jaar lang was hij voorzitter van de meest succesvolle carnavalsgroep ooit, KAKV Lotjonslos.


Willy ontpopte zich binnen de groep meteen tot een bijzonder creatieve geest. 

Hij was een ambachtsman pur sang die met betonijzer en izomo de meest fantastische figuren tot leven kon wekken. Als geen ander had hij de kennis opgedaan om gelaste body's voor carnavalspoppen te maken, en hij zorgde er mee voor LOL, net als de andere topgroepen, mee de vernieuwing naar volledige isomopoppen konden maken.

Willy bezat de unieke kunst om van een eenvoudige cartoon, een striptekening of een filmscène een heel verhaal te bouwen, waaruit vervolgens legendarische wagens ontstonden.

Hij stond, samen met Lotjonslos, dan ook mee aan de oorsprong van de zogenaamde 'wagentreinen', 
enorm lange praalwagens die sedert de jaren 80 het publiek - jaar na jaar - blijven imponeren.
Deze typische stijl werd trouwens de onovertroffen signatuur van Lotjonslos. 

Willy was geliefd, kon ook sappige verhalen en anekdotes vertellen en stond steeds megatrots op het podium, wanneer zijn groep een nieuwe overwinning in de wacht sleepte.

Tijdens de jaren 90 won Lotjonslos maar liefst 7 keer de stoet. Opvallend daarbij is dat Willy zijn groep vaak koos voor de ludieke uitwerking van 'simpele' thema's.

Toen Lotjonslos in 2012 een Koninklijke bekroning kreeg en Willy '42 jaar voorzitter' mocht vieren, besloot hij het welletjes was geweest en hij sloot dat hoofdstuk dan ook daar af.

Sinds 2012 was hij dan wel geen actief lid meer van de AKV, er is daar nog steeds niet vergeten dat hij het was die de groep naar een uitzonderlijk hoog niveau tilde. 

Tijdens de viering van 50 jaar LOL heeft men hem dan ook nog eens goed in de bloemetjes gezet voor zijn jarenlange inzet. 

Een jaar later, in 2013, startte Willy met de Bjein Treizen.


Een groep die als 'losse' begon, maar wél meteen uitpakte met 'Sancte Odilon', een eerbetoon op humoristische wijze aan Odilon Mortier, die de zomer daarvoor overleden was.

Vanaf 2014 werd Bjein Treizen een AKV.

In 2015, 2019, 2020, 2023 en 2024 nam men deel bij de Grote Groepen.
De andere jaren was men 'klein' omdat men er terug 'de fun' wou inbrengen.

Eén constante daarbij bleef wel steeds de kwalitatieve uitwerking van de thema's.

Net zoals bij LOL drukte Willy ook hier zijn stempel en kwam elk jaar opnieuw met goede ideeën aandraven.

Het voorzitterschap liet hij de laatste jaren over aan kleindochter Marie.

2021 Betekende voor Aalst jammer genoeg een jaar zonder échte carnaval. Corona gooide roet in het eten en 'geen carnaval' betekende dan natuurlijk ook 'geen carnavalsaffiche aan de toren van Tereos'. 

'Geen carnavalsaffiche?' Dat was buiten Willy en de Bjein Treizen gerekend. 

Dé 'carnavalsstunt' werd dat jaar immers uitgehaald op woensdag 13 januari 2021, en men kon zelfs op nationale persbelangstelling rekenen  ...

Zowel VRT, VTM en lokale en regionale zenders zagen toen een klimteam aan de Tereosfabriek dat zowaar een carnavalsaffiche ophing!

In dit 'jaar zonder stoet', zonder carnaval en zelfs zonder winterfoor, kwam dus een kleurrijk en vrolijk beeld tot leven met een Voil Janet die van viroloog Marc Van Ranst in hoogsteigen persoon 3 spuiten in zijn achterste krijgt.

Zoals het een échte Voil Janet betaamt, had ook dit levensgrote exemplaar een 'voegelmoit' en een 'lampekap'.
De haring diende voor één keer plaats ruimen voor het coronavirus ...


De burgemeester wou eerst de levensgrote affiche laten verwijderen wegens 'geen vergunning', maar besliste even later om dit toch maar niet te doen.

Via deze actie wou Willy aantonen dat je ook 'coronaproof' iets rond carnaval kunt verzinnen.

Eerder had hij al voorgesteld om op diverse locaties carnavalssculpturen te plaatsen.
Iets dat volgens hem perfect kon. 
Jammer genoeg was er echter niet veel animo om dit te doen, en ook op het stadhuis én bij de carnavalsgroepen bleef de respons eerder lauw, want zij mochten met moeite binnen in de werkhallen.

De affiche was te koop, inclusief een luxe-editie, gesigneerd door Marc Van Ranst, en alle 2.300 gewone exemplaren en 150 luxe-edities waren heel snel uitverkocht.

In 2022 herhaalde Willy zijn stunt met een nieuwe affiche, met dit keer federaal minister van volksgezondheid Frank Vandenbroucke als 'centrale gast'.
Ook de minister zelf signeerde met plezier 'zijn' affiches (100 gelimiteerde exemplaren; waarvan hij er eentje cadeau kreeg).


Zowel Marc Van Ranst als Frank Vandenbroucke waren heel enthousiast, en waren opgezet met het initiatief, dat inderdaad op ludieke - en niet gevaarlijke - manier een speciale draai gaf aan het jammere feit dat de stoeten niet konden doorgaan. 

Willy had ook zijn eigen originaliteitsprijs voor ingeschreven en losse groepen, de 'Prijs Willy Van Mossevelde', die hij 1985 in het leven riep en die tot 2017 werd uitgereikt. 

Deze prijs werd in het leven geroepen om de meest originele carnavalsgroepen een duwtje in de rug te geven.

De beste AKV mocht rekenen op 10.000 frank (250 euro) en er was er 5000 frank (125 euro) weggelegd voor de meest ludieke Losse Groep.


Van Mossevelde besliste om de prijs het eerste jaar uit te reiken in stukken van 1 frank. 
'Sjik' mocht dus naar huis met een verfemmer van maar liefst 45 kilo ... !

Het duo Wasteels - Triaen, de winnaars bij de niet-ingeschreven groepen, kreeg elk een enveloppe met daarin een half bankbiljet van 5.000 frank ...  Zij konden dus beginnen plakken ...

Vanaf dat moment besliste hij om de prijs elk jaar op een unieke en eigenzinnige manier uit te reiken. Soms werd deze dan ook verpakt in een blok frituurvet, een andere keer kwam de bekroning in Oostenrijkse shillings, ... 

Dat ludieke en creatieve maakte van Van Mossevelde een geliefd carnavalist én politicus.

In de periode 2017-2018 werd de prijs omgedoopt tot de 'Prijs WVM - Luk Line'.

Tijdens zijn laatste jaren bleef Willy Van Mossevelde, ondanks zijn afnemende gezondheid, zeer betrokken bij het Aalsterse stads- en verenigingsleven:

Hoewel hij al geruime tijd ziek was, ging hij in februari 2026 nog persoonlijk mee in de carnavalsstoet met zijn groep De Bjein Treizen.

Hij trad ook op als de belangrijkste steun en politiek adviseur van zijn kleindochter Marie Van Hoorde. In 2024 trok hij nog samen met haar op verkiezingscampagne, waarna zij als jongste gemeenteraadslid werd verkozen.

Hij droeg het voorzitterschap van zijn carnavalsgroep over aan zijn kleindochter en zag hoe zijn dochter Marijke de leiding van zijn vertrouwde verffabriek Los Blancos succesvol voortzette.

De voormalige Aalsterse schepen en carnavalsicoon is op 27 september 2026 in de nacht van zaterdag op zondag overleden in Aalst.

Hij overleed op 80-jarige leeftijd, omringd door zijn familie, nadat hij al geruime tijd kampte met gezondheidsproblemen. 
Volgens zijn kleindochter Marie wist de familie dat hij ziek was, maar kwam het overlijden uiteindelijk toch nog sneller dan verwacht.



Bronnen : 

FB Lotj Ons Los
FB Bjein Treizen
HLN 25/09/2026
Website Los Blancos (logo)
Aalst.be
Cumuleo
Foto met glas © Familie Van Mossevelde (HLN 27/09/2026)
Prijs Willy Van Mossevelde : De Voorpost  27/01/1989
De Gazet van Aalst 23/12/1983
De Voorpost 10/06/1977 - 28/10/1988 - 23/06/1989 - 22/02/1991 - 27/09/1991 - 31/07/1992
Oilsjtmjoezik.be
TV Oost 25/09/2026

zondag 24 mei 2026

Sven 'De Kreem' Ghysels (+)

Er zijn de laatste decennia al heel wat carnavalisten overleden. 
Uiteraard, de natuur maakt daar een selectie in, maar sommigen zijn toch eigenlijk veel te jong om van ons heen te gaan.

Daar is Sven Ghysels zeker één van. 


De familie Ghysels staat al decennia bekend om hun ijsjes. 
De overgrootvader van Sven is er in 1926 mee begonnen in Terjoden in Erembodegem, en sindsdien staat de naam garant voor lekker zomerse versnaperingen.

Persoonlijk ken ik Sven van - letterlijk - in zijn wiegje. Mijn moeder en zijn moeder, Martine, waren immers jeugdvrienden.
De 'ronde' werd even onderbroken voor een bevalling, en dus drong een kraambezoek zich op. 
Sven is geboren op 24 mei 1975. 

Het was ook als jong gastje dat zijn bijnaam ontstaan is. 

Toen hij twaalf jaar oud was, werd zijn naam door een vriend telkens uitgesproken als 'Zwen', iets waar hij zich mateloos kon aan ergeren. 
Een 'échte' bijnaam drong zich dus dringend op, en gezien de ijskreemtraditie binnen de familie, werd het al gauw 'De Kreem'.

't Was dus 'Sven' (met een 's') of 'De Kreem', en deze bijnaam kende zoveel succes dat men zelfs al eventjes moest nadenken als men zijn echte voornaam wou gebruiken. 

'De Kreem' werd een begrip.

Sven was jarenlang een opvallende figuur binnen de carnavalswereld en werd vooral bekend als stuwende kracht bij 'De Loizemaanen'. 

Hij sloot zich bij deze vrolijke bende aan in 1994, tijdens het tweede bestaansjaar van de groep. 

Begin jaren 2000 werd Sven trouwens benoemd tot voorzitter van 'De Loizemaanen', en onder zijn leiderschap groeide de groep enorm. 


In 2001 huwde hij met Kathy Rasschaert 
De twee hadden elkaar leren kennen op het afscheidsbal van prins Bart Van den Neste, en amper zes maanden later traden ze in het huwelijk. 

Binnen de groep werd 'De Kreem' ook wel eens 'De Frisco' genoemd. Natuurlijk om hem een beetje op zijn paard te willen zetten, want - natuurlijk - was hij fier op het ambachtelijke ijs dat met veel liefde bereid wordt. 
Kathy, sinds 2003 ook volwaardig lid van de groep, werd dan weer 'Moederke' genoemd, omdat ze zich steeds maar bleef inzetten voor 'haar kinderen'. 
'Moederke' werd dan later ook een fysiek feit door de geboorte van hun zoontje, Maxim.

In 2002 nam Sven de ijskreemzaak van zijn ouders, Martine en François, officieel over en van dan af spraken we in Aalst dan ook van 'Ijskreem Sven'

We blijven eventjes bij het carnaval, maar dan meer 'in de rand', want in 2005 kreeg Sven, samen met zijn nieuwe partner Griet Moereels, de concessie voor de uitbating van het carnavalscafé aan de werkhallen. 
Beiden waren er dag in dag uit achter de toog te vinden en groeiden zo uit tot een vertrouwd gezicht bij de Aalsterse carnavalisten.

In die periode werd Sven ook voor een tweede keer vader, met de geboorte van zijn zoon Axl.

In 2007 hielp Sven mee om van 'De Loizemaanen' een vzw te maken in plaats van een feitelijke vereniging. 
Amper drie jaar later, in 2010, leidde hij de groep ook naar een eerste overwinning bij de 'middelgrote groepen'. 

Eind 2008 nam Sven café ’t Paviljoen op de Grote Markt over van Carlos Van den Neste. 

De naam van het café bleef behouden, al kreeg de zaak wel een volledig nieuw interieur. In maart 2009 werd het vernieuwde café officieel geopend, en - het mag gezegd worden - dat gebeurde met heel veel succes. 
In 2011 breidde Sven zijn horeca-activiteiten verder uit met een tweede zaak. 
Café De Poes op het Vredeplein werd overgenomen en herdoopt tot café 'Secundo'. 
De naam verwees naar hun “tweede” café.

Gedurende negen jaar stonden Griet en Sven met hart en ziel in voor de uitbating van de carnavalskantine aan de werkhallen, maar in juni 2014 werd beslist om de concessie niet langer te verlengen.
De zaak bleek financieel onvoldoende rendabel en Sven had ook grootse plannen aan zee. 

Het familiebedrijf had ondertussen een enorme generatiewissel meegemaakt en Griet (toenmalige partner van Sven) en Sven zouden het over een heel andere boeg gooien.

Toch bleef het vuur nog wat flakkeren en kwam Sven nog de frigo's (en lekker ijs!) leveren bij - onder andere - een evenement van carnavalsgroep 'De Lodderoeigen'. 
Omdat de stad niet meteen een nieuwe uitbater vond voor de carnavalskantine, besloten hij en Griet om de kantine tussen december 2014 en maart 2015 toch nog als een soort pop-upcafé open te houden. 

Nadien werd echter toch definitief een punt gezet achter het hoofdstuk carnavalskantine, alsook de horeca-activiteiten in Aalst werden stopgezet. 
De cafés sloten de deuren, zodat Sven zich volledig kon toeleggen op een nieuw avontuur binnen de ijssector.

Sven verhuisde in 2015 naar Middelkerke. 

Griet en Sven vonden het logisch dat je naar de zee trekt als je ijsjes wil verkopen. "Aan zee heb je toch meer dat vakantiegevoel. Een ijsje aan zee, dat is iets anders dan een ijsje eten in Aalst. Omdat zon, zee, strand en ijsjes hand in hand gaan, zijn we verhuisd naar de kust. Het zonnetje, de mensen op de dijk, 36 smaken ijs in ons salon, het is hier echt zalig".

De naam?

>  'Crème De La Kreem', en dat is natuurlijk een verwijzing naar de bijnaam van Sven. 

Het ijssalon werd een heuse trekpleister, en ook de Aalsterse carnavalisten lieten zich niet kennen en brachten massaal een bezoekje. Reeds op de openingsdag waren er al heel wat om eens te proeven van de overheerlijke ijsbereidingen, en dat is sedertdien eigenlijk nooit gestopt.

Sven was er een beetje melancholisch door. "Natuurlijk missen we Aalst. Vooral de mensen dan, de klanten van het café. De kantine van de carnavalswerkhallen zullen we niet missen, maar de vele mensen die we er hebben leren kennen en de unieke sfeer, dat wel".

Hij wou aanvankelijk wel nog voorzitter van de groep blijven, en het idee was om tijdens de wintermaanden, een iets minder drukke periode voor ijsjesverkoop, op en af te pendelen tussen Aalst en Middelkerke.

Uiteindelijk bleek dit niet echt haalbaar te zijn, en besloot hij om nog datzelfde jaar de fakkel door te geven aan Joris van der Eecken.
 
Sven bleef wel deel uitmaken van het bestuur, en kenmerkte zich door iemand die vaak met vernieuwende ideeën op de proppen kwam.
De andere leden konden hierop voortbouwen en dat ze veel vertrouwen hadden in hun ex-voorzitter mag blijken uit het feit dat Sven benoemd werd tot erevoorzitter van de groep. 

Kathy Rasschaert, die ondertussen - na een onderbreking van het lidmaatschap bij de Loizemaanen, en een onderbreking van de relatie met Sven - opnieuw de partner (en vrouw) van Sven werd, stond samen met hem garant voor de uitbouw van de bloeiende ijsjeszaak.

Als voorzitter van De Loizemaanen groeide Sven uit tot een gekende figuur binnen de Aalsterse carnavalswereld. Verschillende groepen beeldden hem dan ook uit in de stoet. 

Toen De Zwiejtollekes in 2011 een ode brachten aan het Vredeplein, namen ze onder meer een pop van De Kreem van café Secundo mee op hun wagen. 

In 2012 doopte Allei-Joep hem om tot Oilsjtersen King of horeca. 

Twee jaar later verscheen hij opnieuw op de wagens van De Poipeplekkers en Gralek Grosj. 
Bij De Poipeplekkers werd hij, samen met andere voorzitters, in een tank geplaatst als kolonel De Kreem. 
Bij Gralek Grosj kreeg hij een plaats in het thema Cinema!

Een - voorlopig - laatste eerbetoon volgde in 2026, toen Wazakkermedoeng de kop van De Kreem vooraan op hun wagen plaatste binnen het thema Oilst Es De Kreem.

'Voorlopig' uiteraard, want het mag zeker niemand verwonderen dat ook Sven nog tegenwoordig zal zijn tijdens de stoet van 2027.

Op 24 mei 2026, Pinksterzondag, overleed Sven Ghysels na een moedige strijd tegen kanker. 

Zijn laatste carnaval beleefde hij in februari 2026, samen met De Loizemaanen. 
De groep behaalde dat jaar een plaats binnen de top drie, won de eerste plaats van den Oitgeranzjeirde jury, bracht het beste stoetliedje volgens Oilsjt Mjoezik en won ook De Groeite Prois KBA.

Een visitekaartje om U tegen te zeggen : 

(Ere)voorzitter De Loizemaanen, 
uitbater IJskreem Sven (2002-2015), 
uitbater carnavalscafé carnavalswerkhallen (2005-2015), 
uitbater café ‘t Paviljoen (2008-2015), 
uitbater café Secundo (2011-2015), 
uitbater Crème de la Kreem (2015-2026), 
uitbater MAX (2019-2026), 
uitbater Kreem de la mer (2021-2026)

Na het overlijden van Sven in 2026 beslisten zijn echtgenote Kathy en zoon Maxim om MAX te sluiten en zich volledig te focussen op 'Crème de la Kreem' en 'Kreem de la mer', om zo de droom van Sven verder te blijven zetten.

Als jullie dus aan zee zijn, en goesting krijgen op een lekkere ijskreem, neem dan zeker even de moeite om langs te gaan bij één van beide zaken. 

- Crème de la Kreem : Jean van Hinsberghstraat 20, 8430 Middelkerke
- Kreem de la mer : Zeedijk 23, 8430 Middelkerke



Bronnen : 

HLN 14/02/2003 - 12/06/2015
OilsjtMjoezik 26/05/2026
FB Creme de la Kreem
Strandverblijf.be
Bidprentje Uitvaartverzorging Roose
Eigen info
Foto (zwart-wit) : © RR (Het Nieuwsblad 26/05/2026) 

vrijdag 2 februari 2024

Alfred Kelders (+)

2020 … Het feestcomité blies maar liefst 100 kaarsjes uit. 

De allereerste voorzitter van deze vereniging was een politicus. We hebben het over toenmalig schepen van openbare werken Valery De Valckeneer. 
De eerste feestdirecteur werd Alfred Kelders, en het is over deze man dat dit artikeltje gaat. 


Alfred Kelders
… van waar moeten we hem moeten kennen? 

Wel, erg goed gekend in Aalst is zijn buste, die zich bevindt in de Kattestraat. En er is ook het vroegere Keizersstraatje (tussen de Nieuwstraat en de Ridderstraat) dat ondertussen naar hem is vernoemd. 

Alfred Kelders (°21/10/1874 - +27/11/1956) wordt samen met Felix De Loose en Gustaaf De Stobbeleir wel eens ‘de vader’ of ‘grondlegger van het moderne Aalsterse carnaval’ genoemd. 
Op 19 februari 1920 was het immers dit trio dat het Feestcomité boven de doopvont hield.

Uiteraard heeft niemand van deze drie carnaval echt ‘uitgevonden’ … dat is immers een fenomeen waar we enkele eeuwen terug voor moeten gaan … Neen, maar zij waren wel de initiatiefnemers om opnieuw een cavalcade in te richten. Het was logisch dat er tijdens de Eerste Wereldoorlog geen stoeten waren, maar het waren deze drie die na de oorlog opnieuw de draad van plezier oppikten en het initiatief namen om het begrip ‘carnavalsstoet’ opnieuw onder de mensen te brengen. 

Kleine Alfred kreeg reeds van jongsafaan de bijnaam ‘Fred Kassoi’. 
Deze naam had hij eigenlijk te danken aan zijn vader Petrus, ofte ‘Pie Kassoi’. 

In 2018 werd de 90ste stoet gelopen, en dat ging niet onopgemerkt voorbij. Onder andere voor de kleine groep ‘Liejp’ die deze viering uitwerkte als stoetthema. 

Hun aankondiging : “Merci Fred Kassoi! Dankzè a loeipen weir al 90 kiër deer alle weir en windj …Pakt eir paraplieken mor bè d'hand”

Een afbeelding van Alfred, de Stopnoilekes en de reuzen Iwein en Lauretta sierden dat jaar de affiche van Liejp. 

Over 'De Stopnoilekes' is HIER meer terug te vinden. 
Over de reuzen 'Iwein en Lauretta' staat HIER meer informatie.

Benieuwd uiteraard naar wat 2028 zal brengen … 

De eerste tekenen van ‘commercieel’ en ‘communicatief gevoel vinden we bij zijn aansluiting bij het ‘Koninklijk letter- en toneelkundig gezelschap voor taal en vrijheid’. Dat gebeurde in 1892.

Het gezelschap was gevestigd in het Liberale lokaal ‘De Graaf van Egmond’ en Alfred zou er meewerken aan maar liefst 35 vertoningen (25 als acteur). 

Het ‘commerciële en leidinggevende’ kwam echter stilletjesaan naar boven en vanaf 1905 stond hij in voor het regisseren. 

Na meer dan 100 stukken te hebben geregisseerd, stopte hij als regisseur. We schrijven 1934. De vereniging organiseerde nog een viering als afscheid, en het was Gustaaf De Stobbeleir die hem dankte voor zijn 42 jarig lidmaatschap bij het gezelschap. 
Alfred kreeg ‘het gulden erediploma van het nationaal toneelverbond’ overhandigd.

Het was een afscheid dat nog een vervolg kreeg want van 1936 tot 1955 werd hij er verantwoordelijke voor de regie. Hij werd in september 1936 trouwens aangesteld als nieuwe voorzitter van ‘Voor taal en vrijheid’ en volgde daarmee Richard De Stobbeleer op. 

Alfred Kelders werd als ‘commerçant’ ook bekend door zijn ‘Wolwasserij Alfred Kelders – Meganck’ 

‘De handel’ was hem niet vreemd, gezien hij reeds mee ingestapt was in de beenhouwerij van zijn vader. 
Toch zocht hij naar nieuwe uitdagingen, en startte hij in 1895 een eigen matrassenwinkel. 

Deze was gevestigd in de Bisschopstraat (tegenwoordig Werfplein), en verhuisde nadien naar de Leopoldstraat 23 (tegenwoordig Kattestraat). 
De matrassen werden vervaardigd in de fabriek in de Onderwijsstraat 5.

Reclameboodschap zoals deze verscheen in 'Het Land van Aelst' in 1896.


Reclametekst zoals deze verscheen in ‘De Dendergalm’ van 22 augustus 1897

“Ingang der klassen – Belangrijk bericht aan de moeders van familie …
Alvorens uwe matraswol te koopen voor uw kostgangers, bezoekt eerst het Magazijn van Alfred Kelders, Bisschopstraat nr2 (tegen de St Annabrug), waar ge altijd een grooten keus van goede en zuivere gewasschen en ongewasschen matraswol (inlandsch – levend geschoren) zult vinden. 
Met komt met de stalen ten huize zoo wel binnen als buiten de stad. 
Prijzen tegen alle concurrentie te beginnen van 1,50 fr tot 4 fr den kilo. 
In voorgenoemd magazijn zijn ook alle soorten van witte en gekleurde schaap- en lammersvellen te bekomen. 
Alsook vellen dienstig voor gareelmakers en schutsvellen voor smeden. 
Aan het huis zijn zeer goede matraskloppers verbonden. 
Men handelt in ’t groot en in ’t klein. 
Verzekerd gewicht en spoedige bediening. 
NB Vermindering voor matraskloppers”

In 1902 zette Alfred zich enorm in voor de middenstand van de stad, en stichtte hij op 16 september van dat jaar ‘Het syndicaat der verenigde vleeshouwers van Aalst’. 

Na amper enkele weken telde dit syndicaat reeds een 40-tal leden en werd men dus ook wat serieuzer gehouden. 
Enkele belangrijke beslissingen konden toen worden doorgevoerd, onder andere de verplichte zondagsrust voor haar leden. Men slaagde er ook in om als groep nier- en slachtvet en huiden te verpachten. 

Alfred werd ondervoorzitter van het syndicaat en was gedurende 28 jaar secretaris van de organisatie.

Dat Alfred een bezige bij was, mag blijken uit het feit dat nog in 1902 hij ook aan de basis lag van de Onpartijdige Bond van Neringdoeners en Ambachtslieden. 
Later werd dit omgedoopt tot de ‘Middenstandsbond van Aalst en omstreken’.

Deze vereniging stond in voor het organiseren van diverse festiviteiten met als enige doel promotie te maken voor de stad en zo veel mogelijk volk naar ‘ons Oilsjt’ te lokken.

Als promotiemiddel was er het blaadje ‘Burgersbelang’ dat belangeloos reklame maakte voor alle geplande festiviteiten. Daarbij hoorden bijvoorbeeld de Rubenscantate (in 1909), de Beiaardfeesten, en ga zo maar door.

In 1911 organiseerde de stad Aalst een tentoonstelling van plaatselijke ambachts- en nijverheidsartikelen in het Belfort. Alfred Kelders was toen één van de gewaardeerde deelnemers met producten als schapenvellen, kaatsballen en paardenhaar

Het reeds eerder genoemde syndicaat bleek heel succesvol te zijn en vanuit deze organisatie was Alfred tijdens de Eerste Wereldoorlog beheerder van maar liefst vijftien beenhouwerijen. 
Deze werden samen met enkele collega’s uitgebaat om de burgers van voedsel te kunnen voorzien.

Uiteindelijk werd Alfred ere-secretaris van het syndicaat.

Alfred werd ook penningmeester van ‘Aalst-Voorwaarts’, een onderafdeling van deze Middenstandsbond. Later zou deze afdeling het ontstaan van het eerste Feestcomité.

Het was immers na een bezoek van enkele leden van Aalst-Voorwaarts aan het carnaval in Binche, dat het idee ontstond om ook in onze stad een dergelijke carnavalsviering te kunnen organiseren. 
Zo werd op 8 juni 1913 een eerste carnavalsstoet georganiseerd. Ja, U leest het goed … In juni … we spreken dan ook van het Zomercarnaval.

De datum maakt al duidelijk dat het initiatief het jaar daarop niet meer kon herhaald worden omwille van de oorlog. 
Tijdens de oorlog bleef de Grote Markt het centrum van de macht in onze stad, en voor veel georganiseerd plezier was er echt geen plaats. 

Geen carnaval meer, maar Alfred bleef wel bezig.

Zo werd hij ook de drijvende kracht achter ‘Caritas’.  Dit was een Aalsterse vereniging die zich ontfermde over de vrouwen die achterbleven in de oorlog terwijl de mannen naar het front trokken. Vaak kwamen deze laatsten immers niet meer terug … vermist of gesneuveld.

En het was voor deze vrouwen en wezen dat hij zich inzette. Elk jaar in de maand augustus werd er een dag georganiseerd waarop soep en ingezamelde kledij werden verdeeld onder deze vrouwen en kinderen en 'Caritas' organiseerde toneelstukken, revues en concerten ter afleiding van de noodlijdenden in die zwarte periode.

In de kelders van het Belfort vonden de voedsel- en goederenbedelingen voor de noodlijdende bevolking plaats. Gezien veel producten van Amerikaanse bodem kwamen, was de naam ‘Amerikaanse winkel’ al gauw in algemeen gebruik. 

Het stedelijke voedingskomiteit slaagde er trouwens in om gedurende de hele oorlogsperiode de bevolking te blijven voorzien van graan, melk, rijst, zeep, kleding en chocolade. 

Vanaf 1916 werd hier ook het gehate en gevreesde Duitse ‘Meldeamt’ gevestigd. Alle mannelijke 16-plussers moesten zich hier komen aanmelden en velen werden opgeëist om te gaan werken in de Duitse oorlogsindustrie. 

In de Winter van 1917 werd in de Graaf van Egmont en in het buurhuis ‘Liénart’ een ‘Soldatenheim’ opgericht.  
Zo’n soldatenheim (of soldatenhuis) was eigenlijk een ontspannings- en ontmoetingsplek voor de Duitse militairen. 

Het hoofdkwartier van de Duitse troepen werd gevestigd in het ‘Hotel du Comte de Flandre’ op het Statieplein. 

De opvolger van ‘Von Meyer’,  general Jurg, richtte een Etappenkommandatur in in het huis Liénart op de Grote Markt. 

De familie Liénart was samen met zijn familie reeds gevlucht voor het aankomende geweld, en had de sleutel van het huis toevertrouwd aan zijn bediende, Charles. Toen deze vernam dat de Duitsers daar hun Kommandatur gingen inrichten, verkocht hij nog heel gauw de heel goed gevulde wijnkelder van de familie aan Camiel Van Hecke. Op die manier zouden de ongeveer 1000 flessen tenminste de oorlog nog overleven … ware het niet dat Camiel ze al heel snel doorverkocht … aan de Duitsers. 

In 1919 werd klacht ingediend over de inbezitname door de Duitsers. De klacht luidde ‘Huiselijken diefstal en verheling’.

Ook in de Lange Zoutstraat was trouwens zo’n Soldatenheim gevestigd.

Na de Eerste Wereldoorlog – Aalst was toen een arme stad aan de Dender, deels verwoest door de nietsontziende oorlog - ging Alfred dan toch verder met het idee om de feestelijkheden in de stad wat beter te organiseren.

Aalst had een grauwe periode achter de rug en er was dringend iemand of ‘iets’ nodig om de stad terug wat nieuw leven in te helpen blazen.

Het eerste wat gebeurde was het oprichten van  het Stedelijk Feestcomité, waarin alle politieke partijen vertegenwoordigd werden.

Dit comité moest in eerste instantie alle vaderlandslievende plechtigheden organiseren, maar deze opdracht werd daarna uitgebreid tot ‘de organisatie van alle officiële stadsfeesten’. 

Gezien de vereniging Aalst-Voorwaarts (de onpartijdige bond van de neringdoeners en ambachtslieden) reeds ervaringen had opgedaan met het organiseren van feesten, vormden zij de kern van het Feestcomité. 

Het eerste Feestcomité stond onder het voorzitterschap van schepen Valery De Valckeneer, maar het was duidelijk dat Alfred Kelders de échte drijvende kracht was. Hij werd dan ook aangesteld als feestdirecteur. Gustaaf De Stobbeleir (schatbewaarder) en Felix De Loose (secretaris) stonden hem bij en samen vormden ze de ‘harde kern’ van het Comité.

Hier een foto uit 1950.


Staand van links naar rechts: ?, Van de Perre, Benoni Ringoir, ?, Florent Vinck. 
Zittend van links naar rechts: Karel Van den Bossche, Alfred Kelders, Laurent De Wolf, Alfons Berghman, Gustaaf De Stobbeleir.

De leden van Aalst-Voorwaarts en Alfred Kelders zagen nu hun kans om via het Feestcomité toch officiële carnavalsfeesten te kunnen organiseren in Aalst. 

In 1921 werden zware gesprekken gevoerd met burgemeester De Hert en dienstdoend burgemeester Van Opdenbosch over de organisatie van het carnaval. 
De stad, vooral op aandringen van De Hert dan, ging akkoord en het Feestcomité mocht in 1923 de eerste officiële, door de stad gefinancierde, Aalsterse carnavalstoet organiseren.

Na het overlijden van burgemeester De Hert echter, was de toekomst voor het Aalsters carnaval eventjes heel onduidelijk. 
De opvolger, burgemeester Leopold Van Opdenbosch, was immers geen voorstander van carnaval en dreigde ermee om alles te annuleren. 
Drie dagen voor carnaval dat jaar (1925) konden Alfred, Felix De Loose, enkele zelfstandigen en foorkramers Aalst toch bekomen dat het feestje kon doorgaan.

Carnaval kreeg het etiket van een ‘armencarnaval’ te zijn. In Venetië bijvoorbeeld, moest je chique en rijkelijk verkleed zijn om te mogen deelnemen aan de prachtige stoeten. In Aalst volstond een ‘voorschot’, een lampekap en een ‘voegelmoit me ne gedroeigden herink’ eigenlijk al.  

Hoe volkser hoe beter … en zo wordt iedereen meteen ook gelijk gesteld voor de wet. 
Van rijk naar arm, en omgekeerd … Geen verschil … 

Nog in het carnavalsmilieu werd Alfred samen met Gust De Man in 1927 ook nog stichter van 'de Ware Gilles'.

In letterlijk elk naslagwerk over carnaval komt zijn naam voor. Hij leidde ook jaarlijks de verpachting van de standplaatsen voor de winterfoor, hij reisde het hele land door om ook niet-Aalsterse groepen onder contract te leggen en hij hield nauwe contacten met andere carnavalssteden. 

Hij werd ondertussen ook 'de ziel van de middenstandsbeweging in Aalst' genoemd, en hij bleef maar verderdoen. 
Zo nam hij samen met enkele handelaars in 1929 het initiatief om een handelsdekenij op te richten. 

De eerste ‘dekenij Kattestraat’ was geboren en de eerste Aalsterse braderij aldaar werd dus georganiseerd door deken Jozef Arijs, secretaris Pierre De Winter en onze Alfred.

Alfred nam later het ‘dekenschap’ over en zou later ook benoemd worden tot eredeken.

In 1930 veranderde Alfred, wegens besparingen, de stadskleuren van drie (rood-wit-geel) naar twee kleuren (rood-wit). 
De brave man had hiermee, eigenlijk zonder het te beseffen, trouwens een fout van vroeger goed gemaakt. 

De stadskleuren rood-wit ontstonden immers al in de 14e eeuw. De vlag van Iwein (in de slag bij Hertshaag) en van Boudewijn van Paperode (in de Slag der Gulden Sporen) - de vlag van de Aalstenaars dus - was rood en wit. Net zoals de kleuren van ons wapenschild trouwens : rode rechtstaande degen op een zilvere (witte) achtergrond.

Het was in de 16e eeuw, in de Spaanse tijd, dat het geel er werd bijgevoegd. Bij de lijkplechtigheden van Keizer Karel V te Antwerpen, 21 januari 1559, waren dan ook trompetters van de keizer aanwezig in geel fluweel, afgeboord met wit en rood.

Die besparingsmaatregel was maar van korte duur en tot op de dag van vandaag zijn de stadskleuren opnieuw rood-wit-geel. Meer over de stadskleuren kan u HIER terugvinden.
 

Onder meer door zijn vlotte en open communicatie groeide Aalst uit tot dé carnavals- en handelsstad bij uitstek, en het was Albert D’Haese, voorzitter van het Feestcomité en schepen van openbare werken in 1934, die voor het eerst de naam ‘vader van het Aalsterse carnaval’ in de mond nam.

Hij omschreef Alfred verder als "een duivel die 't al doet, die 't al bereddert" en nog als "goedlachs, rond en joviaal, maar met een temperament om den duivel zelf uit de hel te halen".

Dat het feestcomité meer dan ‘carnaval’ betekende voor de stad, mag blijken uit het feit dat er nog een hele hoop andere activiteiten hun opwachting maakten. 

Zo werd de reclamestoet ingevoerd in 1924, was er een eerste Handelsfoor in 1926, kwam er een Bloemenstoet in 1929, spraken we van de Eeuwfeesten in 1930, de lichtstoet in 1933 en de onthulling van het Koningin Astridmonument in 1938.

Naast de organisatie was hij ook woordvoerder van het Feestcomité naar de pers toe.

Eventjes terug naar zijn eigen zaak nu. Het bleef immers niet bij zijn matrassenwinkel, want in 1920 werd er een onderzoek van commodo en incommodo opgesteld voor de oprichting van een stapelplaats voor schapenvellen. 

Het ging steeds maar verder en na zijn huwelijk werd zijn ondertussen heel uitgebreide zaak omgedoopt tot ‘Wolwasserij Alfred Kelders-Meganck’, gespecialiseerd in het reinigen van wol dat bestemd was voor de spinnerijen en voor het vullen van matrassen. 

'Alfred Kelders – Meganck' liet in 1931 een gloednieuwe fabriek bouwen op een perceel hooiland gelegen aan de Saskaai (tegenwoordig Van Wambekekaai) en werd kadastraal geregistreerd onder sectie A, perceelnummer 1361a2/2bis. 

De wolwasserij had een perceelsoppervlakte van 6a80ca en bevond zich naast het hoge magazijn met opschrift “G.R.” (Glucoseries Réunies). 
In hoeverre de fabriek aan de Onderwijsstraat in gebruik bleef, heb ik jammer genoeg niet kunnen terugvinden.

De hoofdactiviteit van de onderneming bestond uit het reinigen van wol bestemd voor de spinnerijen en voor het vullen van matrassen, maar daarnaast werden ook schapenvellen ontwold en produceerde men dekens uit paardenharen, alsook matrassen. 

In 1936 werd het onbebouwde deel van het perceel verkocht, waardoor het fabrieksareaal inkromp tot 5a70ca. 

Alfred was een ‘commercant’… en een liberaal met een doorleeft sociaal engagement, dat is al duidelijk gebleken door vorige informatie.
 
Gedurende 20-30 jaar zette hij kleine advertenties in de lokale kranten, uitvoerig reclame makend voor zijn zaak. 
In 1940 echter verscheen er een bericht dat Alfred Kelders zijn matrassenwinkel sloot wegens omstandigheden.
Deze ‘omstandigheden’ waren natuurlijk de gekende ‘oorlogsomstandigheden’. 

De boel sluiten deed hij ongetwijfeld omdat hij anders verplicht zou worden om matrassen te fabriceren voor het Duitse leger, iets wat vaak voorkwam tijdens de oorlog. 

Net na de oorlog werd de naam van de persoonlijke onderneming gewijzigd in ‘Alfred Kelders – Meganck en Zoon’, en een tiental jaren later, op 30 augustus 1956, nam deze zoon, Frits Kelders – Arye, het bedrijf volledig over. 

Alfred zelf nam in november 1949, wegens gezondheidsredenen, ontslag als eestbestuurder, maar bleef wel nog lid van het feestcomité. 
Tot carnaval 1950 bekleedde hij nog steeds een belangrijke rol in de organisatie van carnaval. 

Na zijn definitief afscheid en overlijden in 1956 werden de administratieve taken overgenomen door Henri Van de Perre. 

Alfred zelf kreeg nog de eer om een Nominetje toegewezen te krijgen. 



De wolwasserij ‘Alfred Kelders – Meganck en Zoon’ werd ondertussen volledig ingesloten door de bedrijfsgebouwen van het latere ‘Amylum’ (ca. 1960), en de activiteiten werden tenslotte in 1964 stopgezet.

Hier een afbeelding van de wolwasserij in 1960. We zien hierbij de gebouwen van de firma, bijna volledig omringd door de gebouwen van 'Glucoserie Réunies'.


Het gebouw werd in 1964 ongewijzigd doorverkocht aan de 'N.V. Glucoseries Réunies Ancienne Firme Blieck et Callebaut Frères’ (nu ‘Tereos’, maar toch nog altijd beter gekend als ‘den Amylum’). 

Intussen werd de wolwasserij volledig afgebroken om plaats te maken voor de verdere uitbreidingen en aanpassingswerken van Amylum en Tereos.

Van dit bedrijf is tegenwoordig niets meer over.

Het is al eens vernoemd geweest, maar in 1950 kreeg Alfred het ereburgerschap van de stad en dat was dus niet enkel voor zijn carnavalsengagement … 
Neen, Alfred heeft, zoals hierboven uitvoerig beschreven, veel meer gedaan voor onze stad.

Het ereburgerschap was dan ook geen ‘plotse’ beslissing in 1950.
Neen, er werd al lang gepalaverd (Aalst zou anders Aalst niet zijn) over de toekenning van deze titel. 

Het was reeds in 1939 dat burgemeester Alfred Nichels voorstelde om Kelders de titel ‘Ereburger’ te bezorgen, en dat omdat hij er gedurende 20 jaar als feestbestuurder voor gezorgd had dat de stad en haar handelaars er financieel op vooruit gegaan waren door zijn toedoen.

Hier Albert helemaal links, met aan zijn zijde De Stobbeleir en in het midden de burgemeester.


Op dit initiatief kwam er echter protest vanuit de oppositie. Zij claimden dat het Ereburgerschap enkel maar aan kunstenaars en wetenschappers kon en mocht opgedragen worden. 

Ze erkenden wel dat de stad Alfred Kelders dankbaar moest zijn, maar dat dit op een andere manier getoond moest worden. Kelders werd in die periode dus geen ereburger, maar de stad zou wel hulde aan hem brengen, wegens bewezen diensten aan de stad.

Die hulde kwam er in 1945 tijdens het feest ter ere van het Ereburgerschap van Captain Bill Fairbairn. 

Captain Fairbairn was bij de bevrijding in 1945 de eerste die de stad binnenkwam met zijn regiment en als blijk van dank en erkentelijkheid mocht hij tijdens het bevrijdingsfeest Vreugde voor de Vrede het Ereburgerschap ontvangen. 

Over deze 'captain' is HIER meer te lezen. 

Samen met de nieuwe Ereburger, werd ook Alfred Kelders als feestbestuurder van het Stedelijk Feestcomité gehuldigd. De kranten uitten achteraf kritiek op het gezamenlijk huldigen van Captain Fairbairn en Alfred Kelders, te meer omdat Alfred niet echt een ereburgerschap kreeg, terwijl de stad wel de indruk had gewekt dat er twee Ereburgers gehuldigd werden.

In 1950 werd Alfred Kelders dan uiteindelijk toch door de stad benoemd als Ereburger, als grondlegger van het moderne carnaval en medestichter van het Feestcomité

Albert overleed op 28 november 1956 op 82-jarige leeftijd. 

Op zijn begrafenis namen verschillende prominenten het woord, waaronder burgemeester De Bunne en Feestcomitévoorzitter Arthur Cornelis. 

Cornelis omschreef hem als "een onvermoeibare werker, bekwaam organisator die steeds paraat was om de moeilijkste taken op zich te nemen en tot een goed einde te brengen. Bezield met de gedachte steeds nieuwe mogelijkheden te scheppen om nering en tering te doen bloeien in onze stad, was onze vriend Alfred voor alles de man van het karnaval. Hij was het die de eerste carnavalstoet inrichtte en deze van jaar tot jaar, rijker en schoner wist te maken. Voor zijn karnaval heeft hij geleefd en hieraan wijdde hij steeds zijn beste krachten”

Op 10 januari 1978 werd het Alfred Kelders-Comité opgericht door een 8-tal bewoners van de Kattestraat. Het doel van dit comité was het plaatsen van een gedenkteken voor Alfred Kelders, medeoprichter en ere-deken van de dekenij Kattestraat.

Dat gedenkteken werd op 4 oktober 1978, in aanwezigheid van de burgemeester, ingehuldigd. Het monument, een bas-reliëf, werd ontworpen door Alfons Huylebroeck en het werd voorlopig achter het Belfort geplaatst.

Op de dag van de inhuldiging was er ook een afvaardiging van de dekenij Molenstraat aanwezig. Zij lieten zich opmerken door het feit dat ze een soort schrijn meedroegen op hun schouders. Hierop stond volgende tekst : “In plaats van onze kat te sturen, zoals sommige prinsen wel eens doen, wensen wij aan onze geburen honderd jaar en veel geluk en poen’. 

Later werd het geplaatst op het pleintje achter de gerestaureerde kapel in de Kattestraat en het vond uiteindelijk zijn definitieve plaats op de hoek van de Peperstraat en de Kattestraat.


Begin de jaren 2010 verdween het monument even uit de Kattestraat, doordat het moest wijken voor een nieuw woonblok. 

In 2015 werd het monument van Alfred Kelders echter opnieuw in de Kattestraat geplaatst.  ‘Zijn’ Kattestraat, waar hij ooit zoveel voor betekende.

Men zou zich de vraag kunnen stellen of carnaval in Aalst wel een kans zou hebben gekregen zonder zijn onnavolgbare inspanningen. 

Het lijkt er sterk op dat hij tijdens het interbellum meer bereikte dan de vijf eeuwen traditie dia aan 'Aalst Carnaval' voorafgingen.

Bronnen : 

HLN 6/5/1934 - 15/02/2020
De Gazet van Aalst 14/12/1961 – 20/01/1962 – 3/9/1959
Voor taal en vrijheid 12/11/1922
De Voorpost 23/05/1989 – 3/2/1978 – carnavalsuitgave 1978
De Streekkrant 30/10/2013
Foto eerste Feestcomité : Stadsarchief Aalst (Van den Bossche K.)
Carnavalslintje.be
users.telenet.be/wim.beelaert/vastenavond/geschiedenis04b.html
Over bouwen en verbouwen, de textielnijverheid arrondissement Aalst, Mainz K (2001)
Aalst; industrie en samenleving. Het eiland Chipka. S.l., s.n., s. d., p. 18)
Het Land van Aelst 21/06/1896 (reclame Alfred)
Foto wolwasserij Alfred Kelders – Meganck & Zoon : Industrie en samenleving, het eiland Chipka, M.Verleysen
Voor Allen 10/02/1978
Foto 1939 : Mediabank madeinaalst

maandag 1 mei 2023

Luc Vermeiren - De Paroi (+)

‘Ey Paroi, kenje den 12 ins oepen doeng astamblief’, ... en een paar uur later ‘Sech Paroi, weir zen voesj zenne, ge meegt kommen sloiten’ 

…    Het waren korte telefoongesprekjes die we reeds een tijdje niet meer hoorden in de carnavalshallen, maar die we nu helemaal definitief moeten opbergen … 

‘Paroi is immers niet meer’ … 


Een blik in ‘Den Oilsjtersen Diksjoneir’ leert ons dat het woord ‘paroi’ gelijk staat met ‘prei’, Prei (oftewel Allium porrum) is een plant uit de lookfamilie (Alliaceae). De soort is verwant aan ui, bieslook en knoflook en wordt als groente gegeten.

Een blik op zijn cv leert ons dat deze man
(°Aalst 13/03/1968 - †Aalst 30/04/2023) heel veel betekende voor het Aalsterse carnaval. 

Hij was 

- lid van Vriet (1986-2008)
- lid van KonterVeRkIErT (2009-2020), 
- toezichter van de carnavalswerkhallen (1995-2018)
- decorverantwoordelijke van diverse kandidaten prins carnaval (1988-1998)
- medewerker DAK (jaren 90 – 2023)
- medewerker Ajoin Music (2012-2015)
- medewerker Oilsjt Music (2015-2023)
- penningmeester bij Carnavalist Tot In De Kist
- verwoed verzamelaar van alles wat nog maar met Carnaval te maken heeft

Laten we het overzicht beginnen met het verklaren van de bijnaam ‘de Paroi’. 

Luc sloot in 1986 aan bij de groep ‘Vriet’. 
Op dat ogenblik studeerde hij aan de hotelschool en viel op door zijn lange en magere gestalte. 
Ook zijn ‘piekskeshaar’ was een voorzetje naar de naam ‘Paroi’ die hem door de toenmalige voorzitter werd gegeven. 

Die naam zou blijven voortleven, zelfs in die mate dat ook in het telefoonboek ‘Paroi’ werd toegevoegd aan zijn officiële naam.  ‘Vermeiren De Paroi Luc’ dus … 

Via deze naamsverklaring zitten we dus meteen ook bij zijn eerste groep, Vriet. 

Zoals al vernoemd vervoegde hij deze vereniging in 1986, toen de tweede stoet gelopen werd. 


Een jonge vereniging trouwens, want op dat ogenblik hadden ze nog maar één stoet achter de rug. 
Luc werd er, samen met onder anderen Kris De Poorter, één van de drijvende krachten en toen hij in 1991 ook uitgeroepen werd tot ‘De Vrietste van Vriet’ werd hij ook opgenomen in het bestuur. 

Uitreiking 'De Vrietste van Vriet'

Uiteindelijk zou hij ook nog 11 jaar de functie van voorzitter waarnemen. 

Van 1988 tot 1998 werkte hij trouwens ook nog als ‘chef decor’ mee aan de decors van verschillende kandidaten prins carnaval en arendprins. 
Ook voor de stad Aalst werkte hij natuurlijk mee aan het basisdecor van de prinsenverkiezingen. 

Dat Luc een muzikaal oor had, mocht ook blijken uit het feit dat hij instond voor de samenstelling van de cd’s die de groep op jaarlijkse basis uitbracht. 
Vriet behaalde tijdens hun bestaan 9 prijzen bij de middelgrote groepen. 

Na 22 jaar (voor Luc dus 21) jaar besloot de groep om er mee te stoppen. 
Kris en Luc vonden het welletjes en in 2008 werd de stekker eruit getrokken. 

Luc was op dat ogenblik voorzitter en gezien er zich geen opvolging aanbood, was de keuze eigenlijk snel gemaakt. Luc werd wel nog snel ‘erevoorzitter voor het leven’ benoemd.

Dat het beestje bleef kriebelen mocht al gauw na de stopzetting blijken, want enkele ex-leden van de groep besloten om toch verder te gaan als ‘losse’. 

Ook Luc sloot zich aan bij de groep die de letters ‘vriet’ zou meedragen als eerbetoon aan de ter ziele gegane AKV Vriet.  Kijk maar eens naar de hoofdletters in hun naam : konterVeRkIErT … 
Inderdaad … 

Hier een fotootje van Luc met de groep tijdens de stoet van 2020 ... 


Daar zorgde hij onder andere voor de muzieksamenstelling van de cd's, gezien dat toch altijd één van zijn stokpaardjes is geweest. 

konterVeRkIErT 2016

Met de muziek zijn we trouwens aanbeland bij Ajoin Music. 

In 2012 haalde deze zender Luc binnen. Er was veel kritiek gekomen op het feit dat het altijd dezelfde liedjes waren die aan bod kwamen, en Luc werd aangesproken als ‘specialist’ om daar verandering in te brengen. Met zijn enorme muziekkennis bracht hij meer variatie in de playlists en hij hielp de zender om hun voorraad muziek aan te vullen. 

Drie jaar later, en heel wat discussies verder (onder andere om de radiofrequentie), besloot de Paroi om in 2015 de overstap te maken naar Oilsjt Mjoezik. 

Luc bleef tot 2020 bij konterVeRkIErT en sloot toen ook dat hoofdstuk af.   
Hij ging eventjes door een diep dal maar leek de draad weer op te pikken. 

Hij werd lid van 'De Aalsterse Gilles en het was de bedoeling dat hij tijdens de stoet van 2023 zou ingezet worden als chauffeur. 

Dat werd echter een ‘nope’ wegens gezondheidsredenen, en zijn latere overlijden dat jaar zou maken dat zijn lidmaatschap maar van heel korte duur was. 

Dat meelopen in de stoet was een echte hobby geworden, maar Luc, een rasechte carnavalist pur sang, werkte sedert 1995 daarenboven ook als toezichter van de carnavalshallen aan ‘d’Hoeige Vesten’. 

Hij kon er dus zijn hobby - carnaval - perfect combineren met zijn werk en het deed hem dan ook steeds duidelijk zichtbaar heel veel plezier zich het hele jaar door in het carnavalsmilieu te kunnen doorbrengen. 


Hij begon eraan samen met Etienne Grillaert (‘Paken’) die ermee stopte in 2013, en de fakkel werd overgenomen door Guy Walgraef (‘Ding Dong Guyken’) die het zou volhouden tot 2022.

Sedert 2003 brachten Luc en Etienne een pin uit van ‘de toezichters’. Deze werd vervaardigd door Freddy De Schrijver, U allen welbekend van ‘Fred’s stripwinkel’. 
Het succes bleef niet uit en er volgden nog enkele mooie exemplaren. 

De toezichters  brengen uiteraard heel veel tijd door met de carnavalisten. Ze openen en sluiten de hallen, staan in voor het onderhoud en de veiligheid in en rond de werkhallen en ze zorgen voor rondleidingen voor toeristen en scholengroepen. 
Dat laatste werd trouwens één van de specialiteiten van Luc. 
Hij stak enorm veel moeite in zijn rondleidingen en de groepen die onder zijn leiding de hallen bezochten kregen steeds een overdosis aan informatie mee. 

Eén minpuntje was uiteraard dat de toezichters zelf de stoet niet kunnen bewonderen, want tegen dat iedereen is buitengelaten, zijn de eersten al bijna terug … en die moeten natuurlijk ook veilig en vlot terug de hallen in kunnen rijden. 

Eén donkere bladzijde uit de toezichterscarrière van Luc zal ongetwijfeld de hevige brand zijn die op 27 april 2016 maar liefst 500 vierkante meter carnavalsplezier verwoestte. 

Paroi was die avond ook aanwezig en hij deed zelfs nog een eerste bluspoging, maar het was allemaal tevergeefs. 
Lijdzaam moest hij, samen met nog enkele tientallen aanwezigen, toezien hoe het vuur alles verteerde. 
Het jaar daarop kreeg hij een klein eerbetoon voor zijn optreden tijdens de brand en zette Krejeis hem in de bloemetjes.


Twee jaar later, op 4 juni 2018 viel de geliefde toezichter van het dak van de werkhallen, terwijl hij bezig was met onderhoudswerken aan de dakgoot. 

Zijn val werd gebroken door een voertuig dat in de buurt stond. 

Luc brak hierdoor drie ruggenwervels en zijn pols, en onderging een dag later reeds een spoedoperatie. 
Dit zorgde er voor dat hij niet meer zou terugkeren als toezichter van de werkhallen.
Hij zou tot aan zijn pensioen in ziekteverlof worden gesteld.

Het werk in de hallen viel dus volledig weg. 
Het meegaan in de stoet bleef hij echter nog doen. 
En ook zijn verzamelwoede kende geen einde. 

Zijn ondertussen indrukwekkende carnavalsverzameling begon ‘paroi’ toen hij nog een ‘paroike’ was. 

Op 16-jarige leeftijd begon hij met het verzamelen van carnavalsmuziek. 

Tientallen dozen vol cassettes, singles, lp’s en ondertussen natuurlijk ook cd’s werden aangevuld met affiches en vlaggen, wimpels, stickers, brochures, bierkaartjes, programmaboekjes en … natuurlijk … Nominetjes.


De carnavalsaffiche uit 1934, het programmaboekje uit 1938, de carnavalsvlag van een jaartje later en het allereerste Nominetje van Frans De Boitselier (‘Mister Dancy’) uit 1954 … het kreeg allemaal een ereplaats bij Luc. 

Hij was echter niet egoïstisch en zo kwam het dat ook het Stedelijk museum wel eens een keer een beroep deed op de collectie van Luc. 

Hij leende zijn vlaggen van 1937 en 1957 uit voor een expo rond ’80 jaar stoeten’ in 2007 en ook bij de tentoonstelling ‘Schatten op zolder’ van Tom Huybrechts in 2014 waren enkele eigendommen van Luc te bewonderen. 

Zijn verzameling leidde tot een reportage op TV-Oost. In de reeks ‘Carnaval ontmaskerd’ werd hij daar geïnterviewd als één van de gezichten van ‘De Geniepige Drauken’, een verzamelclub rond Tom Huybrechts, Kevin Redant, Chris Van Goethem en dus ook onze Paroi. 


Niet enkel de kasten en rekken bij Luc ademden carnaval, neen, ook zijn lichaam was stilaan een ode aan Aalst carnaval geworden. 
In het Eén-programma ‘iedereen beroemd’ mocht hij in 2016 zijn tattoos showen en hij haalde daarmee naast een tv-optreden ook verschillende nationale kranten.


Allemaal stelden ze één van de passies voor die Luc had. 

Op zijn borst stond de slogan ‘’k Aaf van Oilsjt’ … Die liet hij in 2001 samen met toenmalig kandidaat prins Carnaval Ivo De Troyer zetten, als teken van verbondenheid met Carnaval en de prinsen.  
Als decorbouwer krijg je immers ook de andere kant te zien ... het hard labeur om er 'te staan' op dé belangrijke dag.

Op zijn buik stonden de letters ‘Aalst’, naar het ontwerp van één van de pins van het DAK (Documentatiecentrum Aalst Karnaval), waar hij ook lid van was. 
Hij keek er in zijn functie van technisch medewerker na of de namen van de carnavalsgroepen wel correct werden gebruikt en corrigeerde waar nodig. 

Ook zijn enorme kennis van carnaval kwam meer dan eens van pas natuurlijk. 

In die hoedanigheid kreeg hij, naast de andere leden, ook een eigen uitbeelding in de stoet van 2019. De Zwiejtzoelen waren toen verantwoordelijk voor dat moment.

Op zijn been vonden we een afbeelding terug van een prei (tja, de ‘paroi’ nietwaar). 


Ook een tattoo van zijn groep ‘Vriet’ sierde natuurlijk zijn lichaam en tot slot liet hij in 2023 bij Mariska Van Lissum nog een afbeelding van ‘Oilsjt Mjoezik’ op zijn hand graveren. ‘Oilsjt Mjoezik’ die ook al een belangrijk deel uitmaakte van zijn leven. 


Het verhaal al zou hij in 2022 uit een diepe coma ontwaakt zijn toen Oilsjt Mjoezik werd opgezet, werd bevestigd door hemzelf, en was meteen ook de directe aanleiding tot de tattoo. 

Een heel druk bezet man dus die bezeten was van carnaval maar ook, en vooral, een goed mens die altijd het beste wou voor iedereen. 


Zo organiseerde hij, samen met collega Etienne, in 2007 een benefiet voor een lid van ‘Noeit Ni Genoeg’ dat zwaar verbrand geraakt was. 

In 2012 volgde een benefiet van Etienne, Paroi en de Tettemoesjen voor de familie Beckers die werd getroffen door een woningbrand
En hij stond altijd paraat om te helpen waar hij kon, soms met woorden, soms met daden. 

Hij bleef het allemaal graag en met hart en ziel doen, maar er bleef die pijn ... Hevige pijn, zware medicatie en geen uitzicht op verbetering ... 
Het zou de arme man uiteindelijk fataal worden ... 

Dat hij heel geliefd was in Aalst mocht al blijken tijdens een herdenkingsmoment dat gehouden werd op 3 mei. 

De organisatie lag in handen van collega Guy Walgraef en honderden carnavalisten namen de moeite om toch een laatste eer te komen bewijzen aan hun geliefde toezichter … de Paroi. 

Enkele honderden vrienden van Luc kwamen niet alleen kaarsjes aansteken, maar schreven ook - vaak emotionele - boodschappen in een rouwregister. 

Huidig Prins Yordi sprak de woorden “Je was een van de weinige mensen die 24 uur op 24 naar carnavalsmuziek luisterde. Dat op zich verdient al een medaille”. 

Ook burgemeester D’Haese en huidig opzichter Guy Walgraef waren op deze bijeenkomst aanwezig en er werd beloofd dat ook Luc een plaatsje zal krijgen op de muren van de werkhallen, net als dat in het verleden al gebeurde voor Ilse Uyttersprot, Cyriel Troch en Kamiel Sergant.

De uitvaartplechtigheid ging door op woensdag 10 mei om 11.00 uur in het crematorium op de Siesegemlaan

‘Luc was carnaval en carnaval was Luc …’ verklaarde Guy Walgraef nog tijdens een reactie op de dood van zijn ex collega.


Nog op 10 mei 2023 werd begonnen aan een blijvend eerbetoon aan Luc ... een grafitti-afbeelding op 'zijn' geliefde hallen. 
Paroi is voor altijd te zien  aan de gevel van de carnavalswerkhallen.


Waf Alosta en Gunny von Cazn hebben weer prachtig werk geleverd.


Bronnen : 

Het Nieuwsblad 05/06/2018 – 25/01/2001 – 02/02/2016
HLN 09/12/2000
CarnavalAalstKoentje
TV Oost 01/05/2023
Persregiodender.be 01/05/2023 – 04/05/2023
Foto Konterverkiert Geert De Rycke @ HLN 23/02/2020
De Aalsterse Gilles - instagram
FB-pagina Luc Vermeiren
De Standaard 07/04/2008
Delcampe plak 2e joor akv Vriet
Reportages ‘Carnaval Ontmaskerd’ – TV Oost